PlusAchtergrond

Gefrituurde tandpasta of leer: eten in tijden van oorlog

De maatregelen rondom corona zijn ongekend in vredestijd, zei premier Rutte een jaar geleden vanuit het Torentje. Er werd destijds massaal eten gehamsterd. Hoe ging dat in tijden van oorlog, toen er wél tekorten waren?

null Beeld Kristel Steenbergen
Beeld Kristel Steenbergen

‘Radijsjes, sardientjes en gevulde ezelskop. Olifantenconsommé. Geroosterde kameel à l’anglaise, kangoeroestoofpot en berenribstuk met pepersaus. Wolvenbout met ­reesaus, kat geflankeerd door ratten en antilopenterrine met truffels. Rijsttaart.’

Dit is geen griezelboek voor kinderen of de ergste nachtmerrie van dierenbeschermers, maar de menukaart van restaurant Voisin op de rue Saint-Honoré in Parijs, op eerste kerstdag 1870. Chef Alexandre Étienne Choron had zich uitgesloofd om een echt feestmaal te organiseren voor zijn rijke gasten, ondanks dat de Franse hoofdstad al sinds september dat jaar werd belegd door de Pruisen.

Goed, we weten niet helemaal zeker dat de menukaart niet door een grappenmaker in elkaar was gezet, maar het is wél zeker dat de dieren uit dierentuin Jardin Zoologique in het Bois de Boulogne tijdens het beleg werden opgepeuzeld door wie er ook maar voor wilde betalen. Het vlees van onder meer jakken, zebra’s en twee olifanten uit het park werd verkocht door twee slagerijen op de chique boulevard Haussmann.

Het bleef niet bij dierentuindieren. Hoewel het Parijse stadsbestuur maatregelen had genomen tegen een eventuele belegering en grote hoeveelheden rijst, aardappelen, maïs, meel en kaas had ingeslagen, en de parken vol stonden met tienduizenden schapen, koeien en varkens, was er algauw niet genoeg te eten. Al in oktober 1870 begonnen slagers paarden- en (muil)ezelvlees te verkopen, waar men in tijden van vrede nooit aan zou beginnen. Sterker nog: volgens historicus Alain Drouard zijn er tegenwoordig veel paardenslagerijen in Frankrijk te vinden dankzij de oorlog van 1870. Ook honden, ratten, katten, kraaien en muizen waren hun leven niet meer zeker toen de normale voorraden opraakten.

Kaarsvet en oude botten

Het was niet voor het eerst dat een belegerde bevolking eetvoorkeuren en voedseltaboes opzijzette omdat de ­honger steeds groter werd. Ingrid de Zwarte, als universitair docent agrarische- en milieugeschiedenis verbonden aan het NIOD en Wageningen Universiteit en gepromoveerd op de hongerwinter in Nederland: “Zulke zogenaamde famine foods – eten dat mensen alleen in tijden van extreme honger tot zich nemen – is van alle tijden.”

Zo schreven ooggetuigen dat Parijzenaren uit alle lagen van de bevolking in 1590 tijdens het beleg door Hendrik van Navarra (de latere koning Hendrik IV) niet alleen honden, katten en ratten, maar ook kaarsvet en brood van ­gemalen oude botten aten.

null Beeld Kristel Steenbergen
Beeld Kristel Steenbergen

Het ergste beleg in de geschiedenis moet dat van Leningrad zijn geweest. Van september 1941 tot januari 1944 was de Russische stad, het huidige Sint-Petersburg, omsingeld door Duitse troepen. Rantsoenen werden met de dag kleiner, met als dieptepunt een magere 250 gram brood per dag voor mensen die lichamelijk arbeid verrichtten en 125 gram voor de rest. Uit overgebleven dagboeken blijkt dat vogels, honden, katten, ratten en eekhoorns razendsnel uit de stad verdwenen en dat men vervolgens overging op alles wat in de verste verte eetbaar leek. Wanhopig hongerigen haalden lijm uit boeken, schraapten het behang van de muur, frituurden tandpasta in raapolie, likten gezichts-poeder op en kookten leer van riemen en jassen urenlang tot het zacht was. Waarschijnlijk stierf meer dan een ­miljoen mensen – ruim een derde van de bevolking – van de honger of door ziekten veroorzaakt door ondervoeding.

Zo erg ging het er in Nederland tijdens de Tweede ­Wereldoorlog niet aan toe, maar ook hier ontstonden ­vanaf de herfst van 1944 steeds grotere tekorten. “Famine foods in die tijd waren suikerbieten, tulpenbollen en aardappelschillen,” zegt De Zwarte. “Mensen gingen ook de natuur in om brandnetel, paddenstoelen en beukennootjes te verzamelen en aten uit nood soms katten, honden en meeuwen. De overheid gaf begin 1945 brochures uit over hoe je tulpenbollen kon klaarmaken en welke wilde planten veilig waren om te eten. Mensen werden aangemoedigd om moestuintjes aan te leggen; in volkstuintjes en ­de eigen achtertuin, maar naarmate de oorlog langer duurde ook in stadsparken en de berm langs de weg.”

Distributiebonnen

De overheid had geleerd van de chaos die was ontstaan ­tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal bleef, waren er veel problemen geweest ­wegens de stilvallende import. “Om goed voorbereid te zijn werd al in 1937, als reactie op onrustige buitenlandse politiek, het Rijksbureau voor de Voorbereiding van de Voedselvoorziening in Oorlogstijd opgezet. Het bureau moest genoeg voorraden inslaan zodat Nederland de periode kon overbruggen om zelfvoorzienend te worden en het voedselsysteem te coördineren en reguleren.” De eerste distributiebonnen, voor suiker, werden in 1939 in werking gesteld als test. Toen Duitsland Nederland bezette, in mei 1940, was het hele systeem dus al ontwikkeld en getest.

Dat was een grote verbetering ten opzichte van eerdere oorlogen. Door de hele geschiedenis betekende beleg en oorlog schaarste, honger en een wanhopige zoektocht naar oplossingen. De effecten ervan zijn nog altijd te zien. Dat we vorig jaar massaal aan het hamsteren sloegen, kwam voort uit de angst dat er niet genoeg zou zijn, ook al benadrukten winkels dat er geen problemen in bevoorrading waren. En Franse slagers laten niet voor niets nog steeds de koppen van konijnen aan hun vlees zitten: ­kopers moeten duidelijk kunnen zien dat ze geen kat ­kopen.

Hoe smaakt rat?

‘Marineer versgeschoren rat in een modderpoel tot hij verdrinkt, gaar hem onder een gloeilamp, breng op smaak met latrinelucht en peuzel het hapje direct op.’ Een vrije vertaling van de bereiding van gesauteerde rat ­tijdens de Eerste Wereldoorlog in ­komedieserie Blackadder goes forth uit 1989. Ook rat au van (rat overreden door een vrachtwagen), filet mignon Sauce Bearnaise (hondendrollen in lijm) en cream custard (kattenkots) staan in de serie op het menu in de loopgraven.

Rattenvlees is taboe in veel landen – zelfs onrein binnen de islam en het ­jodendom – en wordt er alleen in ­extreme omstandigheden als oorlog en hongersnood gegeten. Op andere plekken eet men rat echter ook zonder crisis, zoals in Vietnam, Thailand en Nigeria. Hoe dat smaakt?

Tv-kok en culinaire durfal Anthony Bourdain ­moest er niets van weten, maar volgens online reviews van reizigers smaak rattenvlees niet slecht – een beetje als wild of kip. Overigens is de Amsterdamse rat geen optie: stadsratten kunnen gif ­bevatten of besmettelijke infecties meedragen.

Hamsterwet

‘Men zou het onvaderlandslievend kunnen noemen, oncollegiaal tegenover den medemensch,’ schreef een journalist van het Algemeen Handelsblad in 1916 over het nieuwe fenomeen ‘hamsteren’, het ‘opstapelen van levensmiddelen’. Door berichten over tekorten in Duitsland begonnen Nederlanders in de Eerste Wereldoorlog ook producten in te slaan.

“Dat gebeurde weer toen er eind jaren dertig een nieuw conflict aan leek te komen,” zegt universitair docent De Zwarte. “Om dat tegen te houden kondigde de overheid in juni 1939 de Prijsopdrijvings- en Hamsterwet aan. Consumenten mochten slechts ­inkopen voor een week doen en winkeliers mochten de prijzen niet opdrijven. Overtreders konden boetes of zelfs een gevangenisstraf krijgen.”

Online klonk vorig jaar de roep om de hamsterwet voor bepaalde goederen als paracetamol en wc-papier weer in te voeren, zodat mensen met vitale beroepen aan het eind van de dag niet voor lege schappen zouden staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden