Plus Straatbeeld

Het gebruik van het reclamedier wordt almaar artistieker

We passeren ze dagelijks: steigerdoeken, pepermolens en abri's die om onze aandacht schreeuwen. Deze zomer zes reclamethema's onder de loep. Vandaag de laatste: dieren.

Beeld Mats van Soolingen

Dieren en de stad: het is niet echt een gelukkige combinatie. Het dier woont graag buitenshuis. De stad is gebouwd om onder een stevig dak te verblijven, de stadsmens zit steevast een maand of negen per jaar binnen.

De verhouding tussen stadsdieren en stadsmensen is gebaseerd op noodzaak: vanwege duiven en ratten houden we katten. Dan zijn er nog blindengeleidehonden, een enkeling houdt een vis, knaagdier of kleine zangvogel, en zelfs de grootste dierenliefhebber beseft dat het daar moet stoppen.

Een dier doe je geen plezier met een krappe woning op de tweede verdieping; net als mensen verkeren dieren graag onder soortgenoten.

Vertederend en aaibaar
Op deze staalharde feiten wordt listig ingespeeld door reclamemakers en marketing­mensen. Bij gebrek aan gedomesticeerde dieren worden dieren ingezet als logo's, als totems, als symbool, als uithangbord en om commerciële uitingen in het algemeen op te frissen en sympathieker te maken.

Dieren worden gezien als schattig, vertederend, aaibaar en aanlokkelijk - dan is je keuze als reclamemaker snel gemaakt. Je product associëren met een dier maakt de aandeelhouder blij.

De uitzondering: reclame voor vlees, gevogelte en vis wordt nimmer gelardeerd door het dier in kwestie (sprekend) op te voeren - en daar ontstaat enige ambivalentie. Je hoeft geen Partij voor de Dieren te stemmen om te begrijpen dat we dol zijn op dieren, maar ze niet als dier willen zien als we ze in de pan gaan gooien.

Het interessante is dat het gebruik van het ­reclamedier almaar artistieker wordt, waar normaliter het omgekeerde gebeurt. Immers, in de schone kunsten en de literatuur komen betrekkelijk weinig dieren voor - vaker zien we afgoden, (naakte) mensen, een gekleurde streep verf, landschappen, onopgemaakte bedden, een peer.

Een school goudvissen
Onder de wolkenluchten van Jacob van Ruisdael graast nog weleens een koe, op stillevens hangt weleens een korhoen te besterven, we zien een haai op formaldehyde passeren - maar dieren in de kunst vormen niet de hoofdmoot.

Sinds de grote banken, de wc-papierfabrikanten, de vliegtuigmaatschappijen, de multinationale ijsmakers en de hotelketens begonnen met dieren in hun reclames is het beest niet langer te vermijden.

Deze week pronken het Smeerboelfestival (met een papegaaiachtige slak-octopus), het Vocalistenconcours (met ooievaars op de hoofden van blote deernes), Rico & Sticks (met een Herman Broodsoort hond), het Wooferland Festival (een andersoortige, bozige hond), het Wilhelmina Huiskamerfestival (vijf muizen en een kat), de voorstelling Mare van Vis à vis (een school goudvissen) met dieren op posters in de hele stad.

Alleen 'Het grootste Zwanenmeer ter wereld. Met meer zwanen dan u kunt tellen', doet het zonder een enkel dier.

Voor we het weten is het dier straks helemaal kunstzinnig verantwoord. Nou ja, ... afgelopen maandag zijn bij Albert Heijn de Hamsterweken begonnen.

Tips of opmerkingen? straatbeeld@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden