PlusAchtergrond

Het lot van de staatloze vluchteling: ‘Niemand wil ons hebben’

Vluchtelingen die – al dan niet erkend – staatloos zijn, vallen tussen wal en schip: ze mogen niet werken en kunnen niet terug naar hun land van herkomst. ‘Ik kwam hier om een leven te hebben.’

Staatloze Ibrahim Elsaadani: ‘Ik wil Nederland leren kennen, de taal leren en integreren, maar dat is niet mogelijk in mijn situatie.’ Beeld Fouad Hallak

Ibrahim Elsaadani (53) zit te wachten op zijn afspraak bij ASKV Steunpunt Vluchtelingen. Hij maakt zich zorgen om zijn medicijnen voor zijn suikerziekte. Twee maanden geleden was hij bij een arts. “Wat als de medicijnen op zijn?” vraagt hij. “In het azc was het beter geregeld, daar kon ik elke dag een check doen. Ik heb veel hoofdpijn van de stress, wat kan ik doen?”

Projectcoördinator van het ASKV Marlotte van Dael stelt hem gerust. Medicijnen kan hij altijd krijgen. Naast de rechtshulpverlening heeft iedereen recht op noodzakelijke medische hulp, ­ongeacht je status. Een dak boven je hoofd is daarentegen geen basisrecht, maar het ASKV ­probeert voor zo veel mogelijk ongedocumenteerden een bed te vinden.

Bang voor de politie

Na de afwijzing van zijn asielaanvraag moest Elsaadani het azc verlaten en was hij op straat beland, maar hij heeft nu een tijdelijke plek gekregen in een van de woningen van het ASKV. Hij deelt hij zijn ­kamer met iemand anders die ongedocumenteerd is. “Naast bidden heb ik niets te doen op een dag,” vertelt ­Elsaadani. “Naar buiten gaan is lastig. Alles kost geld, zelfs de tram. Zwart werken wil ik niet, ik respecteer de Nederlandse wet. Ik wil graag Nederland leren kennen, de taal leren en integreren, maar dat is niet mogelijk in mijn situatie.”

Vanmiddag gaat Elsaadani samen met Van Dael naar zijn advocaat om zijn situatie te bespreken. Vier jaar geleden kwam hij vanuit de Verenigde Arabische Emiraten naar Nederland. Eigenlijk is Palestina zijn thuisland, vertelt hij, maar hij is er nog nooit geweest. Net als veel andere Palestijnen moesten zijn ouders vluchten bij de stichting van de staat Israël in 1948 en ze kwamen in Egypte terecht. Ze zijn in het bezit van een Egyptisch paspoort voor Palestijnse vluchtelingen, maar een permanente verblijfsvergunning kregen ze nooit.

In de jaren tachtig verhuisde het gezin naar de Verenigde Arabische Emiraten, omdat daar meer kans op werk zou zijn. Elsaadani werd er chauffeur op een schoolbus, maar het gezin werd nooit echt geaccepteerd. “Mijn familie is al sinds 1948 vluchteling. Omdat we nooit papieren hadden, waren we altijd bang voor de politie. Ik had verwacht dat mijn ­verhaal in Nederland gehoord zou worden, omdat het een ­humaan land is, maar niemand wil ons hebben.”

Geen asiel

Elsaadani’s werkvergunning verliep vier jaar geleden, waardoor hij noodgedwongen de Emiraten moest verlaten om een nieuw thuis voor hem en zijn gezin te vinden. Zijn vrouw, zoon (21) en dochter (19) bleven achter en zouden later komen. “Ik kwam in Nederland terecht en was van plan mijn familie zo snel mogelijk hierheen te halen. Maar omdat ik uit een veilig land kom, krijg ik hier geen asiel.”

Hij laat een brief van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) zien: een soort samenvatting van de pogingen die ze gedaan hebben om hem terug te sturen naar Egypte, de Emiraten en Palestina. Al die ambassades wilden hem geen papieren verstrekken. En dus zit hij vast als staatloze burger van Nederland zonder recht op verblijf.

“Ik wil terug naar Dubai, naar Egypte of Palestina… ik wil zelfs naar de hel, zoals ze zeggen in het Arabisch als je écht wanhopig bent. Ik kwam hier niet om op vakantie te gaan, maar om een leven te hebben.”

Rohingya

Het verhaal van Elsaadani illustreert volgens Van Dael waarom de wetgeving van Nederland rondom staatloosheid niet toereikend is (zie kader). “Er wordt vastgesteld dat hij staatloos is, maar er wordt geen verblijfsvergunning aan gekoppeld. Hij heeft geen recht op asiel omdat hij uit een veilig land komt. Dat kan zo zijn, maar ­tegelijker-tijd kan hij niet terugkeren.”

Het ASKV begeleidt twaalf mensen die staatloos zijn. Sommigen zijn niet erkend als staatloos. Abdullah Mansur (38) bijvoorbeeld. Op zijn pasje staat ‘nationaliteit onbekend’. Hij heeft geen enkel papier om te bewijzen dat hij in Myanmar geboren is en ­behoort tot de Rohingya. Deze ­bevolkingsgroep leeft al tientallen jaren staatloos in ­Myanmar en wordt door racistisch en religieus geweld ­verdreven.

“Ik ben staatloos ­geboren,” zegt Mansur. “Als Rohingya word je niet erkend in je eigen land. Ons dorp werd ­bewaakt door militairen en je mocht er niet uit. Je kon in de tuin spelen en misschien naar de markt, maar op veel andere plekken waren we niet welkom. Zo ben ik nooit naar school geweest. In ­Nederland leef ik soms in net zoveel angst. Ook hier ben ik bang voor politie. Het leven in de illegaliteit is zwaar.”

Mansur vluchtte toen hij vijftien of zestien jaar was – zijn precieze leeftijd weet hij niet –naar Bangladesh. Daar woonde hij ongeveer tien jaar en hij had er verscheidene banen; ­altijd zwart, want ook in Bangladesh kreeg hij geen papieren. “Ik begon als garnalenvisser, maar ik was ook sieradenverkoper en dealde in auto-onderdelen. Ik moest overal voorzichtig zijn, want mensen konden aan mijn ­accent horen dat ik uit Myanmar kwam. Ik belandde in de gevangenis omdat ik illegaal was. Toen ik vrijkwam, ben ik naar Europa gevlucht.”

Veilig in de opvang

Dat is nu vijftien jaar geleden en intussen spreekt Mansur een aardig woordje Nederlands. “Iets meer dan een jaar geleden was ik alle hoop verloren. Ik liet mezelf oppakken, zodat ik in vreemdelingenbewaring kwam. Ik was gewoon blij daar te zitten: eindelijk een dak boven mijn hoofd! Niet meer de stress om aan eten te ­komen en ik kon een douche nemen wanneer ik wilde. Na vier maanden lieten ze me vrij. Ik was verdrietig – kon ik echt niet blijven? Ik heb mijn vertrek drie uur kunnen uitstellen door te treuzelen.”

In de vier maanden dat hij vastzat, heeft de DT&V ­geprobeerd Mansur terug te sturen naar Myanmar en ­Bangladesh, maar zonder papieren wordt hij door beide landen niet geaccepteerd. Hij zou er dus baat bij hebben te worden erkend als staatloze, al geeft dat nog geen recht op een Nederlandse verblijfsvergunning. “Hopelijk komt hier verandering in met de nieuwe vaststellingsprocedure die in de maak is,” zegt Van Dael. “Zodra je daarmee kunt bewijzen dat je staatloos bent, zou je een verblijfsvergunning moeten krijgen. Als staatloze kun je niet terugkeren en ben je momenteel nog genoodzaakt gebruik te maken van de ‘buitenschuldprocedure’ om dit te bewijzen. Voor Mansur zijn we hier ook nog mee bezig.”

Abdullah Mansur is niet erkend staatloos, omdat hij niet kan bewijzen waar hij is geboren. ‘Het leven in de illegaliteit is echt zwaar.’Beeld Fouad Hallak

Ondanks de afwijzing oogt Mansur bijna opgewekt als hij zijn verhaal vertelt. “Ik ben heel blij. Vooral omdat ik na ­jaren een plek heb om te slapen (hij doet mee aan de pilot Landelijke Vreemdelingen Voorziening in Amsterdam, waarbij hij mag verblijven in een van de twee LVV-opvanglocaties in de stad, waar hij dag en nacht terechtkan). ­Binnen de muren van de opvang voel ik me veilig. En ik weet zeker dat ik daar nog een jaar kan blijven. Voor nu is mijn stress even weg. Ik ­geniet ervan om met mijn huisgenoten schoon te maken en met elkaar te koken.

Stiekem denk ik zelfs na over een toekomst – een lastig woord voor iemand die staatloos is. Ik denk dan na over een opleiding als programmeur. ­Helaas is deze ­verblijf-plek ook tijdelijk. Mijn hervonden kracht zal meteen weg zijn als ik weer buiten op straat sta.”

Bij toekomst denkt Ibrahim Elsaadani niet aan werk, al is hij bereid elke baan aan te nemen zodra hij een verblijfsvergunning heeft. Zijn gedachten zijn nu alleen maar bij zijn achtergebleven gezin in de Emiraten. Hij raapt zijn stapel papieren bij elkaar voordat hij naar de advocaat­ ­vertrekt. Daar praten ze verder over de ‘buitenschuldvergunning’ waar hij nog zicht op heeft. Van Dael geeft aan dat dit zijn beste optie is, hoewel dat een verdrietige is. “Het geeft hem het recht om tijdelijk te blijven, maar niet het recht zijn familie naar Nederland te halen. Dat kan pas na drie jaar, dan kun je als staatloze versneld Nederlander ­worden.” Elsaadani zegt zich oud te voelen en niet te ­willen wachten. “Waarom? Het is 2020. Met één druk op de knop kun je alles weten. Waarom weten ze dan niet wie ik ben?”

Nationaliteit onbekend
In Nederland staan 13.000 mensen geregistreerd als staatloos en 43.000 mensen met een onbekende nationaliteit. Bij die laatste groep zitten ook mensen zonder nationaliteit, alleen hebben ze dat niet kunnen bewijzen. Amsterdam telt 446 staatlozen en 2220 mensen met een onbekende nationaliteit. Elsaadani en Mansur, die geen verblijfsvergunning hebben, vallen niet onder een van deze groepen, want ze staan niet officieel geregistreerd. 
ASKV Steunpunt Vluchtelingen, UNHCR Nederland en het Institute on Statelessness and Inclusion (ISI) zijn een petitie gestart om staatloosheid tegen te gaan. Volgens hen moet de Nederlandse overheid snel met nieuwe wetgeving komen om staatloosheid vast te kunnen stellen, zodat er geen mensen meer tussen wal en schip vallen. Daarnaast moet staatloosheid gekoppeld worden aan het recht op verblijf in Nederland.
unhcr.org/nl/petitie-staatloosheid

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden