PlusReportage

Geplop, geklots... op het water bestaat de drukte van de stad even niet

In een bootje is de stadse hectiek snel vergeten. Of raken ook de grachten, de Amstel en het IJ steeds voller? Ach, ‘het belangrijkste is dat de mentaliteit op het water beter is’.

‘Het water is  de enige plek waar je nog een beetje de ruimte hebt.’ Beeld Teska Overbeeke
‘Het water is de enige plek waar je nog een beetje de ruimte hebt.’Beeld Teska Overbeeke

Er bevinden zich nog geen drie hoogtemeters tussen de kade en het water, maar het is een wereld van verschil. Boven op de Eenhoornsluis, de brug over de Korte Prinsengracht die de Haarlemmerstraat met de Haarlemmerdijk verbindt, passeren per dag zo’n 20.000 fietsers. Het is druk te noemen, hectisch zelfs. Dit is een stukje stad waar je alert moet zijn, waar je moet opletten. Terwijl er even iets lager, net geen drie meter dus, rust is. Een andere wereld, de wereld van het water.

Stadslawaai verstomt beneden tot achtergrondgeluid, het klotsen van het water tegen de boeg van je sloepje bepaalt het ritme van je beleving. Op absolute topdagen varen hier ‘slechts’ tweehonderd bootjes voorbij, is nog niet zo lang geleden uitgezocht. Het is allesbehalve een geluidloos motortje dat het bootje wel heel voorzichtig voortstuwt, maar het geplop-plop-plop versterkt de kabbelende gemoedstoestand waarin het bootjesvolk aan boord zich toch al bevond vanaf het moment dat de wal werd ingeruild voor het water. Niks moet, alles mag.

Op het water gaat het min of meer vanzelf. Hoewel juist deze Eenhoornsluis een behoorlijk ingewikkeld punt kan zijn. Klassieke rondvaartboten, die lange sigaren, kunnen de bocht vanuit of naar de Brouwersgracht vaak niet in een keer nemen en moeten enkele keren heen en weer steken voordat ze recht voor de opening – iets meer dan zes meter breed – liggen. Sloepjesmensen die denken er even tussendoor te kunnen schieten, stuiten niet zelden op de stuursheid van de professionele schippers.

Opvallend echter: bijna iedereen is ontspannen, bijna geen schipper zit hier op het vinkentouw. “Ik heb het altijd druk, maar zodra ik aan boord van ons bootje stap valt het allemaal van me af,” zegt dertiger Jari de Groot, Hij zitligt met drie vrienden in het sloepje dat ze twee jaar geleden met zijn allen hebben aangeschaft. Ze wachten rustig af tot de rondvaartboot is weggevaren in de richting van het Centraal Station. “Op de fiets ben ik gehaast, zelfs als ik eigenlijk geen haast heb. Ik fiets iedere dag óver deze brug op weg naar mijn werk. Maar aan boord word ik rustig. Nu ook weer: wat maakt het mij uit dat we een minuutje moeten wachten? We hebben koud bier en gaan straks even een pizza halen ergens, waarom zouden we druk doen?”

Toch levert de Eenhoornsluis dus ook regelmatig geëmmer op. Vermakelijk voor toeschouwers die soms speciaal op de kade neerstrijken om het amateurtoneel te water goed te kunnen aanschouwen. Maar: het gaat altijd goed. Bijna altijd in ieder geval. Er vallen geen gewonden, laat staan doden. Vaartuigen worden, in tegenstelling tot voertuigen, zelden of nooit total loss verklaard na een botsing. Of zoals schipper Frans Heijn het zegt: “Er zinken in deze stad meer auto’s die te water raken, dan bootjes die bij een aanvaring betrokken zijn.”

Tuinbroek

Heijn, die al jaren door de stad vaart met elektrisch aangedreven salonbootjes, is een waterman in hart en nieren. Toen hij in de jaren negentig nog werkte op de optiebeurs, kon hij vaak niet wachten tot de dag voorbij was en hij zijn nette pak kon vervangen door een tuinbroek. “Dan sprong ik op mijn bootje en ging ik varen. Mensen die mij kenden van mijn werk vroegen wel eens: heb jij een tweelingbroer met een bootje? Ze konden zich niet voorstellen dat een beurshandelaar zulke kleding zou aantrekken en zich, als een van de weinigen in die tijd, op het Amsterdamse binnenwater zou wagen. Maar ik vond het heerlijk, alleen zo kon ik tot rust komen.”

Nu zou het anders zijn, nu Amsterdam groeit en bloeit. De stad barst uit zijn voegen, je hoort het vaak. Ruimte is schaars, Amsterdam is aan het verdichten: meer mensen, meer wensen, meer gebruiksfuncties per vierkante meter. En het water onttrekt zich niet aan die ontwikkeling, want ga op een willekeurige mooie voorjaarsdag eens kijken in de binnenstad – maar ook daarbuiten. Het water, voorheen het domein van mensen die er iets te zoeken hadden, die er werkten en hun geld al varende verdienden, wordt hoe langer hoe meer gebruikt door gewone Amsterdammers en wat dies meer zij.

null Beeld Teska Overbeeke
Beeld Teska Overbeeke

Maar klopt die veronderstelling? Wordt het water wel drukker? Loopt het de spuigaten uit, zoals criticasters beweren op sociale media?

Kijk bijvoorbeeld naar de laatste cijfers die daarover bekend zijn in de Amsterdamse Grachtenmonitor, het periodieke onderzoek naar alles wat zich op en rond het Amsterdamse water beweegt en bevindt. Het aantal bootjes met het verplichte vignet daalt gestaag, al jaren. In 2015 gaf de gemeente nog bijna 6800 zogenoemde vignetten binnenhavengeld uit, maar sindsdien is het aantal pleziervaartuigen met een vaste ligplaats in Amsterdam gedaald naar 4234 in 2020.

Optocht

Natuurlijk, de cijfers zeggen niet alles. Want niet alleen Amsterdamse bootjes nemen ruimte in op het Amsterdamse binnenwater: kijk op de Amstel en het IJ in de vroege zaterdagmiddag en je ziet een optocht van bootjes onderweg voor een rondje grachtengordel. En, waarschijnlijk ook niet onbelangrijk, in de cijfers is corona nog niet meegenomen. De veronderstelling dat ook in Amsterdam en omstreken veel mensen vorig jaar een bootje hebben gekocht, is zeker geen gewaagde.

Jan Feenstra, als nautisch inspecteur namens de gemeente verantwoordelijk voor het toezicht op al dat gedobber, bevestigt dat tot vorig jaar de aantallen bootjes met een vignet – en dat zijn de meeste is de veronderstelling – in de lift naar beneden zaten. “Maar die vignetten zeggen dus ook niet alles. Het zou kunnen dat tijdens corona veel mensen die hun vaartuig niet of nauwelijks gebruikten, het bootje de afgelopen periode hebben verkocht aan mensen die er het afgelopen jaar veel mee op uit zijn gegaan. Dat zou kunnen betekenen dat er niet per se meer bootjes liggen, maar wel dat er meer wordt gevaren.”

Een schipper loodst zijn sloep door de Amstelsluizen. Beeld Teska Overbeeke
Een schipper loodst zijn sloep door de Amstelsluizen.Beeld Teska Overbeeke

Schipper Heijn heeft vooral het gevoel dat mensen die zeggen dat het steeds drukker wordt op het water elkaar aan het napraten zijn. “Hoezo druk? Op de markt is het druk, en bij de Albert Heijn. Maar op het water valt het heel erg mee. Ja, op een mooie dag in de zomer, dan kan het op een aantal plekken best éven wat drukker zijn. Maar het staat allemaal niet in de schaduw van de drukte op de kant.”

Heijn ziet het water als infrastructuur die er nu eenmaal ligt. Het water wordt in zijn beleving juist veel te weinig gebruikt. “Amsterdam zou de ruimte op de grachten, maar ook het water daarbuiten veel beter kunnen gebruiken. Mensen die op hun bootje zitten, zitten niet in de parken, waar het veel, véél drukker is. Je zou kunnen zeggen dat de grachten de parken dus ontlasten.”

Jari de Groot op zijn bootje bij de Eenhoornsluis is het hartgrondig met Heijn eens. “Ik heb geen tuin en alleen een klein balkon op het noorden. Als ik buiten wil zitten, ben ik aangewezen op het park of een terras. Steeds met massa’s mensen om me heen. Maar dan is varen echt veel relaxter: het water is in de binnenstad de enige plek waar je nog een beetje de ruimte hebt.”

Prijzig

Ondertussen wordt het hebben van een bootje wel steeds begrotelijker, zegt De Groot. Hij is per jaar al bijna 600 euro kwijt aan zijn vignet. “Toen we ons bootje kochten in 2018, was dat nog geen 300 euro. Het is dat we de kosten delen, in mijn eentje zou het me te prijzig worden.”

Bootjesman Bouke Veltman is het met hem eens. Hij is schipper op het pontje op De Nieuwe Meer, maar voer vroeger vaak restaurantbezoekers over van het Oostelijk Havengebied naar het Vuurtoreneiland. “Ik woon op een boot en vaar zo vaak mogelijk door de stad. Maar in Amsterdam gaat het hard: de bootjes gaan wat dat betreft de huizen achterna, het wordt voor sommige mensen onbetaalbaar.”

Dat een bootje duurder is geworden in Amsterdam staat als een paal boven water. Vorig jaar was er zelfs sprake van een stijging van 75 procent. Uit vragen in de gemeenteraad bleek dat de kosten in tien jaar tijd zijn gestegen met meer dan 800 procent.

null Beeld Teska Overbeeke
Beeld Teska Overbeeke

Jolanda Smit deed om die reden vorig jaar haar bootje van de hand, met pijn in het hart. “Want met alleen binnenhavengeld ben je er natuurlijk niet: het onderhoud kostte me honderden euro’s per jaar. En heel erg veel tijd bovendien. Wie een bootje heeft, heeft ook zorgen. Nu kan ik gelukkig met vrienden mee, dat is stiekem veel gemakkelijker natuurlijk.”

Dat binnenhavengeld wordt tegenwoordig berekend op basis van de oppervlakte van het vaartuig. Voor een boot met een oppervlakte van iets meer dan 9,5 vierkante meter, wordt dat afgerond naar 10. Het minimumbedrag dat daarbij hoort is 575 euro, waar er voor elke volgende vierkante meter nog eens 50 euro bij komt.

En dus doet zich de paradoxale situatie voor dat het aantal uitgegeven vignetten stevig daalt en tegelijk de inkomsten voor de gemeente juist hard stijgen: in 2019 beurde de gemeente nog 2,1 miljoen euro aan binnenhavengeld, afgelopen jaar was dat bedrag opgelopen tot 3,1 miljoen.

De forse prijsstijging maakt deel uit van plannen om de drukte en de overlast op de grachten terug te dringen. Volgens de gemeente is ‘de schaarse ruimte op de grachten’ reden voor onder meer de verhoging van de binnenhavengelden. Ook wordt er gewezen op de bescherming van het karakter van de grachten als Unesco Werelderfgoed.

Een woordvoerder van de gemeente zegt dat de kosten voor de pleziervaart voor de gemeente een stuk hoger zijn dan de baten. “Kosten die voor de pleziervaart gemaakt worden zijn onder andere voor de uitvoering van het beleid voor pleziervaart, drijfvuilvissen en baggeren en een kleine bijdrage voor de aanpak van bruggen en kades.”

Wat de overlast betreft: die is er natuurlijk gewoon. Wie aan intensief gebruikt water woont, zoals veel woonbootbewoners, ziet op mooie dagen plots continu voorbijgangers door de achtertuin struinen. Bauke Veltman kijkt graag naar binnen bij mensen die direct aan vaarwater wonen, geeft hij toe. “Hoewel dat natuurlijk niet de bedoeling is, ik gun iedereen z’n privacy, zie je toch woningen vanuit een andere hoek.”

En de stad heeft de afgelopen jaren al maatregelen genomen, zegt nautisch inspecteur Feenstra. “Versterkte muziek is bijvoorbeeld verboden. Ik zeg niet dat het nooit gebeurt, maar als we het zien, schrijven we daar zeker een bonnetje voor uit.”

‘Hoezo druk? Op de markt is het druk, en bij de Albert Heijn.’ Beeld Teska Overbeeke
‘Hoezo druk? Op de markt is het druk, en bij de Albert Heijn.’Beeld Teska Overbeeke

Tegelijk: het toezicht op de regels op het water is afgelopen jaar tijdelijk teruggelopen doordat de handhaving is overgegaan van Waternet naar de gemeente. En ook tijdens de eerste lockdown is er nauwelijks gehandhaafd: dat was toen niet nodig omdat er een algeheel vaarverbod was afgekondigd. Inmiddels is de bezetting volgens de gemeente weer op sterkte.

Etiquette

Hoe het ook is: Amsterdam dobbert weer. Niet zelden gehinderd door overdreven veel kennis of kunde van de nautische etiquette, laat staan de vaarregels. Sunniva Fluitsma vaart met de kleinste maat binnenvaartschip nogal eens door het Amsterdamse water. “Niet iedereen hoeft precies alle regeltjes te kennen, maar ik zie dat een groot deel van de pleziervaart maar wat doet. Dat kan soms best angstig zijn als je met een net iets groter schip voorbijkomt.” Bauke Veltman: “Met een groot schip heb je een behoorlijke dode hoek. Het is soms god zegen de greep.”

Inspecteur Feenstra is kritisch, maar ook relativerend. “Niet iedereen kent de regels even goed, maar het geluk van bootjes is dat het over het algemeen niet hard gaat. Het is dobberen in een bepaalde richting. Als mensen in elkaars vaarwater komen, is dat vrijwel altijd zonder schade. Mensen lossen het samen wel op.”

Dat zegt ook schipper Heijn. Volgens hem kent ‘zeker negentig procent’ van de pleziervaart de regels niet. Je ziet elkaar, zegt hij, en alleen al op die manier maak je makkelijker contact met elkaar. En iedereen gaat langzaam. “Maar het belangrijkste is dat de mentaliteit op het water over het algemeen beter is. Het kabbelt, je hebt doorgaans geen haast. Met een hapje en een drankje erbij loopt het vaak goed af allemaal.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden