PlusReportage

Het ‘bandje met klassieke instrumenten’ van Podium Witteman, Fuse, is nog lang niet uitgespeeld

Fuse, met van links naar rechts Daniel van Dalen, Emma van der Schalie, Mascha van Nieuwkerk, Adriaan Breunis, Tobias Nijboer en Julia Philippens. Beeld Philine van den Hul
Fuse, met van links naar rechts Daniel van Dalen, Emma van der Schalie, Mascha van Nieuwkerk, Adriaan Breunis, Tobias Nijboer en Julia Philippens.Beeld Philine van den Hul

De zes muzikanten van Fuse, de Amsterdamse huisband van Podium Witteman, zijn goed op elkaar ingespeeld. Al tien jaar lang spelen ze alles wat ze mooi vinden, van Bach tot Miles Davis en Prince, en alles ertussenin. ‘Laat je niet misleiden door die houten kistjes.’

Kim van der Meulen

Na meer dan 1250 optredens weten de muzikanten van Fuse wel ongeveer welke opmerkingen ze na afloop kunnen verwachten. ‘Het plezier spát ervan af!’ bijvoorbeeld. En: ‘Hoe spelen jullie toch alles uit het hoofd?’ Ook op de bingokaart: ‘Wie van jullie hebben nou een relatie met elkaar?’ Voor de duidelijkheid: liefdes­relaties zijn er niet binnen het zeskoppige Amsterdamse ensemble. Maar het is niet gek dat mensen dat denken, zegt violist Emma van der Schalie (34): “We gaan heel intiem met elkaar om.”

Na tien jaar samenspelen hebben de musici aan een half woord genoeg. Eén opgetrokken wenkbrauw tijdens een repetitie is genoeg om te weten: die is het er niet mee eens. Wil een van hen iets versnellen of vertragen, dan pikt de rest dat feilloos op. Dat samenspel kwam goed van pas bij Podium Witteman, het muziekprogramma waarin de muzikanten sinds 2015 bijna wekelijks een voor hen nieuw nummer uitvoerden. En het is handig als je samenwerkt met externe artiesten, weten ze – vorige maand traden ze nog op met de voor een Grammy genomineerde zangeres Nathalie Joachim uit New York. “Als er tien jaar geleden iemand van buitenaf bij kwam, kon er nog weleens iets verschuiven in onze groepsdynamiek,” zegt violist Julia Philippens (38). “Die kan nu niet meer zo snel verstoord worden.” Alle zes kunnen ze blind op elkaar vertrouwen, vult cellist Mascha van Nieuwkerk (32) aan. “Al hebben we er wel even over gedaan om deze groep bij elkaar te vinden. Wij begonnen Fuse met z’n drietjes, de mannen volgden later.”

Fuse in 2015. Beeld Merlijn Doomernik
Fuse in 2015.Beeld Merlijn Doomernik

Die mannen zijn altviolist Adriaan Breunis (“Degene die je altijd kon bellen als je een leuk plannetje had,” aldus Van Nieuwkerk), percussionist Daniel van Dalen (“Julia en hij volgden dezelfde ensemble-les op het conservatorium”) en contrabassist Tobias Nijboer (“Emma zat met hem in een jeugdorkest toen ze een jaar of zeven waren”). Ze hebben een even grote rol in het ensemble, maar de vrouwen zijn de drijvende kracht. Zij richtten Fuse op toen ze nog op het conservatorium zaten. Het moest ‘een soort bigband met strijkers’ worden, zegt Van Nieuwkerk. “Met allemaal muzikanten die we tof vonden.”

Club 8

Zij en Philippens waren al bevriend sinds ze samen in een jeugdorkest speelden. Van der Schalie leerde ze kennen in haar pubertijd, tijdens een zomercursus voor strijkerstalent. “Als je op die leeftijd een paar weken in Zwitserland wordt gedropt, ga je natuurlijk niet alleen maar de hele dag muziek maken.” En kort voordat ze gingen studeren, ontmoetten Van der Schalie en Philippens elkaar in Jazzcafé Alto. Twee violisten in een jazzcafé die op het punt stonden naar het conservatorium te gaan: dat schepte meteen een band.

Alle drie waren ze ambitieus en alle drie hadden ze behoefte aan een muzikale uitlaatklep naast hun studie, zegt Van der Schalie. “We wilden dingen leren die niet per se op dat moment in onze conservatoriumstudie aan bod kwamen. Die drang werd zo groot dat we dachten: we moeten een clubje beginnen waarmee we alles kunnen uitproberen waar we van dromen.” Pop, jazz, klassiek, folk en alles daartussenin: ze wilden experimenteren, alles spelen waar ze maar zin in hadden. Dat hun instrumenten vooral worden gebruikt voor klassieke muziek, maakte ze niet uit. “Muziek is muziek,” zegt Philippens, die zowel klassieke muziek als jazz studeerde. “We wilden ons niet laten beperken door ons instrument of onze opleiding. Toen we in onze begindagen eigen clubavonden in Club 8 mochten organiseren, speelden we bijvoorbeeld nummers van Prince en Jamiroquai. Dan zette ik een effect op mijn viool, waardoor ie klonk als een gitaar. Laat je dus niet misleiden door die houten kistjes.”

Het eerste optreden voor vrienden en familie, om geld op te halen voor de website. Beeld
Het eerste optreden voor vrienden en familie, om geld op te halen voor de website.

Acht avonden speelden ze in Club 8. Ze kregen carte blanche en probeerden allerlei stijlen en genres uit, in allerlei bezettingen, tot ze bij het huidige zestal uitkwamen. Mooie avonden, herinnert Philippens zich. En laagdrempelig: op de clubavonden kwamen veel mensen af die niet snel een concertzaal zouden binnenstappen. Precies wat ze wilden. “Ik durfde mijn kapster eindelijk uit te nodigen. Nou, tranen met tuiten bij een requiem van Fauré. Alles wat we mooi vonden, bewerkten we voor ons ensemble. Wat kan er misgaan als je je lievelingsmuziek laat horen?”

Jonge honden

Dat ze met Fuse wilden doorgaan, wisten ze na hun afstuderen meteen. Dankzij de geslaagde clubavonden en een goede manager hadden ze de optredens voor het uitkiezen. Een luxepositie, in een tijd waarin veel musici zonder werk zaten – het was 2011, en door de keiharde cultuurbezuinigingen van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra was een flink aantal gezelschappen over de kop gegaan. Alles wat ze verdienden met hun schnabbels, huiskamerconcerten en een kleinezalentour, investeerden ze in lessenaars en andere bandbenodigdheden.

“We hadden een met foto’s beplakte doos waar mensen tijdens de borrel na een optreden briefjes van vijf, vijftig of zelfs vijfhonderd euro in stopten,” zegt Van Nieuwkerk. Ze financierden er een paar jaar later hun eerste album Studio mee.

“Die eerste jaren hebben we vreselijk veel kilometers gemaakt, met de auto en met de band,” aldus Van der Schalie. “Zo raakten we op elkaar ingespeeld en werd steeds duidelijker welke kant we op wilden.” Dat was even zoeken, zegt Philippens. “In het begin hadden we weleens ruzie: ja jongens, het moet niet te veel pop worden, of niet te veel klassiek, want ik wil ook mijn ei kwijt. We waren allemaal jonge honden, hadden allemaal prestatiedrang. En we wilden serieus genomen worden.”

Niet iedereen in de muziekwereld begreep wat Fuse deed, weet Van der ­Schalie. “In het begin kregen we te horen: dit gaat niet werken, want mensen begrijpen niet wat jullie zijn. Programmeurs weten niet in welke concertserie ze jullie moeten plaatsen en niemand kan jullie straks vinden in een cd-winkel, want waar hoort Fuse bij? De klassieke-muziekwereld is best ouderwets, en ook binnen de jazz­wereld is er een ouderwetse garde. Mensen die denken dat ze de kleurplaat moeten bewaken zodat niemand buiten de lijntjes kleurt. Laat een nieuw geluid horen en ze hebben meteen hun mening klaar. Nu zeggen ze: wauw, dat jullie zo’n vooraanstaand ensemble zouden worden! Maar ik ben er altijd heilig van overtuigd geweest dat we de concertpraktijk van klassiek en jazz toegankelijker ­konden maken.”

Het einde van een tijdperk: de laatste uitzending van Podium Witteman. Beeld
Het einde van een tijdperk: de laatste uitzending van Podium Witteman.

Toen redactieleden van Podium Witteman de groep in 2015 ontdekten, ging het helemaal hard. Het nieuwe programma zocht jonge honden die klassieke muziek op een enthousiaste manier voor het voetlicht konden brengen en vroeg Fuse als huisband. “Door dat programma hadden we ineens in het hele land publiek,” zegt Van der Schalie. “Dat merkten we: onze zalen zaten vol en na één showcasefestival kregen we zoveel aanvragen voor optredens dat we die niet eens allemaal konden aannemen.” En in platenzaak Concerto, in de Utrechtsestraat, kreeg Fuse gewoon een eigen vakje. Dat gebeurde in 2019, het jaar waarin ze ook een Edison wonnen voor hun album Studio 2. Philippens: “Om dat cd-vak moest ik wel even een traantje laten. Zie je wel, we waren dus wél te plaatsen.”

Verstrengeld met elkaar

Inmiddels is de groep honderden optredens, drie albums, een Edison en twee -nominaties verder. Ze hebben toekomstplannen te over: nog meer eigen muziek componeren, vaker in het buitenland spelen, er komt een nieuw album aan. En in september zijn ze als huisband te zien in het tv-programma dat het onlangs gestopte Podium Witteman opvolgt. Maar voor­lopig blikken ze nog even terug, want ze toeren de komende maanden met een jubileumprogramma. Met muziek, persoonlijke anekdotes en herinneringen. “We zijn de afgelopen tien jaar echt met elkaar verstrengeld geraakt,” zegt Van der Schalie. “Als iemand van ons iets buiten de band meemaakt, staat het meteen in de groepsapp: kijk, ik ben op de camping! De vriendschap houdt Fuse in stand, en andersom.”

Er is geen strakke scheiding tussen werk en privé, beaamt Philippens: “Als Daniël me om negen uur ’s avonds belt, denk ik niet: o, werk. Dan denk ik: dit is Daniël. Daniël was laatst nog ceremoniemeester op Tobias’ huwelijk.”

De samenwerking voelt vanzelfsprekend, zegt Van Nieuwkerk. “We zijn vrienden én familie. Toen ik vorig jaar na mijn zwangerschapsverlof voor het eerst in drie maanden weer meespeelde, hoefden we niet te bespreken: hier moet het sneller, daar zachter. Het ging vanzelf.” Al gaat het heus niet altijd van een leien dakje, vult Philippens aan. “We zijn heel verschillend, maar we weten wat we aan elkaar hebben. Als iemand het verknalt in een repetitie, kunnen we een seconde daarna gewoon een koffietje drinken. Daar zijn we volwassener in geworden: vroeger kon je na zo’n repetitie misschien boos een vriendin of je moeder bellen, nu praten we daar makkelijker met elkaar over.”

Wat in al die jaren wel onveranderd is gebleven: ze improviseren veel en spelen alles uit het hoofd. “Daardoor kun je vrijer spelen en veel meer interactie met elkaar opzoeken,” verklaart Van der Schalie. “Dat lukt niet als er een bunker aan lessenaars staat en iedereen strak naar z’n bladmuziek kijkt. Als je niet gefocust bent op een geschreven partij, hoor je ook veel meer. Door meer als een bandje te spelen dan als een klassiek ensemble kunnen we het imagoprobleem van klassieke muziek misschien ook een beetje oplossen. Dat is een mooie bijvangst. En je hebt leuker contact met je publiek.”

2018, Concertgebouw. Beeld Annelies van der Vegt
2018, Concertgebouw.Beeld Annelies van der Vegt

Philippens vertelt over een optreden in de Grote Zaal van het Concertgebouw, vorig jaar: “Het was net na de lockdown, de zaal mocht halfvol en ik moest Blue in Green van Miles Davis aankondigen. ­Normaal doe ik dat gewoon, maar nu had ik een brok in mijn keel. Omdat ik ineens zo dankbaar was dat wij daar samen stonden en er weer mensen in de zaal zaten. Je publiek is je spiegel, en daar hadden we lang niet in kunnen kijken.”

Dat kunnen ze de komende jaren nog volop. Toen Van Nieuwkerk laatst bij haar ensemblegenoten peilde hoe ze over de toekomst denken, bleek iedereen er nog zeker tien jaar aan te willen vastplakken. “Straks spelen we gewoon twintig jaar met elkaar. Te gek, toch?” Philippens knikt instemmend. “Nu snap ik dat sommige stellen zeggen: we zijn al tien jaar bij elkaar, maar dat hebben we niet eens door.”

Fuse speelt op 21 augustus in het Concert­gebouw en op 7 oktober in De Meervaart

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden