PlusReportage

Het 100-jarige Harmoniecorps Tuindorp doorstond een wereldoorlog, een watersnood en een pandemie: ‘Moeilijk is goed, te moeilijk ­onverstandig’

Dirigent Bert Willemsen (rechts):  ‘Op het einde van de avond voel ik mijn benen weleens.’ Beeld Eva Plevier
Dirigent Bert Willemsen (rechts): ‘Op het einde van de avond voel ik mijn benen weleens.’Beeld Eva Plevier

Harmoniecorps Tuindorp doorstond een oorlog, een watersnood en het faillissement van de NDSM. De 100ste verjaardag komt eraan – en dus het jubileumconcert. Wie niet op tijd invalt, krijgt een por van de trombonist.

Patrick Meershoek

“Vier maten voor Dirk,” roept dirigent

Bert Willemsen. “Takkadam, takkadam, takkadam.” De vijftig leden van het Harmoniecorps Tuindorp tellen in stilte mee en zetten in. De hal van dagactiviteitencentrum De Rank in Tuttifruttidorp vult zich met de warme klanken van The Wishing Well van de Amerikaanse componist Rossano Galante. Moeilijkheidsgraad drie, voor HCT een fluitje van een cent, een opwarmertje om de wekelijkse repetitie op ­dinsdagavond mee te beginnen. Achter de balie van de keuken zet Ria Jong, de ­moeder van trombonist Melvin Kuipers, vast alles klaar voor de koffiepauze van kwart over negen.

Zo gaat het hier al honderd jaar in Tuindorp Oostzaan. Andere mensen, ander repertoire, andere oefenruimte, maar nog steeds musicerend onder de vlag van het Harmoniecorps Tuindorp, die al een eeuw lang wappert in Amsterdam-Noord. De vereniging doorstond een wereldoorlog, een watersnood, het faillissement van de scheepswerven en een pandemie, om zich nu voor te bereiken op een jubileumconcert in theater De Kunstgreep in Oostzaan.

null Beeld eva plevier
Beeld eva plevier

Hechte club

“Het is een hechte club,” vertelt trombonist-voorzitter Kuipers. “We hebben de afgelopen jaren weinig kunnen spelen door corona, maar er is niemand vertrokken. En iedereen heeft gewoon zijn contributie overgemaakt.”

Video: Tijdens de lockdowns speelden de orkestleden vanuit huis ‘samen’ stukken.

Het 100-jarige HCT maakt een bijzonder kwieke indruk. En dat terwijl veel amateurorkesten in Amsterdam een kwijnend bestaan lijden of hun laatste noten al hebben uitgeblazen. Ook het harmoniecorps heeft goede en slechte tijden gekend, maar is altijd weer opgekrabbeld. Kuipers: “Er is steeds werk gemaakt van vers bloed. We hebben een opleidingsorkest met goede docenten waar beginnende leden leren spelen. Een aantal van hen stroomt ­hopelijk door naar het orkest. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat wij als bloeiend orkest ook voordeel hebben van de verenigingen in de omgeving die het moeilijk hebben. Er zijn geregeld mensen die de overstap maken.”

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Tijdens de repetitie in De Rank voltrekt zich dat merkwaardige wonder dat vijftig verschillende muzikanten plotseling een orkest worden. Samen muziek maken, daar gaat het altijd om. Tussen klarinettist Ad Goudriaan, met zijn 82 jaar het oudste lid, en de 17-jarige Esmée Sluiter op hobo zitten maar een paar meter. Er lopen bovendien nogal wat familielijnen door de gelederen heen. Fred van Hardevelt speelt klarinet, zijn zoons Patrick en Iljan trompet. Trombonist Edwin Hengelmolen is de vader van Nienke (trompet) en Remy (drums). En de muzikale vader van voorzitter Melvin, die nogal eens vergeet mee te tellen. “Edwin geeft me een por als ik moet invallen.”

Het geheim van HCT is dat voortdurend wordt gewaakt over de balans tussen artistieke prestaties en plezier. Er wordt hard gewerkt, maar ook veel gelachen. En iedereen speelt naar beste kunnen, vertelt de voorzitter. “We hebben een tiental echt goede musici in het orkest. Die trekken de kar. De rest doet goed mee. Een enkeling slaat soms een nummer over. In januari is een van onze oudste leden overleden, een voormalige beroepspianiste van 93. Zij speelde de marimba met heel veel plezier, maar kreeg op het laatst steeds meer moeite met het tempo. Met haar maakten we afspraken over met welke nummers zij kon meedoen en met welke niet. Dat werkte voor iedereen.”

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Ad rem

HCT is een van de vijf orkesten die dirigent Bert Willemsen onder zijn hoede heeft. Op maandagavond staat hij voor de harmonie in Den Helder, op woensdag voor de harmonie in Zeist, op donderdag voor de fanfare van Austerlitz. Op dinsdag repeteert in de namiddag met het KLM Orkest in Badhoevedorp om zich daarna naar Noord te haasten voor het HCT. “Op het einde van de avond voel ik mijn benen weleens,” vertelt hij. “Maar ik doe het met plezier. HCT is echt een Amsterdams orkest. Heel ad rem, maar ook bereid om hard te werken. De leden weten ook heel goed wat ze wel en wat ze niet kunnen. Dat is voor een dirigent prettig werken.”

Willemsen heeft bovendien een bijzondere band met het orkest. Er zijn oudere leden die de dirigent nog als peuter in de armen hebben gedragen. “Mijn ouders speelden bij Tavenu in de Spaarndammerbuurt,” legt hij uit. “Ook echt een familieorkest. HCT was onze zustervereniging. Er waren veel contacten over en weer. Als een van de trombonisten van HCT met griep op bed lag, sprong een van onze trombonisten op de pont om mee te spelen met een concert. Je hielp elkaar uit de brand. In 1999 zocht HCT een nieuwe dirigent. Ik had net mijn bachelor HaFaBra-directie gehaald, en heb daarna vijf jaar voor het orkest gestaan.”

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

In 2004 nam de dirigent afscheid van HCT. Het orkest versleet de ene na de andere dirigent en kwam in 2009 weer aankloppen bij Willemsen om het kerstconcert te redden. “De afspraak was om na het concert te kijken of we samen door wilden. Maar het klikte meteen weer wonderbaarlijk goed.”

Die klik tussen dirigent en orkest is essentieel. Beide partijen moeten elkaar aanvoelen. Willemsen: “Ook een orkest is onderhevig aan stemmingen. Veel mensen hebben er al een werkdag op zitten. Soms is het onrustig, alsof er storm op komst is. Een week later hoef je er maar een kwartje in te gooien en het gaat helemaal vanzelf.”

Anders dan vroeger gaat het orkest niet meer in uniform de straat op voor een mars of een tewaterlating op de werf. Het aantal publieke optredens wordt tegenwoordig beperkt tot vier of vijf concerten per jaar, om het voor iedereen behapbaar te houden. Ook bij de keuze van het repertoire wordt rekening gehouden met de orkestleden. De ouderen houden vaak van het klassieke harmoniewerk, de jongeren van filmmuziek of een popnummer. Alle genres allemaal samen in het programma voor het jubileumconcert. Op het menu staat The Ghost Ship dat José Alberto Pina schreef voor orkest, maar ook Son of a ­Preacher Man van Dusty Springfield.

Zussen Mona(l) en Ancla Wijs. Beeld Eva Plevier
Zussen Mona(l) en Ancla Wijs.Beeld Eva Plevier

Uitverkocht Zonnehuis

Dat laatste nummer wordt tijdens het jubileumconcert gezongen door Esmée Dekker, bekend van haar bijdragen aan de musicals Aladdin, My Fair Lady en De ­Jantjes. Het is een eerbetoon aan de oude gewoonte om het jubileum te vieren met bekende Nederlanders. In 1970 stond het HCT samen met André van Duin, Ria Valk en Frans van Dusschoten in een uitverkocht Zonnehuis om geld in te zamelen voor de viering van het 50-jarig bestaan. Met dank aan Joop van den Ende, die zijn carrière begon vanuit een winkel in feestartikelen aan de Oostzanerdijk. Ook het jubileum werd gevierd op het Zonneplein, met Tonny Eyk, Eddy Christiani en Saskia en Serge als gasten.

Alle feestelijkheden ten spijt, luidde het jubileum toen een moeilijke periode in. Het ging slecht met de scheepsbouw in Noord, en eind jaren zeventig viel het doek voor de NDSM, die het harmoniecorps als huisorkest in de armen had gesloten. Het aantal leden liep terug, de spanningen namen toe en maakten een einde aan de drumband en de ­boerenkapel.

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

In de jaren negentig wist de vereniging de weg omhoog weer te vinden. Nieuwe leden meldden zich, er werden weer concoursen gespeeld en gewonnen, en in 1995 deelt de harmonie het podium van Paradiso met de band Claw Boys Claw – met hevig oorsuizen bij de oudere leden als resultaat.

Die revival legde de basis voor de vereniging van nu. Veel is veranderd in honderd jaar, veel is hetzelfde gebleven. Zoals de wens om samen muziek te maken en tijdens de repetities te blijven schaven aan een stuk. En nog steeds bieden zich leden aan om de vrije wil de verantwoordelijkheden en zorgen van een bestuurder op zich te nemen. Voorzitter Melvin Kuipers is 31 jaar, draaide twee jaar mee in het bestuur en kreeg meteen te maken met de papierwinkel die nodig is om een subsidie te krijgen van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. “Vroeger liep dat via het stadsdeel, nu zitten we in dezelfde procedure als het Concertgebouworkest.”

Niet veranderd: het repertoire wordt nog steeds gekozen door de muziekcommissie, in samenspraak met de dirigent. “Het orkest kan verschillende genres aan, dus we spelen een breed scala aan stukken,” vertelt Willemsen. “Mijn uitgangspunt is dat ik geen slechte noten wil ­spelen. Moeilijk is goed, te moeilijk ­onverstandig.”

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Te hoog gegrepen

Kuipers: “Voor concerten kiezen we doorgaans één stuk dat iedereen fluitend kan meespelen en drie stukken waar we onze tanden in moeten zetten.” Soms is de keuze te ambitieus. “We wilden in mei The Story of Anne Frank van Otto Schwartz spelen, maar dat bleek te hoog gegrepen. We hebben te weinig gespeeld om dat nu voor elkaar te boksen.”

Met speciale belangstelling wordt uitgekeken naar de première van Village in the City, een stuk dat door Leon Vliex speciaal voor het 100-jarige orkest werd gecomponeerd. Het heeft een bijzondere voorgeschiedenis, vertelt voorzitter Melvin Kuipers. “We kennen Leon van een stuk dat hij in opdracht heeft gecomponeerd voor een van onze fluitisten die in 2010 is overleden. Nu heeft hij Village in the City voor ons gemaakt. Het gaat over de geschiedenis van Tuindorp Oostzaan. De watersnood keert erin terug, en de NDSM, maar ook de verandering van de bevolking van scheepsarbeiders en hun gezinnen in een multiculturele samenleving.”

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Tuindorp Oostzaan blijft het epicentrum van het HCT, al zijn er tegenwoordig nog maar weinig leden die er ook daadwerkelijk wonen. Melvin Kuipers komt elke week uit Epe rijden om de repetitie bij te wonen. “Ik ben opgegroeid in Tuindorp Oostzaan, maar wilde op een gegeven moment toch meer ruimte en groen om me heen. Mijn ouders wonen hier nog wel. Voor de repetitie ga ik bij hen eten. Dan praten we meteen weer bij.”

En ook bij het jubileumconcert zal de zaal tot de laatste stoel zijn gevuld met familie, vrienden en sympathisanten van het orkest. “We zijn natuurlijk vergroeid met deze buurt. Het is ondenkbaar dat we op een andere plek zouden spelen.”

Vroeger...

In mei 1923 gaan de leden van HCT voor het eerst de straat op voor een mars door de wijk. Uit het jaarverslag: ‘Bijna iedere Tuindorper kwam voor zijn slaapkamerraam eens ­kijken of het toch wel waar was, dat daar de toekomstige grootheid van Tuindorp, het Harmoniecorps, onder vroolijke tonen door het Tuindorp marcheerde.’

In de jaren 50 boekt HCT ­goede resultaten op concoursen in het land. Met name in de marswedstrijden geniet het orkest een reputatie. Daar wordt hard voor gewerkt. Uit het jaarverslag van 1955: ‘Is het dus ernstig gemeend met onze liefhebberij, dan is het vanzelfsprekend dat men de repetities trouw bezoekt en alleen maar verzuimt wanneer het absoluut niet anders kan.’

Bij het 40-jarig bestaan in 1962 koopt scheepswerf NDSM nieuwe uniformen voor het orkest dat zorgt voor de muzikale begeleiding van de tewaterlatingen. Uit het jaarverslag: ‘We willen dan ook gaarne een woord van hartelijke dank uitbrengen aan de directie van de NDSM voor de geweldige steun die onze ­vereniging heeft mogen genieten.’

Een van de bekendste leden van HCT is Willem Breuker. In de jaren 60 speelde de latere componist drie jaar basklarinet in het orkest. Het was het bestuur dat een einde maakte aan de verbintenis. Nadat op televisie te zien was geweest hoe Breuker tijdens een jazzfestival zijn instrument onbeheerd liet slingeren, ging de voorzitter de klarinet persoonlijk bij hem ophalen.

In 1982 wordt het 60-jarig bestaan in mineur bereikt. Het orkest telt nog maar veertig spelende leden en ook het aantal optredens wordt minder. In een poging jongeren te bereiken wordt afscheid genomen van het militair aandoende uniform.

In 1997 wordt het 75-jarig bestaan gevierd. In het jubileumboek wordt stilgestaan bij de veranderingen binnen de vereniging. ‘De sfeer is goed, maar er zijn uiteraard punten van kritiek te horen. Oudere leden herinneren zich de tijd dat de onderlinge band hechter was: iedereen kwam uit Tuindorp, men kende elkaar vaak van jongs af aan.’

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden