Plus Het jaar van

Gezinsmanager Bas Adriaans: ‘Kon je de ouder maar uit huis plaatsen’

‘De staat grijpt in bij ouders, maar de staat doet het zelf ook niet goed.’ Beeld Jitske Schols

De problemen in de jeugdzorg zijn zo groot dat gezins­manager Bas Adriaans (40) overwerkt thuiszat. De staking tegen het kabinetsbeleid heeft hem goed gedaan. ‘Dit moet het begin zijn van een nieuw begin.’

Als Bas Adriaans namens de Jeugdbescherming Regio Amsterdam op bezoek gaat bij een gezin, is dat slecht nieuws. Er zijn zorgen over de veiligheid of de ontwikkeling van het kind. Het kan gaan over de vele keren dat de politie het kind thuisbracht, de vechtscheiding of huiselijk geweld.

Ouders zijn op hun hoede voor jeugdbeschermers of gezinsmanagers als Adriaans. In het ergste geval wordt het kind immers uit huis geplaatst.

De vragen die Adriaans aan de ouders stelt, zijn vaak pijnlijk. Maar tijdens het eerste gesprek met het hele gezin informeert hij – hopelijk – ook naar iets moois. “Hoe zijn jullie verliefd geworden?” wil Adriaans dan van de ouders weten. Soms verneemt hij dat er vanwege een gearrangeerd huwelijk geen sprake was van verliefdheid, maar vaker hoort hij een mooi verhaal. Over een spannende glimlach, prachtige haren of een fantastische nacht.

Adriaans zoekt naar verbinding om de problemen op te lossen. Want na de prille verliefdheid is er kennelijk het nodige misgegaan.

Het mooie verhaal over de verliefdheid van weleer houdt ook voor Adriaans zelf het werk leuk. De problemen in de jeugdzorg zijn zo groot dat hij het plezier in zijn baan afgelopen jaar even verloor. Hij zat een maand thuis, daarna werkte hij een halfjaar niet volledig. Met een stresscoach en een psycholoog werkte hij aan zijn – succesvolle – herstel.

Adriaans was geknakt vanwege verschillende factoren. Zo werd hij bedreigd door een ouder. “Scheldwoorden als lul, eikel of kankerhomo hoor je bijna dagelijks, maar waar ik erg van schrok: een vader die zei ‘dat hij mij een lesje zou leren’. De man had een vechtsportachtergrond. Ik was bij hem op huisbezoek, hij ging bij de deurpost staan, gooide een koffiekopje door de kamer en zei dat ik het huis niet uitkwam. Na een minuut of zeven bedaarde hij en kon ik weg.”

Ook de frustratie over de beperkte hulptrajecten die hij kan inzetten, speelde hem parten. “Ik kan niet de hulp bieden die ik wil. Dat vrat aan me.” Verder gingen hij en zijn vrouw, met wie hij drie kinderen heeft, uit elkaar.

Als man van 40 is Adriaans niet het prototype jeugd­beschermer. Veel van zijn collega’s zijn vrouw en wat jonger. Toen Adriaans zelf twintiger was, werkte hij in hotels als Radisson Sas en Okura. Hij organiseerde er feesten.

De switch naar de jeugdzorg was uit nood geboren. Adriaans kon de gewenste promotie in het hotelwezen niet maken, en hij begon om zich heen te kijken. Zijn moeder, die als hulpverlener had gewerkt met verstandelijk beperkten, zette hem op een nieuw spoor.

Adriaans ging als 26-jarige terug naar het hbo en hij werd sociaal-pedagogisch hulpverlener. Aanvankelijk begeleidde hij autistische kinderen en hun ouders. Sinds drie jaar is hij in dienst van de Jeugd­bescherming Regio Amsterdam.

Bas Adriaans
18 februari 1979, Den Haag

Studies Mavo aan het Vlietland College in Leiden, Middelbare Hotelschool Mondriaan in Den Haag en SPH aan de HvA

Werkervaring
2000-2006 Verschillende functies in het hotelwezen
2006-2007 Begeleider bij Philadelphia in Rijswijk
2007-2009 Begeleider Amsta Kleine Johannes
2009-2010 Orthopedagogisch ­medewerker MOC ’t Kabouterhuis
2010-2016 Zzp’er ambulant begeleider jongeren met Asperger/ASS
2016-heden Senior gezinsmanager en or-lid Jeugdbescherming Regio Amsterdam

Bas Adriaans is gescheiden en heeft drie kinderen.

De jeugdzorg lag dit jaar onder een vergrootglas. Jeugdzorgmedewerkers kaartten het geweld tegen hen aan, er was een landelijke staking in Den Haag en er verschenen publicaties die de vloer aanvegen met de sector.

Zo stelde de Commissie Geweld Jeugdzorg vast dat het toezicht vanaf 1945 ernstig tekort is geschoten: instellingen reageerden nauwelijks op signalen van geweld. De Inspecties Gezondheidszorg & Jeugd en Justitie & Veiligheid concludeerden dat kwetsbare kinderen die ‘ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, of die in aanraking zijn gekomen met politie of justitie, niet tijdig de juiste hulp krijgen.’

Er lijkt altijd gedoe rondom de jeugdzorg. De giftige pijlen richten zich nu op de decentralisatie, en de uitwassen daarvan. In 2015 maakte de rijksoverheid de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Tevens werd 15 procent bezuinigd. Het heeft desastreus uitgepakt; wachtlijsten zijn enorm opgelopen en de werkdruk is fors toegenomen. Adriaans: “De jeugdzorg is failliet.”

Dat zijn grote woorden.

“Dat weet ik, maar ik meen het. Als gezinsmanager heb ik van de staat de opdracht gekregen om de veiligheid van jongeren te waarborgen, omdat hun ouders dat niet kunnen. Maar als een rechter mede op grond van mijn bevindingen en toetsing van de Raad voor de Kinderbescherming oplegt dat een kind vanwege de veiligheid per direct uit huis moet worden geplaatst, kan dat niet. Vanwege gebrek aan capaciteit duurt dat een halfjaar, of langer. Al die tijd blijft het kind in de onveilige thuissituatie, met alle extra schade van dien. De staat grijpt in als ouders het niet goed doen, maar de staat doet het zelf ook niet goed. Dan kun je met recht spreken van een failliete sector.”

Moet de staat zich wel zo intensief bemoeien met de jeugdzorg?

“Ja. Het is in dit land een democratisch besluit en wettelijke plicht om ook de jongste burgers te beschermen, ook om de maatschappij veilig en leefbaar te houden. Het gezin is een minimaatschappij. Het gedrag, de omgangsvormen en de normen die kinderen in hun gezin krijgen aangeleerd, passen ze simpelweg toe in de rest van de samenleving. Kinderen uit een gewelddadig gezin kunnen meer geweld gebruiken op straat. Ze kunnen dus gevaarlijker zijn voor anderen. Mede daarom is de jeugdzorg een taak van de staat.”

Hoe kun je vaststellen of de kwaliteit goed is?

“Jeugdzorg is een lang en duurzaam product, als je het een product zou willen noemen. Het vergt veel geduld. De interventies die je nu bij kinderen en jongeren doet, werpen misschien pas later vruchten af. Dus als je ziet dat volwassen Nederlanders in 2040 over het algemeen gelukkig zijn, werk hebben, weinig psychiatrische problemen kennen en zelf gelukkige kinderen opvoeden, is de jeugdzorg in de jaren ervoor goed verlopen. Helaas is ons politieke bestel niet ingericht op zo’n lang en duurzaam product. De regeerperiode van een kabinet duurt maar vier jaar. De langetermijnvisie ontbreekt.”

Houdt Jeugdbescherming Amsterdam bij hoe het met oude cliënten is verlopen?

“Nee, mede vanwege privacywetgeving. Onze bemoeienis stopt als jongeren achttien jaar zijn. Wat we uit de ontwikkelingspsychologie weten, is dat een onveilige thuissituatie en een slechte hechting met de ouders vaak gepaard gaan met emotionele problemen en gedragsproblemen.”

Als uiterste ingreep kan een kind uit huis worden geplaatst. Is dat dan de oplossing?

“Een kind uit huis halen is altijd schadelijk. Alleen als het nog schadelijker is om de thuissituatie te laten voortbestaan, is een uithuisplaatsing een goed idee. Maar ik zou willen dat je ook de ouder uit huis kunt plaatsen. Als duidelijk is dat bijvoorbeeld het gedrag van moeder het probleem van het kind veroorzaakt, is het beter dat die moeder een tijdje uit huis vertrekt, niet het kind. Maar die mogelijkheid bieden de huidige faciliteiten niet.”

Ouders hebben soms grote moeite met u. Begrijpt u dat?

“Zeker. Als ik binnenkom, gaan we uiteindelijk over de problemen praten en laat ik mijn meetinstrumenten los op het gezin. Dat zijn vragenlijsten met inschattingen die ik maak. Is het kind veilig thuis? Wordt de ontwikkeling niet ernstig belemmerd? Het antwoord heeft altijd een normatief kader. Sommige ouders zijn het hartgrondig met oneens met dat kader, omdat ze zelf bijvoorbeeld anders zijn opgevoed, en daar best tevreden over zijn. Ik begrijp dat ze mijn bemoeizucht verschrikkelijk vinden.”

Wat ook niet helpt, is dat u een probleem vaststelt, waarna de oplossing lang op zich laat wachten.

“Dat klopt. Ik maakte mee dat een meisje van acht haar vader niet meer wilde zien; de ouderverstoting. Ouders zaten in een zogenaamde vechtscheiding, maar ik zag niet dat moeder het kind opzette tegen vader. Moeder wilde dat dochter omgang had met vader. Er was geen teken van misbruik door vader, toch verstootte dat meisje hem.”

“Als jeugdbeschermer kan ik dat meisje niet dwingen tot omgang met vader. Wel kan ik doorverwijzen naar een psychologische behandeling om de vader-dochterrelatie te verbeteren, maar er is een wachtlijst van een jaar of langer. Dat vader dan ook boos is op mij omdat hij zijn dochter niet ziet, begrijp ik heel goed. Ik ben zelf ook vader. Die wachtlijsten, dat moet echt verdwijnen. Daarom hebben we gestaakt voor 750 miljoen euro extra.”

Vindt u uw werk door die bedreigingen en de beperkte mogelijkheden nog leuk?

“Ja. Er valt gelukkig genoeg te lachen, juist ook samen met onze gezinnen en jongeren. En je kunt nog steeds veel betekenen in het leven van een kind. Daarnaast put ik kracht uit het gebundelde verzet van iedereen uit de sector. Dat helpt tegen cynisme. Ik wil niet cynisch worden.”

Hoe ziet u uw werk eigenlijk?

“Het is mijn bijdrage aan een verbetering van de wereld. Vrienden noemen me ‘de groene’, omdat ze mijn baan associëren met boomknuffelen en dat soort softe dingen. Soft is het allerminst. Loop maar eens een weekje mee, zeg ik dan.”

Terugblik 2019

Hoogtepunt: “Ik ben nu vitaler dan in januari. Ik was overwerkt, maar ben sterker teruggekomen. De staking van de hele sector tegen het kabinetsbeleid was ook een hoogtepunt.”

Dieptepunt: “De reden van de staking in Den Haag: het faillissement van de jeugdzorg. We kunnen heel veel betekenen voor jongeren en gezinnen, maar het gebeurt te weinig. Doodzonde.”

Persoon van het jaar: “Ik ben Ajaxfan, dus ik kies voor Matthijs de Ligt. Speelde een geweldig seizoen in Nederland, vertrok voor 75 miljoen euro naar Juventus, werd na een moeizaam begin in Italië al bijna afgeschreven, maar keerde ijzersterk terug. Diepe buiging.”

Wat blijft u het meeste bij? “Dat dit in de jeugdzorg het begin is van een nieuw begin. Ik hoop dat er binnen twee jaar een beter stelsel is, met meer en betere mogelijkheden om jongeren veilig te laten opgroeien.”

Wat hoopt u volgend jaar niet meer terug te zien? “Wachtlijsten van negen maanden of langer. En de ­vogelvrije status die mijn collega’s en ik hebben. We worden bedreigd.”

Dit is de derde aflevering van de interviewserie Het jaar van, waarin ­markante Amsterdammers terug-blikken op hun 2019. Lees hier de eerdere afleveringen terug:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden