Halina Reijn: ‘Ik heb een overontwikkeld empathisch vermogen.’

Plus Interview

Halina Reijn: ‘We zijn beesten met een laagje beschaving’

Halina Reijn: ‘Ik heb een overontwikkeld empathisch vermogen.’ Beeld Erik Smits

Het regiedebuut Instinct van Halina Reijn (43) is goed ontvangen. De film is zelfs geselecteerd als Oscarinzending. Hoewel Ivo van Hove loslaten zwaar valt, is de overstap een bevrijding. ‘Weet je wat zo verschrikkelijk is aan spelen? Dat intieme. Dat iedereen maar aan je zit en op je zit.’

“Het was een onrustige nacht,” zegt Halina Reijn, terwijl ze wat later dan was afgesproken Expocafé Zamen binnenstormt, haar jas al half uit. “Door alles wat er aan de hand is kan ik mijn hoofd niet meer zo goed stil krijgen. Wat er nu gebeurt, is natuurlijk leuk, maar het ligt buiten mezelf: festivals, tierelantijnen, blabla,” spraakwatervalt ze. “Ik heb vooral veel zin om weer te schrijven; ik heb echt een vet idee.”

Reijn is druk. Met de opnames van de tiendelige tv-serie Red Light, waarvan zij en hartsvriendin Carice van Houten niet alleen de initiators zijn, maar waarin ze ook te zien zijn. En met haar eerste speelfilm Instinct. Reijn schreef het scenario samen met Esther Gerritsen op basis van ware gebeurtenissen, en produceerde en regisseerde. Instinct, waarin Van Houten een therapeute in een tbs-kliniek speelt die ondanks zichzelf valt voor een door Marwan Kenzari gespeelde psychopaat, ging in wereldpremière in Locarno, en werd daar bekroond met de Variety Piazza Grande Award en een speciale vermelding van de debuutcompetitiejury.

Het psychologische drama werd uitgenodigd voor de festivals van Londen en Toronto, op 27 september is Instinct de openingsfilm van het Nederlands Film Festival en een dag later opent Reijns film ook het Forum voor de Regisseurs in Utrecht.

Als klap op de vuurpijl werd de film namens Nederland ingestuurd voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. “We relativeren al die gouden bergen enorm,” zegt Reijn.

Dat deed u gisteravond ook. Toen op het ITA Gala ter ere van de 125ste verjaardag van de Schouwburg, aan de zaal vol hotemetoten werd gemeld dat Instinct de Nederlandse Oscarinzending is, zei u dat we er niet te veel van moeten verwachten…

Ze lacht. “Is dat heel onlogisch? Ja? Ik ben in tweestrijd: ik geloof in wat we hebben gemaakt – in al zijn imperfectie. En ik vind dat we het succes absoluut moeten vieren, maar ik wil me hier ook weer niet te veel in laten meesleuren, want het is allemaal heel relatief.”

Is dat geen valse bescheidenheid?

“Nee, de film valt goed, dat is top, maar het is ook een beetje geluk. Het moet natuurlijk een bepaalde kwaliteit hebben, maar dan nog heb je één persoon in het enorme internationale circuit nodig die jouw film uit die enorme stapel vist. Wij hadden geen bekende sales agent, niemand kent mij daar, maar er was één vrouw in Locarno die de film toevallig heeft bekeken, hem goed vond en de moed had om hem op een gigantisch podium te programmeren, de Piazza Grande, dat plaats biedt aan achtduizend mensen.”

“Maar vergis je niet: het is een kleine arthousefilm, gemaakt met een bescheiden budget, en ondanks de sterrencast zal het niet eenvoudig zijn een groot publiek te bereiken. Het is geen gemakkelijke film; er worden pittige onderwerpen aangesneden.”

Halina Reijn: ‘Ik heb altijd een grote gespletenheid ervaren als het om liefde en seks gaat’ Beeld Erik Smits

“Daarom ben ik ook zo blij met die Oscarinzending. Een prijs in Locarno is leuk en aardig, maar het zegt bijna niemand iets. De Oscars zijn een stempeltje, de Amerikanen waren meteen wakker. Er komen dan allerlei krachten vrij; de nacht dat het nieuws wereldkundig werd, ben ik bedolven onder de mails. De meeste zijn gebakken lucht: dan zegt zo iemand dat hij tien films voor me heeft die ik moet regisseren, en snel naar LA moet komen.”

“Je moet er niet te veel in geloven, snap je, want het is namelijk een hype. En een hype is een paard dat begint te galopperen. Eerst denk je, o wat bijzonder, en daarna is het van: what the fuck?! Er zijn mensen, vooral buiten het wereldje, die denken dat ik de Oscar al heb gewonnen. Maar we zijn alleen nog maar de Nederlandse inzending. Het is pas de eerste stap, er volgt nog een enorm lang traject.”

U zou hebben verzucht dat iedereen jullie nu gaat haten.

“Dat is wel een angst, ja. De hype heeft ook een keerzijde. Ik ben dankbaar voor de hype, maar het komt altijd met een prijs.”

Dat was vast niet wat u voor ogen had toen u op uw zesde besloot dat u actrice wilde worden.

“Ik wilde gewoon Annie worden. En dat is – los van het verhaaltje, dat met die zoektocht naar een vader veel parallellen heeft met mijn leven – een slagroomspektakel. Dat wilde ik ook. Het ging me niet zozeer om de roem, maar om het vertellen. En om de illusie. Wat Ivo (van Hove, red.) laatst zei bij Zomergasten: Bambi. Dat je met tekeningen mensen in tranen kunt brengen. Zoiets, maar dan intuïtiever.”

Met een lach: “Ik dacht toen niet: ik ga ingewikkeld theater maken in de Nes. Ik was zes en woonde in Wildervank. Ik wist niet eens dat de Nes bestond.”

Kon u direct acteren?

“Ik vrees van wel, ja. Ik ben meteen op les gegaan en toen zeiden de leraren tegen mijn moeder: ‘Dit is een beetje gek, dit kind.’ Ik kon me toen al inleven. In elke situatie. Het is geen verdienste, het zit gewoon in mijn DNA. Ik heb een overontwikkeld empathisch vermogen – wat in het echte leven heel vervelend kan zijn.”

“Als ik het toneel oploop komen alle emoties zo heftig bij mij boven. Het is grenzeloos. Amoreel. Daarom vind ik dat regisseren zo fijn, dat is rationeler en daardoor veel veiliger. Je hebt het wel zelf bedacht, maar het zijn niet jouw ogen, het is niet jouw huid, jouw stemming, jouw ziel. Jij zit gewoon in je Northfacejas op je stoel het allemaal uit te denken, dat is een enorme bevrijding.”

Na een slok koffie: “Weet je wat zo kut is aan spelen? Dat intieme. Dat iedereen maar aan je zit en op je zit en dat je maar in elkaars adem moet staan. Blèh. Het is mentaal en fysiek zo intiem, ik heb daar geen zin meer in. Het is geen toeval dat er in Instinct geen naaktscènes voorkomen; dat is geen preutsheid, het is een poging onze ingesleten patronen te doorbreken.”

U hebt nogal eens (half)naakt op het toneel gestaan.

“Dat klopt, ik heb daar nooit een punt van gemaakt als het bij de rol paste. Maar ik ben daar anders over gaan denken.”

U hebt een keer een column geschreven over een mannelijke collega die u in het voorbijgaan altijd op uw billen sloeg.

“Ik dacht altijd: dat is toch leuk. Maar eigenlijk vond ik het helemaal niet prettig, ik had mezelf gewoon geconditioneerd om het te accepteren. Ook omdat ik het zielig vond – nog steeds – om tegen de man die dat doet te zeggen dat ik het niet fijn vind.”

Beeld Erik Smits

Ze denkt even na. “Het is een tango die we met zijn allen al honderden jaren dansen en het is moeilijk dat te stoppen. Het was lange tijd zo van: laat die gekke oude man zijn gang maar gaan, maar we krijgen het wel recht hoor. In het ensemble is er al veel veranderd. Maar je krijgt heel maffe situaties, waarin mensen zichzelf bij voorbaat al gaan corrigeren: o, dat mag niet meer.”

“Maar je wilt ook niet naar een situatie waarin niemand zich meer vrij voelt in het repetitielokaal. En jongens zitten hormonaal nu eenmaal anders in elkaar dan meisjes. Dat is geen excuus, maar het is wel zo. We zijn gewoon beesten. Er zit een laagje beschaving overheen, maar we zijn beesten.”

Regisseren past u nu beter, zegt u. Was er ook een moment waarop u besloot dat u regisseur wilde worden?

“Ik kwam er al vrij snel achter dat Aileen Quinn, die Annie speelt, die film helemaal niet had gemaakt. En op de toneelschool zei ik ook al dat ik eigenlijk dingen wilde maken. ‘Doe maar’, antwoordden mijn leraren. Maar er kwam niks, ik was alleen maar doodsbang. Ik ben geen intrinsieke maker, ik heb eerst een lange weg moeten afleggen.”

Van wie hebt u het meest geleerd?

“Ivo. Het goeie van Ivo is dat hij niet alleen een geniaal kunstenaar is, maar ook de skills heeft om dat voor het voetlicht te krijgen. Dan gaat het om leiderschap, management, organiseren, efficiency. Dertig procent van wat me zo aantrekt in regisseren heeft daarmee te maken; snel kunnen denken, anticiperen, goed communiceren, transparant blijven. Eerlijk zijn. Goed leiderschap.”

“Toen ik op mijn dertiende Lulu met Chris Nietvelt zag, wist ik al dat ik met Ivo wilde werken. Ik heb hem toen een brief geschreven – hij houdt nog altijd vol dat ie die niet heeft ontvangen. Toen ik later bij De Trust ging spelen, kwam hij altijd kijken. Ik vond hem heel aantrekkelijk – hij droeg toen al van die mooie pakken – en probeerde altijd even met hem te praten. Op een gegeven moment heeft hij me gevraagd.”

U noemt De Trust van regisseur Theu Boermans. Wat heeft hij voor u betekend?

“Theu heeft me de basis van het spelen bijgebracht. Ik zat pas in het tweede jaar van de toneelacademie toen ik bij De Trust terechtkwam, hij heeft me alles geleerd. Echt alles. Ivo is geen psychologische pedagoog; Ivo maakt een kunstwerk en jij moet daar gewoon in mee. De lat ligt hoog en hij gaat ervan uit dat je er overheen komt. En als dat niet zo is, snapt ie dat niet. Theu wel; hij is de allerbeste leraar die je je kunt wensen.”

“Ik heb een week niet geslapen voordat ik Theu heb gezegd dat ik naar Toneelgroep Amsterdam ging. Na heel veel vijven en zessen zei hij oké. Als afscheid stelde hij voor dat we samen De Meeuw zouden doen. Hij speelde Trigorin, ik Nina. Carice deed ook mee, het was een magische voorstelling.”

Na een korte stilte: “Het zijn stuk voor stuk grootse kunstenaars. En dat duidelijke, dat autoritaire heb ik nodig, anders voel ik me onveilig. En als ik me onveilig voel word ik recalcitrant en cynisch. Bij hen word ik juist rustig.”

U hebt ook gewerkt met Alex van Warmerdam en Paul Verhoeven.

“Alleen maar mannen, dat is misschien wel een beetje raar.”

De amateurpsycholoog zegt: u bent op jonge leeftijd uw vader verloren…

“Ik heb me altijd enorm aangetrokken gevoeld tot krachtige mannen, makers. Dat heb ik nog steeds, helaas. Ik heb Theu, Ivo en Alex een brief geschreven toen ik heel jong was. Theu toen ik tien was. Toen nam mijn moeder me mee naar Oorlog in het Grand Theatre in Groningen. Een heel extreme voorstelling, gewelddadig, met naakt, poep op tafel, maar ik dacht: hier wil ik me bij aansluiten.”

“Ik heb een brief geschreven, maar ook daar heb ik niks op gehoord. Later zag ik Lulu, en schreef ik Ivo, daarna De Noorderlingen en heb ik weer een brief geschreven. Ik heb drie brieven geschreven. Nee, Paul niet, terwijl die rare dingen van hem, zoals De vierde man, mij ook heel erg aanspraken.”

Wist u direct dat uw eerste regie een film zou zijn en geen toneelstuk?

“Ja, toneel is voor mij een soort heilige kerk, dus ik dacht: dat gaat niet als eerste. Dat durfde ik niet. De onbevangenheid die ik had toen ik op de toneelschool Ophelia speelde, die zalige naïviteit, dat gevoel had ik weer bij film.”

U bent met andere projecten bezig geweest, hoe kwam Instinct op uw pad?

“Ik zag een EO-reportage over het fenomeen dat er zoveel hulpverleners in tbs-klinieken en gevangenissen verliefd worden op zware criminelen. Dat intrigeerde me direct. Ik denk dat het te maken heeft met mijn neiging om soms het verkeerde te willen, terwijl ik mezelf toch als een intelligent en weldenkend wezen zie. Dat is een blinde vlek, die vaak te maken heeft met de liefde.”

“Ik vind verslaving sowieso een interessant thema: dat je je ergens toe aangetrokken voelt waarvan je weet dat het slecht voor je is, maar je dat verlangen niet kunt onderdrukken. Dat kan ook gaan over drugs, sigaretten of voedsel, over een giftige vriendschap of over een nare vader van wie je maar blijft hopen dat hij trots op je is. In dit specifieke geval komt daar nog bij dat je zou denken dat een hulpverleenster als geen ander weet wat de valkuilen zijn. We gaan ervan uit dat ze zo goed zijn opgeleid dat ze precies weten hoe ze om moeten gaan met dergelijke situaties, maar het zijn ook maar mensen.”

Halina Reijn: ‘Leraren zeiden tegen mijn moeder: ‘Dit is een beetje gek, dit kind’’ Beeld Erik Smits

“Die hele nature-nurture-discussie is ook een van mijn obsessies. We zijn zo’n vreemde caleidoscoop van prikkels en indrukken, van DNA en chemische processen, van de boeken die we hebben gelezen, de films die we hebben gezien en de vrienden die we hebben gemaakt. En ik denk dat elk verhaal dat je bedenkt alleen maar een mal is om dezelfde thematiek in te kwakken.”

Instinct gaat over u?

“Mijn twee zussen zeiden dat ze Nicoline zo op mij vonden lijken, ze zagen Carice helemaal niet. Hoe ze bewoog, hoe ze praatte; ze zagen de hele tijd mij. De dualiteit die in Nicoline zit, zit in alle klassieke personages die ik sinds mijn twintigste heb gespeeld: Ophelia in Hamlet, Katherina in Het temmen van de feeks, Hedda Gabler, Nora in Een poppenhuis, Dominique Francon in The Fountainhead, Maria Stuart, de vrouw aan de telefoon in La voix humaine, Wedekinds Lulu, Lulu in Shopping and Fucking, Judy in Simon Stone’s bewerking van Woody Allens Husbands and Wives… het zijn allemaal vrouwen die extreem tegenstrijdige krachten in zich dragen en die relaties aangaan met mannen die stuk voor stuk gemankeerd én gevaarlijk zijn.”

“In Instinct heb ik geprobeerd hun innerlijke verscheurdheid en zoektocht naar seksuele identiteit vorm te geven. Op mijn eigen manier. Ik heb altijd een grote gespletenheid ervaren als het om liefde en seks gaat: enerzijds voel ik een oeverloze, overheersende kracht, anderzijds ervaar ik een irrationele drang tot onderwerping.”

Nicoline heeft een gecompliceerde verhouding met haar moeder; is dat ook autobiografisch?

“In principe niet, want ik heb een heel goede band met mijn moeder. Maar tijdens onze research hebben Esther Gerritsen en ik veel gelezen over de seksuele revolutie, en hoe vooral hier in Amsterdam alles en iedereen maar bevrijd moest worden. De giraffen in Artis moesten bij wijze van spreken ook bevrijd worden.”

“Zonder dat we daar erg op ingaan, is Nicoline een product van die generatie: ze is grenzeloos grootgebracht en de consequentie is dat ze in haar volwassen leven op zoek gaat naar grenzen. Ze wordt zelf hoekig; ze is schijnbaar heel begrensd, maar ze heeft een ongezonde band met grenzen. En ze voelt zich aangetrokken tot wat niet echt intiem is, want wat wel echt intiem is, doet haar denken aan die jeugd. Daar zitten natuurlijk kanten aan die ik ken. Ik had een hippiejeugd, maar wij zaten niet intern bij de Bhagwan ofzo, ik ben opgegroeid in de periferie. Ik heb daar de vruchten van geplukt, ik ben er in zekere zin door bevrijd, maar er zit een andere kant aan en die probeer ik een beetje te belichten.”

Wat vond uw moeder van de film?

“Ze had zoiets van hè?! Ze moest er wel even aan wennen, omdat de film natuurlijk best heftig en gewelddadig is, en dat is dan het eerste wat je dochter de wereld instuurt als maker. Maar ze steunt me volledig. Dat is ontzettend belangrijk voor mij, want zij heeft een grote rol gespeeld in de totstandkoming. Al die jaren dat ik rondliep met filmplannen, zei ik: ‘Ik kan het niet, ik kan het niet zonder Ivo.’ Iedereen werd daar gek van, mensen vluchtten weg als ik eraan kwam, maar zij bleef maar luisteren. Het zit in jou, zei ze. Je hebt al zo lang met hem gewerkt, Ivo zit in jou. Je bent het zelf, het is jullie chemie. Dat is misschien een open deur, maar voor mij was het heel belangrijk dat zíj dat zei. Zij is belangrijker geweest voor mijn carrière dan wie dan ook. Ze heeft me als een voetbalmoeder overal naartoe gebracht. Naar toneelles, naar Amsterdam, waar ik op mijn elfde al in voorstellingen speelde. Altijd ging ze met me mee.”

Door uw film hebben we u lang niet op toneel gezien. Mist u het?

“Ik heb tussendoor een paar keer De stille kracht gedaan en ik ga nu weer touren met La voix humaine, maar in principe sta ik niet bij nieuwe dingen ingepland. Dat is een keuze. Ivo heeft wel door – en daarin steunt hij me ook – dat ik dit écht wil doen. Dat dit voor mij de nieuwe weg is. Als mijn film was neergesabeld, was het misschien anders geweest, maar het enige waar ik nu aan kan denken is nóg een film maken.”

“Ik ben nu niet meer voor honderd procent als actrice aan het werk, maar onze band voelt voor mij niet anders. Als Ivo en ik samen in een ruimte zijn, trekken we meteen weer naar elkaar toe; dat is altijd zo geweest en dat is nog steeds zo. Maar ik mis hem soms wel. Tijdens Zomergasten zat ik de helft van de tijd te janken voor de tv, omdat ik hem zo mis. Ivo ontroert mij echt heel erg.”

Heeft hij uw film ook al gezien?

“Natuurlijk. Toen ik met Job ter Burg aan het monteren was, had ik hem een ruwe versie gestuurd. Die heeft hij in New York op zijn laptop bekeken, daarna hebben we gefacetimed. Hij was heel trots. En hij was zwáár onder de indruk van het acteerwerk.”

Had u de hoofdrol zelf graag willen spelen?

“Ja. Het is een toprol. Maar er is er maar één die het kan zoals Carice. Zij heeft iets wat niemand anders heeft; haar kwetsbaarheid is zo gigantisch. Dat bijna Aziatische dunne blad dat ze is, die transparantie… Natuurlijk had ik het zelf willen doen, maar toen ik Carice bezig zag was ik zo blij dat ik het niet hoefde te spelen.”

“Mijn respect en eerbied voor Carice en Marwan zijn enorm. Zij zijn mijn kinderen. Misschien ebt het wel weer weg, maar ik voel nu een heel heftig moedergevoel bij hen allebei. Het is alsof ik twee kinderen heb; ik voel een liefde die ik nog nooit eerder heb gevoeld. Zij zitten daar overigens totaal niet op te wachten, natuurlijk… Carice zegt dan: ‘Hou op, laat me met rust.’” Ze lacht. “Dan ben ik op mijn 43ste toch nog moeder. Wel vet: ik heb heel grote kinderen gemaakt.”

Als u over erkenning spreekt, hebt u het over uw moeder en Van Hove; was de bevestiging van uw partner Daniel de Ridder eigenlijk ook van belang?

“Ja natuurlijk! Filmmaken is heel erg politiek; je hebt allemaal besprekingen, waarin je voortdurend je ideeën moet verdedigen. Ik ben dan vaak het cliché van een vrouw. Een pleaser, ik denk dan al snel: hij zegt het, dan zal ik het maar doen. Maar dan zegt Daniel: ‘Natuurlijk doe je dat niet.’ Daarin is hij cruciaal. Daan brengt me altijd terug naar mijn radicale zelf.”

“Daniel heeft The Fountainhead wel tien keer gezien, in Amsterdam, Parijs, in New York. Als we met ITA op tournee gingen, ging hij vaak mee – nu kan dat lang niet meer altijd, vanwege zijn rechtenstudie. Hij zat ons dan vaak te analyseren alsof het een voetbalwedstrijd is. Volgens Daan zijn er veel parallellen tussen de voetbalwereld en de theaterwereld en ik denk dat hij gelijk heeft. Zijn opmerkingen en inzichten zijn altijd helemaal top, het is niet voor niets dat hij ook heel close is met Ivo en Jan Versweyveld.”

Gaat u ook weleens naar hem kijken?

“Af en toe, maar die voetbalwedstrijden op die kleine veldjes zijn heel heftig. Daan is een temperamentvolle speler. Dat vind ik heel aantrekkelijk, heel sexy, en ook herkenbaar; zoals hij in het veld staat, kan ik me op de bühne gedragen. Maar na een halfuur kijken, ga ik meestal wat zitten typen.”

Halina Reijn

10 november 1975, Amsterdam

1985-1992 Vooropleiding Theater Groningen
1996-1998 Toneelacademie Maastricht
1998-2003 De Theatercompagnie/De Trust
1998 Colombina voor Shopping & Fucking
2001-heden Internationaal Theater Amsterdam /Toneelgroep Amsterdam
2003 Hoofdrol in Grimm van Alex van Warmerdam
2005 Debuutroman Prinsesje nooitgenoeg bij Prometheus
2006 Rol in Zwartboek van Paul Verhoeven (Gouden Kalf-nominatie)
2009-heden Tafeldame DWDD
2013 Theo d’Or voor Nora
2013 Antiglamour bij Nijgh & Van Ditmar
2015 Oprichting productiebedrijf Man Up (met Carice van Houten)
2017 Theo Mann-Bouwmeesterring 2019 10-jarig jubileum solovoorstelling La voix humaine
2019 Regiedebuut Instinct

Halina Reijn woont in Amsterdam en heeft een relatie met ex-voetballer Daniel de Ridder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden