Plus Reportage

Herdenken voor niet-gelovigen: de Allerzielenbootjes gaan weer te water

Op 2 november worden voor de tiende keer Allerzielenbootjes te water gelaten in het Vondelpark. Machteld van Barchjansen (45) is initiatiefnemer van deze niet-religieuze variant om overledenen te herdenken. ‘Toen ik voor de zoveelste keer langs de vijver wandelde dacht ik: water, lichtjes, dit is het!’

Allerzielen in het Vondelpark

Aan een lange tafel in de ontmoetingsruimte van het Trammuseum bij het Haarlemmermeerstation zit een gezelschap mannen en vrouwen van tussen de vijftig en tachtig te luisteren naar een energiek type dat aan het hoofd staat met in haar handen een stevige satéprikker en een stuk waterbestendig kalkpapier. Ze legt uit hoe je van die twee voorwerpen het bollende zeil kunt maken voor een bootje, waarvan zo eerst de bodem in elkaar zal worden geknutseld.

Uit een doos die bij haar voeten staat, haalt ze een stapel ovale bordjes van palmblad: de bodem. Daar moeten met behulp van een geperforeerd strookje plastic getekende rondjes op komen, steeds op dezelfde strategische plekken, één voor het zeil en één voor een sticker waar dan weer een kaarsje in een houder op past. 

Het klinkt best uitdagend, maar Martin, een vijftigminner met een blij hoofd en een bijpassende oranje geruite bloes, staat op en zegt dat ze de vorige keer in drie uur tijd zeshonderd bootjes hebben gemaakt. Het gezelschap knikt vergenoegd: been there, done that.

De meesten zijn aan de bootjesknutseltafel terechtgekomen via de onlangs opgerichte stichting NAHst, bedoeld voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Het energieke type is Machteld van Barchjansen, de bedenker van en de kracht achter Allerzielen in het Vondelpark, een niet-religieuze variant op de oorspronkelijk rooms-katholieke traditie om op 2 november overledenen te herdenken onder andere door een requiemmis aan hen op te dragen.

Bedenker Machteld van Barchjansen laat het zeil van een bootje zien. Beeld Jakob Van Vliet

Tiende keer

Van Barchjansen, in het dagelijks leven werkzaam bij het openbaar ministerie, organiseert dit jaar voor de tiende keer haar Allerzielen, rond de grote vijver in het Vondelpark. Daar woonde ze vlakbij toen haar vader overleed en zij haar eerste kind kreeg, nu een meisje van veertien. Zij kwam ter wereld op de dag dat haar grootvader zijn laatste bestraling onderging, een behandeling die geen genezing bracht. 

Van Barchjansens moeder was er toen al een paar jaar niet meer; ze stierf een week nadat ze de diag-nose longkanker had gekregen, in 2002.

Drie jaar na de geboorte van haar dochter kreeg Van Barchjansen nog een zoon. “Ik ging vaak met ze wandelen en spelen in het Vondelpark,” zegt ze. “Overal om me heen liepen opa’s en oma’s achter kinderwagens en ik dacht: waar laat je de rouw om iemand van wie je houdt? Hoe geven we er vorm aan, afgezien van het branden van een kaarsje in een kerk, waar natuurlijk niets mis mee is. Ik had het idee dat daar niet echt over werd gesproken.”

Dit jaar gaan er 1200 bootjes te water. Beeld Allerzielen in het Vondelpark

Zoals veel Amsterdammers vierden zij en haar man Geert ook de verjaardagen van hun kinderen in het park, met slingers en vlaggetjes tussen de bomen, een decoratief picknickkleed en een plank op schragen voor de taart, de wijn en een bak van De Emaillekeizer met spekkies en gekmakende feesttoeters.

Vreselijk gezellig allemaal, en toch hielden die dagen voor haar een scherp randje. “We zijn zo goed in het uitbundig vieren van het leven, openlijk, in de publieke arena van de stad. Ik leef me ook altijd helemaal uit bij een verjaardag. Zoiets zouden we toch ook kunnen doen voor de mensen die er niet meer zijn en die we missen?” 

Ze had wel gehoord van de Allerzielenviering op de begraafplaats waar haar vader ligt; de meeste begraafplaatsen besteden er jaarlijks aandacht en een paar honderd waxinelichtjes aan.

“Dat is prachtig, maar voor mij persoonlijk was en is een begraafplaats een drempel. Ik wilde een Allerzielen op een vrolijke plek in de stad die voor iedereen toegankelijk is, ook voor voorbijgangers die er toevallig tegenaan lopen of fietsen. Toen ik tien jaar geleden voor de zoveelste keer langs de vijver wandelde met de kinderen dacht ik: water, lichtjes, dit is het.”

Geheim plan

Aanvankelijk hield ze haar plan geheim, zodat ze zich er door niemand, ook niet door zichzelf, vanaf kon laten brengen. Ze vroeg een vergunning aan bij de gemeente (die kwam met veel vragen maar was meteen, en is nog steeds, enthousiast) en overlegde met de beheerder van het Vondelpark. Daarna ging ze het aan haar man vertellen en kwam er een foldertje. 

Op Allerzielen in het Vondelpark jaargang 2009 gingen er 191 bootjes de vijver in. “Ik gebruikte prachtige Japanse lantaarns op een houten blokje; vijf euro per stuk. Dat was één keer leuk maar ik wist meteen: als ik wil opschalen, en dat wil ik, moet het anders.”

Compleet bootje: bodem van palmblad en zeil van waterbestendig kalkpapier. Beeld Jakob Van Vliet

Een Allerzielenbootje dient aan vier belangrijke eisen te voldoen: het moet licht zijn, niet te snel omwaaien, goed drijven en mooi licht verspreiden. “Na wat geklooi met verschillende materialen kwam ik uit op het bootje dat we nu gebruiken: een zeiltje waar je op kunt tekenen en de onderkant van palmblad dat stevig genoeg is voor de kaars en waar je makkelijk iets op kunt leggen: bloemetjes, ster-anijs, een briefje. Maar ook kaal ziet het er goed uit.”

Golfslag

Om de zeewaardigheid te testen zette Van Barchjansen het eerst in de Westlandgracht, want daar is, beweert zij, behoorlijk wat golfslag. Het bleef overeind dus de Vondelparkvijver zou een makkie zijn voor een tochtje Love, lifes sweetest reward. Let it flow, it flows back to you, om met de woorden van The Love Boat te spreken.

De eerste paar keer maakten Van Barchjansen alles zelf, met assistentie van haar gezinsleden, vrienden en familie, maar elk jaar nam de vraag naar bootjes toe (in 2018 gingen er duizend het water op); dat vroeg om meer vrijwillige hulptroepen. 

Maar, zegt ze, het ging niet zozeer om de uitbesteding van het werk, dat groeide haar niet boven het hoofd. Ze vond het vooral bijzonder om de door haar verzonnen sierlijke vaartuigen voor 2 november door de handen te laten gaan van Amsterdammers die zich niet altijd even nuttig voelen en het daar moeilijk mee hebben.

De eerste lichting die te hulp schoot bestond uit mannen met een dagelijksestructuurprobleem: ze konden maar matig tot iets concreets komen op een dag en deden daarom een training met als langetermijndoel een gewone baan. Van Barchjansen: “Stilstaan bij dierbaren; daar konden die kerels wel wat mee: ‘Wij gaan lekker voor jou vouwen, wijffie.’ In twee ochtenden klaarden ze de klus van negenhonderd onderkanten.”

In de daaropvolgende jaren kreeg ze ondersteuning van tientallen beginnend dementerenden, ouderen die hun handen wilden gebruiken en behoefte hadden aan contact, en sinds vorig jaar ook van vrijwilligers met niet-aangeboren hersenletsel.

George en Klaas hebben beroertes gehad, George wel vier keer, zijn rechterkant is nog verlamd. Esther heeft multiple sclerose. Ron lijdt aan meervoudig systeem astrofie, een vrij zeldzame progressieve neurologische aandoening die hersencellen beschadigt en doet afsterven. 

Het gepriegel vindt hij een fijne afleiding waarbij je bovendien leuke mensen ontmoet. “In principe ben je hier niet alleen,” zegt hij terwijl hij een kaars plakt tegen de binnenkant van een zeiltje dat door Klaas is gevouwen.

Klaas (links) is een van de vrijwilligers met niet-aangeboren hersenletsel. Beeld Jakob Van Vliet

Martin legt vandaag alles wat klaar is in nette rijtjes in de dozen. Als driejarig jongetje had hij leukemie, vertelt hij tussen het stapelen door, en als gevolg van de bestraling op zijn hoofd van toen heeft hij voor zijn 46ste al meerdere herseninfarcten gehad. “Ik ben volledig afgekeurd, maar ik houd zo van werken.”

Ineke is hier niet via stichting NAHst. Zij kent de anderen van de wekelijkse etentjes in Buurtkamer Baarshaven, daar woont ze om de hoek in een seniorenflat. 

Vorig jaar hielp ze al en ging ze ook naar het Vondelpark om een bootje te water te laten. Voor wie weet ze niet meer precies, ze had een paar namen in mijn hoofd, zegt ze. “Het was zo’n ongelooflijk mooi gezicht. Dit jaar ga ik weer.”

Van Barchjansen (midden) laat een complete boot zien aan Ineke en Martin. Beeld Jakob Van Vliet

Iedereen werkt geconcentreerd door. Afgezien van wat zowel onheilspellende als jubelende ervaringsverhalen over de griepprik wordt er weinig gepraat. Niemand eet van de pindarotsjes die op tafel staan voor bij de thee. Van Barchjansen loopt rond met de scherpe blik van iemand die de lat hoog heeft liggen, strooiend met complimentjes en bemoedigende woorden.

Tegen Martin: “Het geeft niet als we er een paar vernachelen.” Tegen Klaas: “Zo, dit is een beauty, zeg!” Tegen de hele groep als alle onderkanten klaar zijn en de taken worden verlegd naar de zeilen: “Mijn man mag dit niet doen, want hij plakt ze scheef.”

Esther vraagt naar de milieuvriendelijkheid en het opruimen van de bootjes, haar vriendinnen willen dat weten. Op die vraag is Van Barchjansen voorbereid want ze krijgt hem altijd. Begrijpelijk maar ook een beetje irritant als je bedenkt in welke staat het Vondelpark achterblijft na een warme zomeravond en zij er elk jaar alles aan doet om de vijver zo snel mogelijk weer in orde te maken.

Vrijwilliger Esther (met bril) met naast haar George en tegenover haar Ron. Beeld Jakob Van Vliet

Vrijwillig opruimteam

Elk bootje vist ze met de hand uit de vijver. Soms duurt het een paar dagen voor ze allemaal weg zijn omdat ze niet meteen overal bij kan. Ook het vrijwillige opruimteam dat in een echte boot achter ze aan gaat, heeft soms iets meer tijd nodig dan 24 uur, maar uiteindelijk gaan ze er allemaal uit, ook de hardnekkige die zich verstoppen in het riet.

En dan? De onderkanten zijn biologisch afbreekbaar, maar wat te doen met de zeiltjes waar meestal boodschappen op staan, en tekeningen van de honderden kinderen die op Allerzielen afkomen. Met die kwestie zit Van Barchjansen elk jaar in haar maag. 

De magie van Allerzielen gaat verloren als je ze in een vuilniszak propt, ze krijgt dat eigenlijk niet over haar hart. “Dit jaar ga ik ze voor het eerst bewaren, in de hoop dat ik iemand tegenkom met een leuk idee voor hergebruik. Misschien kunnen de zeiltjes veranderen in een mooie schaal voor de bloemen die we uitdelen.”

Eerst maar eens alle bootjes ongehavend in het park krijgen, twaalfhonderd stuks worden er dit keer gratis uitgedeeld. Bij haar ouders staat ze natuurlijk elke jaar nog stil, maar ze benadrukt dat Allerzielen in het Vondelpark niet bedoeld is als een eerbetoon aan hen. 

“Het zou gek zijn daar zo veel onbekenden voor op de been te brengen. Aan de andere kant, zonder hen was ik dit niet gaan doen, dat is zeker. En als er dan op 2 november weer een nietsvermoedende wandelaar nieuwsgierig de uitdeeltent in loopt om te vragen wat we aan het doen zijn en hij of zij vijf minuten later bij het water staat met een bootje en een handje bloemen denk ik: ja, dit is hoe ik het voor me zag, dit is wat ik wilde.”

Ze herinnert zich twee oudere vrouwen die vorig jaar in klapstoelen aan de vijver zaten. “‘We hebben net allebei onze man een zetje gegeven. Kijk, daar gaan ze samen,’ zeiden ze gniffelend. Natuurlijk worden er tranen gelaten, ook door mij, maar Allerzielen is in het Vondelpark geen treurige gebeurtenis. Het is ingetogen, liefdevol en het ziet er beeldig uit. Dat laatste doet er voor mij ook toe, ik geloof in de troostende werking van schoonheid.”

Allerzielen in het Vondelpark, 2 november van 18.30 tot 20.30 uur bij de grote vijver, allerzieleninhetvondelpark.nl

Beeld Allerzielen in het Vondelpark
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden