PlusEssay

Het is nogal infantiel om naar reizen uit te kijken

Door corona is reizen naar verre oorden als Thailand of Mexico nog steeds lastig. Prima, vindt zelfbenoemd ‘verrereizenhater’ Tom Grosfeld. Want wat missen we nu eigenlijk?

Wil je een andere cultuur begrijpen? Lees dan eens een boek, in plaats van telkens een local lastig te vallen, vindt ‘verrereizenhater’ Tom Grosfeld. Beeld Lotte Dijkstra
Wil je een andere cultuur begrijpen? Lees dan eens een boek, in plaats van telkens een local lastig te vallen, vindt ‘verrereizenhater’ Tom Grosfeld.Beeld Lotte Dijkstra

De mensen om me heen beginnen onrustig te worden. Het is vanwege corona onzeker wanneer ze weer een verre reis kunnen maken. Het zijn de types die normaliter wachten tot de zomervakantie voorbij is, zodat ze minder toeristen tegenkomen. De een wil nog naar Cambodja en Thailand, de ander naar Mexico en weer een ander naar Australië. Er is zelfs een stel dat wacht met kinderen proberen te krijgen, omdat ze graag nog één verre, lange reis willen ­maken.

Zelf voel ik die behoefte niet. Ik ben nog nooit buiten ­Europa geweest, en ben dat ook niet van plan. Het idee van rondtrekken door Azië of Zuid-Amerika zuigt alle levenslust uit me. Ik zit liever gewoon in de tuin.

Mensen die van reizen houden schrikken vaak wanneer ik ze vertel dat ik dat niet doe. ‘Nooit buiten Europa ­geweest…’ Ze kijken me eerst verbaasd en dan met medelijden aan. Later, als ik weg ben, zullen ze vermoedelijk ­tegen elkaar zeggen dat ik mijn comfortzone niet durf te verlaten. Dat ik een beperkte blik op de wereld heb. ‘Zou hij ooit een waterput hebben gezien? Een kangoeroe? Een hut van stro?’

Het is niet zo dat ik nooit op vakantie ga. Ik ga graag naar Frankrijk of Italië. Dat zijn ideale landen. Je kunt er in principe in één dag naartoe rijden en het klimaat, de stranden en het eten zijn er beter dan hier. Wat wil een mens nog meer?

Ik kan naar zo’n vakantie uitkijken, maar vind het ook prima om thuis te blijven. Waar dat vandaan komt, weet ik niet. Misschien omdat ik geen avonturier ben. Ik hou niet van kicks als bungeejumpen of een tijger aaien. Als het even kan, verlaat ik mijn comfortzone niet. Ik vind het daarnaast een beetje infantiel om héél erg naar een vakantie of reis te verlangen. Alsof het dagelijkse, gewone leven er niet toedoet.

Imitatie van werken

Ik snap dat mijn opvatting over reizen indruist tegen de huidige tijdgeest. We zijn geobsedeerd door verre reizen. Wie dat niet doet, bijvoorbeeld na het eindexamen of voordat er kinderen komen, is de uitzondering. Reizen maakt tegenwoordig deel uit van onze identiteit. We geloven dat we er een beter mens door worden. Dat we onszelf vinden, onszelf beter leren kennen. Ruimdenkender worden ­tegenover andere culturen.

Dat betekent ook dat we onze vakantie niet meer zien als een periode waarin we niets doen. Het werkethos van het kapitalisme hebben we al langer verinnerlijkt – onze vrije tijd moet zo efficiënt mogelijk worden benut, dus ook onze vakanties. We moeten thuiskomen met bijzondere verhalen. Unieke, authentieke ervaringen hebben opgedaan.

Susan Sontag schreef in Over Fotografie (1977) al hoe het gebruik van een fototoestel de onrust tot bedaren brengt bij de van werk bezeten mens die met vakantie is. ‘Het geeft hem iets te doen dat een gezellige imitatie is van ­werken, namelijk foto’s maken.’ In de 21ste eeuw is daar de onuitstaanbare drang bij gekomen om die foto’s ook nog eens uitvoerig te bewerken en te plaatsen op platforms als Facebook en Instagram. We laten onze unieke ervaringen, en dus ons interessante leven, stante pede zien aan de buitenwereld.

Terwijl het de intensiteit van ervaringen opdoen juist aantast. Volgens Sontag voelen de meeste toeristen zich gedwongen een camera te plaatsen tussen zichzelf en alle opmerkelijke dingen die ze tegenkomen. ‘In hun onzekerheid over een andere, juiste reactie, nemen ze een foto. Zo krijgt hun belevenis vorm; stop, neem een foto, en ga weer verder. Het is een middel om ervaringen te bekrachtigen, maar ook om ze te ontkennen, de ervaring te beperken tot een jacht op fotogenieke onderwerpen en haar om te zetten in een afbeelding, een souvenir.’

Fundamentele lust

Ik ben denk ik ook gewoon te cynisch voor het hele sfeertje om reizen heen. Die ‘backpackers’, gewoon toeristen dus, die oprecht geloven dat ze hun leven verrijken omdat ze een paar duizend kilometer van huis zijn. Wil je een andere cultuur begrijpen? Lees dan eens een boek, in plaats van telkens weer een oppervlakkig, vluchtig gesprek aan te knopen met een local die met rust gelaten wil worden. En dan dat voortdurende gehamer op hoe ze leven in vrijheid, zich onttrekken aan het dwingende tijdsregime in het Westen. ‘Kijk jongens, ik heb mijn laptop mee, ik ben een digital nomad.’

Wat wellicht ook meespeelt, is dat we de hele wereld al hebben gezien via boeken, films, documentaires, Instagram en Google Images. Volgens de Franse filosoof Jean Baudrillard is elke reiservaring ‘bemiddeld’ door techniek en media. Wanneer we naar Thailand gaan, hebben we al zo veel beelden van het land, de cultuur en de natuur ­gezien, dat we de werkelijke ervaring vooral vergelijken met al die vooraf geziene beelden. De kans is groot dat het dan ook nog tegenvalt, aangezien die beelden vaak nogal utopisch zijn weergegeven. Ik kan me voorstellen dat wanneer we in onwetendheid zouden verkeren, en geen idee hadden hoe het er in bijvoorbeeld Azië uitzag, ik zou overwegen om eens naar zo’n onbekende plek af te reizen.

Gelukkig voor mij staat de verre reis de laatste jaren ter discussie. Wanneer ik geen zin heb uit te leggen waarom ik reizen haat, zeg ik gewoon: ecologische voetafdruk. Dat oogst meteen ontzag. Vaak ga ik dan nog door: ‘Het is natuurlijk een opoffering van jewelste, maar tegenwoordig trek ik niet meer door de jungle of door sloppenwijken, maar lift ik naar Frankrijk. Of ik blijf gewoon een zomer thuis. Probeer het ook eens.’

De meeste mensen kijken me dan aan alsof ik ze zojuist heb gevraagd een van hun kinderen te offeren. De westerse cultuur is immers gebaseerd op de veronderstelling dat het ware leven elders is, schrijft filosoof Ruud Welten in een essay in De Groene Amsterdammer (en in zijn boek Het ware leven is elders).

Volgens Welten wordt ons denken gedreven door het verlangen ergens anders te zijn, en die fundamentele lust, dat verlangen, heeft zijn vorm gekregen in het toerisme. ‘Het toerisme biedt de mens een betaalbare troost voor zijn ­dagelijks leven. Toerisme heeft de plaats ingenomen van de onverzadigbare zoektocht naar de hemel. Niet omdat toeristen in een god geloven, maar omdat ze geloven dat er een plaats is die troost kan bieden voor het ondergronds eeuwig knagende ‘is dit alles?’-gevoel.’

Spontaniteit

In Grand Hotel Europa voert schrijver Ilja Pfeijffer het personage Patelski op, die het type mens dat graag veel en ver reist ‘hedonistische escapisten’ noemt. ‘Ze zijn op de vlucht voor zichzelf, hoewel ze altijd zullen zeggen dat reizen hen met henzelf confronteert, dat ze met interessante medemensen in contact komen. Maar hun vlucht is op henzelf betrokken en egoïstisch. Ze vinden hun eigen ­sensatie van vrijheid belangrijker dan leven in verbondenheid met hun naasten in hun omgeving. De verslavende prikkel om zich ontheemd te weten stellen zij boven verantwoordelijkheid voor de plek waar ze geworteld zijn.’

Volgens Patelski zouden al die mensen die pretenderen dat ze zo veel leren op hun reis, meer hebben geleerd als ze waren thuisgebleven en serieus hadden nagedacht over de vraag hoe ze het leven van hun buurvrouw hadden kunnen verbeteren.

Maar dat is misschien niet hun definitie van ‘groots en meeslepend’ leven. Het is ingetogen, een beetje saai en niet zo fotogeniek. Het is aanlokkelijker en makkelijker om het verstand op nul te zetten en jezelf te overtuigen dat je met al die verre reizen een schat aan authentieke, unieke ervaringen verzamelt. Welten schrijft dat de moderne mens telkens op zoek is naar de ervaringen. Hij moet gaan waar de ander niet is geweest, om zichzelf te onderscheiden.

Het gevolg, schrijft Welten, is een onophoudelijk bombardement van boeken, blogs, sites en tweets die je de ‘honderd plekken die je gezien moet hebben’ aanprijzen. ‘De wereld is een supermarkt van mooie plekjes geworden, een uitstalling van aanbiedingen en verlanglijstjes die ­afgevinkt moeten worden met het ongeduld van een gangster uit een Amerikaanse film: ‘I want it, and I want it now.’

Het lijkt me typerend voor deze tijd. Rusteloos, zoekend naar het perfecte leven, willen we telkens uit elke situatie het maximale halen. Zo ook uit onze vakanties.

Ik heb een beter plan: bedenk wat je mist in je dagelijkse leven waardoor je steeds al die reizen wil maken. Bouw bijvoorbeeld meer ruimte in voor spontaniteit en avontuur. Dan hoef je niet telkens naar het einde van de wereld, maar kun je met een goed gevoel naar de camping in Zuid-Frankrijk rijden. Of ben je zelfs tevreden in je eigen tuin of op je balkon. Ben je ook meteen verlost van dat schuldgevoel over je ecologische voetafdruk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden