PlusReportage

Geocaching is schatzoeken voor volwassenen: ‘We hebben altijd iets te doen, waar we ook zijn’

Geocaching, een soort schatzoeken voor volwassenen, is door corona mateloos populair. ‘Het is alsof we deel uitmaken van een geheim genootschap.’

Geocacher Jelmer Stolk op pad met zijn uitschuifbare spiegelstok: ‘Als je iemand op straat op een vreemde plek ziet zoeken, is het meestal een geocacher.’ Beeld Marjolein van Damme
Geocacher Jelmer Stolk op pad met zijn uitschuifbare spiegelstok: ‘Als je iemand op straat op een vreemde plek ziet zoeken, is het meestal een geocacher.’Beeld Marjolein van Damme

Rechtenstudent Jelmer Stolk (24) startte met geocaching in 2019 en was meteen verslaafd. “Het is spoorzoeken voor volwassenen,” zegt Stolk (geocachingnaam: Jelmer23). “Geocaching is best nerdy. Je moet het leuk vinden om puzzels en raadsels op te lossen. Bij veel routes steek je ook iets op over de omgeving, je komt op plekken waar je normaal nooit zou komen en leert te kijken met een andere blik.”

Bij geocaching, dat in de VS is ontstaan in 2000 en in ­Nederland inmiddels 97.000 geregistreerde gebruikers kent, gaat het erom een schat te vinden. Die is verstopt op een plek die te vinden is via de GPS-tracker in de geo­caching-app. Die schat is vaak niet veel meer dan een plastic bakje met daarin een briefje om je naam op te schrijven. Maar soms wordt meer werk van gemaakt van een ‘cache’ en loop je opeens tegen een kermisattractie aan, compleet met muziek en bewegende apparaten. Of er blijkt een xylofoon verstopt te zijn in een vogelhuisje, waarmee een code gekraakt kan worden door de ontbrekende muzieknoten van een lied te spelen.

Van Edam naar Paaseiland

Soms zijn er kleine cadeautjes verborgen in een cache, gummetjes of wuppies – bedoeld voor de jongste deelnemers, want geocaching is ook populair als gezinsactiviteit. Er kan een rond, houten fiche in de cache schuilen, die je mag meenemen als verzamelobject, of een dog tag (een stalen naamplaatje), die weer verstopt dient te worden in een andere cache. “Ik weet van een dog tag die gestart is in Edam en nu is gevonden op Paaseiland,” zegt Stolk.

Het geocachen houdt hem gezond, fysiek en mentaal. “Als kind was ik een voetbaltalent, bij mijn club in ­Monnickendam werd ik in de gaten gehouden door Ajax en AZ. Maar ik bleef achter in mijn groei, op mijn twaalfde was ik nog maar 1.34 meter. Artsen ontdekten een tumor in mijn hypofyse, waardoor de aanmaak van groeihormoon verstoord werd. Op mijn dertiende ben ik geopereerd; de tumor is weg, maar mijn hypofyse functioneert niet meer. Ik voel geen temperatuurverschillen, heb last van chronische vermoeidheid en ik moet mezelf dagelijks hormooninjecties geven en hormoonpillen slikken, waardoor ik overgewicht heb. Uit mezelf kom ik niet makkelijk in beweging; geocaching heeft me een doel gegeven om er toch op uit te gaan en meer te bewegen.”

In coronatijd is Stolk nog meer gaan geocachen. “Al blijf ik wel een ‘mooiweercacher’. Ik heb sinds ik begon 245 caches gevonden; dat is niet per se veel in vergelijking met andere geocachers.”

Uitschuifbare spiegelstok

Het is een koude en zonnige ochtend als Stolk op zoek gaat naar een cache ergens op de Wallen. Als een ware Sherlock Holmes gaat hij niet op pad zonder een aantal ‘tooltjes’: een pincet om papiertjes uit een kokertje te vissen, een ­uitschuifbare spiegelstok om onder objecten te kunnen kijken, een magneet en reinigingsspray.

Je pikt geocachers er zo uit, zegt Stolk. “Het is alsof we deel uitmaken van een geheim genootschap. Als je iemand op straat op een vreemde plek ziet zoeken, is het meestal een geocacher.”

Jelmer Stolk. Beeld Marjolein van Damme
Jelmer Stolk.Beeld Marjolein van Damme

Tijdens ‘events’, georganiseerd via de app, ontmoeten ­geocachers elkaar om onder het genot van een koffie eindeloos over hun bijzondere hobby te praten. Er schuilt ook een competitief element in cachen: “Als ergens een nieuwe cache uitkomt, begint het wedstrijdgevoel: wie pakt hem het eerste? Je kunt strijden om de positie van first, second en third to find, dat wordt allemaal bijgehouden in de app. Het gaat puur om de eer, prijzen zijn er niet te winnen.”

Je hebt mensen die alleen caches zoeken, maar er zijn er ook die zelf caches uitzetten: CO’s, oftewel Cache Owners. Over de hele wereld liggen er zo’n 3 miljoen verstopt, waarvan 40.000 in Nederland (in Amsterdam zijn er momenteel 369). In Nederland is het aantal geregistreerde geo­cachers flink toegenomen tijdens corona. “Iedereen kan geocachen,” zegt Stolk. “Maar het is wel slim om je eerst even in te lezen en een YouTube-uitleg te kijken. Beginners leggen een cache soms niet op de juiste plek terug, of maken hem stuk. Dat zorgt voor irritatie bij de mensen die deze hobby al jaren met veel zorgvuldigheid en passie doen.”

Euforisch gevoel

Gepassioneerd zijn ze, de echte geocachers. Zoals ­adviseur Dirk Langedijk (57, geocachenaam: Klockhuys, 16.720 gevonden caches) en zijn vrouw, Iris de Bruijn (57, geocachenaam: Muizepluis), werkzaam bij een farmaceutisch bedrijf. De Amsterdammers uit Oost lopen vandaag een route van circa dertig minuten door het Vondelpark met ‘multi’s’, waarbij eerst een reeks vragen moet worden beantwoord die uiteindelijk naar één cache leiden.

Voor corona reisden ze de hele wereld over om te cachen. Soms neemt het obsessieve vormen aan. Zoals die keer in New York, toen Langedijk zag dat er net een nieuwe cache was geplaatst, drie kwartier bij hun hotel vandaan. De Bruijn: “Ik vond die ochtend een briefje op mijn kussen: ‘Ik ben een geocache zoeken.’ Hij was om vijf uur ’s ochtends in de Uber gestapt naar de wijk Queens om de cache als eerste te kunnen vinden.” Langedijk, trots: “En dat is me ook gelukt!”

Het echtpaar Iris de Bruijn en Dirk Langedijk. Beeld Marjolein van Damme
Het echtpaar Iris de Bruijn en Dirk Langedijk.Beeld Marjolein van Damme

Hij plaatst zelf ook caches, zo’n zestig inmiddels, waaronder een complete route door Noord, maar het vinden van een cache blijft het allerleukst. Na vier jaar bezorgt het hem nog steeds een euforisch gevoel, zegt Langedijk. Een van hun allermooiste vondsten samen was een cache ­boven op de vulkaan de Vesuvius. “We hebben altijd iets te doen, waar we ook zijn. En ik heb nog nooit zo veel ­bewogen als de laatste vier jaar; soms lopen we wel 20 kilometer op een dag. Onze wandelschoenen liggen altijd ­achter in de auto.” Fanatiek? Het kan altijd nog fanatieker, zegt hij. “Er zijn geocachers die er met hun ‘cachemobiel’ op uit trekken, met in de achterbak allerlei hulptools, zoals een ladder, een uitschuifbare hengel en een waadpak om caches uit het water te vissen.”

Het echtpaar vult elkaar tijdens de speurtocht perfect aan, zegt De Bruijn: “Dirk is impulsief en ongeduldig. Als hij een cache niet meteen vindt, verliest hij zijn interesse. Op zo’n moment kom ik in actie; ik ben heel geordend en geef niet snel op. Zo zorg ik er dan vaak voor dat we een ­cache alsnog vinden.” Door corona is geocaching nu zo populair dat ze de hotspots, zoals stadscentra, inmiddels vermijden wegens drukte. Langedijk: “Door de lockdown gold er zelfs een tijdelijke stop op het plaatsen van nieuwe ­caches.”

Jim Kooiman (8) en zijn stiefvader Dirk Holzapfel-­Koudstaal (48) begonnen rond de start van de tweede lockdown met geocaching. Het bleek dé manier om na een dag ­online werken en thuisonderwijs buiten te komen en te bewegen. “Mijn vrouw had erover gelezen op de Facebookgroep Amsterdam Durf te vragen,” zegt Holzapfel-­Koudstaal. “Jim was altijd al dol op speurtochten – en ik inmiddels ook.” Zo’n drie tot vijf keer per maand gaan ze er samen op uit, Jim heeft ook al een aantal vriendjes aan­gestoken. “Het is heel leuk om samen de briefjes te zoeken, sommige zijn heel moeilijk te vinden.”

Ze hebben de Helmersbuurt, waar ze wonen, helemaal opnieuw ontdekt door geocaching, zegt Holzapfel-­Koudstaal. “Inmiddels zijn we toe aan het verkennen van andere delen van Amsterdam. We vinden het zo leuk dat we het ook na de lockdown willen blijven doen.”

Dirk Holzapfel-Koudstaal en stiefzoon Jim Kooiman. Beeld Marjolein van Damme
Dirk Holzapfel-Koudstaal en stiefzoon Jim Kooiman.Beeld Marjolein van Damme
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden