PlusReportage

Genummerde biefstukken en hooibergbier: 150 jaar Port van Cleve

Hotel restaurant Die Port van Cleve bestaat 150 jaar.Beeld Dingena Mol

Hotel Die Port van Cleve bestaat 150 jaar en kijkt terug op een roemrijk verleden. Hoewel de coronacrisis een streep door de rekening trok, houdt het hotel stand. ‘Dit was het eerste openbare gebouw met elektrisch licht.’ 

Nummer één: halve biefstuk met aardappelen!’ Met die kreet begon in 1874 een eeuwenoude traditie in Die Port van Cleve aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Als geheugensteuntje gaven de kelners elke biefstuk een nummer. Luid riepen zij de bestelling naar hun collega, ook wel ‘de echo’ genoemd. Die gaf hem vervolgens met precies dezelfde ­intonatie door aan het keukenpersoneel. Het was daardoor altijd een kakofonie van geschreeuw in de eetzaal. Geagiteerd snelden de obers tussen de ongedekte, rood marmeren tafels door, hun schoenzolen dreunend op de houten vloer.

De genummerde biefstukken zijn sinds hun intrede ­altijd blijven bestaan en inmiddels bijna zes miljoen keer besteld. “Er kwam hier eens een oudere mevrouw die het restaurant als kind met haar ouders had bezocht. Ze moest altijd stil zijn, maar vond dat raar omdat ze de obers zelf veel kabaal hoorde maken,” vertelt hotelmanager Herwin Otten lachend.

Steak-o-meter

Schreeuwen doet het personeel al een tijd niet meer. In het huidige restaurant Hulscher’s voeren ze kalm het juiste biefstuknummer in op een elektronisch apparaatje. Op de steak-o-meter in de eetzaal is te zien hoeveel er sinds 1874 verkocht zijn. De­ teller staat momenteel op 5.828.098. Elke gast krijgt bij de biefstuk een certificaat met het nummer.

Een beetje Amsterdammer kent het verhaal van de ­genummerde biefstukken, maar toeristen vragen er ­zelden naar. Hooguit informeren ze naar de Hollandse stamppotten waarmee het restaurant alweer een tijd geleden is gestopt. Als het aan Otten ligt, zullen de gasten de komende jaren véél meer gaan kennismaken met de ­bijzondere geschiedenis van het hotel. “Dat doen we aan de hand van zes historische thema’s die terugkomen in de kamers, ons interieur, in de gerechten, de dranken en in zes custommade Heinekenbieren met elk een eigen etiket. Op elke kamer ligt bovendien een rijk geïllustreerde uitgave waarin onze geschiedenis beschreven staat.”

Het historische cafégedeelte met het gerestaureerde tegeltableau van Delfts Blauw. Hotel restaurant Die Port van Cleve bestaat 150 jaar. Beeld Dingena Mol

Aanleiding is het honderdvijftigjarig jubileum dat hotel Die Port van Cleve dit jaar viert. Op 5 september 1870 openden de gebroeders Hulscher bierhuis Die Port van Cleve aan de toen nog niet gedempte Nieuwezijds Voorburgwal. Zij kochten het pand van Gerard Adriaan Heineken, die met zijn brouwerij naar de Stadhouderskade verhuisde.

De Hulschers bottelden en verkochten hun eigen Hooibergbier, dat gebrouwen werd door Heineken. Hun ­etablissement werd in de volksmond ‘De Poort’ genoemd. Het werd al gauw the place to be. Kunstenaars en schrijvers als Isaac Israëls, George Hendrik Breitner, Willem Kloos en Lodewijk van Deyssel ontmoetten elkaar in het café om bier te drinken en van gedachten te wisselen. In 1874 werd er ook een eethuis aan toegevoegd.

Als Otten ’s avonds het licht aan doet, moet hij vaak even denken aan die zesde februari 1879 dat Die Port van Cleve iedereen versteld deed staan. “Dit was het eerste openbare gebouw met elektrisch licht. Een noviteit. ‘Het licht brandde in zijn volle kracht, zowel in de zaal als daarbuiten,’ schreef een journalist vol bewondering in De Standaard. Mensen kwamen van heinde en verre hiernaartoe om een hapje te kunnen eten onder elektrisch licht.”

Ook vooruitstrevend voor die tijd was dat vrouwen ­zonder mannelijke begeleiding de tuin van het café ­konden bezoeken. ­Getuige een briefwisseling tussen de schrijvers Arnold Ising en Lodewijk van Deyssel gingen sommige vrouwen ook al mee naar het café.

De gebroeders Hulscher kochten in 1888 ook De Zeven Keurvorsten, het huis naast Die Port van Cleve. Daar ­begonnen zij Bodega De Blauwe Parade. Het pand kreeg een geheel nieuw jasje. Architect Isaac Gosschalk ontwierp de monumentale gevel. Haastige Amsterdammers zullen er gedachteloos voorbijlopen, maar oplettende stadsgenoten noemen het ‘een verborgen parel’ in de stad.

Delfts blauw

Café De Blauwe Parade ademt de sfeer van vroeger. ­Tegels op de vloer, een imposante bar met een doorgewinterde kastelein, massief houten meubilair en rondom een 26 meter lang Delfts blauw tegeltableau. Het toont een ­parade van kinderen, ter ere van keizer Maximiliaan I. “De kinderen van het hotelpersoneel hebben destijds model gestaan voor de figuren die zijn afgebeeld. Soms ontvangen we hier mensen die weten dat hun overgrootvader erop staat en een selfie maken.”

Die Port van Cleve grossiert in opvallende archiefstukken en historische wetenswaardigheden. Van de fraaie, door Jo Spier ontworpen menukaarten, tot de gaarkeuken die het hotel in de Tweede Wereldoorlog bestierde en de onderduikers die het, destijds onder leiding van de familie Kapelle, onderdak bood.

Pieken en dalen kende Die Port van Cleve in anderhalve eeuw. Maar dat zoiets als een coronavirus ooit deel zou gaan uitmaken van die roemrijke geschiedenis, had Otten nooit kunnen bevroeden. Hij zag de hotelbezetting teruggaan van 95 naar 25 procent. De levendige Blauwe Parade heeft noodgedwongen tijdelijk de deuren gesloten; te ­weinig bezoekers om rendabel te blijven. “Vanwege de reisbeperkingen blijven gasten uit Zuid- en Noord-Amerika, Azië en Afrika weg. We moeten het nu hebben van de buurlanden. Maar deze toeristen kiezen eerder voor de randen van de stad, waar ze goed kunnen parkeren. Dan kunnen ze sneller vertrekken als het ineens code oranje zou worden. We maken een moeilijke tijd door.”

Kelners van restaurant "die port van Cleve" in Amsterdam met bladen met diverse drankjes erop in hun handen. Nederland, 1909.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

“Did you enjoy your day?’ informeert Otten in het voor­bijgaan bij twee gasten, die hij vanmorgen wegwijs heeft gemaakte in de stad. Vanwege de beperkte inzet van ­personeel is hij ­tegenwoordig ook receptionist, ober en schoonmaker.

Onderweg naar de kamers wijst hij op de glimmende houten traptreden: “Die trap wilden we altijd al onder handen nemen, maar het was zo druk dat we er nooit aan toekwamen. Nu is hij weer mooi geschuurd en gelakt. Ook de leuningen worden geschilderd. Daar ben ik bij mee. Maar liever draai ik natuurlijk omzet.”

Hij laat een kamer zien die nog voor de coronacrisis ­verbouwd is in een nieuwe stijl. “Het plan is om hier een boutiekhotel van te maken. Helaas is de verbouwing nu ­tijdelijk stilgelegd.”

Hofleverancier

Het jubileumfeest is op 5 september niet zo uitbundig ­gevierd als was gepland. “Omdat we een groot feest in deze situatie ongepast vinden en omdat we de 1,5 metermaat­regel willen respecteren. We beperkten ons daarom tot een kleinschalig diner met ­genodigden.”

Vorig jaar vroeg Otten ter gelegenheid van het jubileum het predicaat Hofleverancier voor het hotel aan. “We wachten met spanning op antwoord. Het zou een kroon op onze verjaardag zijn. Het predicaat van de koning zou een belangrijke stempel drukken op wat Die Port van Cleve de afgelopen honderdvijftig jaar heeft betekend. Daar zijn we trots op. De huidige eigenaar, die het hotel in 1996 kocht, wordt regelmatig gebeld om het voor veel geld te verkopen. Geen haar op zijn hoofd die daaraan denkt. Ook nu niet. Dit hotel is onbetaalbaar.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden