PlusInterview

Heleen van Royen: ‘Schaamte vind ik niet nodig’

Heleen van Royen: ‘Ik wilde één boek, maar dan wel een bestseller.’Beeld Alek

De literaire wereld dacht misschien dat Heleen van Royen (55) een eendagsvlieg zou zijn, maar ze viert nu haar twintigjarig jubileum met een nieuwe bundel. Moeder, dochter, minnares geeft een inkijkje in haar leven. De kersverse oma heeft nog geen plannen voor een nieuwe roman. Maar ja, ‘elk idee kan je laatste zijn’.

Toen Harry Mulisch eens werd gevraagd naar Heleen van Royen, maakte hij een geïrriteerd wegwerpgebaar. De schrijver beschouwde haar duidelijk niet als een collega. “Dat wat ik deed, was geen schrijven. Hij had me niet gelezen. Dat was ook niet nodig.”

Heleen van Royen beschrijft het in de bundel
Moeder, dochter, minnares, waarmee ze haar twintigjarig schrijvers­jubileum viert. De Nederlandse literaire wereld mocht dan wel haar debuut De gelukkige huisvrouw bij voorbaat hebben afgeserveerd, het boek werd het succes dat ze voor ogen had gehad. De gedeeltelijk autobiografische roman over Lea, die na een gruwelijke tangverlossing kampt met psychoses en gebukt gaat onder het onverwerkte trauma van de zelfmoord van haar vader, kreeg klinkende recensies in het buitenland. Er kwam een toneelstuk (met Isa Hoes), en een verfilming (met Carice van Houten).

Terugblikkend zegt ze: “Oef... Ik weet wel zeker dat ik me dit in het begin niet had kunnen voorstellen. Ik wílde het ook eigenlijk helemaal niet. Mijn toenmalige uitgever zei: ‘Ik geef schrijvers uit, geen boeken.’ Waarmee hij bedoelde dat ik méér boeken zou gaan schrijven. Dat was niet mijn plan. Ik wilde één boek, maar dan wel een bestseller. Zoals ik in mijn nieuwe boek schrijf: ik heb sowieso niet zo het gevoel dat ik ‘schrijver’ ben. Uiteindelijk wel, natuurlijk, als ik daadwerkelijk zit te schrijven, als er weer een boek ligt. Maar in het dagelijks leven ben ik vooral mens, vrouw, moeder, dochter, vriendin.”

Ze was getrouwd met SBS6-presentator Ton van Royen, is moeder van Olivia (28) en Sam (24) en heeft sinds juli een kleinzoon, Spencer. De scheiding ligt al ver ­achter haar; ze woont in Hilversum samen met drummer Bart Meeldijk (34).

Moeder, dochter, minnares is een inkijkje in haar persoonlijke leven en de viering van twee decennia schrijverschap ineen. Na het verguisde en bejubelde debuut bleek Van Royen geen eendagsvlieg te zijn. Meer romans volgden. Van Royen werd columnist voor onder meer Het Parool. Ze baarde opzien met de manier waarop ze haar lichaam in de strijd werpt – zoals in de naaktselfies-tentoonstelling Selfmade in het Letterkundig Museum in Den Haag in 2014 (de roemruchte foto waarop ze een tampon uit haar vagina trekt is voor 1900 euro geveild) en haar Sexdagboek uit 2018. Maar onder­tussen was er ook de aangrijpende film Het doet zo zeer uit 2017, die ze maakte over haar dementerende moeder.

“Gisteren had ik een interview met een man die in zijn omgeving had rond­gevraagd naar mij. Hij zei: ‘Je hebt zo’n imago, er is altijd zo veel aan de hand met jou. Mensen weten niet wat ze met je aanmoeten.’ Het is allemaal perceptie. In the end schrijf ik gewoon boeken.”

Inmiddels heeft u toch een respectabel aantal romans en non-fictietitels op uw naam staan.

“Het begint wat te worden, ja, de teller loopt wel op. En als er een nieuw boek aankomt, is dat het prettigste. Het gevoel: het is er straks, dan gaan ze je lezen, dan krijg je reacties. De film over mijn moeder was gaaf om te maken, maar het gevoel van schrijven, dat is toch het meest eigen. Dat is waar je uiteindelijk helemaal zelf de controle hebt.”

In de nieuwe bundel komen veel thema’s uit De gelukkige huisvrouw terug. U vertelt over de impact van de zelfmoord van uw vader en psychoses, maar u houdt ook een tirade tegen de Nederlandse cultuur rond bevallingen.

“Het is een soort spiegel. Inmiddels is mijn eigen dochter bevallen, mijn moeder is overleden, ik heb mijn vader bij haar herbegraven. Alles wat toen speelde, komt terug – je ziet die thema’s terugkeren in veel van mijn werk. Maar dat gaat vanzelf, het is niet dat ik denk: vink, vink, vink.”

U heeft meer dan anderhalf miljoen boeken verkocht. En toch, u somt het op: nooit een prijs gewonnen, en uw naam wordt telkens verkeerd gespeld. U wordt publiciteitsgeil genoemd. Voelt u zich miskend?

“Nee, ik voel me zeker niet miskend. Maar ik vond het wel grappig om dat even zo te benoemen. Ik weet dat ik niet word gezien als schrijversschrijver.”

Niet iedereen laat zijn eigen naakt­selfies zien of schrijft tot in detail over zijn of haar seksleven.

“Ik snijd thema’s aan als de vrouwelijke seksualiteit. Ik ben een vrouw en een seksueel wezen, dus dat is niet zo vreemd.”

Het wordt al gauw exhibitionistisch gevonden.

“Ja. Maar zo kijk ik er niet tegenaan. Voor mij zijn het creatieve projecten. Ik ben geen exhibitionist in de zin dat ik op straat mijn kleren ga uittrekken, maar gebruik mijn lichaam en mijn gedachten over seks om iets over te dragen. Daarvoor kun je het beste je eigen lichaam gebruiken. Ik kan toch moeilijk aan jou vragen of je even je tampon eruit wil trekken. Ik snap de reacties soms oprecht niet. Uit­eindelijk is het, denk ik, projectie, angst. Het is te eng, te open, en dat kan confronterend zijn. Maar het zou beter zijn als iemand anders die analyse maakt. Een prijs zou daarom wel handig zijn. Dat er een juryrapport ligt met: ‘Nou dit doet mevrouw allemaal en dat bedoelt ze ermee.’”

‘Ik bevind me in een heel gelukkig tijdperk.’Beeld Alek

Is uw boek misschien ook niet te lezen als een poging tot uitleg en rechtzetten?

“Ik heb echt bedacht: twintig jaar verder, wat wil ik nu vertellen? Ik had dingen die te groot waren voor een column, maar te klein voor een roman. De eerste keer dat Bart en ik xtc gebruikten, oma worden, het gesprek met mijn botoxarts, het verhaal over Fadi, de vriend van George Michael met wie ik bevriend raakte. Al die dingen fladderden in mijn hoofd. En toen bedacht ik de indeling: welke rollen speel je in je leven? Moeder, dochter, minnares – maar ook vrouw natuurlijk, vriendin. Op die manier kon ik rangschikken en schrijven. Het fijne was ook, het hoefde niet lang, ik had telkens dingen af.”

Het staat op uw twittertijdlijn. Weer een stuk erbij, 55.000 woorden inmiddels. Gejuich. En weer door.

“Ik zie me hier weer zitten met de laptop op de bank. Soms kom je er niet in, dan moet je wachten op een ingeving. Ik zat maar naar die laptop te staren. En dan komen er ineens drie woordjes waarmee ik verder kan, daar ben ik dan zo blij mee. Dat is het mooie van een creatief brein. Het leukste, én het angstigste. Want elk idee kan je laatste zijn.”

Heeft u ook plannen voor een nieuwe roman? De laatste is alweer zes jaar geleden.

“Ik ben er huiverig voor, ik vind dat heel zwaar. Dan werk je een jaar lang aan hetzelfde. Het triggert veel meer in je hersenen dan non-fictie, ik ga er slecht van slapen, het is het zwaarst voor mijn hoofd. Dat probeer ik een beetje te ontwijken. Deze vorm was nu voor mij goed te behappen.”

Komt dat ook door deze nieuwe fase in uw leven? Gesetteld in Hilversum, oma geworden. Is een roman nu te veel?

“Ik bevind me in een heel gelukkig tijdperk. Het gaat goed met Bart, met de kinderen, en met Ton – we tennissen samen, we hebben het samen goed gedaan. Ik geniet erg van die harmonie. Mijn moeder is overleden, Barts vader twee jaar geleden, hij was nog maar 65. Ik denk: het kan ook heel kort zijn allemaal. Ik ga genieten van mijn gezin. En een dag in de week oppassen op mijn kleinzoon.”

Beelden op haar telefoon. Pasgeboren baby’tje. Eerste gorgelende lachje, gekraai. Heleen van Royen is ook gewoon een trotste oppasoma.

Wat een contrast. In uw boek schrijft u dat schoolvriendjes van uw zoon vroeger dachten dat u een losgeslagen seksgodin was bij wie de dildo’s aan de muur zouden hangen.

“Ik heb wel dildo’s. Maar nee, niet aan de muur. Het is zo gek dat het óf óf is. Mensen vragen me ook: ‘Mag ik je wel oma noemen?’ Ja natuurlijk! Dat ben ik! Hij is mijn kleinzoon! Het is een groot cadeau.”

Jeugdfoto van Heleen van Royen.

Lange nagels tikken op de tafel, we komen op de tentoonstelling Drie fatale vrouwen in het Louis Couperusmuseum in Den Haag in 2009. Haar openingsspeech staat in het boek. Ze was destijds zo vereerd toen ze de uitnodiging ontving dat ze in de haast een zinnetje over het hoofd had gezien: of ze bereid was de opening te verrichten ‘in haar functie van eigentijdse femme fatale’. Het is ‘een functie die ik niet bekleed en waarnaar ik niet had gesolliciteerd’, schreef ze. “Ik had die tekst in mijn computer bewaard. Die zegt veel over hoe mensen over me denken en hoe ik mezelf zie.”

Ze vond nóg iets terug in haar computer, te laat voor het boek, maar veelzeggend. Een getypte tekst, van toen ze zestien was. Wereld heet het. Er staat: ‘Grandioze titel voor een boek eigenlijk. Wereld, het pakt meteen, hè? Het is ook een goede naam voor een bestseller. Want ik weet niet in hoeverre ik dat weet, maar dit boek wordt dus duidelijk een bestseller. Anders had ik het nooit geschreven.’ Van Royen nu: “Zestien! Ongelooflijk toch?”

U leest dit trouwens met implantaatlenzen. Geen leesbril. U bent daar heel open over.

“Over hoe blij ik ben met alle aanpassingen. Ja, ik ben heel blij met die lenzen, ik hoef nooit een leesbril, ik kan nooit staar krijgen. En ik ben heel blij met mijn borsten ook. Kunstknieën en -heupen vinden mensen normaal, maar als het niet een medische maar een esthetische ingreep is, hoort het eigenlijk niet. Dan moet je het uitleggen. Het is je éígen lichaam, je mág die dingen doen, je schaadt er niemand mee. Het is leuk om er open over te zijn, ook omdat vrouwen zich schamen. Schaamte vind ik niet nodig.”

U lijkt totaal onbeschaamd.

“Als het over dit soort dingen gaat. Maar ik ken zoals ieder mens natuurlijk wel schaamte of gêne, als ik ergens sta en een scheet moet laten, of bij de dokter met mijn benen wijd moet. Maar als het werk betreft vind ik het belangrijk daaroverheen te stappen.”

Een vrouw met ballen, zoals u zelf schrijft.

“Ik vind ze zo mooi. Ik heb ze mezelf cadeau gedaan voor mijn vijftigste verjaardag. Ik heb er zo lang tegenaan gehikt. Ik wilde het allang, maar ‘niet snijden in een gezond lichaam’, dat had ik natuurlijk ook. Maar ik ben eroverheen gestapt.”

Maar dat zou u hebben gedaan vanwege uw ‘toy boy’ Bart, 21 jaar jonger. U bent de cougar...

“Of de cradle snatcher. Vreselijke termen. Het blijft altijd mijn stokpaardje: vrouwen mogen minder dan mannen, minder buiten de lijntjes kleuren, minder ruimte voor zichzelf opeisen. Ik krijg geregeld op twitter commentaar: ‘Is dat je zoon?’ Ik ga al bijna acht jaar met Bart. En wat betreft die borsten: ik heb het echt voor mezelf gedaan. Ze waren zo leeg, ik vond het echt jammer. Het is leuk dat Bart het gaaf vond, het hielp dat hij meeging naar de arts. Ton was altijd faliekant tegen, die vond het helemaal niks. Het zal de eerste associatie zijn die je als kind hebt van de moederborst. Maar ik vind het heerlijk, zacht, sexy – en gezellig. Er zit weer iets dat ik vast kan houden. Ik hoop overigens wel dat uit mijn werk spreekt dat ik niet zeg dat vrouwen hun borsten moeten laten vergroten. Je hoeft helemaal niks. Behalve xtc, haha.”

‘Je hoeft helemaal niks. Behalve xtc, haha.’Beeld Alek

Ook dat staat in het boek. U beschrijft de euforie en de verrijkte seks. En datzelfde boek gaat ook over uw vader. Veertig jaar geleden was u zo boos dat u niet naar zijn begrafenis wilde – nu heeft u hem herbegraven, bij uw moeder.

“Ik zag dat al die aspecten van mijn bestaan samen konden gaan. Ja, die herbegrafenis was echt heel bijzonder. Het gekke is dat ik mijn vader weer heb teruggekregen. Het was altijd zo’n abstract verhaal van ver en niet. Nu heb ik het einde van dat verhaal zelf geschreven, Het was een krankzinnig moment toen ik naast die geopende kist stond en de stof aanraakte. Alsof ik door een wormgaatje ging. Hij was in een zak begraven, daardoor was zijn lichaam nog intact. En ik stond bij hem, bij iemand van wie ik 40 jaar lang nooit afscheid had genomen. Ik ging helemaal stuk. Een heel grote bubbel van emotie kwam naar buiten.”

Het heeft iets symbolisch: hij kon pas vergaan toen jullie de rits openmaakten.

“Dat zei Clemens, de begrafenisondernemer, ook: hij heeft op je gewacht. Dat gaat me te ver. Maar letterlijk was het wel zo. Anders lag hij nog steeds dichtgeritst in Amsterdam-Noord. Het klinkt spiritueel, en ik ben niet zo van het spirituele , maar ik denk dat het goed is voor mijn ouders. Ze zijn twintig jaar getrouwd geweest en hebben drie kinderen voortgebracht. Nu zijn ze ‘voor eeuwig verbonden’, zoals de tekst in mijn moeders oude fotoboek luidde.”

“Het is heel gek, niemand die me in die veertig jaar tegenhield, maar ik ben nooit naar zijn graf gegaan. Zelfs niet toen ik een paar jaar geleden via een nicht de grafrechten kreeg. Maar ik kon ook niet zeggen: ik laat hem ruimen. Ik kon het niet wegdoen.”

Is het nu afgesloten?

“Nee, het is nooit afgesloten, het is nooit klaar. De tragiek van een vader die zelfmoord pleegt als je 13 jaar oud bent, blijft. Maar het geeft me een gevoel van controle dat ik nu zelf iets kon doen, fysiek iets kon doen. Het is niet eind goed al goed, maar het voelt wel of er draden zijn afgehecht.”

Heleen van Royen

(Helena Margaretha Kroon)
9 maart 1965, Amsterdam

1971-1977 Bisschop Huibersschool, Amsterdam
1977-1983 Pius X Lyceum, Amsterdam
1983-1984 Receptionist Kroom Dakdekkersbedrijf, Amsterdam
1984-1988 School voor de Journalistiek, Utrecht
1989-2000 Journalist bij Haarlems Dagblad en Radio Noord-Holland
2000 Debuut met De gelukkige huisvrouw

Andere romans: Godin van de jacht (2003), De ontsnapping (2006), De Mannentester (2009) en De hartsvriendin (2014). Het totaal aantal verkochte boeken is tot nu toe 1,7 miljoen.

Heleen van Royen is na een jarenlang verblijf in Portugal beland in Hilversum; daar woont ze met haar partner Bart Meeldijk en de herders Fenna en Alpha. Ze heeft samen met haar ex-man Ton van Royen twee volwassen kinderen, Olivia en Sam. In juli 2020 werd ze oma van kleinzoon Spencer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden