PlusInterview

Henk Winters, buurticoon van Oud-West, is opgegeven: ‘Jongens, ik leg me erbij neer’

Henk Winters in zijn keuken. ‘Ik wil op een relaxte manier aan mijn eind komen.’Beeld Marie Wanders

Henk Winters, wereldberoemd in Oud-West, is opgegeven. Nog twee afscheidsborrels en dan is het mooi geweest. ‘Het is heftig en mooi tegelijk.’

In zijn huis staan nog 25 analoge televisies. Het waren er ooit 34. Tussen 1988 en 2010 werd in het huiskamertje tijdens elk EK en WK voetbal een tribune gebouwd: zes planken, vijf lagen, mudvol met zo’n vijftig supporters. Grolsch sponsorde bier, een slagerij doneerde hapjes, een coffeeshop kwam blowtjes brengen. “Een compleet gekkenhuis,” zegt Henk Winters (73). “Stadion Winters was wereldberoemd. In de buurt.”

Hij zit in een stoel, ademen gaat lastig. “Ik ben net terug uit het Antoni van Leeuwenhoek, we hebben het einde besproken. Euthanasie, over een maand, misschien twee.”

De artsen stelden nog nieuwe bestralingen voor, maar daar heeft Winters geen zin meer in. Weer dat masker, weer die ellende. “En dan? Dan leef ik over een half jaar misschien nog. Ik zei: dokter, dat kan helemaal niet. Ik geef nu allemaal afscheidsborrels en over een halfjaar heb ik geen geld meer voor consumptiebonnen.”

Afgelopen zaterdag kwamen zo’n honderd buurtbewoners afscheid van hem nemen in buurthuis De Klinker, morgen worden nog meer mensen verwacht bij Henks Hemelse Burenborrel. En dan is volgende week zaterdag nog een afscheid in zorgcentrum De Riekerhof, met het Gay Men’s Chorus Manoeuvre. Houdt hij ook toevallig nog een afscheidsfeestje in een kroeg? “Nee joh, dat doe ik bijna elke dag al, in buurthuis de Havelaar en café Bax.”

Vorige week in de Klinker was alvast zeer geslaagd. “Het was vrolijk en zó gezellig. We hebben met zijn allen gezongen en gedanst, maar het is natuurlijk ook af en toe verdrietig. Het is heftig en mooi tegelijk.”

Drie weken geleden kwam de onheilstijding. Winters had al twaalf jaar strottenhoofdkanker; bij een punctie bleek dat de tumoren nu overal zitten. “Er was niets meer aan te doen. Ik heb gezegd: jongens, ik leg me erbij neer. Ik heb besloten op een leuke, relaxte manier aan mijn eind te komen.”

Sindsdien wordt hij overspoeld met warme woorden. Mensen bedanken hem voor alles wat hij voor de buurt heeft gedaan. ‘Henkie bedankt,’ zingen ze. “Ik hou van Oud-West, ik woon hier vijftig jaar, dus dat vind ik mooi om te horen. Ik was laatst op een crematie. Over de doden niets dan goeds, maar daar merk je niks meer van. Nu maak ik het allemaal mee. Ik vind het eigenlijk wel prima, dat het zo loopt.”

Roze ambassadeur

Henk Winters werd in 1946 geboren in Steenwijkerwold en vertrok eind jaren zestig naar Baarn om daar gemeenteambtenaar te worden. Tijdens zijn verjaardagsfeestje in 1969 werd op de deur geklopt. De politie. Winters en zijn vrienden zaten stickies te roken.

Hij werd in zijn eigen huis ­tegen de muur gezet en gearresteerd. De politie nam zijn dagboeken in beslag. Midden in de nacht werd hij verhoord. “Ze zeiden: ‘Meneer Winters, meneer Winters, waar gaat u allemaal naartoe? Paradiso, Fantasia, Utopia. U leeft niet in de werkelijkheid. U hoort hier niet thuis. Gaat u maar naar dat Sodom en Gomorra.’ Ik werd als ongewenst ­burger Baarn uitgezet.”

Winters ging terug naar zijn ouders. “De politie zei tegen mijn vader: ‘Weet u dat uw zoon homo is?’ ‘Dat dacht ik al,’ zei mijn vader. Dus de politie heeft ervoor gezorgd dat ik op mijn 23ste uit de kast kwam.”

Ook dominee De Ruiter kwam met hem praten. “Hij zei: ‘Dat je homo bent, daar kun je niks aan doen. Maar je mag er niet aan toegeven. Zie het als een kruis van God.’ Ik zei: ‘Nou dominee, ik vind het veel te lekker.’”

Nog datzelfde jaar vertrok Winters naar Amsterdam, waar hij jongerenwerker werd op het Van Beuningenplein. Het begin van een mooie tijd. Tussen 1977 en 1991 had hij sportcentrum Silo bij de Weesperzijde. Winters gaf er conditietraining en massages. Ook organiseerde hij festivals, salsa, rock-’n-roll – en livemuziek op 5 mei bij buurtcentrum de Havelaar. In café Schin op Geul, nu Bax, organiseerde hij jarenlang het feest op Koninginnedag. “Dan hielden we een koninginnenverkiezing voor de leukste meiden uit de buurt. Ik was minister van natte zaken.”

Ook maakte Winters zich sterk voor de roze zaak. In zorgcentrum De Riekerhof verzorgde hij de Roze Theequiz en als roze ambassadeur gaf hij voorlichting op scholen. “Dan kwamen er twee Marokkaanse jongens naar me toe. ‘Heeft u het echt nog nooit met een vrouw gedaan?’ ‘Nee,’ zei ik, ‘ik doe het alleen met mannen.’ ‘Hoe kan dat nou?’ zeiden ze. ‘U bent zo’n aardige man.’ Dan ben ik trots.”

Zijn soepen zijn ook wereldberoemd in de buurt. De eerste zondag van de maand soto ajam, en de tweede zondag pindasoep. “Iedereen wil nog snel het recept.”

Eén klagende buurvrouw

Nog even over Stadion Winters: de woning van Winters was voor even echt wereldberoemd. Tijdens het EK van 1992 stonden vijf reportagewagens uit Hilversum op de stoep, en tot uit België en Duitsland kwam pers kijken.

In 2010 was het afgelopen. De woningcorporatie vond een voetbalstadion in een kleine woonkamer toch geen goed idee en verbood de bouw van de tribune na klachten over geluidsoverlast. “Eén klagende buurvrouw. Die heeft het verpest. Ik heb nog even overwogen gewoon door te gaan, maar de wijkagent zei: ‘Henk, doe het niet. Eén klacht en we halen je huis leeg.’”

De lol was er toen wel af.

Nu heeft Winters nog een laatste mooi vooruitzicht: hij schenkt zijn lichaam aan Body Worlds, het instituut dat echte mensenlichamen exposeert, onder meer in een permanente tentoonstelling op het Damrak. “Als ik straks de pijp uit ga, komt een mooie auto voorgereden en dan brengen ze me naar Heidelberg. Dan ga ik in een busje naar Body Worlds in Guben. In het plastinarium word ik in een grote la geschoven en gaan ze met me aan de slag met een chemisch middel. Mijn lichaam wordt helemaal geconserveerd.”

Zeven jaar geleden zag Winters een expositie van Body Worlds op de Zuidas. Het leek hem wel wat, zijn geconserveerde lichaam tentoongesteld, het liefst als voetballer.“Ze gaan het eventueel proberen, maar kunnen niets garanderen. Ik zeg weleens: je kan me altijd komen opzoeken op het Damrak. Je herkent me wel aan mijn paardenstaart. Die is een meter lang.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden