Hartstochtelijk en hysterisch

Martha Gellhorn: De ogen van miljoenen. Brieven 1930-1996
Meulenhoff, 29,90 euro

De eerste zeventig pagina's denk je nog: wat een vreselijk overdreven mens, maar toen was Martha Gellhorn (1908-1998) ook pas in de twintig. Haar volwassen leven begon toen ze met Ernest Hemingway de Spaanse Burgeroorlog versloeg, de enige oorlog vorige eeuw die om de goede redenen is uitgevochten, schreef ze later. Spanje zou haar nooit meer loslaten, maar meer nog werd ze geraakt door de concentratiekampen, toen ze met het oprukkende Amerikaanse leger door Duitsland trok en een liefdesrelatie begon (haar huwelijk met Hemingway was al met veel geraas op de klippen gelopen) met generaal James Gavin. Aan Duitsers hield ze een levenslange, aan haat grenzende hekel.Ze was een uitstekende, hartstochtelijke (oorlogs)verslaggever, werkte aan het front in China, Finland en Vietnam, volgde het Eichmannproces, raakte verslingerd aan Afrika. Vaak beschreef ze niet de strijd, maar de slachtoffers; hun lot ging haar het meest ter harte. Gellhorns tragiek was dat ze eigenlijk romanschrijfster wilde zijn, maar als zodanig brak ze nooit echt door en het schrijven van fictie werd vaak een lijdensweg. Als ze later was geboren, had ze een kampioene kunnen zijn van de literaire non-fictie, maar dat genre bestond nog nauwelijks.
Gellhorn was een gedreven briefschrijfster. Brieven waren voor haar een vorm van conversatie, mede omdat ze vaak in haar eentje in afgelegen oorden woonde: in het binnenland van Mexico, aan het strand van Kenia, op de Keniase hoogvlakte (aan het eind van een ongeplaveid weggetje van vijftien kilometer!), op het platteland van Wales. De nu uitgegeven correspondentie omvat 630 pagina's en het is slechts een minieme selectie. Epistels konden 47 velletjes tellen.

Onder haar penvrienden waren Eleanor Roosevelt, Leonard Bernstein, H.G. Wells, maar ook een lerares wie ze haar hele leven trouw bleef. Wat dezen haar schreven, is niet bekend. Nadat een Hemingwaybiografe volgens haar misbruik van haar brieven had gemaakt, schreef Gellhorn: 'Goed, gebeurd is gebeurd, maar het is meteen de laatste keer geweest; alles is vernietigd; geen restjes voor de aasgieren.'

Alle brieven aan haar gingen zo verloren, wat dit boek des te intrigerender maakt: je moet raden waarop ze reageert, temeer daar de toelichtingen van de redactrice summier blijven.

Ze leefde heftig en schreef heftig. Je zult maar een toneelstuk hebben geschreven, zoals Meyer Levin over Anne Frank, en dan te horen krijgen dat 'je je zenuwen, je goede humeur, je energie en zeker je vrouw aan onzin hebt verspild'. Of een hartsvriendin zijn als Betsy Drake en te lezen krijgen: 'Je hebt geen idee waarom ik niet meer met je op reis wil? Omdat jij met al jouw gevoelens nooit eens goed naar jezelf kijkt, een vrouw die sikkeneurig wordt als niet alles loopt zoals zij wil, iemand die je in haar hum moet houden, anders is de beer los.' En over Bernstein zei ze dat hij iemand was 'die altijd vermaak bood, maar geen gezelschap was, geen kameraad, omdat hij nooit luisterde'.

En toch bleven de vriendschappen in stand, misschien doordat Gellhorn in haar niets ontziende eerlijkheid ook over zichzelf hard oordeelde: 'In de twee dingen waarnaar ik streefde, ben ik mislukt. Ik wilde een grote liefde tussen één man en één vrouw, en een meesterwerk schrijven. Jammer dan: die kwaliteit had ik niet.'

Onder die mislukkingen noemde ze niet het moederschap. In 1949 schreef ze Eleanor Roosevelt dat ze 'een stuk of zes' kinderen wilde en kort daarop adopteerde ze een Italiaans oorlogsweesje. Ze bloeide van liefde, maar het was gezien haar zwerversleven onvoorstelbaar dat ze een goede moeder kon zijn en het liep met de jongen ('gek van de lsd') slecht af, waarna ze hem in brieven nu eens met meegevoel en zelfverwijt en dan weer met hevige ergernis overstelpte: 'In mijn ogen ben je een zielig, dom mannetje. Ik heb geen respect voor jou en op het ogenblik weinig genegenheid.'

Haar heftigheid kende hoge toppen en diepe dalen. Elk nieuw huis was eerst het paradijs, maar na enige jaren de hel op aarde. Elke nieuwe man was om te beginnen de ideale man, maar later toch weer een zak of nietsnut. Het is soms van een ergerlijk gebrek aan relativeringsvermogen, maar je blijft geboeid lezen, omdat ze behalve licht hysterisch zo indrukwekkend onafhankelijk was, en zich ten slotte in haar hoge ouderdom (nog altijd bereid de volgende dag de wereld te verkennen) zo bewonderenswaardig handhaafde. En omdat zich in haar brieven meteen de hele twintigste eeuw weerspiegelt. (JOHN JANSEN VAN GALEN)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden