Bomen zijn goede windvangers, maar veroorzaken ook gevaar en overlast tijdens een storm.

PlusAchtergrond

Het gaat hard waaien: zo wapent Amsterdam zich tegen de wind

Bomen zijn goede windvangers, maar veroorzaken ook gevaar en overlast tijdens een storm.Beeld Merel Corduwener

Nederland krijgt woensdag te maken met onstuimig weer. Zomerstorm Francis komt er aan met windstoten tot meer dan honderd kilometer per uur. Hoe wapent Amsterdam zich tegen de wind?

De ene wind is de andere niet. Waar een storm op het platteland vrij spel heeft, is de stad een grote hindernisbaan: gebouwen, bomen en auto’s remmen de wind af en als hij langs gebouwen waait versnelt hij juist. “De wind is in de stad heel variabel,” zegt windexpert Arjan Droste. Aan de universiteit Wageningen onderzoekt hij hoe de wind zich gedraagt in de bebouwde kom. “In de ene straat waait het hard, in de andere nauwelijks. Dat weet je wel uit eigen ervaring: loop een hoekje om en opeens slaat de wind toe.”

Meer windcollege: hoogbouw tussen laagbouw veroorzaakt soms valwinden. Daarbij gaat een groot deel van de wind die tegen de gevel waait niet óver het gebouw heen of erlangs, maar via de gevel naar beneden. Hierbij geldt: hoe hoger de toren, hoe harder de wind. En dan is er nog het ‘Venturi-effect’, de regel dat lucht zich sneller verplaatst door een vernauwing – bijvoorbeeld tussen twee hoge gebouwen.

Hoe wapent een grote stad als Amsterdam zich tegen de wind? In de eerste plaats door onderzoek te doen. Bij nieuw te plaatsen hoogbouw voert de gemeente berekeningen uit om de kracht en hinder van de wind te voorspellen. “Soms laten we hele nieuwe wijken testen,” vertelt de woordvoerder Ruimtelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam. “Dan kijken we of bepaalde gebouwen dichter bij elkaar gezet moeten worden of juist verder van elkaar af om de wind te reguleren.”

De nieuw geplande Sluisbuurt op Zeerburgereiland, dat wordt omringd door water, is een mooie testcase. Elk gebouw hoger dan 30 meter krijgt een windtunnelonderzoek en met computersimulaties wordt de hele wijk aan een aantal windscenario’s onderworpen. “Torens worden op voldoende afstand van elkaar ingepland en staan altijd op lagere bebouwing, ze hebben dus een brede basis,” zegt de woordvoerder. “Op die manier worden valwinden voorkomen.” Ten slotte krijgen de straten in de Sluisbuurt nog een dubbele rij bomen als windvangers.

Windgevaar

Architecten en gebiedsontwikkelaars hebben steeds meer aandacht voor de wind rondom een gebouw, vertelt Bert Blocken, die bij de TU Eindhoven en de KU Leuven onderzoek doet naar de effecten van wind op mensen. Die bewustwording is mede ingegeven door incidenten rond Bridgewater Palace, een wolkenkrabber uit 2007 in het Engelse Leeds. “Daar was niet goed nagedacht over de valwind,” zegt Blocken. “Doordat gebouwen wind versterken, kunnen mensen op zo’n plek omver worden geblazen, botten breken of een schedelbreuk oplopen. ­Zeker als het stormt.”

Als vooraf in het ontwerp geen rekening is gehouden met windoverlast, zijn er achteraf vaak ingrijpende constructies nodig om de boel op te lappen. Zo werd in een winkelstraat in Eindhoven op 11 meter hoogte een glazen luifel geplaatst, om wind weg te nemen voor het winkelend publiek. Liever houdt een stad bij nieuwbouw vanaf het begin rekening met de wind. Het devies: afgeronde hoeken, de voet van het gebouw verbreden en torens niet te dicht op el­kaar ­zetten.

Volgens hoofdstedelijk bomenconsulent Hans Kaljee worden in alle nieuwe ontwikkelgebieden in Amsterdam ­bomen strategisch ingezet om zo’n nieuw stuk stad aangenaam te maken. “Bomen zijn uitstekend om wind bij gebouwen af te remmen,” vertelt hij. “Op de Zuidas hebben we voor het eerst met dat doel strategisch bomen aangeplant op het Zuidplein. We hebben daar gekozen voor 25 verschillende bomen, met op de heersende windrichting vooral dennenbomen. Die verliezen in de wintermaanden geen blad.”

Bomen zijn een goede remedie tegen wind in de stad, maar veroorzaken ook gevaar en overlast tijdens een storm. Zo zorgde storm Ciara er eerder dit jaar voor dat er tachtig Amsterdamse bomen omgingen. Ook afgevallen takken geven een ravage. “Van tachtig omgevallen bomen kijken wij niet op,” zegt Kaljee. “Dat is zo’n klein percentage van de 300.000 bomen die de stad telt. In 2013 gingen er duizend bomen om, dat was wel behoorlijk wat.”

Meer ruimte voor bomen

Als voorzorgsmaatregel tegen stormschade, geeft de gemeente de bomen meer wortelruimte dan eerder gebruik was. Met een steviger basis ­vallen ze immers ook minder snel om. “Tot de jaren tachtig werden ­bomen in vakken van 2 bij 2 meter geplant, tegenwoordig is zo’n vak 5 bij 5 meter, en 1 meter diepte: in totaal 25 kuub,” legt Kaljee uit. “Dat is heel wat, vooral als je bedenkt dat er onder de grond ook nog een ware spaghetti aan kabels en leidingen ligt.”

Om te voorkomen dat bomen voor gevaar zorgen, worden alle 300.000 Amsterdamse exemplaren elke drie jaar op veiligheid gecontroleerd. In de binnenstad gebeurt dat zelfs elk jaar. Waar nodig wordt gesnoeid en worden loshangende takken verwijderd.

Na een storm is het aanpoten voor Kaljee en zijn collega’s. Gemeentemedewerkers zijn dan nog weken bezig alle takken op te ruimen. Kaljee: “Bomen die scheef zijn komen te staan, controleren we extra en als de boom gevaarlijk blijkt, zagen we hem om. Dan moet de stronk eruit worden gehaald en moet er een nieuwe boom worden geplant.” Kaljee, lachend: “Nee, wij zijn nog lang niet klaar, voor ons begint het werk nu pas.”

Windbeleid in je tuin

- Boom in je tuin? Laat geregeld een specialist controleren of hij niet rot is en kijk of er geen takken loshangen.

- De meeste planten houden niet van tocht. Zet in een winderige tuin of terras robuuste struiken neer zoals de groen blijvende sierlaurier, bamboe, taxus, olijfwilg of kleine (fruit)boompjes.

- Zet potten in groepjes bij elkaar en werk met hoogteverschillen: de grote potten bieden beschutting aan kleinere plantjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden