Actrice en filmmaker Hanna Verboom.

PlusExclusief

Hanna Verboom: ‘We hebben nog geen taal ont­wikkeld voor psychisch lijden’

Actrice en filmmaker Hanna Verboom.Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign Amy van der Horst en Nienke Eijkens (ass.)

Hanna Verboom (39) wil het taboe rond psychische problemen doorbreken. In haar documentaire Uit de schaduw nam de actrice, gediagnosticeerd als bipolair, zelf het voortouw. De gevolgen waren overweldigend. ‘Ik ben nu ‘normaal’. Geen up, geen down, ergens in het midden.’

Roelf Jan Duin

Laatst sprak ze 1800 psychiaters toe in Maastricht, komende week is Hanna Verboom uitgenodigd door de GGZ Westelijk Noord-Brabant. ‘Op tournee,’ noemt ze het. Langs universiteiten, hogescholen, geestelijke gezondheidsinstellingen, ­patiëntenorganisaties. Ze toont haar film, daarna gaat ze in gesprek, niet ­zelden vloeien er tranen. “Het is met afstand het krachtigste dat ik in mijn leven heb gedaan,” zegt ze nu, negen maanden later.

Zendingswerk, de ambitie de wereld een klein beetje beter te maken – het is Verboom nooit vreemd geweest. Opgegroeid in Oost-Afrika, als dochter van ouders die ontwikkelingswerk deden (‘een vervelend woord,’ vindt Verboom, ‘alsof er in zo’n land geen ontwikkeling is’) begon ze in Nederland haar loopbaan als model en actrice – ze speelde onder meer in De co-assistent en Feuten. Ze richtte in 2009 Get it done op, een stichting die kleinschalige crowdfundingsprojecten ondersteunt, uiteenlopend van hulp bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen tot samenwerken met lokalen projecten in de sloppenwijken van Kampala.

In 2015 startte Verboom Cinetree, een platform voor ‘films die raken’, veelal met maatschappelijk relevante insteek. Cinetree groeide uit van streamingdienst voor arthousefilms tot een verzamelplaats voor projecten en nieuwe initiatieven. Een film of een documentaire vormt het startpunt, een middel waarmee je een discussie kunt starten en mensen in beweging krijgt.

En dat was ook wat ze voor ogen had met Uit de schaduw. In de tien minuten durende documentaire, door Cinetree zelf geproduceerd, horen we ­psychiater Dirk De Wachter en vertelt Verboom over de psychoses die ze had. Hoe ze op haar 19de, op een afterparty van de Oscars, in de tuin van Elton John in een Diorjurk in het zwembad stortte, afgevoerd werd en ontwaakte in een isoleercel in het ziekenhuis van Beverly Hills. En hoe het een paar jaar later opnieuw misging toen ze een tweede psychose kreeg. Hoe ze werd gediagnos­ticeerd als bipolair en hoe ze van iedereen het advies kreeg daar nooit over te praten. Tenminste, als haar carrière haar lief was. Na een kleine twintig jaar besluit ze te doen wat haar altijd werd afgeraden. Ze maakt een film, geeft een interview en praat bij Humberto Tan over haar ‘psychische variatie’, zoals ze het zelf noemt.

En wat gebeurde in de dagen daarna?

“Mijn inbox stroomde vol. Ik denk dat ik wel duizend mails kreeg, het was overweldigend. Mensen die hetzelfde hadden meegemaakt en hun verhaal wilden delen. Op straat werd ik aangeklampt, soms hadden mensen tranen in hun ogen. Daar voelde ik mij zo door gesterkt.”

“Ik vond het heel spannend, want het stigma op mentale aandoeningen is nog steeds groot. Mijn man vroeg me, toen ik rondliep met het idee om ermee naar buiten te treden: ‘Voor wie doe je dit, voor jezelf of voor anderen?’ Dat was een belangrijke vraag. Want hoe altruïstisch je bedoelingen ook zijn, zoiets moet je niet alleen voor anderen doen. Ik vond dat het het juiste moment voor mezelf was. Ik had net een tweede kind gekregen en vroeg me af welke boodschap ik als moeder zou geven als ik sommige dingen verzweeg. En met Cinetree heb ik een bedrijf dat zo heilig gelooft in de kracht van een verhaal, waarom vertelde ik dan niet mijn eigen, complete verhaal?”

Nou, waarom niet?

“We leven in een wereld waarin perfectie de norm is en kwetsbaarheid als iets moeilijks wordt gezien. Langzaam is dat aan het verschuiven. Een artiest als S10 zingt ook over haar mentale problemen, maar uit onderzoek van onder anderen hoogleraar Evelien Brouwers blijkt dat twee derde van de werkgevers zegt geen mensen aan te nemen die kampen met psychische klachten. Terwijl meer dan 40 procent van de mensen op een moment in hun leven een diagnose krijgt. Zo’n 840.000 jongeren hebben last van mentale problemen. We noemen mensen met psychische aandoeningen abnormaal, terwijl niet-normaal zijn dus eigenlijk heel normaal is. Binnen mijn vakgebied, of in de muziek, heeft bijna iedereen wel iets, creativiteit en extreme gevoeligheid gaan vaak hand in hand. En toch is er veel schaamte. Het is belachelijk dat we hier niet vaker over praten.”

Hoe komt dat?

“Ik denk dat het er deels mee te maken heeft dat we nog geen taal hebben ont­wikkeld voor psychisch lijden. We weten natuurlijk ook nog maar heel weinig. De psychiatrie werkt met de DSM, maar dat is ook maar een systeem van classificaties. Het zijn geen feiten, het is niet op cellulair niveau vast te stellen wat er met iemand aan de hand is. Sowieso heb ik het idee dat er vaak te veel heil verwacht wordt van psychiaters en psychologen. Dat de witte jassen het wel gaan oplossen. Zelfmanagement is minstens zo belangrijk.”

Wat bedoel je daarmee?

“Je kunt prima leven met een mentale aandoening. De juiste ondersteuning en medicatie helpen, maar een groot deel is ook zelfregie: weten wat je kwetsbaarheden zijn, zodat jij en je omgeving daar rekening mee kunnen houden. En als we als maatschappij wat opener gaan praten over dit onderwerp dan scheelt dat ook een hoop. Bij Get it Done en Cinetree werken we in teams waarin je het kunt zeggen als het niet goed met je gaat, daar wordt dan rekening mee gehouden. Het voelt heel goed dat we dat in ons kleine ecosysteempje hebben bereikt.”

Je hebt een bipolaire stoornis, waarbij je zowel depressieve als manische perioden hebt. Is het impertinent te vragen in welke fase je op dit moment zit?

Lacht. “Nee hoor, dat is juist een goede vraag. We werken nu aan de vervolgfilm die gericht is op de omgeving van iemand met een psychische variatie, juist omdat het gesprek erover vaak zo stroef verloopt.
Maar het gaat goed met me, ik ben nu ‘normaal’. Geen up, geen down, ergens in het midden. Ik heb nog steeds golven, en toen ik zwanger was en geen medicatie kon gebruiken waren de dalen en de pieken nog hoger. Het is ook deels acceptatie, ik ken periodes dat ik mij heel goed voel en dan slaat het zomaar, zonder aanwijsbare reden, om.”

Vrees je die depressies?

“Het is niet leuk nee. Je bent heel moe, slaapt slecht, mijn gedachten zijn dan heel negatief. Maar soms denk ik ook dat de angst voor een aankomende depressie groter is dan wat het uiteindelijk blijkt te zijn. Als je die perioden accepteert kun je er beter mee omgaan.”

“We gaan het toch niet alleen hierover hebben?” vraagt Verboom opeens. Niet omdat het onderwerp haar vermoeit, maar omdat er nog zoveel meer te vertellen is. Even voor het interview stond ze nog op een filmset, om actrice Olivia Lonsdale te ondersteunen bij de eerste film die ze regisseert, voor de themamaand Ode aan de liefde op Cinetree. Een film met drie verhaallijnen, vertelt Verboom, eentje over een ouder stel, een liefdesverhaal tussen twee meisjes en een non-binair persoon. “Daarmee gaat het ook over liefde voor jezelf.” Het is typisch Cinetree: de film is altijd een vehikel om een groter verhaal te vertellen.

Is dat ook wat je voor ogen stond toen je zeven jaar geleden begon?

“Ik was in die tijd nogal aan het zoeken. Ik had in leuke films en series gespeeld, maar vroeg me af of ik als actrice door ­wilde gaan. Nederland is best klein, het aantal rollen is beperkt, zeker als je meer inhoudelijke verhalen wilt vertellen. Filmmakers die zich wel waagden aan maatschappelijke of politieke thema’s bleven vaak angstvallig weg van activisme, terwijl ik dat nu juist zo interessant vond. Als je een film of een documentaire over het ­klimaat maakt, kun je daar een hele journey aan koppelen: je hebt de aandacht van de mensen, stel dat je een klein deel ervan zo hebt weten te raken dat ze overgaan tot actie, dat is toch prachtig?”

Hoe doe je dat dan?

“Je kunt mensen op je platform doorverwijzen naar initiatieven, je kunt een campagne starten, bijeenkomsten organiseren, stakeholders bijeenbrengen. Neem nou die films van David Attenborough op Netflix. Die zijn natuurlijk fantastisch en worden door miljoenen mensen gezien. Maar vervolgens wordt er geen koppeling gemaakt naar actie. Zo zonde.”

Dan stap je opeens de wereld binnen van streamingdiensten en techonder­nemers.

“Ja, ik was eigenlijk best naïef. Er waren toen nog niet zoveel diensten als dat er nu zijn, maar Netflix was wel de benchmark, in ieder geval voor onze leden. Terwijl Netflix duizenden programmeurs had, en wij hadden er eentje, die gelukkig wel heel goed en toegewijd was, maar het was in het begin wel heel houtje-touwtje. Dan lag de site er weer uit, of er was een ander probleem. Gelukkig waren onze leden trouw genoeg om ons een kans te gunnen.

null Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign Amy van der Horst en Nienke Eijkens (ass.)
Beeld Aisha Zeijpveld, setdesign Amy van der Horst en Nienke Eijkens (ass.)

Toen we begonnen lag de nadruk trouwens meer op cureren. Op de meeste streamingdiensten is het aanbod zo overweldigend groot dat je als gebruiker opgezadeld wordt met keuzestress. Wij bieden maar 20 titels per maand aan, filmhuisproducties die je volgens ons echt moet zien. Een soort boutiquemodel.”

Hoeveel betalende leden hebben jullie?

“Ja dat is heel stom, maar dat mag ik niet zeggen. Maar we zijn een gezond bedrijf en schrijven zwarte cijfers. We opereren in een niche en focussen ons volledig op kwaliteit en zijn er van overtuigd dat we van daaruit kunnen groeien. We doen waar we in geloven, houden ons bezig met onderwerpen die wij belangrijk vinden, en hopen een klein beetje bij te kunnen dragen aan verandering.”

Kun je je om echt impact te maken niet beter richten op de massa in plaats van op een nichepubliek?

“Ik denk dat als verschillende spelers allemaal kleine stapjes zetten dat ook voor verandering kan zorgen. Daarom wil ik ook verschillende mensen en organisaties bijeenbrengen. Dat kan gaan over mentale gezondheid, of omgaan met rouw, of het klimaat. Ik heb echt niet de illusie dat de wereld verandert door het tonen van een film, maar het kan wel bijdragen aan het in gang zetten van een beweging.”

Heb je deze mentaliteit van je ouders meegekregen?

“Ongetwijfeld. Mijn vader was wat je nu een ‘sociaal ondernemer’ zou noemen, mijn moeder was verpleegster. Tot mijn 12de heb ik in Oeganda, Kenia en Soedan gewoond, en dat was de meest happy periode in mijn leven. In Oeganda gaf mijn vader les op de universiteit als landbouwkundige, in Kenia woonden we op 5 uur rijden van Nairobi, waar hij hielp met het opzetten van landbouwprojecten. Hoe kun je efficiënter met land omgaan, op welke manier moet je koeien houden, alles op kleine schaal, maar wel vanuit een ondernemersperspectief.”

Geloof was belangrijk in jullie gezin.

“Evangelisch ja. Bidden voor het eten, op zondag naar de kerk. Maar mijn ouders beleefden hun geloof op een best vrije manier. Ik geloof inmiddels veel minder letterlijk, voor mij staat god voor de verbinding tussen mensen, iets waar je niet altijd woorden aan kunt geven maar wat je wel voelt. Met de kerk als instituut heb ik niet zoveel, maar ik geloof wel in de energie die kan ontstaan als mensen samenkomen, zingen of rituelen uitoefenen.”

Maak jij daar nog wel eens tijd voor?

“Ik ga niet vaak meer naar de kerk, maar ik woon met mijn kinderen en man in de uiterwaarden, als ik in de natuur ben kan ik diezelfde energie voelen.”

Je draagt een ketting met een hangertje in de vorm van Afrika, voel je je nog steeds verbonden met dat continent?

“Enorm. Nog steeds voel ik me meer thuis in West-Afrika dan in Nederland. Je kunt daar op straat lopen, door een voorbijganger worden aangesproken en die pakt je hand en voor je het weet ben je 10 minuten in gesprek. Mensen connecten daar nog echt met elkaar, terwijl hier alles meer en meer gericht lijkt op disconnectie. In het Westen zijn we steeds minder verbonden met onszelf, met elkaar en met de natuur.”

Toch ben je daar ook een outsider.

“Zo voel ik me niet als ik vrienden in Kenia of Oeganda bezoek. Maar ik ben me natuurlijk wel bewust van mijn witte privilege. Als ik naar Afrika wil dan kan ik bij wijze van spreken morgen op het vliegtuig stappen. Als je ziet hoeveel moeite een vriendin van mij moet doen om naar Nederland te komen, dat neemt 2 maanden in beslag. Zo ontzettend oneerlijk.

Maar het is niet zozeer het onrecht waar ik me het meest aan stoor, meer het feit dat we daardoor zo ver van elkaar afstaan. We denken zo vaak dat wij de wijsheid in pacht hebben maar we zouden in het westen heel veel kunnen leren van andere culturen. Dat vind ik erg mooi aan wat we doen met Cinetree en Get it done: werelden bij elkaar te brengen, bruggen bouwen”

Heeft je status als BN’er daarbij geholpen?

“Wil je dat nooit meer zeggen, ik vind dat zo’n afschuwelijk woord!”

Waarom reageer je daar zo fel op?

“Omdat het niets is, een BN’er zijn. Het heeft geen substantie, ik ben er ook niet trots op.”

Zonder je bekendheid had je toch nooit zo’n groot podium gehad? Je vroegere acteerwerk draagt er toe bij dat je nu dingen kunt doen die je belangrijk vindt.

“Het is inderdaad fijn dat ik mensen kan bereiken, maar het verhaal en de boodschap staan daarin altijd centraal.”

Zie je jezelf ooit nog gaan acteren?

“Misschien, maar op dit moment niet. Ik kan mijn creativiteit nu kwijt in Get it done en Cinetree, mag regisseren, kan werken aan projecten die ik belangrijk vind. Mocht er een rol voorbijkomen in een serie of een film waar ik aan wil bij­dragen, dan zou me dat me misschien op andere gedachten kunnen brengen, maar nu niet.”

En dat terwijl je ooit schitterde in Deuce Bigalow: European Gigolo, een komedie uit 2005 die steevast opduikt in de lijstjes van ‘slechtste films ooit gemaakt’.

“Haha, die film zal mij de rest van mijn leven blijven achtervolgen! Ik heb eigenlijk geen idee meer hoe ik daar in terecht ben gekomen, het overkwam me geloof ik een beetje. Het was een mooi avontuur hoor, maar niet iets wat ik vanuit mijn tenen deed.”

“Ik ben veel trotser op De co-assistent (de tv-serie die tussen 2007 en 2010 liep en waarin Verboom de hoofdrol had, red.). Wat zo bijzonder was: terwijl iedereen mij afraadde om te praten over de psychose die ik had gehad, heb ik de producent toch verteld wat er met me aan de hand was. Hij zei: ‘Dan gaan we een klein clubje mensen om je heen zetten om het in de gaten te houden, en bij wie je terecht kunt als het niet gaat.’ Daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. Het was een voorbeeld van hoe het ook kan. Of eigenlijk, hoe het zou moeten gaan.”

null Beeld

Hanna Verboom

11 mei 1983, Vilvoorde (België)

1983-1995 Woont in Kenia, Oeganda en Soedan
1995 Verhuist naar Amerongen en daarna Bergschenhoek
2002 Studie filosofie en economie aan de UvA (niet afgemaakt)
2003 Winnaar Elite Model Look
2004 Presentatie Top of the Pops (BNN)
2005 Deuce Bigalow: European Gigolo
2007-2010 Hoofdrol in serie De co-assistent (Net5)
2009 Stichting Get it done
2010-2013 Serie Feuten (BNN)
2015 Filmplatform Cinetree
2021 Documentaire Uit de schaduw

Verboom woont in een dorpje bij Zaltbommel en is getrouwd met Ralf Roex. Samen hebben ze een dochter (3) en een zoon (1).

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden