PlusAchtergrond

Het einde van Artkitchen Gallery is afscheid van stoute kunst: ‘Preutsheid en angst regeren’

Dertig jaar lang combineerde Artkitchen Gallery punk en Fluxus, mode en streetart, seks en politiek. Maar de linksbuiten van de Amsterdamse kunstwereld stopt ermee. Galeriehouder Jeannette Dekeukeleire wil niet meer strijden tegen vertrutting en angst.

Edo Dijksterhuis
Galeriehouder Jeannette Dekeukeleire (rechts) met Willem de Ridder; de kunstenaar is eind december overleden. Beeld
Galeriehouder Jeannette Dekeukeleire (rechts) met Willem de Ridder; de kunstenaar is eind december overleden.

De dood van Willem de Ridder is haar niet in de koude kleren gaan zitten. Jeannette Dekeukeleire (60) was goed bevriend met de Fluxusvoorman en bezocht hem de afgelopen drie jaar iedere week om zijn archief op orde te krijgen. De Ridders begrafenis vorige week benadrukte nog maar eens dat alles relatief is behalve tijd. Ze voelt zich bevestigd in haar eerder genomen besluit om te stoppen met Artkitchen Gallery. En daarmee komt er na drie decennia een einde aan het buitenbeentje van het Amsterdamse galeriecircuit, dat vaak zover voor de troepen vooruitliep dat het niet begrepen werd.

‘Grensoverschrijdend’ is het best denkbare etiket voor Artkitchen. Het tentoonstellingsprogramma laat zich niet vangen in een stroming of stijl en de getoonde kunst is vaak uitgesproken politiek, seksueel expliciet, moreel dubbelzinnig of simpelweg absurd. “Daar houd ik van,” zegt een hartstochtelijk galeriehouder. “Dat is kunst die de aandacht trekt en de wereld wil veranderen.”

Presentaties bij Artkitchen gingen veel verder dan het gebruikelijke ‘spijker inslaan, doekje ophangen, prijslijst ronddelen’. Het waren happenings. Voor een overzicht van de in 2001 overleden kunstenaar Servaas werd de complete galerie omgebouwd tot viswinkel, met haringhappen en ingeblikte visluchtjes voor thuis. De stand bij kunstbeurs Art Amsterdam werd een keer aangekleed als supermarkt, inclusief mandjes, klaphekjes en ouderwets grote kassa. Een andere keer stond er een kooi waarin de kokende kunstenaar Karel Goudsblom individuele bezoekers een halfuur lang trakteerde op ‘een-op-eenbevrediging door de mond’.

Artkitchen Gallery werd in 2017 omgebouwd tot viswinkel voor een overzichtstentoonstelling van kunstenaar Servaas. Beeld
Artkitchen Gallery werd in 2017 omgebouwd tot viswinkel voor een overzichtstentoonstelling van kunstenaar Servaas.

Zweverig en snoeihard

Haar eerste stappen als galeriehouder zette Dekeukeleire in 1992 samen met Colin Huizing, tegenwoordig artistiek directeur van Museum Kranenburgh in Bergen. “Wij waren pas afgestudeerde kunsthistorici en The Living Room, een van de meest roemruchte galeries van toen, was net gestopt. Wij zouden dat zooitje wel even overnemen.”

Omdat hun pand op de Keizersgracht zat, noemden ze hun galerie Imp – van imperium, maar ook om meteen de niet geringe ambities te onderstrepen. In een moordend tempo knalde het duo er de ene na de andere tentoonstelling uit. “Na een jaar merkten we dat je wel de kunstenaars van The Living Room kunt meenemen, maar dat de verzamelaars niet automatisch meeverhuizen,” vertelt Dekeukeleire. Huizing haakte af en zij ging solo door in een kelder aan de Herengracht. Artkitchen Gallery stond op de gevel. “Want mijn achternaam betekent keukentrapje,” luidt de verklaring. “En in de keuken gebeurt het, daar roer je alles door elkaar. Bovendien hou ik heel erg van lekker eten en sluiten we iedere tentoonstelling af met een diner dat past bij het thema.”

Via haar partner, streetartkunstenaar Hugo Kaagman, staat Dekeukeleire met één been stevig in de punkbeweging van de jaren tachtig. Maar dogmatisch in haar smaak is ze allerminst. “Ik woonde lange tijd samen met de oprichters van gaydisco April,” vertelt ze. “Totdat ze geen vrouwen meer toelieten.”

Artkitchen toonde keramiek ver voordat het hot was, had de vinger aan de pols van de Nederlandse modewereld en organiseerde als een van de eerste een volledig vrouwelijke tentoonstelling, ‘met onder andere werk van Kinke Kooi dat zo zweverig is dat de meeste mannen er onpasselijk van werden’. Maar er was ook ruimte voor de lompe strips van Hein de Kort of snoeiharde optredens van drieakkoordenbandjes.

Het publiek dat erop afkwam, ging zelden met lege handen naar huis. “Via Harry Ruhé van Galerie A, bij wie ikzelf als jong meisje al kunst kocht, leerde ik het fenomeen van de Duitse Kunstverein kennen. Die gaven bij tentoonstellingen standaard een kunstwerk in oplage uit. Hoe leuk is dat?! Ik ben het ook gaan doen en heb het altijd volgehouden. Zo konden ook bezoekers met een kleine portemonnee kunst kopen van makers met grote namen.”

Commercieel succes stond nooit bovenaan de prioriteitenlijst van Dekeukeleire, die erkent dat ‘we het zakelijk iets slimmer hadden kunnen doen’. Maar liever besteedde ze haar energie aan weer nieuwe plannen. Bijvoorbeeld kunstprojecten in de openbare ruimte, waar zij zich met de bezieling van een missionaris op wierp. En bij De Nederlandsche Bank stond ze aan de wieg van wat nu een van Nederlands beste bedrijfscollecties is. “De toenmalige president Nout Wellink en Alexander Strengers, hoofd van de kunstcommissie, gaven me carte blanche en lieten me de bedrijfskantine inrichten. Alles mocht, zelfs de naakten van Aat Veldhoen. Bij de liften hing ik grafiek, die ik iedere twee weken wisselde zodat medewerkers telkens in verwarring waren over de verdieping waar ze uitstapten.”

Wim T. Schippers bij de ‘supermarktstand’ van Artkitchen Gallery op Art Amsterdam, 2011. Beeld Joella Schipper
Wim T. Schippers bij de ‘supermarktstand’ van Artkitchen Gallery op Art Amsterdam, 2011.Beeld Joella Schipper

De gracht in

Na dertien jaar aan de Herengracht kreeg Dekeukeleire het ‘zoals gebruikelijk op mijn heupen’. Een slepende ruzie met parkeerbeheer, die de auto’s van Artkitchenbezoekers van wielklemmen voorzag, zal hebben meegespeeld. De getergde galeriehouder duwde een bonnenschrijver de gracht in en moest een nacht brommen.

In Nieuw-West, op cultureel bedrijventerrein De 1800 Roeden, vond Dekeukeleire de perfecte locatie voor een doorstart. “Daar had ik eindelijk de ruimte om alles te mengen: performance, film, muziek, eten en exposities.” Samen met het Artkitchenteam en Harry Ruhé begon ze de CultClub, die iedere laatste vrijdag van de maand een tentoonstelling organiseerde met inleidende thema-avond. Het ging onder andere over steampunk, seks en schandaal, de kroning van Willem-Alexander (Willem we hem of niet?), 3D-printen, lingerie gemaakt door kunstenaars, vinyl en polaroidfoto’s.

Vier jaar voor de grote Zerotentoonstelling in het Stedelijk, die de avant-gardebeweging weer kunstmarktfähig maakte, hingen de minimalistische werken van Henk Peeters en Hendrikse bij de CultClub al aan de wand. Ook het 75-jarige bestaan van Fluxus ging niet onopgemerkt voorbij. “Tot die tijd werkte ik met kunstenaars van mijn eigen generatie,” zegt Dekeukeleire. “Maar via Harry kwam ik in contact met de veel oudere Willem de Ridder, Ben Vautier en Benjamin Patterson. Ik was verbaasd: dat ze na al tijd nog steeds zo stout waren!”

Manifestatie ‘Make love, not war’ op Station RAI, 2015. Na klachten van Amerikaanse toeristen moesten de Duitse helmen met wietplantjes weg. Beeld
Manifestatie ‘Make love, not war’ op Station RAI, 2015. Na klachten van Amerikaanse toeristen moesten de Duitse helmen met wietplantjes weg.

Een halve eeuw Provo werd stadsbreed gevierd, met foto’s van Cor Jaring in het Stadsarchief, werk van Yoko Ono in het Hilton waar ze in 1969 met John Lennon een bed-in hield, en Phil Bloom die haar atelier openstelde. Artkitchen was inmiddels verhuisd naar het perron van NS-station RAI, waar ProRail de leegstaande kiosk ter beschikking had gesteld. Hier deden Duitse helmen dienst als potten voor wietplantjes, een verbeelding van de sixties-boodschap make, love not war. Na klachten van Amerikaanse toeristen moesten ze weg en eiste ProRail dat Dekeukeleire voortaan ieder plan ter goedkeuring aan de organisatie voorlegde. Dat weigerde ze en ze vertrok.

Te veel foute prikkels

Lang dakloos was Artkitchen niet. Toen een winkelruimte in haar eigen Hemonylaan vrij kwam, hapte Dekeukelaire meteen toe. Kaagman gaf het wat troosteloze straatje achter de Stadhouderskade een flinke oppepper door over de hele lengte wandschilderingen te maken. Al snel had de galerie de functie van buurthuis en verzamelplek voor kunstenaars en kunstliefhebbers.

Maar met de coronacrisis kwam er de klad in. Eenzaam in de galerie besefte Dekeukeleire ook dat het kunstklimaat veranderd was. “Nederland is altijd een hypeland geweest, maar verzamelaars hebben nu helemaal een korte concentratieboog. Niemand verdiept zich meer op lange termijn in het werk van een kunstenaar. Ik kan ook niet tegen die makelaarskunst van nu. Het is decoratief behang, knap gemaakt maar ongevaarlijk. Seksueel expliciet werk als dat van Annie Sprinkle wordt niet meer begrepen. Preutsheid en angst regeren. Zelfs dierenfoto’s van Charlotte Dumas zijn te heftig: die hond kijkt te indringend.”

Tel daarbij op straatventers die in haar portiek slippers verkopen, een steeds grotere fietsenkluwen die de doorgang blokkeert en overactieve parkeerwachten die bij iedere laden-lossenbeurt een bon uitschrijven en je hebt, in Dekeukeleires woorden ‘te veel foute prikkels’. Bij het opruimen van de galerie heeft ze wel een traantje gelaten, erkent ze. “Na dertig jaar kan ik niet zomaar stoppen. Kunst voedt me, maakt me gelukkig. Ik zal dan ook evenementen blijven doen, maar de galerie sluit. Op dat podium heb ik alles gedaan wat ik wilde. Nu heb ik de vrijheid nodig om de toekomst te zien.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden