PlusInterview

Hartsvriendin Jacqueline van Maarsen: ‘Anne Frank wordt door sommigen ten onrechte geclaimd als vriendin’

Jacqueline van Maarsen (92) was de hartsvriendin van Anne Frank. Ze bewaart mooie herinneringen aan hun vriendschap, maar ergert zich al jaren aan onwaarheden over haar vriendin en wil daarover vertellen: ‘Voor Anne, die ook niet van leugens hield.’

Jacqueline van Maarsen: ‘ Ik wilde Anne niet mythologiseren, maar juist vermenselijken.’
 Beeld Marc Driessen
Jacqueline van Maarsen: ‘ Ik wilde Anne niet mythologiseren, maar juist vermenselijken.’Beeld Marc Driessen

Anne Frank en Jacqueline van Maarsen leerden elkaar kennen toen ze in 1941 beiden als twaalfjarige leerlingen in klas 1L2 van het Joods Lyceum zaten. Of beter: Anne kwam na de eerste lesdag hard achter haar aan fietsen, omdat ze graag wilde kennismaken met Jacqueline. “Ze begon meteen te kletsen en babbelde honderduit. Het klikte direct tussen ons. Ze nam me mee naar haar huis en stelde me voor aan haar moeder. Ook vroeg ze of ik wilde blijven eten.”

De klik kwam deels door hun tegenovergestelde karakters, zegt de Amsterdamse. “Anne was altijd vrolijk en zeer levendig. Ik vond dat leuk aan haar. Ik was zelf rustig en verlegen. Na die eerste ontmoeting zagen we elkaar dagelijks. We lazen vaak samen Joop ter Heul van Cissy van Marxveldt. De een was Joop, de ander Leo. Vooral de liefdesscènes vonden we natuurlijk heel interessant.”

Jacqueline van Maarsen en Anne Frank. Foto uit privéarchief van Jacqueline van Maarsen. Beeld
Jacqueline van Maarsen en Anne Frank. Foto uit privéarchief van Jacqueline van Maarsen.

Hoe zag de vriendschap met Anne Frank eruit?

“We waren dagelijks bij elkaar. We organiseerden een filmmiddag voor Annes dertiende verjaardag en tikten de uitnodigingen op de typemachine van haar vader, Otto Frank. Anne kwam ook wel bij mij over de vloer, maar minder vaak. Mijn ouders hadden in het eerste oorlogsjaar een conflict met elkaar over de inschrijving van ons, de kinderen, bij de Joodse gemeente. De sfeer bij Anne thuis was warm. Ik kwam er altijd graag.”

“Een keer sliep Anne bij ons thuis, de dag voor mijn verjaardag. Ze gaf me het boek Hup Loek! van Aleid Ages-van Weel. Ik was er zo blij mee. Het staat nog in mijn kast.”

Van Maarsen loopt met haar rollator naar de boekenkast waar de Joop ter Heuls staan die ze met Anne Frank las. Een plank erboven staan de vier boeken die Van Maarsen over Anne schreef, waaronder het met de Zilveren Griffel bekroonde kinderboek ‘Je beste vriendin Anne’ (2012).

In het vorig jaar gepubliceerde boek Anne Frank, het meisje en de mythe kaart u de mythevorming rondom Anne aan. Waarom wilde u Anne Frank van haar mythische aura ontdoen?

“Anne werd een soort heilige en was geen meisje meer. De professionals hadden de mythe Anne nodig voor hun werk. Ik wilde haar niet mythologiseren, maar juist vermenselijken. Anne was mijn vriendinnetje.”

U stelt ook dat Anne door sommigen ten onrechte wordt geclaimd als vriendin en ergert zich er al jaren aan. Zelf zweeg u veertig jaar na de oorlog over uw vriendschap. Waarom?

“Ik wilde niet opscheppen. Ik wilde niet interessant gevonden worden dankzij een vriendin die in het concentratiekamp was vermoord. Er waren mensen die ermee pronkten dat ze met Anne bevriend waren. Soms ten onrechte. Ik lag er nachten wakker van en word er nog steeds boos over. Ook Anne hield niet van leugens. Ik weet zeker dat ze dat vreselijk had gevonden.”

In 1986 gaf u voor het eerst een interview op de radio en aan het damesblad Libelle onder de naam ‘Jopie’, zoals Anne Frank u in haar dagboek noemde. Waarom doorbrak u uw zwijgen over de vriendschap?

“Het werd te gortig, die verhalen van zogenaamde vriendinnen. Het interview bracht niet veel beroering teweeg. In 1987 kwam een filmploeg naar Nederland om een film te maken over Anne Frank. Ze spraken met Miep Gies, een van de helpers van de onderduikers in het Achterhuis, en Annes vriendin Hannah Goslar. Ze vroegen ook mijn medewerking. Ik ging op het verzoek in. Allereerst om de echtheid van het dagboek van Anne te bevestigen, dat soms in die tijd ter discussie stond. Ik dacht ook: ik hoor er tenslotte bij. Maar de film kwam nooit uit.”

Kort daarna werd uw identiteit wel ‘onthuld’ in het interview met Vrij Nederland. Het bracht een ommekeer in uw leven. U begon zich in te zetten voor Annes nalatenschap en gaf tientallen lezingen in onder meer Nederland, Frankrijk, Hongarije, Japan, Rusland en de Verenigde Staten. Met een koffertje vol documenten trok u de wereld rond en vertelde u uw verhaal voor tientallen schoolklassen.

“Ik vond het belangrijk om kinderen te vertellen wat er was gebeurd. Ik ervoer vooral in Amerika wat het betekende de vriendin van Anne Frank te zijn. Iedereen hing aan mijn lippen. Ik gebruikte mijn verhaal om over het antisemitisme te praten, dat overigens nog steeds levendig is. Kijk naar de demonstranten tegen de coronamaatregelen die met Jodensterren op lopen. Ze zeggen dat ze net zo lijden als de Joden. Belachelijk. De oorlog is niet te vergelijken met deze tijd. En die Urkers in nazi-uniform. Onbegrijpelijk en verbijsterend. Ze realiseren zich niet wat het oproept. Het zijn verwende kinderen die willen feesten. Het is puur antisemitisme.”

In het koffertje bewaart Van Maarsen documenten die herinneren aan Anne Frank: brieven en ansichtkaarten van Otto Frank, een van de eerste drukken van Het Achterhuis met een visitekaartje van Otto Frank erin geplakt, foto’s van Anne in de schoolbanken en een ingelijste kopie van de afscheidsbrief die Anne haar schreef, maar die Van Maarsen pas na de oorlog las.

“We hadden met elkaar afgesproken dat we elkaar een afscheidsbrief zouden schrijven als een van ons moest vertrekken. Toen ik hoorde dat Anne weg was, was ik heel teleurgesteld dat ik geen brief had gekregen. Ik dacht de hele oorlog dat ze met haar familie naar Zwitserland was vertrokken.”

U kwam kort na het vertrek van de familie Frank naar het Achterhuis nog in het huis aan het Merwedeplein. Hoe verliep dat?

“De ouders van Hannah Goslar hadden de familie Frank een weegschaal geleend. Wij moesten die terughalen. Onderhuurder Herr Goldschmidt liet ons binnen. Ik zag dat Anne haar bed onopgemaakt had achtergelaten, terwijl het anders netjes was. Haar schoenen met beweegbare zolen waar ze zo trots op was, stonden nog in haar kamer. Ik vermoedde dat ze halsoverkop waren vertrokken. Ik keek rond of haar dagboek er nog was. Ik mocht het nooit lezen en was er nieuwsgierig naar. Ik wilde weten wat ze over mij schreef. Maar haar dagboek was weg.”

Na de oorlog kwam Otto Frank bij u en uw ouders thuis om te vertellen wat er was gebeurd.

“Otto Frank kwam in 1945 huilend het verhaal vertellen. Hij wist nog niet dat zijn dochters niet meer leefden. Dat hoorde hij later van de zussen Brilleslijper, die samen met Anne en haar zusje Margot in Bergen-Belsen gevangen zaten. Hij huilde de hele tijd. Dat maakte grote indruk op me. Ik vond het zo zielig voor hem.”

“Otto Frank gaf mij ook de twee afscheidsbrieven te lezen die Anne in haar dagboek had geschreven. Anne had zich gehouden aan de afspraak. De originele brieven zijn niet bewaard gebleven.”

Otto Frank kwam vaak naar u toe.

“Hij wist dat Anne op mij gesteld was en wilde de verhalen horen over zijn dochter. Otto nam me mee naar het Achterhuis. Ik keek naar de plaatjes aan de muur van Annes kamer. Dat waren plaatjes die wij ook vaak hadden uitgeknipt, van filmsterren en zo. Ik voelde me dat eerste jaar heel eenzaam en miste de vriendschap met Anne. Miep Gies, die tegenover ons woonde, had Anne wel verteld dat ik veilig was in de oorlog. Ik hoefde geen ster te dragen, omdat alleen mijn vader Joods was.”

Van Maarsen, van wie haar ooms, tantes en nichtjes zijn vermoord in de kampen, pakt het poesiealbum uit haar koffertje. Ze slaat de bladzijde open waar Anne Frank een gedichtje in schreef: Amsterdam 23 maart 1942. ‘Lieve Jacque’ staat erboven. Het is ondertekend met ‘Ter herinnering aan je vriendinnetje Anne Frank’, met ernaast een foto van Anne.

“Dit album moet in de familie blijven. Wat er met de rest van deze spullen gebeurt, laat ik aan mijn familie over. Ik zie het niet als een heiligdom. Voor mij was Anne mijn vriendinnetje. Natuurlijk had ze het fantastisch gevonden, al die aandacht. Maar ze moest ervoor doodgaan en in een kuil worden gegooid.”

Jacqueline van Maarsen met Otto Frank, 1970. Foto uit privéarchief van Jacqueline van Maarsen. Beeld Marc Driessen
Jacqueline van Maarsen met Otto Frank, 1970. Foto uit privéarchief van Jacqueline van Maarsen.Beeld Marc Driessen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden