PlusExclusief

Hans Ober (34) richtte TicketSwap op en wil nog lang niet stoppen of verkopen: ‘Ik kan verder niks’

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

Als zijn ouders hem als kind vroegen wat hij wilde worden, was zijn standaardantwoord: of rijk, of directeur. Nu is Hans Ober (34), die tien jaar geleden TicketSwap oprichtte, beide. ‘Toen ik ziek werd had ik geen relatie. Opeens voelde ik hoe eenzaam dat was.’

Marcel Wiegman

Hij heeft het verhaal al talloze keren moeten vertellen. Hans Ober, student bedrijfskunde in Amsterdam, had geen geld meer voor het café, maar nog wel een kaartje voor Lowlands. Dat wilde hij verkopen via Facebook. Het liep niet helemaal lekker, dus dacht hij: dit kan beter.

Met zijn compagnons Ruud Kamphuis en Frank Roor bouwde hij in 2012 een website waarop kaartjes veilig worden verhandeld voor maximaal 120 procent van de aankoopprijs. Het platform zelf strijkt, keurig verdeeld over koper en verkoper, tien procent commissie op. Onbevangen de wedstrijd in. Meer dan bloed, zweet en een beetje tranen kostte het aanvankelijk niet. De klanten draaiden zelf op voor hun marketing – en daarmee die van het bedrijf.

Tegenwoordig draait TicketSwap een miljoenenomzet, werken er 220 mensen met dertig verschillende nationaliteiten en is het platform actief in 36 landen. Het hoofdkantoor is gevestigd aan het Amsterdamse Rokin en bijkantoren zijn er in Barcelona, Berlijn, Londen, Milaan, Parijs, São Paulo en Stockholm. Hulp wordt geboden in negen talen en er kan worden betaald met negentien munteenheden.

Zo kun je nog eens over een idee struikelen.

“Daar gaat het niet om. Ik had wel meer ideeën. Bij ons in het dorp had je een pizzeria die niet bezorgde. Heel irritant dat je dan op je fietsje moest als je trek had in een pizza. Toen dacht ik: waarom is er niet zoiets als Uber Eats?”

Dat had je al bedacht voordat het bestond?

“Dat is helemaal niet zo ingewikkeld. Toen ik net in Amsterdam woonde bedacht ik ook dat er een eenvoudiger manier moest zijn om met een smartphone vraag en aanbod van taxi’s op elkaar af te stemmen. Dat bedenk je dan en vervolgens doe je er niks mee. Het gaat niet om het idee, maar hoe je het uitvoert. Uitvoering is key.”

“TicketSwap is geen succes geworden doordat het een simpel idee was, maar door wat we ermee deden. Dat is de bron: altijd blijven kijken waarom iets gaat zoals het gaat en of het niet beter kan. Er waren honderden platforms voor tickethandel, waarvan de meeste in een kwaad daglicht stonden. Wij redeneerden vanuit de muziekfan. Dat was makkelijk, want dat was ik zelf ook. Wat wil die? Een makkelijke manier om kaartjes te kopen en te verkopen zonder opgelicht te worden.”

Was dat idealisme of slim ondernemerschap?

“Ik zou mezelf absoluut geen idealist noemen, maar ik vind wel dat dingen eerlijk moeten gaan. Ik probeer mijn eigen normen en waarden te projecteren op wat we doen.”

Met wat voor gedachte ben je bedrijfskunde gaan studeren?

“Met het idee dat ik graag in Amsterdam wilde studeren, haha. Ik had in Driebergen mijn hbo bachelor aan de IVA business school gedaan. Driebergen staat niet per se bekend als het epicentrum van het studentenleven. Dus ik dacht: kom. Maar toen ik klaar was kon ik nog niks concreets.”

Heb je jezelf verbaasd?

“Ik heb heel lang gezegd dat ik bij een omvang van vijftig mensen zou stoppen, omdat ik het bij tien al ingewikkeld vond worden. Maar je leert en ontwikkelt jezelf gelukkig ook. De grens is nog niet bereikt.”

Waar ligt die?

“Ik zou het niet weten.”

Je wilt toch groeien naar een waarde van een miljard euro?

“Je moet nu eenmaal doelen stellen om iedereen mee te krijgen. Als je ieder jaar een flinke groei wilt zien, moet je dat ook uitspreken. Gewone bedrijven zeggen: drie procent erbij dit jaar, wow, dat hebben we goed gedaan. Wij zeggen: we willen er zeventig procent bij. Bij ons gaat het altijd een paar stappen sneller, en zijn de risico’s ook groter.”

Waarom vind je dat zo belangrijk?

“Anders wordt het saai. We hebben hier een heleboel slimme mensen met een heleboel ambities. Als de boel stagneert, zeggen die: we gaan wel naar de buren. Maar of je nou een bedrijf bouwt van honderd miljoen, een miljard of vijf miljard, dat maakt financieel niet zo gek veel uit. Uiteindelijk is het monopolygeld.”

Totdat je verkoopt.

“Dan nog. Boven een bepaald bedrag wordt alles relatief. Wat moet je met een miljard? De grootste villa in Nederland kost tien miljoen euro, of zo. Sowieso: ik ken veel ondernemers die hun bedrijf hebben verkocht. Die zijn de rest van hun professionele bestaan investeerder. Met een schuin oog: had ik nog maar iets leuks om te zelf te doen, maar zo schuur ik er nog een beetje tegenaan.”

Jij verkoopt niet?

“Ik kan verder niks. Dat hadden we net al vastgesteld. En ik moet toch een hobby hebben.”

Was het je droom om veel geld te verdienen?

“Als mijn ouders mij als kind vroegen wat ik wilde worden, was mijn standaardantwoord: of rijk, of directeur. Wat dat betreft heb ik mijn dromen al waargemaakt, haha. Maar nee: ik wil gewoon graag winnen. Ik wil niet per se meer verdienen dan een ander, het gaat er mij om dat ik eruit haal wat erin zit. Door slim naar dingen te kijken. Door niet voor een ander te werken, bij wie ik vervolgens het geld in de zakken stop.”

“Wat is de definitie van rijk? Ik hoef niet na te denken over geld. Ik hoef de verwarming niet zachter te zetten. Geld is voor mij geen bron van zorg. Het is er. Dat is fijn.”

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

Meet je daar ook je succes aan af?

“Succes is alleen iets waard in combinatie met gelukkig zijn. Als je niet gelukkig bent, heb je niks aan een miljard.”

Vind je jezelf geprivilegieerd?

“Ik ben opgegroeid in Nederland, waar iedereen veel kansen krijgt. Mijn ouders zeiden: het maakt niet uit met wie je thuis komt. Het maakt niet uit wat je gaat doen, maar vergeet niet: je kunt alles worden wat je wil. Ik heb een gelukkige jeugd gehad en geld was ook al geen probleem. Dus ja, ik ben geprivilegieerd.”

Doe je iets met die wetenschap?

“In zoverre dat ik me er van bewust ben. Een privilege is ook dat als je eenmaal een beetje succesvol bent, mensen je interessant beginnen te vinden – mensen die misschien zelf al een miljoenenbedrijf hebben gebouwd. Die zeggen dan tegen je: hé Hans, wat een vet bedrijf heb jij, vind je het leuk een keer koffie te komen drinken.”

Ober werd geboren in het Noord-Hollandse dorpje Oudkarspel, onder de rook van Alkmaar. Zijn ouders – vader tandarts, moeder zijn assistent – hadden er een mooie woonboerderij met schaapjes in de tuin. Maar tot leven kwam Ober pas toen ze na zestien jaar verhuisden naar de gemeente Bergen, zegt hij. Nog altijd zijn thuis, waar zijn beste vrienden vandaan komen.

Wat was er zo bijzonder aan Bergen?

“De eerste dag dat ik er naar de middelbare school fietste, reed ik over een bospaadje. Voor het eerste huis, echt niet een van de mooiste, stond een Ferrari F40. Ik dacht: krijg nou wat, zie ik dat goed? Dus ik terug. Als jochie had ik een poster boven mijn bed hangen van een Ferrari F40, dit was een echte.”

“Oudkarspel, dat was: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Maar in Bergen? Daar reden Ferrari’s en Lamborghini’s door de straten. Ik dacht: hoe doen die mensen dat? Het was inspirerend. Er woonden mensen die dingen voor elkaar kregen. Je hoorde aan de lopende band ondernemersverhalen. Ik vond die cultuur leuker en opener dan die in zo’n norsig boerendorpje.”

Heb je de ondernemerszin van huis uit meegekregen?

“Mijn vader was tandarts in een tijd dat het gewoon was om je eigen praktijk te beginnen. Dat is niet te vergelijken met het bedrijf dat ik ben begonnen, maar de juiste mindset heb ik wel van hem meegekregen. Niet naar anderen kijken. Niet denken: ik wil loonsverhoging. Je moet er gewoon voor zorgen dat je zelf boven aan de piramide komt en de loonsverhoging uit kan delen.”

“Ik had een oom met een autobedrijf en een die handelde in smeermiddelen en chemicaliën. De beste vriend van mijn ouders heeft een timmerfabriek, een ander een makelaarskantoor. Op verjaardagen hoorde ik de verhalen als ze een kutjaar hadden gehad. Die zaten nooit bij de pakken neer, die gingen gewoon weer verder.”

Heb je ook broers en zussen?

“Een broertje. Die werkt bij Ahold.”

Grijnzend: “Die is het corporate leven in gezogen. Hij is productmanager, hij zit er in een gouden kooitje. Ik pest hem er weleens mee. Dan zeg ik tegen hem: je kunt met jouw talent toch beter bij een bedrijf als TicketSwap aan de slag, dan sta je binnen no time boven aan de keten. Dan loop je niet te zeuren dat je niets te vertellen hebt.”

En dan?

“Dan zegt hij op een gegeven moment: hou je bek. Ik probeer hem een beetje te stimuleren af en toe. Verder doet hij het hartstikke goed hoor, laten we dat voorop stellen.”

Acht jaar geleden werd je ziek.

“Ik had last van pijn in mijn bal. De huisarts zei: ik weet het niet, het kan een talgkliertje zijn, maar laat voor de zekerheid maar even een echo maken. In het OLVG zei de uroloog: je hebt teelbalkanker. Ik viel zowat flauw. Ik heb mijn ouders gebeld en dezelfde dag nog ben ik onder het mes gegaan. Dan was ik er maar vanaf. Slapen zou ik toch niet kunnen. Maar dan komen nog de testen. De spanning: heb ik nog steeds kanker of niet? Het was een heftige periode. Een vriend uit Bergen had uitgezaaide botkanker. Die vocht in die tijd voor zijn leven.”

Moest je daaraan denken toen je de diagnose kreeg?

“De eerste drie minuten zat er te weinig bloed in mijn hoofd om überhaupt na te kunnen denken. Maar mentaal was het zwaar. Ik moet wel zeggen: nadat het voorbij was, heb ik er geen last meer van gehad. Ik krijg soms nog een bloeduitslag. Dan denk ik: o ja. Ik ben er niet mee bezig. Zonder de medische wetenschap was ik er niet meer geweest, maar ik heb geen zin om er sentimenteel over te doen. Ik heb één bal. Dan vragen ze je: wil je er een prothese in zetten? Dat hoeft van mij dus niet. Ik heb een klein litteken in mijn lies. Daar schaam ik me niet voor. Het is mijn oorlogswond.”

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

Ik kan me wel voorstellen dat je door zo’n ziekte anders tegen je leven gaat aankijken.

“Ik heb alleen gedacht: ik moet eens een huis kopen en misschien ook een auto. Ik leefde in die tijd nog als een student en dacht: waar zou ik nou van balen wat ik niet had gedaan als ik wel op bed was beland?”

Huisje, boompje, beestje?

“Dat wil toch iedereen? Ik bedoel: ik had geen relatie. Ik voelde opeens hoe eenzaam dat was. Als je ziek bent en je moet je ouders bellen in plaats van een partner. Het was fijn dat ze meteen kwamen, maar nu zou ik mijn vriendin bellen. Daar heb je op zo’n moment toch meer steun aan.”

Ben je anders gaan denken over het belang van geld?

“Ik ben makkelijker geworden met uitgeven. Ik heb geleefd als een arme student, ook toen we al geld begonnen te verdienen. Dat wilde ik niet meer.”

Het klinkt alsof je ziekte een spoedcursus volwassen worden was.

“Dat was het misschien ook wel.”

In november ben je vader geworden.

“Dat was wel even schakelen, ja.”

Wat vind je het moeilijkst?

“Het gebrek aan slaap. Ik ben wel heel erg van mijn acht uurtjes per nacht. Er worden hier de hele dag vragen en problemen op je afgevuurd. Ik kan daar goed mee dealen, maar ik heb er wel mijn rust voor nodig. Dat gaat dus niet meer. Maar dat zal wel inherent zijn aan de eerste weken of maanden.”

Droom lekker verder.

“Nou ja, dat hou ik mezelf maar voor. Ik vind het zwaar. Maar het is natuurlijk ook superleuk om zo’n kleintje te zien. Dat geeft energie om het allemaal te doorstaan.”

Voel je extra druk?

“Nee. Ik voelde me toch al verantwoordelijk voor de dingen thuis. Het is ook niet zo dat als er een kind komt, poef, de werkelijkheid opeens verandert.”

Toen twee jaar geleden corona uitbrak had je bijna geen bedrijf meer.

“De omzet ging naar nul.”

Was er paniek?

“Dat is wel het laatste wat ik had. Het was gewoon: crisismodus. Kijken wat we nog konden doen. Het ding met corona was dat we er niets aan konden doen. Er slaat een tsunami over het land en de hele markt is weg. Ik voelde geen schaamte dat het misliep, omdat ik er zelf geen schuld aan had.”

Je had alles kwijt kunnen raken.

“Ja.”

Dat vond je niet erg?

“Wel erg, niet eng. We zouden dan toch de founders zijn geweest van een succesvol bedrijf. Dan komt het heus wel weer goed. Je kunt er ontzettend ingewikkeld over doen, maar ik kan altijd weer wat nieuws verzinnen en anders kom ik elders wel aan de bak. Als ondernemer leer je snel dat je je beter druk kunt maken over problemen die er zijn dan over problemen die er nog niet zijn.”

“We hadden 105 mensen op de loonlijst staan en wisten niet wat er ging gebeuren. In april 2020 had ik een etentje met mijn compagnons. We zaten alleen nog in crisismeetings, dus het was goed om elkaar ook even in een wat relaxte sfeer te zien. Frank had een green egg, dus we gingen lekker barbecuen bij hem in de tuin. Er hing een morbide sfeer. Het voelde als een begrafenis: het is mooi geweest, we hebben lekker gegeten en gedronken, het was gezellig maar…”

Nu gaat de stekker eruit.

“Dat niet. Wel hebben we een scenario besproken waarin we met zijn drietjes over zouden blijven. Dat zou desastreus zijn, want er zou zoveel talent en kennis de deur uit gaan, dat duurt jaren om dat weer terug te krijgen.”

Word je van tegenslag een betere ondernemer?

“Ik weet nu hoe een ontslagronde in elkaar zit en wat daarvoor nodig is. In de communicatie, in hoe je met dingen omgaat.”

Heb je veel mensen moeten ontslaan?

“We hebben 35 mensen een aanbod gedaan om te vertrekken.”

Ben je goed in mensen ontslaan?

“Dat heb ik zelf niet gedaan. Ik heb die mensen ook niet zelf aangenomen. Het zou raar zijn als je hier een half jaar hebt gewerkt en ineens komt de grote directeur jou vertellen: sorry, we gaan je een aanbod doen, blablabla.”

Je kunt het ook zien als verantwoordelijkheid nemen.

“Die wil ik best nemen, daar gaat het niet om. Het ging erom dat de mensen van wie we afscheid gingen nemen in elk geval een gesprek konden hebben met degene die ze had aangenomen. De verantwoordelijkheid die ik heb genomen is ervoor te zorgen dat onze recruiter niet werd ontslagen, maar werd ingezet om haar werk achterstevoren te doen. Ze is mensen gaan helpen elders een baan te vinden. Ik heb eindeloos bedrijven gebeld waarvan ik wist dat die nog wel goed gingen. We hebben er heel wat aan het werk gekregen en er is na corona ook een heel aantal weer bij zijn nieuwe baan vertrokken om weer bij TicketSwap te komen werken. De helft is teruggekeerd.”

Dat zal prettig voelen.

“Dat was het grootste compliment dat we konden krijgen over het proces.”

Ben je weleens bang dat het bedrijf je boven het hoofd groeit?

“Dat gaat vast een keer gebeuren. Het belangrijkste is dat degene die op mijn stoel zit, de juiste persoon is voor TicketSwap. Op dit moment ben ik dat, maar als om welke reden dan ook iemand anders het beter kan... Ik vind het niet erg als er op een gegeven moment een ander op mijn plek komt. Ik vind dat ook niet eng.”

Wie gaat het jou vertellen als het zover is?

“Dat kan ik prima zelf. Om dit te kunnen doen moet je beschikken over een redelijke mate van zelfreflectie. Natuurlijk: als ceo heb ik mijn egootje. Ik ben ijdel en noem maar op, maar als ik zie dat de resultaten tegenvallen door fouten die ik maak, dan zal ik denken: ik heb ook belangen als aandeelhouder.”

Wat voor leider ben je?

“Iemand die niet denkt dat hij boven mensen staat, maar gewoon een andere rol heeft. Ik hoef niet op de voorgrond te staan.”

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

Leiders liggen tegenwoordig nogal onder een vergrootglas.

“We hebben hier een hele groep jonge mensen bij elkaar in een industrie met festivals. Dat geeft risico’s, maar aan de andere kant: iedereen is zich er mega van bewust.”

Hoe voorkom je dat het in jouw bedrijf ontspoort?

“Om te beginnen: door zelf niet te ontsporen. Door mijn eigen normen en waarden zoveel mogelijk op het bedrijf te projecteren. Door met anderen om te gaan zoals je wil dat anderen met jou omgaan. We zijn na corona in korte tijd gegroeid van 60 naar 220 mensen. Dan moet je wel de organisatie even een keer bij elkaar roepen om te bespreken wat wel en niet kan, hoe we met elkaar omgaan en hoe we naar elkaar kijken.”

“Ik vind het niet normaal als managers mensen lopen uit te foeteren en voor lul zetten. Ik wil geen egootjes en mensen die voor zichzelf succes creëren ten koste van anderen. Ik zeg tegen managers: ik kijk niet hoe jij het doet, maar hoe je team het doet.”

Wat ga je straks je dochter meegeven?

“Ik wil haar vooral een heleboel fouten zelf laten maken. Ik mocht vroeger ook gewoon in een boom klimmen en eruit flikkeren. Dat heeft mij de ruimte gegeven om vrij te denken.”

Hans Ober

24 maart 1988, Oudkarspel

1992-2000

OBS De Barnewiel, Oudkarspel

2000-2006

Han Fortmann College, Heerhugowaard en Berger Scholengemeenschap, Bergen

2006-2010

IVA Driebergen, bachelor autobranche en management

2010-2011

Business administration (ondernemerschap), VU

2011-2013

Business administration (international management), UvA

2012-heden

Oprichter en ceo van TicketSwap

Hans Ober woont met zijn vriendin en pasgeboren dochter in De Pijp.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden