Plus Interview

Hans Vugts: de hotelier die hospita werd bij Casa

Hans Vugts (61) werkt bijna zijn hele leven al in Amsterdamse hotels. De vijfsterrenhotels ruilde hij 15 jaar geleden in voor studentenhotel Casa. Nu stapt hij daar op. ‘Misschien ga ik wel een cursus dj’en doen.’

‘Elk dubbeltje dat ik hier uitgeef, is van mij. Als er een kopje valt, denk ik: 40 cent.’ Beeld Jakob Van Vliet

De wisseldagen zijn de leukste bij Casa. Elk jaar op 31 mei gaan alle 359 vaste bewoners van het studentenhotel bij het Amstelstation na acht maanden weg, een dag ­later zijn hun studentenkamers omgetoverd tot blinkende hotelkamers.

“Dat is zo’n geoliede machine geworden. Dan helpen we allemaal mee. Elk jaar is er een andere projectmanager, het is een soort wedstrijdje. Elk jaar lukt het weer tien ­minuten sneller. En als we klaar zijn gaan we een hapje eten op de dijk, bij de Mojo.”

Hans Vugts is hoteldirecteur, maar ook hospita van studenten. Het Amsterdamse Casa, zíjn Casa, is pionier van studentenhotels die nu in allerlei varianten her en der te vinden zijn. Hij verfijnde vijftien jaar geleden het concept, in voorbereiding op nieuwbouw aan de Ringdijk die in 2010 openging.

“Er is best wat jaloezie van andere hotels over wat wij doen,” zegt Vugts in het restaurant van het hotelgedeelte van Casa. “In het laagseizoen kunnen we 359 kamers kwijt aan studenten en houden we met 159 hotelkamers een heel ­gezond bedrijf overeind. En in de zomer zijn we met 518 hotelkamers een van de grootste driesterrenhotels van de stad.”

“Het afgelopen jaar hadden we een hotelbezetting van boven de 98 procent. De studentenkamers zijn 100 procent bezet. Doordat het hotel goed draait, hoeven we de prijs voor studenten, 480 euro per maand, niet te verhogen. Maar alleen van die studentenkamers kunnen we het gebouw niet onderhouden. Daarvoor heb ik het hotel ­nodig.”

Maar niet lang meer, voor hemzelf dan. Na bijna vijftien jaar vertrekt Vugts volgende maand bij het hotel dat hij vormgaf. Misschien vertrekt hij wel helemaal uit de hotellerie die hem in veertig jaar langs de Sonesta’s, Tulip Inns en Barbizons van de hoofdstad bracht, een tijd waarin hij zich ook als bestuurder van allerlei clubs met de stad en de horecawereld ging bemoeien.

“Ik word deze maand 62, werk nu 41 jaar in hotels waarvan het overgrote deel in Amsterdam. Ik vind het nog steeds erg leuk, maar wil bij mezelf ontdekken of er meer is wat ik leuk vind.”

Uitrusten, afkicken, afvinken

“Echt, ik ben een gelukkig mens, ik heb een leuke tijd in Amsterdam. Maar er zijn hier ook een heleboel dingen die me tegenstaan. Ik begrijp alle gemopper over de stad niet. Ik ben hier veertig jaar geleden komen wonen. Toen kon je bepaalde wijken niet in. Nu heb je geen no-goarea’s meer. Daar hebben hotels een rol in gespeeld; kijk maar naar wat Barbizon Palace voor de Zeedijk heeft betekend.”

Ook zijn familieverleden speelt mee in de keuze om te vertrekken. “Mijn vader heeft veertig jaar bij de koopvaardij gevaren, hij stopte toen hij 58 was. Binnen een halfjaar werd hij ziek en overleed hij. Dan heb je veertig jaar je gezin weinig gezien, wil je dingen gaan doen met je familie en dan is het ineens afgelopen. Ik voel me nog fit, ik ben sportief, doe nog veel. Ik wil die tijd gebruiken om andere dingen te ontdekken.”

“Ik ga heel 2020 niks doen. In januari stap ik in de auto naar Zuid-Spanje of Italië en dan ga ik rustig nadenken. Eerst uitrusten en afkicken en dan afvinken; wat wel, wat niet. Ik heb rare dingen op mijn lijstje staan. Misschien een cursus dj’en. Gewoon om te kijken of ik dat iets vind. Ik heb ooit een fototoestel ­gekocht. Maar daar doe ik dan niks mee omdat ik altijd met die telefoon bezig ben. Ik gun ­mezelf daar geen tijd voor. Je denkt: dat komt wel een keer, maar dat komt dus niet omdat ik altijd in die ratrace zit.”

Misschien wordt het wel het onderwijs. “Ik ben projectleider van House of Hospitality, dat ROC’ers opleidt in de horeca. Of ik ga mensen leren zwemmen. Ik doe fanatiek aan langeafstandszwemmen, daar kan ik mensen mee helpen. Maar ik vind het ook leuk een klein hotelletje te adviseren. Of ergens straatmanager te worden en probleempjes op te lossen.”

Keuzetwijfel

De stad lonkt. “Ik ben echt een Oostfan. Ik gids al ‘Oost Bruist-tours’; ik vertel bezoekers over leuke winkeltjes en restaurants. Dan gaan ze langs de Vergulde Eenhoorn, de winkels van Oostpoort of het mooiste terras van de buurt, achter Huize Frankendael. Ik vertel over het Beukenplein en de horecajongens van de Drie Wijzen uit Oost.”

Voorafgaand aan zijn verlof overheerst de keuzetwijfel. “Het kan zijn dat ik zeg: waarom zou ik ooit nog gaan werken? De kans bestaat dat ik na een maand denk: dit is ­helemaal niks, ik ga terug. Misschien bevalt het me in Zuid-Europa zo goed dat ik er een huisje koop en nooit meer terugkom. Misschien maak ik er wel een b&b van.”

“Dan ben ik wel weer de hele dag aan het zorgen. Dat heb ik al veertig jaar gedaan, ik wil wel eens ­andere dingen ontdekken. Ik zal nooit meer iets vinden dat zo leuk is als dit.”

Vugts voelt zich vijftien jaar terug in de tijd geworpen, toen hij ook voor een bepalende keuze stond. Als directeur van een toonaangevend hotel in de stad, Barbizon Palace, maakte hij de overstap naar het toenmalige Casa 400, nog in het oorspronkelijke onderkomen bij het Amstelstation.

Alles zelf uitgezocht

“Veel mensen verklaarden me voor gek dat ik van de top naar dat studentenhol overstapte. Ik was baas van een vijfsterrenhotel met een restaurant met twee Michelinsterren, Vermeer. Normaal maak je daarna een stap naar een tophotel in het buitenland.”

“Tot ik bij Casa op de koffie ging en de plannen voor nieuwbouw hoorde. Dat ik dat zelf moest doen met alle vrijheid die ik me kon wensen. Hoe leuk is het om zelf te kunnen werken aan een hotel? Het concept ­bedenken, inrichten, ontwerpen, een team samenstellen.”

“Iets nieuws opzetten is altijd leuk. Zeker omdat Casa niet, zoals andere hotels, ergens onderdeel van is. Er is geen hoofdkantoor, er zijn geen centrale voorschriften. Er is een stichting met ideële doelstellingen.”

Barbizon was toen net overgenomen door het Spaanse NH Hotels. “Dat was beursgenoteerd, dus meteen kon er veel minder. Alles werd vanuit Madrid bepaald. De ene week moesten we links, de volgende week weer rechts.”

“Ik heb 25 jaar in ketens gewerkt. Ik weet hoe die denken. Elk dubbeltje dat ik hier uitgeef, is van mij. Als een kopje valt, denk ik: 40 cent. Het is niet mijn eigen hotel en ik word er niet rijk van, maar zo voelt het wel. Als de gasten het restaurant wat somber vinden, pakken we dat aan.”

“Omdat ik er vanaf het begin in zit en dit hotel zelf heb opgezet, is mijn betrokkenheid groter. Over elk dingetje heb ik nagedacht, ik heb alles zelf uitgezocht.”

“Dat is moeilijk om los te laten, daarom heeft het ook lang geduurd dit besluit te nemen. Maar als ik het nu niet doe, blijf ik doorsukkelen tot mijn 67ste, ben ik misschien niet meer de leuke manager voor mijn personeel en sleur ik me door de dag heen. Maar ik blijf tot de laatste dag zeggen: let op die kamer, kijk uit met die kopjes. Dat is ­gewoon mijn aard.”

Casa’s oorsprong

Casa Academica werd in 1957 opgericht door drie studenten, onder wie de latere VVD-voorman Frits Bolkestein, die het idee voor een studentenhotel in Denemarken hadden opgedaan. Oorspronkelijk was het in 1962 geopende Casa 400 (het kameraantal) acht maanden studentenhuis en de zomermaanden hotel, waarmee de betaalbare studentenhuisvesting werd geregeld. Het studentenhuis was toen nog in aparte dames- en herenverdiepingen verdeeld.

In 2010 werd het oude gebouw aan de James Wattstraat verruild voor nieuwbouw met 518 kamers, waarvan er 159 permanent driesterrenhotelkamer zijn, inclusief zalencentrum en dakterras Hopp. Studenten betalen er maandelijks 480 euro huur, hotelgasten vanaf 80 euro per nacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden