Plus

Geen ovenschotel met kabeljauw en banaan

Gilles van der Loo gaat langs bij bekende en minder bekende Nederlanders om een gerecht uit hun verleden te bereiden. Deze week weigert hij voor auteur Laura van der Haar vis met banaan te maken.

Beeld Eva Plevier

Bij het bedenken van deze rubriek hield ik er rekening mee dat ik misstanden zou tegenkomen. Het is niet zonder risico je over te leveren aan gerechten uit andermans verleden. Veel van de mensen die ik bezoek stammen uit de duistere periode voor de jaren negentig, die ik de ijstijd van de Nederlandse thuiskeuken wil noemen. Ik houd rekening met macaronischotels, varkenshaas met blikperzik of ongare witlof met maizenasaus, maar een ovenschotel van kabeljauw met banaan en geraspte kaas zag ik niet aankomen.

“Toch was het echt lekker,” zegt schrijver Laura van der Haar (38) in haar lichte keuken in West. “Je zou het moeten proeven. Ik heb mijn vader even gebeld en die zegt dat het met gare groenten was, zoals peen en rode paprika en prei, en dan kabeljauw en dan als laatste die plakjes banaan en kaas. Er zat ook rijst in. Drie kwartier op 180 graden, zegt mijn vader.” Het doet denken aan het stockholmsyndroom: de toestand waarin een slachtoffer ­loyaliteit ontwikkelt jegens een agressor – in dit geval een ovenschotel met kabeljauw en banaan. “Ik kan dat helaas niet voor je koken,” zeg ik. “Ik loop hier tegen mijn grenzen aan. Dus ik heb gezocht naar een manier waarop ik wél vis met fruit kan combineren. We gaan een curry maken met zeebaars en niet te rijpe mango.”

Biowinkel

“Als ik aan de keuken van mijn moeder denk,” zegt Van der Haar, “dan zie ik altijd de biowinkel voor me, met loodzwaar desembrood en bonkige groenten. Mijn moeder maakte een preitaart die ik verschrikkelijk vond, net als haar pompoentaart. De keren dat ik mocht ­kiezen wat we aten, zei ik dat ik alles oké vond, als het maar niet biologisch was.”

Van der Haar komt uit het Groningse dorpje Warffum, en dacht na de geboorte van haar dochter Maevi (bijna 1) dat het een goed idee zou zijn om weer naar het platteland te verhuizen. “Maar een vriendin vertelde me dat je in het eerste jaar na je bevalling geen grote beslissingen moet nemen. Zó blij dat ik het niet gedaan heb.”

Op haar zeventiende ging Van der Haar uit huis, omdat het ‘er tijd voor was’ – ze noemt zichzelf een lastige puber en haar ouders lief. Het eerste wat ze kon: aardappels bakken. “Ik leerde één ding koken en bleef dat de hele tijd maken.” De sterke wens haar eigen koers te varen, leidde misschien ook tot de beslissing om niet samen te wonen, ook al heeft ze wel een relatie met Maevi’s vader. “Ik doe bijna alles zelf, dat vind ik prima. Als we samenwoonden en een gelijke taakverdeling hadden, zou ik boos worden als ik vond dat hij te weinig deed. Of als hij goed geslapen had en ik vanwege de borstvoeding niet.”

Van der Haar probeert haar dochter in bed te leggen, maar is al snel terug met een stralende Maevi. Het kind heeft blauwe ogen die net zo knallen als de grijze van haar moeder, en lacht de hele tijd. Vooral de bossen kousenband hebben haar interesse. Vol overgave knaagt ze op de groene slierten.

Liflafjes

Tijdens de eerste lockdown schreef Van der Haar het mooie, maar verschrikkelijke Een week of vier, waarin een alleenstaande vrouw tijdens een virusuitbraak in quarantaine moet en haar baby toevertrouwt aan een collega. Ik vraag me af hoe een nieuwe moeder in deze tijd zo’n verhaal heeft kunnen schrijven.

Van der Haar snijdt de kousenband in kleine stukjes. Ik kook rijst en bak zeebaars en garnalen voordat de knoflook en ui in de pan kunnen, en de stukken blik­tomaat. Dan gaat de kousenband erbij – ze vist er nog snel alle kontjes uit – en kan het deksel op de pan.

“Dat ruikt heerlijk,” zegt Van der Haar, die de afgelopen weken een reeks ­hilarische Facebookposts maakte over haar Ikeakeuken die maar niet geleverd wilde worden. In die ­keuken staan we nu, en hij voelt verrassend compleet. Ik vraag of ze hier al wel eens een gerecht van vroeger heeft gemaakt.

“Mijn vader was goed in lif­­lafjes. Olijven, tomaten en fetablokjes werden in bakjes uitgestald, al vroeg de maaltijd er totaal niet om. Die nei­ging herken ik, maar ik maak nooit wat mijn ouders kookten. Met uitzondering van één salade, met witlof, sinaasappel, oude kaas, walnoten, rozijntjes én banaan.”

Witte bonen

Terwijl ik de banaanrillingen af probeer te schudden, dek ik de ronde tafel. Van der Haar geniet van het eerste glas wijn sinds het begin van haar zwangerschap, en roept al na een hap of twee hoe lekker ons gerecht is. Maevi voer ik een paar thee­lepels ko­kosmelk, die er soepel in gaan.

“Het lijkt niet op wat mijn vader maakte,” zegt Van der Haar. “Maar ik vind het heerlijk. Toch zou je zijn visschotel met banaan moeten proberen. Witte bonen zaten er trouwens ook in.”

Aan het stockholmsyndroom van Van der Haar verander ik niets meer. Ik kan alleen hopen dat ik voor Maevi een klein verschil heb kunnen maken.

Eindresultaat zeebaars met kerrie en mango.Beeld Eva Plevier

Zeebaars-gambacurry

Snijd een huidloze zee­baars­­filet in gelijke stukken en bak die met wat gamba’s aan in olie. Haal de vis en garnalen uit de pan en stoof een gesnipperde ui en twee knoflooktenen zoet. Voeg twee uitgeknepen bliktomaten toe en daarna twee eetlepels garam masala, een hand kleingesneden kousenband, een grote scheut ­kokosmelk en twee kaffir ­limoenblaadjes. Zet alles nét onder water en laat pruttelen tot de kousenband bijna gaar is. Voeg wat dobbelsteentjes niet te rijpe mango toe, verhit goed en doe er dan uw vis en garnalen bij. Verwarm een paar minuten zachtjes door en breng op smaak met limoensap en vissaus. Garneer met ­gesnipperde koriander en serveer met witte rijst.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden