PlusAchtergrond

Groen én goed doen valt niet mee – adoptieouders gezocht voor verweesde zonnepanelen

PS 22 oktober 2021
hergebruik zonnepanelen

Solar panel on a red roof Beeld Shutterstock
PS 22 oktober 2021hergebruik zonnepanelenSolar panel on a red roofBeeld Shutterstock

Zonnepanelen worden steeds vaker afgedankt voordat ze op zijn. Een marktplaats voor gebruikte panelen en een nog op te zetten recyclefabriek zouden kunnen dienen als vangnet voor de toekomst.

Na acht jaar heb je gratis stroom. Dat is hoe zonnepanelen worden aangeprezen in het verkooppraatje: over een jaar of zes à zeven of acht heb je de aanschafprijs van zonne­panelen terugverdiend door lagere stroomkosten. Vanaf dat ­moment heb je dus geen omkijken meer naar de elektriciteitsrekening die, zoals deze maand weer bleek, snel ­omhoog kan schieten. Klinkt mooi, maar vooral in de stad is de praktijk anders, zo blijkt nu. Als de ‘terugverdientijd’ is verstreken, ruilen meer en meer huishoudens hun oude zonnepanelen in voor hagelnieuwe.

Door de voortschrijdende techniek zijn zonnepanelen snel goedkoper geworden. Ook zijn nieuwe zonnepanelen stukken beter dan die van tien of vijftien jaar terug, waardoor ze veel meer elektriciteit opwekken. Met tien jaar ­jongere zonnepanelen kan de energieopbrengst zomaar uitkomen op het dubbele, zegt directeur Roebyem Anders van Sungevity, een grote zonnepanelenleverancier. “Onze klanten van het eerste uur hebben vaak zonnepanelen van 200 wattpiek. Nu tikken we de 380 wattpiek aan.”

Vooral in Amsterdam merkt Sungevity dat huishoudens overwegen hun zonnepanelen van het dak te halen om plaats maken voor nieuwe. “Dat gebeurt vaak als ze meer stroom gaan verbruiken omdat in huis een warmtepomp komt. Of als ze een elektrische auto kopen. De huizen zijn hier vaak kleiner en het dakoppervlak ook, dus daar passen er hooguit tien tot vijftien op.”

Dat is het moment waarop mensen kritisch naar hun ‘oude’ zonnepanelen gaan kijken. “Die hebben ze toch al terugverdiend, zeggen ze. We stimuleren het niet, maar signaleren wel dat klanten erom vragen. Omdat het loont ze van het dak te halen.”

Met steun van onder meer duurzaamheidsorganisatie Urgenda en Sungevity is daarom een marktplaats voor gebruikte zonnepanelen bedacht. ZonNext lanceerde zich vorige maand als ’s werelds eerste weeshuis voor zonne­panelen. Dat moet de mogelijkheid van tweedehandsjes op de kaart zetten en tegelijk een veilig heenkomen bieden voor zonnepanelen die het nog goed doen.

Zonnepanelenafval

In eerste instantie gaat het alleen om zonnepanelen van hooguit vijftien jaar oud en minstens 200 wattpiek. Ze worden bij ZonNext aangeboden voor een sterk gereduceerde prijs, of zelfs gratis. Wie ze adopteert, betaalt dus vooral voor de installatie en de keuring. Want alle zonnepanelen worden eerst doorgelicht om te kijken of ze het nog goed doen. Daarmee ben je zelfs zekerder van je zaak dan bij nieuwe, zegt initiatiefnemer van ZonNext ­Isabeau Mensing. “Die worden alleen steekproefsgewijs getest.”

De gedachte dat al die tweedehands zonnepanelen met open armen worden ontvangen door ‘adoptieouders’ roept wel wat vragen op. Want als nieuwe zo lucratief zijn en zo veel beter, dan ligt het toch voor de hand dat men dáár in investeert?

Toch zegt ZonNext al veel belang­stelling te krijgen van gemeenten en woningcorporaties. “Vooralsnog hebben we meer vraag dan aanbod,” zegt ­Anders. Als er onduidelijkheid is over sloopplannen, of het dak moet worden vernieuwd, schrikken bedrijven en woningcorporaties vaak terug voor de investering in nieuwe zonnepanelen, zegt Mensing. “Zo hebben we ook een school, die over tien jaar wordt afgebroken.”

Op het dak van Pepik Henneman (50) in Amsterdam-Noord komen binnenkort vijftien tweedehands zonne­panelen. Hij heeft zijn jarenzestigwoning de afgelopen ­jaren grondig onderhanden genomen met betere isolatie. Dat liep flink in de papieren, dus het helpt dat de panelen weinig kosten. Maar als hij op den duur zijn huis gaat verwarmen met een warmtepomp, gaat hij meer stroom verbruiken. Dan zijn nieuwe wellicht interessanter.

“Ik heb niet precies uitgerekend wat het beste is voor de portemonnee,” zegt Henneman evenwel. Het staat hem tegen dat zonnepanelen worden bekeken als instrument om geld te verdienen. “Waarom hebben we die panelen ook alweer? Om een duurzame samenleving te maken. Mijn panelen gaan óók geld opleveren. En ik vind het een mooi idee om zonnepanelen te nemen die anders in de shredder belanden.”

Vooralsnog gaat het nog om kleine aantallen die worden afgedankt, maar het weeshuis is ook bedoeld als vangnet voor de toekomst. Deskundigen houden voor Nederland rekening met minstens 5 miljoen ton zonnepanelenafval per 2030. Dat zou nog meer kunnen worden als inderdaad veel huishoudens hun zonnepanelen vroegtijdig inruilen. Een Amerikaans rapport van de Harvard-universiteit voorspelt dat de stroom panelenafval wereldwijd om die reden vele malen sneller op gang komt, al na 2026.

Daar komt bij dat zonnepanelenafval lastig te verwerken is. Vanuit Nederland worden ze vooralsnog afgevoerd naar België en Duitsland, waar al wel gespecialiseerde ­afvalverwerkers zijn. Toch wordt zelfs daar niet meer dan 70 procent van de onderdelen hergebruikt, terwijl dat met de belangrijkste materialen – glas, plastic en aluminium – toch goed mogelijk is. In de praktijk worden waardevolle grondstoffen als zilver en silicium vermalen tot bouw­materialen, zoals cement.

Makkelijker te recyclen

In de metropoolregio rond Amsterdam wordt daarom al hardop gedacht aan een recyclefabriek voor zonnepanelen. De in elektronica gespecialiseerde afvalbedrijven ­willen daar eigenlijk nog even mee wachten, maar de regio zet zich liever schrap voor de toekomst; het duurt ook nog wel enkele jaren voor zo’n fabriek er staat en gladjes draait.

Door samen met de provincie Zuid-Holland genoeg reststromen van afgedankte zonnepanelen bijeen te brengen, hopen beide regio’s zo’n fabriek interessant te maken voor investeerders. Op de lange termijn kan dat rendabel zijn, denkt Jacqueline Cramer van de Amsterdam Eco­nomic Board, een samenwerkingsverband van overheid en ­bedrijfsleven gericht op innovatie. “Die markt komt er ­zeker,” zegt oud-milieuminister Cramer, al hangt het ook af van de medewerking van producenten en importeurs.

Nog beter zou zijn als zonnepanelen zo worden ontworpen dat ze makkelijker te recyclen zijn. Twee jonge Nederlandse bedrijven, Exasun en Solarge, timmeren al flink aan de weg met circulaire zonnepanelen waarvan hele ­onderdelen kunnen worden hergebruikt.

Met ZonNext en de nieuwe recyclingfabriek zien oud-minister Cramer en Sungevity-oprichter Anders het als een kans om in Nederland een nieuwe bedrijfstak te ontwikkelen die tot in de verre toekomst geld en werkgelegenheid oplevert. Anders: “Zo kunnen wij de kampioen worden in de circulaire economie van zonnepanelen die worden verwerkt tot nieuwe grondstoffen.”

Dwangarbeid

Niet alleen de verwerking van zonnepanelenafval is ondoorzichtig, ook in andere opzichten tasten consumenten in het duister over de vraag hoe duurzaam hun zonnepanelen nu echt zijn.

Het is ook maar net waar je op let.

Kijk je naar de gifstoffen die de vooral Chinese fabrikanten erin verwerken, of naar de recyclebaarheid van de ­onderdelen? Of kijk je naar de energie die wordt verbruikt bij de productie? Ook in dat laatste geval scoren Chinese fabrikanten minder goed dan ­bijvoorbeeld het Noorse REC, omdat in China de fabrieken nog vooral draaien op steenkool.

Dan nog blijft het ingewikkeld. Eerder dit jaar bleek al dat een groot deel van de zonnepanelen wereldwijd worden gemaakt uit grondstoffen die mogelijkerwijs zijn bewerkt door Oeigoerse dwangarbeiders. In een Amerikaans mensenrechtenrapport werd de waarschuwing afgegeven dat de productie van polysilicium, een belangrijke grondstof voor zonnepanelen, kan worden gelinkt aan onvrije arbeid in de Chinese regio Xinjiang.

Daarmee werd de productie van zonnepanelen in verband gebracht met de toch al zorgwekkende mensenrechtensituatie binnen deze provincie in het westen van China, waar de etnische minderheid van Oeigoeren het zwaar te verduren heeft.

De moeilijkheid is dat circa 42 procent van de wereldproductie van polysilicium afkomstig is uit Xinjiang, zonder dat het voor de fabrikanten van de zonnepanelen vaststaat waar deze grondstof in hun geval vandaan komt. Na alle commotie over het rapport hebben 175 grote bedrijven uit de zonnepanelensector zich in een ­verklaring uitgesproken tegen dwang­arbeid. Ook steunen ze de ontwikkeling van een protocol dat het mogelijk moet maken om de grondstoffen wel traceerbaar te maken, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden