PlusReportage

Helden en verraders: het vernieuwde Verzetsmuseum wil al hun verhalen vertellen

Fiets van verzetsvrouw Fernanda van Hamersveld-Kapteijn, die als koerierster illegale bladen rondbracht. Beeld Dingena Mol
Fiets van verzetsvrouw Fernanda van Hamersveld-Kapteijn, die als koerierster illegale bladen rondbracht.Beeld Dingena Mol

NSB’ers, ‘foute’ Nederlanders, dwang­arbeiders en bevrijders krijgen door nieuwe historische inzichten nu óók een plek in het totaal vernieuwde Verzetsmuseum. ‘Het lag bij onze achterban gevoelig. Sommige mensen werden boos.’

Hanneloes Pen

De eerste tentoonstellingsruimte zet de toon. Vier grote (nagemaakte) nazivlaggen met hakenkruis hangen aan het plafond. In de eerste vitrine prijkt een groot portret van Anton Mussert, de leider van de NSB. Het is een bewuste keuze. “Met het schok­effect drukken we uit dat de bezetting is begonnen. We laten zien dat de nazi’s de baas waren in Nederland,” zegt directeur Liesbeth van der Horst van het Verzets­museum.

Het kan heftig binnenkomen bij sommige bezoekers. Maar de keuze om nu ook de daders een plek te geven in het museum is voor Van der Horst een logische stap. “Vanuit educatief oogpunt is het goed om te laten zien hoe daders tot ­verschrikkelijke dingen komen.”

Dat wordt al snel duidelijk bij het verhaal over de fanatieke en meedogenloze Amsterdamse Jodenjager Wim Henneicke waar een uitgeschreven kwitantie aan ­collaborateurs voor de uitbetaling van 37,50 gulden voor vijf aangebrachte Joden in de vitrine ligt. Zijn groep – ‘Colonne ­Henneicke’ – wist uiteindelijk 8000 tot 9000 Joden op te pakken en uit te leveren.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

“Het verhaal van Jodenjagers wordt wel verteld in geschiedenisboeken, maar nog niet in musea. In ons vernieuwde museum willen we hen niet uitsluiten.”

Ook NSB’er Elisabeth Keers-Laseur, ­leider van de Nationaal-Socialistische Vrouwen Organisatie, krijgt een plek. Ze bleef tot haar dood in 1997 op 107-jarige leeftijd overtuigd nationaalsocialist.

Was het nog een discussiepunt bij het Verzetsmuseum om ook aandacht te besteden aan de daders? “Het lag bij onze achterban gevoelig. Sommigen reageerden boos. ‘Geef ze geen stem,’ zeiden ze. Bij ons Verzetsmuseum Junior merkten we dat jongeren het verhaal van het NSB-meisje juist erg interessant vinden.”

Het museum laat ook zien dat wat een dader is, afhangt van de positie die je inneemt. Het vertelt dat Erik Hazelhoff Roelfzema – Soldaat van Oranje – als RAF-piloot bommen op Berlijn gooide en dat na de bevrijding gewone mensen wraak namen en daders werden.

Gezakt op Tripadvisor

De vaste tentoonstelling van het museum is door nieuwe historische inzichten rigoureus veranderd. Dat was volgens Van der Horst ook hard nodig. De tentoonstelling was 23 jaar oud, wat in de museumwereld vrij ongewoon is, zegt ze. Daar gaat een vaste opstelling doorgaans tien jaar mee.

Dat het nodig was, merkten ze in het museum ook aan Tripadvisor, waarop het museum altijd in de top 5 van meest gewaardeerde musea stond. “We zakten enkele plaatsen naar beneden in die top 5.”

Het museum, dat vanwege de herinrichting de afgelopen zes maanden haar deuren sloot, stelde op drie A4’tjes tien ‘nieuwe inzichten’ op. Een verschil is dat het verhaal van de Tweede Wereldoorlog nu strikt chronologisch en aan de hand van persoonlijke verhalen wordt verteld. “Bezoekers kunnen zich inleven in die ­verhalen. De oorlog komt zo dichterbij.”

De bezoekers lopen door zes fasen van de bezetting die alle worden voorafgegaan door een filmprojectie met animaties: van de inval tot de bevrijding. Er zijn prachtig ontworpen decors met onder meer een cel met een originele deur van de gevangenis van de Weteringschans en teksten die zijn aangetroffen op gevangenismuren van het beruchte ‘Oranjehotel’ in Scheveningen: ‘In deze bajes zit geen gajes maar Hollands glorie, potverdorie.’

Nieuw is ook de aandacht voor burgerslachtoffers en dwangarbeiders. Waar in de oude opstelling alleen de slachtoffers van de Hongerwinter werden belicht, komen nu de 123.500 burgerslachtoffers uit heel Nederland door onder meer bombardementen van zowel de Duitsers als de geallieerden en de meer dan 30.000 omgekomen dwangarbeiders aan bod.

In het vernieuwde Verzets­museum loop je als bezoeker door zes fasen van de bezetting: van inval tot de bevrijding. Beeld Dingena Mol
In het vernieuwde Verzets­museum loop je als bezoeker door zes fasen van de bezetting: van inval tot de bevrijding.Beeld Dingena Mol

Het museum wil daarnaast aansluiten bij de trend om de geschiedschrijving niet meer slechts vanuit de doorsnee witte Nederlander te vertellen. “Verder kijken dan de witte man – die weliswaar een ­grote rol speelde in het verzet.”

Anton de Kom. Beeld Chuan Ming Ong
Anton de Kom.Beeld Chuan Ming Ong

Het museum belicht daarom ook de verzetsmensen uit de voormalige koloniën, onder wie de Surinaamse Anton de Kom en de Indonesische verzetsgroep Perhimpunan Indonesia, die de publieke opinie rijp probeerde te maken voor onafhankelijkheid na de oorlog. Ook is er een verhaal over een Marokkaanse krijgsgevangene die in Nederland aan de Atlantikwall bouwde. “Belangrijk voor de Marokkaans-Nederlandse jeugd om te laten zien: jullie horen er ook bij.”

Verzetskrant in braille

Ook blinde mensen en homoseksuelen die tijdens de oorlog een rol speelden, krijgen aandacht. Zo ligt er een authentiek exemplaar van de in braille geschreven verzetskrant Oranjenieuws vóór en dóór blinden die de blinde Lida Hoeijenbos (1915-1993) met een broer en zus maakte. De braillekrant kwam op een rommelzolder van een van de nabestaanden tevoorschijn.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

De homoseksuele kunstenaar Willem Arondéus, leider van de aanslag op het bevolkingsregister, maakte met vrienden het plan om het register met persoonskaarten te vernietigen. “Hij worstelde met zijn geaardheid, maar bloeide op in het verzet. Uiteindelijk werd hij verraden en gearresteerd. Vlak voor zijn executie zou hij een vriendin hebben gevraagd de wereld te vertellen dat homoseksuelen niet zwak zijn.”

In Duitsland werden 10.000 tot 15.000 homoseksuelen naar concentratiekampen gebracht. In Nederland is dat beperkt, zegt Van der Horst. “Er is slechts één Nederlander bekend die in een kamp zat omdat hij homoseksueel was. We zetten recht dat Nederlandse homo’s op dezelfde schaal als Joden werden vervolgd.”

Meegesmokkelde sleutel

Meer zaken worden rechtgezet, waaronder het lang bestaande idee dat Joden zich als makke schapen lieten wegvoeren en het verzet pas laat op gang kwam. “Mensen denken in hokjes. Er zaten veel Joden in verschillende verzetsgroepen.”

Een van de Joodse verzetsmensen is Jacques van der Kar die voor de Joodse Raad in de Hollandsche Schouwburg werkte en opgepakte Joden verstopte op een tussenverdieping zodat ze konden ontsnappen.

Zijn mouwband van de Joodse Raad en een sleutel van de treinen naar Westerbork die hij stiekem aan gedeporteerde Joden meegaf, zijn op de tentoonstelling te zien. Eind 1943 dook Van der Kar zelf onder en overleefde de oorlog.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Het museum laat ook de morele onzekerheid en praktische zoektocht van het verzet zien. “Er wordt gemakkelijk geoordeeld dat het verzet laat op gang kwam. Het was bijvoorbeeld nogal een grote stap om het bevolkingsregister op te blazen. Niemand van de groep had ervaring in zo’n klus. Er ging een voorbereidingstijd van vijf maanden aan vooraf. Er moesten bewakingsschema’s, een plattegrond van het gebouw, politie-uniformen ter ­vermomming en springstoffen worden bemachtigd terwijl ondertussen de Jodenvervolging doorging.”

In het kader van hokjesdenken zijn er meer vooroordelen. De scheidslijn tussen ‘goed’ en ‘fout’ is niet zwart-wit, zegt Van der Horst. “We kunnen niet alle mensen indelen in goed en fout. Dan ga je eraan voorbij hoe moeilijk het leven onder een dictatuur was. Of je verzet pleegde, hing ook van je karakter af. Iemand als Gerrit van der Veen was onverschrokken. Hij had liever dat zijn kinderen zeiden ‘wij hadden een dappere vader’ dan ‘wij hadden een laffe vader.’”

Gerrit van der Veen. Beeld Chuan Ming Ong
Gerrit van der Veen.Beeld Chuan Ming Ong

Het museum wil meer begrip creëren voor hoe het was om te leven onder bedreiging van een dictatoriaal regiem. “Verzet was en is niet simpel. Wij willen nuances aanbrengen. Het was niet makkelijk om in het verzet te gaan. De nazi’s zeiden: wie een Jood helpt wordt als Jood behandeld. De meesten durfden het niet.”

Collaboratie en verzet konden bovendien in één persoon voorkomen. In de ­tentoonstelling wordt het verhaal verteld van een politieman die Joden uit huizen moest ophalen en later actief werd in het verzet.

Crystal meth

Tenslotte is er ook aandacht voor seks en drugsgebruik tijdens de oorlog. De spanning die de bezetting en het verzet gaven, was een stimulans voor liefdesrelaties en drugsgebruik. Verzetsman Piet Meerburg, die onderduikadressen zocht voor de uit de crèche gesmokkelde Joodse kinderen tegenover de Hollandsche Schouwburg, vertelt over opbloeiende liefdes tussen de jonge helpers vanwege de spanning, angst en kameraadschap.

Het pepmiddel pervetine (tegenwoordig crystal meth) werd onder meer gebruikt door Johannes Post, een van de leiders van de Landelijke Knokploegen die onderduikers hielp en overvallen pleegde. Hij leefde door het gevaarlijke werk onder zware spanning. Een bevriend huisarts gaf hem het pepmiddel om op de been te blijven. Een buisje waarin de drug zat, ligt in een vitrine.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

In de tentoonstelling worden ook zogenoemde duoverhalen verteld. Zo wordt verzetsvrouw Hannie Schaft – het meisje met het rode haar – gekoppeld aan de Duitser Emil Rühl die maandenlang jacht op haar maakte en haar verhoorde. ‘Voor ons was ze een terroriste die onze mensen doodschoot,’ zo vond een van de onderzoekers van het museum in Rühls strafdossier in het CABR-archief in Den Haag.

Tenslotte is er een link naar het heden waarin mensen aan het woord komen die te maken hebben met dictatoriale onderdrukking en verzet. Of de link naar het heden een moetje is? “Er is vraag naar vanuit het onderwijs en van de subsidiegevers. Bovendien is het maatschappelijk relevant.”

Hannie Schaft. Beeld Chuan Ming Ong
Hannie Schaft.Beeld Chuan Ming Ong

Het museum projecteert op een wand citaten van onder meer nabestaanden van verzetsstrijders. De dochter van Johannes Post zegt: “We zien vluchtelingen in de blubber, en heel Europa kijkt weg.”

De zoon van verzetsman Jaap de Graaf, die voor de verspreiding van de illegale krant Trouw zorgde: “Ik vraag me af wat mensen drijft om hun kritische vermogen in te leveren en achter mensen als Trump en Poetin aan te lopen.”

Het Verzetsmuseum gaat 2 december open voor publiek.

Het Parool

Ook de illegale pers van drukker Joh. Jesse aan de Nieuwezijds Voorburgwal die in 1944 Het Parool ging drukken is te zien op de nieuwe expositie.

Daarnaast is er aandacht voor Arie Addicks, die de illegale krant verspreidde en in 1941 werd gepakt. Achter op het huisreglement van de politiegevangenis schreef hij op 7 oktober 1941: ‘Gewerkt voor de vrijheid heb ik deze zeer duur moeten betalen. De dood was de inzet. Deze partij heb ik verloren (…) De tegenpartij beschikt nu over mijn leven.’

Op 8 oktober hingen er posters in de stad: ‘Arie is doodgeschoten, 25 jaar oud.’

Hoek Radio Oranje en Arie Addicks. Beeld Dingena Mol
Hoek Radio Oranje en Arie Addicks.Beeld Dingena Mol

Synagoge

Het in 1985 opgerichte Verzets­museum begon in de voormalige synagoge aan de Lekstraat, waar zo’n 15.000 bezoekers per jaar kwamen. Na de verhuizing in 1999 naar gebouw Plancius aan de Plantage Kerklaan schoot het aantal bezoekers omhoog.

Het museum ontving in 2019 113.000 bezoekers, onder wie 25.000 scholieren. Zo’n 40 ­procent van de bezoekers komt uit Nederland, 43 procent uit Angelsaksische landen. Dat jaar brachten 3200, voornamelijk jonge Duitsers een bezoek aan het museum.

Het Verzetsmuseum is het eerste museum met een audiotour en geleidelijnen voor blinden en slechtzienden en zogenaamde ‘voelobjecten’ zoals een veldfles met dubbele bodem om documenten in te verstoppen en een speciale ‘moffenzeef’ om stoorsignalen voor de radio weg te filteren.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden