PlusReportage

‘Guerrilla gardening’: stiekem fleurt Semilla de stad op met zaadbommen

‘Guerrilla gardeners’ zaaien in de openbare ruimte om die op te fleuren. ‘De stad is lelijk, ik wil dat alles wordt beklommen door planten.’

Zaadbommen. Beeld Birgit Bijl
Zaadbommen.Beeld Birgit Bijl

“Dit is een perfecte plek,” zegt Semilla (niet haar echte naam, 41) en ze haalt een handvol zelfgemaakte zaadbommen uit haar linnen tas. Het is rond half negen ’s avonds als ze bij een verwaarloosde geveltuin hurkt, met haar hand een kuiltje in de aarde graaft en een van de bommen erin stopt.

Een paar centimeter verderop doet ze hetzelfde. Met haar vingers verspreidt ze wat aarde om de bollen te ­bedekken en drukt die vervolgens licht aan. De donkerbruine, ronde ‘bommen’ zijn gemaakt van aarde, klei, ­water en zaden. Semilla tuurt door het geblindeerde raam van het huis. “Ik denk dat hier niemand meer woont.” Als ze klaar is, staat ze op en loopt ze in haar zwierige rok verder door de straten van de Transvaalbuurt in Oost.

Semilla doet aan ‘guerrilla gardening’. De zaadbommen heeft ze zelf gemaakt, in haar atelier. Uit de zaden moeten bloemen ontkiemen, zoals goudsbloem, korenbloem, boekweit en klaproos. Het leggen van de bommen doet ­Semilla bij voorkeur ’s avonds, zodat het minder opvalt. “Je doet toch iets wat niet mag.”

Toen Semilla zo’n tien jaar geleden over guerrilla gardening hoorde – in haar activistische tijd, toen ze veel met krakers omging – vond ze het concept meteen fantastisch. “Ik dacht: wat een toffe manier om de stad te vergroenen. Ik vind steden zo lelijk, ik wil dat alles beklommen wordt door planten en omringd door parken. Bloemen zijn noodzakelijk: we hebben insecten en vogels nodig in onze leefomgeving.”

Aan de gracht waar ze eerder woonde begon Semilla een boomspiegel, de ruimte rondom een boom, in te zaaien. “Maar mensen zetten hun fietsen tegen de boom. Ik prikte bamboestokjes eromheen, later zette ik tegels neer en ik hing een briefje op: ‘Alsjeblieft, zet je fiets niet in de boomspiegel.’”

Het is altijd de vraag of de zaden ook echt zullen ontkiemen op de plek waar een bom wordt geplant. In de loop der jaren leerde Semilla wat wel en niet werkt. “In het begin gooide ik ze in het gras in parken, maar groenbeheerders maaien de bloemen zo weg.”

Kansrijkere plekken zijn braakliggende terreinen, verwaarloosde geveltuinen en bloembakken (zie kader).

Eén grote bloemenzee

Guerrilla gardening ontstond in de jaren zeventig in New York, waar een groep bewoners een verpauperd stuk land omtoverde tot buurttuin. Van daaruit waaierde het fenomeen uit over de hele wereld. Er bestaan inmiddels twee soorten guerrilla gardeners: mensen die kleine acties ­ondernemen door plekken in te zaaien of bollen te planten in de openbare ruimte, en mensen die een echte tuin aanleggen in een gemeenteplantsoen of op een braakliggend terrein.

In Osdorp-De Aker heeft Casper Kraima (54) zo’n guerrillatuin aangelegd, in het plantsoentje naast zijn huis dat er ‘niet uitzag’. “Het was allemaal dood en verdord. Toch kwamen jongens van (sociale werkplaats) Pantar schoffelen. Dat vond ik zo zonde. Ik heb op alle mogelijke manieren geprobeerd contact op te nemen met de gemeente, maar ik kreeg geen reactie. Toen dacht ik: krijg maar wat, ik ga het gewoon doen.”

Kraima trok de oude takken uit de grond en zette een plant erin die hij over had uit zijn eigen tuin. “Ik wilde niet dat het me klauwen met geld zou gaan kosten,” zegt hij, “dus ben ik niet naar het tuincentrum gereden om in te ­kopen. Van die zaadjes die je overal bij krijgt heb ik uitgestrooid in het plantsoen. Om te zorgen dat de groendienst de tuin niet zou gaan schoffelen, heb ik van resthout een bordje gemaakt: ‘Bloemen voor bijen, vlinders en vogels. Niet schoffelen a.u.b’.” Dat het guerrilla gardening heet wat hij deed, ontdekte Kraima pas later.

null Beeld Birgit Bijl
Beeld Birgit Bijl

Het is nu bijna tien jaar later. Inmiddels heeft hij ook het plantsoen voor het huis van de buren omgevormd tot een bloementuin, evenals twee boomspiegels in de straat. Er staan op dit moment nog kaasjeskruid, wilde peen en ­winde in bloei, de rest is al uitgebloeid. “Maar in de lente is dit één grote bloemenzee,” verzekert Kraima met een glimlach.

Kraima merkt dat buren de bloemen waarderen. “Ik hoorde mensen die langsliepen zeggen: ‘Goh, wat ziet het er hier leuk uit. Zouden wij dat ook kunnen doen?’ ­‘Gewoon doen!’ riep ik over de heg terug.”

Niet zo stiekem

Volgens Cerian van Gestel (48) – alias ‘Jenny’, de bekendste guerrilla gardener van Nederland – is het al lang niet meer zo dat het inzaaien illegaal is en stiekem moet gebeuren. “Er mag zo veel meer dan vroeger, met instemming van de gemeente. Sommige guerrilla’s doen het nog steeds midden in de nacht, maar dat doen ze meer voor de sfeer en het verrassingseffect de volgende ochtend.”

Begin dit jaar publiceerde Van Gestel het boek Guerrilla Gardening: Handboek voor buurtvergroeners, en al jaren beheert ze de website guerrilla­gardeners.nl. Inherent aan guerrilla gardening is de kans dat het misgaat, zegt ook Van Gestel. ­Gekiemde zaden kunnen worden weggeschoffeld, plantjes platgemaaid. “Meestal herkent een groenmedewerker wel dat het iets interessants is en laat hij het zitten. Maar je zal moeten accepteren dat het soms misgaat.”

null Beeld Birgit Bijl
Beeld Birgit Bijl

Geert Timmermans, stadsecoloog van de gemeente Amsterdam, zegt op zich niks te hebben tegen het verspreiden van zaden, zolang het maar inheemse planten zijn. “Als je zaden gebruikt die uit Nederland komen en geen pretpakket uit Italië, kan het helemaal geen kwaad en kan het juist een verrijking voor de stad zijn.” Insecten hebben profijt van planten die hier van nature thuishoren, aldus Timmermans, van andere planten vaak niet.

Op de hoek van de Tugelaweg haalt Semilla een glazen pot met papaverzaad uit haar tas. Ze strooit er al lopende mee: bij een elektrische laadpaal, rondom een Amsterdammertje, bij wat aarde naast een ontluchtingsraster. “Papaverzaad groeit echt overal,” verzekert ze, “zelfs tussen de stoeptegels.”

Tips voor guerrilla’s

- Sprokkel zaden uit (buurt)tuinen. Liever zaad kopen? Kies dan voor biologisch, inheems zaad, bijvoorbeeld van De Cruydt-Hoeck.

- Gebruik voor de zaadbommen klei uit de grond en aarde uit een tuin. Of koop pottenbakklei (droge, rode klei) bij een handwerkwinkel.

- Geschikte plekken zijn bijvoorbeeld braakliggende terreinen waar een paar jaar niets mee gebeurt, verwaarloosde geveltuinen, plantenbakken, boomspiegels, en onderaan heggen.

- Zet een boomspiegel die je wilt opfleuren duidelijk af zodra je gezaaid en beplant hebt, zodat groenbeheerders niet gaan schoffelen.

- Kijk op guerrillagardeners.nl voor meer tips.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden