PlusAchtergrond

Het kan: geen miljonair, wel een kunstcollectie

Je hoeft geen miljonair te zijn om een kunstcollectie bij elkaar te brengen. Verzamelaar Casper van der Kruk (59) bewijst dat met In Search of the Miraculous. Ook voor hemzelf is het de eerste keer dat hij alles bij elkaar ziet.

Casper van der KrukBeeld © Jitske Schols

“Eigenlijk ben ik een beetje kleurenblind,” geeft Casper van der Kruk toe. “Los van elkaar kan ik groen en rood ­onderscheiden, maar naast elkaar wordt het lastig.”

Dat euvel heeft waarschijnlijk een rol gespeeld bij zijn aankoop in 2003 van NY, een groot schilderij van Gé-Karel van der Sterren met felle, sterk contrasterende tinten geel, oranje en blauw. Ook het onderwerp is niet onbelangrijk: de karakteristieke waterdrukinstallaties op een New Yorks appartementsgebouw, door de kunstenaar neergezet als symbool voor de urbane snelkookpan. Als manager van het Byzantiumgebouw aan het Vondelpark is Van der Kruk geïnteresseerd in architectuur. Als fervent sportman liep hij zijn eerste marathon in de Big Apple.

NY was Van der Kruks allereerste kunstaankoop. “Ik liep op een winterochtend in 2003 door de Bloemstraat en mijn oog viel op een gevel, gemaakt van polyester met ­opbollende ramen. Die bleek gemaakt te zijn door Atelier Van Lieshout en daarachter zat Galerie Fons Welters, wat ik toen nog niet wist. Net zo min dat Gé-Karel van der Sterren op dat moment overal prijzen won. Maar ik was geïmponeerd door dat werk. De kleuren spatten van het doek, de verftoets is haast driedimensionaal.”

Kromliggen

Het bleef niet bij één bezoek noch bij één aankoop. De nieuwsgierige nieuwkomer raakte bevriend met Welters en de kunstenaars uit zijn ‘stal’, zat aan bij etentjes ‘om uren te ouwehoeren’ en kocht regelmatig werk. “Vijf jaar lang bestond alleen die galerie voor mij, van de rest van de kunstwereld had ik geen weet. Totdat Fons me in 2008 meenam naar de Frieze Art Fair.”

Die Londense beurs, in het najaar in een grote tent in ­Regent’s Park, geldt als absolute wereldtop. Hier staan de grote namen van het internationale kunstcircuit. Zoals White Cube Gallery, waar Van der Kruks oog bleef haken aan een reusachtige foto van Andreas Gursky.

“Het was een bovenaanzicht van een bergetappe van de Tour de France, hij moet gemaakt zijn vanuit een helikopter. Tot die tijd was tienduizend euro zo’n beetje mijn ­bovengrens, maar die foto moest ik echt hebben, al moest ik er jaren voor kromliggen.”

“Toen de galeriemanager me de prijs vertelde, verstond ik eerst 46.000 pond maar dat bleek 460.000. Ik droop af. Dat was een echte ontgroening. Gelijk daarna ben ik over kunst gaan lezen, galeries en beurzen gaan bezoeken. In 2010 heb ik me aan de UvA ingeschreven voor een studie kunstgeschiedenis, die ik vijf jaar later heb afgerond.”

Van der Kruk noemt zijn verzameling Sgabello Collec­tion, naar het Italiaanse woord voor ‘krukje’. De titel van de tentoonstelling waarin hij die collectie nu voor het eerst ­publiekelijk toont, is ontleend aan een werk van de ­Amsterdamse kunstenaar Aukje Dekker, maar echoot de grondtoon van zijn verzamelcarrière: In Search of the ­Miraculous.

Beeld Janiek Dam

Oude kinderkamers als depotjes

Van der Kruk is een zogenoemd horizontaal verzamelaar in plaats van een verticaal of dieptecollectioneur. Hij volgt niet een beperkt aantal kunstenaars van wie hij over langere periode veel werk koopt, maar staat altijd open voor iets nieuws. De meeste namen komen maar één keer voor in de Sgabello Collection, onder meer die van Awoiska van der Molen, Michael Wolf en Daniël van Straalen zijn vertegenwoordigd met drie of vier werken.

“Ik beoordeel elk werk op zijn eigen merites,” zegt Van der Kruk. “Het moet me raken, prikkelen of emotioneren. Irriteren kan ook, dat is vaak het begin van kennis. Ik vind schoonheid geen vies woord, zoals sommige kunstkenners, maar hou ook van een rauw randje. Het medium maakt me niet uit. Ik verzamel schilder- en beeldhouwkunst, maar ook foto’s en video’s.”

Die films draait hij thuis af en toe voor bezoek, verder liggen ze op USB-sticks in de kast. Hetzelfde geldt voor veel ­ander werk. “Ik woon in een niet zo groot appartement en heb ook een flinke wand gereserveerd voor een boekenkast. In deze tentoonstelling zijn 163 werken te zien, ongeveer driekwart van de totale collectie. Thuis kan ik daarvan maar twintig procent ophangen. Ik rouleer regelmatig, maar veel lijsten staan gestapeld tegen de wand en sinds mijn twee dochters het huis uit zijn, fungeren hun kinderkamers als depotjes.”

“Dit is de eerste keer dat ik zo veel tegelijk bij ­elkaar zie. Curator Liesbeth Willems heeft de tentoonstelling samengesteld en er lijnen in aangebracht, die voor mijzelf nu ook duidelijker maken wat de onderliggende rode draad is. De werken die ik koop, hebben vaak iets mysterieus, er zit ­melancholie in en een gevoel van vergankelijkheid.”

Zoals de vulling van een boekenplank of vroeger de ­inhoud van een cd-kast iets zegt over smaak en karakter van de eigenaar, zo kan een kunstcollectie worden gezien als portret van degene die de werken heeft samengebracht. In het geval van Van der Kruk doemt het caleidoscopische beeld op van een intellectueel hongerige alleseter die ook emotioneel is en een tikje nostalgisch. Sterportretten van Mohammed Ali en Marilyn Monroe hangen in gezelschap van een abstracte piëta – Maria met dode Christus in haar armen – van Klaas Kloosterboer, conceptueel werk van Job Koelewijn en een retestrak wandsculptuur van aluminium rails door David Jablonowski. “Als ik naar de bioscoop ga, hou ik van arthousefilms maar net zo goed van James Bond.”

Belastingaftrekbaar

“Ik ben maar een koekenbakker,” zegt Van der Kruk, als hij zich vergelijkt met de echt grote verzamelaars die hij regelmatig tegenkomt bij openingen en etentjes tijdens beurzen. “Elke cent gaat naar de kunst, maar ik heb het geld niet om alles te kopen wat ik wil. Daarom richt ik me vooral op werk van beginnende kunstenaars – dat is nog prima betaalbaar. En ik mag vaak gespreid betalen.”

Je hoeft geen miljonair te zijn om een serieuze collectie bij elkaar te brengen, betoogt hij. “Toch telt Nederland maar weinig kunstkopers, zeker vergeleken bij België, waar ze zich suf kopen. Het heeft iets te maken met opvoeding en de maatschappelijke waardering voor kunst. Bij ons wordt al snel gezegd dat je voor die tienduizend euro ook een heel goede tweedehandsauto had kunnen kopen. En zo’n minister Wiebes die in Zomergasten kunstenaars vergelijkt met een buurman die van motoren houdt en ook geen subsidie krijgt – wat een cultuurbarbaar!”

Aan culturele interesse ontbreekt het bij het grote ­publiek niet, weet Van der Kruk als bestuurslid van onder andere Nieuw Dakota in Noord. Maar te weinig mensen zijn zich ervan bewust dat je kunst ook kunt kopen en ­ermee kunt leven. “Door het beperkte aantal kunstkopers kunnen Nederlandse galeries beperkt meedoen op het ­internationale podium. Artistiek talent is er genoeg – met de Rijksakademie en De Ateliers heeft Amsterdam opleidingen van wereldklasse – maar zodra kunstenaars een bepaald niveau bereiken, worden ze weggekaapt door een buitenlandse concurrent.”

“Er zou een soort transfersysteem moeten komen, vergelijkbaar met het betaald voetbal, waarbij de overnemende galerie gewoon moet dokken voor de investeringen die zijn gedaan in de vroege ontwikkeling. Ook lagere tarieven voor kleine galeries op kunstbeurzen zouden helpen.”

Maar belangrijker nog is het verbeteren van het verzamelaarsklimaat, vindt Van der Kruk. “Eigenlijk zou de btw op kunstwerken, die een paar jaar geleden van 6 naar 9 procent is gegaan, naar nul moeten. En het mooiste zou zijn als kunstaankopen aftrekbaar worden van de belasting, voor bijvoorbeeld tien procent. Want waarom zou je je ­hypotheekrente wel mogen aftrekken en je kunst, die een veel groter maatschappelijk belang heeft, niet?”

In Search of the Miraculous: t/m 29/11 in Project Space on the Inside, Tt. Melaniaweg 1, gratis entree.

Casper van der KrukBeeld © Jitske Schols

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden