PlusBart van der Put

Het is nooit te laat om Joy Division te luisteren

­De zalen zijn dicht, de concerten afgelast. Criticus Bart van der Put duikt in het oude nachtleven met 24 Hour Party People.

Steve Coogan en Shirley ­Henderson als Tony en Lindsay Wilson anno 1976 in 24 Hour Party People.Beeld Hollandse Hoogte / Mary Evans Picture Library Ltd.

Als je oud of kwetsbaar bent en anderen daar maling aan hebben, wekt dat ergernis op. Sommigen schreeuwen het van de daken: die pandemie van jullie is de onze niet. Want ons kan niks gebeuren en als het wel misgaat, dan moet dat maar. De wereld gaat toch al naar de kloten en dat is niet onze schuld. Het is pijnlijk, maar ook begrijpelijk. Als je twintig bent, is dertig worden al een abstract gegeven.

Voorbij de dertig denken was onmogelijk toen het nachtleven mijn enige leven was. Er was destijds ook sprake van een doembesef: een Derde Wereldoorlog tussen de Russen en de Amerikanen leek onafwendbaar. De Russen hadden niets te kiezen, maar de Amerikanen hadden een seniele filmster tot president verkozen. Een showman die zich erop liet voorstaan dat hij in Bedtime for Bonzo (1951) met een chimpansee in bed lag. Gekker of gevaarlijker kon het niet worden. Dachten we toen.

We demonstreerden met velen tegen de kernwapenwedloop op het Museumplein en het Malieveld, maar de man met de aap gaf geen krimp. President Reagan wilde niet naar ons luisteren en wij luisterden liever naar de Ramones, de Dead Kennedys en The Damned, die in hun punkteksten met de presidentiële primaat aan de haal gingen. Met de ondergang in het verschiet moest er gefeest worden, voor het te laat was. We werden feestbeesten. Het was nooit te laat.

Zelfmoord Ian Curtis

Die politieke context ontbreekt in 24 Hour Party People. De film van Michael Winterbottom belicht het nachtleven en de invloedrijke muzikale subculturen in de Engelse stad Manchester van 1976 tot 1992. Dat was toen en daarginds, maar in het Amsterdamse straatbeeld hangen nu affiches waarop gememoreerd wordt dat Joy Division op 11 januari 1980 optrad in Paradiso. Het is een van de bands die in de film centraal staan.

Winterbottom onderbreekt zijn zwierige en komische ­terugblik op de hoogtijdagen van Manchester als creatieve brandhaard om bij de zelfmoord van Ian Curtis (1956-1980), zanger van Joy Division, stil te staan. Dat is gepast. Die zelfmoord trok als een schokgolf door alle subculturen waarin de muziek uit Manchester weerklonk. Ik woonde destijds nog in Eindhoven, het Manchester van Brabant, en kende jongens die met Curtis’ laatste keuze dweepten. Dat stond me zo tegen dat die band en de muziek me gestolen konden worden.

De door Steve Coogan vertolkte spil van 24 Hour Party People is Tony Wilson, die na een optreden van de Sex Pistols in de stad besluit dat het nachtleven van Manchester een club tekortkomt en een aftandse partyzaal afhuurt om Joy Division een podium te bieden. Er staat meteen een flinke rij voor de deur. En wie zien we daar? Mark E. Smith, zanger, tekstschrijver en bandleider van The Fall, mijn held uit Manchester. Het is een sterk staaltje edelfiguratie, want Smith (1957-2018) was in alle opzichten de eeuwige buitenstaander in de scene van Manchester.

Natuurlijk is het bizar dat Winterbottom de veertiger Smith voor de deur van de club zet waar hij in werkelijkheid als twintigjarige naar binnen ging. Maar de charme van Winterbottoms geweldige, rare film is dat heden en verleden en realiteit en fictie voortdurend tegen elkaar opbotsen. De fraaie fotografie van cameraman Robby Müller versterkt het vervreemdende effect. Zonder digitale ­fratsen slaagt hij erin om archiefopnamen uit de jaren ­zeventig naadloos met de nagespeelde scènes uit 2002 te verbinden.

Mythes, leugens en herinneringen

Zo wordt een geschiedenis vol heroïsche, destructieve muzikanten en feestbeesten een overtuigend sterk ­verhaal, waarin mythes, herinneringen, leugens en ­waarheden evenveel gewicht in de schaal leggen. Daarom is het ook volkomen logisch dat ik na het weerzien met 24 Hour Party People in een stad vol gesloten popzalen, clubs en discotheken langs een muur loop waarop een ­affiche het optreden van Joy Division in Paradiso in 1980 memoreert.

Thuis zet ik na lang uitstel eindelijk de twee albums van de band op. Het was een gift van een vaste luistervriend, die ze een paar jaar geleden aan mijn collectie toevoegde om het gapende gat te dichten. Luister er maar naar wanneer je eraan toe bent, luidde het advies. Het was zover, veertig jaar na dato. Het pakte bijzonder goed uit.

Het is nooit te laat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden