PlusAchtergrond

Geen lange levertijden of tekort aan onderdelen: deze tweelingbroers maken e-bikes met frames van Nederlandse bodem

De tweelingbroers Bob en Tom Schiller (30) van Mokumono Cycles maken fietsen met frames van Nederlandse bodem. Daarmee zetten ze een trend. ‘Dat andere fietsmerken ons voorbeeld volgen, vinden we niet erg.’

Eigenaren Tom (r) en Bob Schiller in de werkplaats van Mokumono Cycles in Diemen. Beeld Susanne Stange
Eigenaren Tom (r) en Bob Schiller in de werkplaats van Mokumono Cycles in Diemen.Beeld Susanne Stange

Grijs en strak staat het op een standaard in de kleine werkplaats aan de Venserweg in Diemen. Nog niet meer dan een geraamte. Straks zal het frame behoedzaam worden voorzien van vitale organen en langzamerhand de karakteristieke trekken van een fiets krijgen. Een stoer rijwiel met een oer-Hollands frame, amper vijftien kilo zwaar: de Delta S.

De tweelingbroers Bob en Tom Schiller (30) zijn er trots op. Sinds 2017 horen zij, als fietsproducent Mokumono ­Cycles, thuis in het rijtje Burgers, Simplex, Eysink en ­Fongers, de Nederlandse fietsfabrikanten van weleer. Merken die beelden oproepen van zwierende dames en frisse heren op degelijke zwarte rijwielen: ‘Mieters!’

Ooit was Nederland een van de succesvolste fietsindu­s­trieën ter wereld. Tegenwoordig vindt de productie van fietsframes voornamelijk nog plaats in Zuidoost-Azië. Vrijwel alle Nederlandse fietsen hebben een skelet dat uit het Verre Oosten komt.

Tom Schiller (r): “Vroeger hadden we vaak ruzie, nu vullen we elkaar juist aan.” Beeld Susanne Stange
Tom Schiller (r): “Vroeger hadden we vaak ruzie, nu vullen we elkaar juist aan.”Beeld Susanne Stange

Dat moet anders kunnen, dacht Bob Schiller, zelf een fietsliefhebber. Nederland is een echt fietsland, waarom worden hier nauwelijks nog eigen fietsen gemaakt? vroeg hij zich zeven jaar geleden af. Als student aan de Design Academy in Eindhoven bedacht hij een nieuwe manier om fietsframes in Nederland te kunnen produceren. “Ik deed daarvoor inspiratie op in de autobranche. Het frame wordt, net als bij de carrosserie van auto’s, opgebouwd uit tegen elkaar geperste platen van aluminium. Door dat productieproces te automatiseren is het mogelijk om het tegen een relatief lage kostprijs te maken en zo te concurreren met lagelonenlanden,” zegt Bob.

Aanvankelijk was hij helemaal niet van plan zijn idee in de markt te zetten. “Het was meer een concept om te laten zien hoe een Nederlands frame eruit zou kunnen zien. Maar mensen reageerden tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven zo enthousiast dat mijn broer Tom en ik besloten er serieus mee verder te gaan. Een metaalbewerker uit Twente bood aan een prototype voor ons te ­maken.”

Minder vervuilend

Dat resulteerde in de Delta, een minimalistisch vormgegeven, lichtgewicht stadsfiets. De eerste honderd fietsen ­waren al verkocht voordat de productie begon. In 2017 won het model een Gold Award op de Eurobike Trade Fair, de grootste fietsvakbeurs ter wereld.

Inmiddels zijn de broers vier jaar verder en richten ze zich uitsluitend nog op het produceren van twee modellen e-bikes: de sportieve Delta S en de Delta C met een meer rechtop zithouding en een bagagerek voorop.

Het frame wordt inmiddels niet meer in Twente, maar bij een metaalbewerker in Eindhoven gemaakt. “De platen worden vervolgens met behulp van een lasrobot aan ­elkaar gelast in Bergeijk en gelakt in Heerenveen. Een tour door Nederland dus, maar nog altijd dichtbij en daardoor veel minder vervuilend. We kunnen er bovendien zelf gaan kijken. Dat wordt een stuk lastiger als je naar China of Taiwan moet,” zegt Bob.

In de werkplaats in Diemen vindt de assemblage plaats. Daar voorziet een medewerker het frame van alle fietsonderdelen. De productie van het Delta S- en Delta C-frame duurt ­ongeveer twee maanden. Tom: “Dat is snel, want in de fietsindustrie is zes of zeven maanden heel normaal. Van vertraging in Azië hebben wij geen last en dat is een groot voordeel.”

De e-bikes van Mokumono Cycles zijn te koop vanaf 2990 euro. Beeld Susanne Stange
De e-bikes van Mokumono Cycles zijn te koop vanaf 2990 euro.Beeld Susanne Stange

Achter hem staan twee fonkelnieuwe fietsen klaar voor een proefrit. “Ongeveer de helft van de klanten doet dat, maar er zijn ook veel mensen die de fiets – vanaf 2990 euro – online kopen. De meerderheid bestaat uit mannen tussen de 40 en 60 jaar. Maar sinds we de e-bike verkopen, zien we ook vaker vrouwen en echtparen. Het zijn mensen die niet zomaar een fiets willen; ze zoeken een functioneel product dat mooi is. Iets wat een ander niet heeft. Ze hebben bij elk model keuze uit veertig kleuren.”

Aanvankelijk hadden de broers weinig met elektrische fietsen en gaven ze de voorkeur aan hun racefiets. Bob knapte vroeger graag racefietsen op en heeft een kleine verzameling. Boven zijn hoofd hangt een Kestrel 4000 full carbon uit 1987. “Een collector’s item. Carbon is nu heel normaal, toen niet. Hij komt oorspronkelijk uit ­Amerika.”

Nu Bob en Tom Schiller zelf e-bikes produceren, is hun idee daarover veranderd. Beide broers rijden dagelijks op een e-bike naar de werkplaats in Diemen. “Heerlijk als je tegenwind hebt. Hij heeft veel trekkracht, dus je bent zo weg bij een stoplicht,” zegt Bob.

Tweelingbroers zijn ze, maar ze lijken naar eigen zeggen in niets op elkaar. Niet qua uiterlijk en qua karakter nog minder. Bob creatief, wat chaotischer, een hoofd vol ideeën. Tom een echte ondernemer, zakelijk, goed in ­cijfers, plannen en organiseren. “Vroeger hadden we vaak ruzie, nu vullen we elkaar juist aan. Het is mooi om dit ­samen op te bouwen en steeds nieuwe doelen te bereiken,” zegt Tom.

Compromissen sluiten

Bob knikt. “Onze missie is een fiets te maken die voor honderd procent uit Europese onderdelen bestaat.

Nu moeten we soms nog compromissen sluiten. De accucellen en motor voor de e-bikes halen we bijvoorbeeld nog uit Azië. De fiets zou anders nog vele malen duurder worden, en voor de onderdelen bestaan simpelweg geen Europese producenten. Intussen proberen we de techniek steeds te verbeteren. Bijvoorbeeld door er zo ­mogelijk een stukje arbeid uit te halen, zodat de productieprijs omlaag kan. Ook willen we op den duur gerecycled aluminium gaan gebruiken.”

Begin 2022 zal het nieuwste model klaar zijn. Die moet nog meer onderdelen van Europese makelij bevatten. Zo willen de broers gaan samenwerken met een Noorse accucellenproducent.

Mokumono Cycles groeit zo hard dat de werkplaats te klein wordt voor assemblage. “We zaten nog maar een jaar in Diemen, maar zijn alweer op zoek naar een nieuwe locatie, met meer ruimte voor de fietsen. We verkopen onze fietsen nu ook in Duitsland, met testlocaties in Berlijn, München en Hamburg.”

De broers inspireren ook andere fietsmerken om in ­Nederland te gaan produceren. Bob: “Ze kloppen bij ons aan omdat ze het interessant vinden wat we doen en willen weten hoe we het aanpakken. In de maakindustrie is het totale chaos met een tekort aan onderdelen en lange levertijden. De afhankelijkheid van China is groot. Dichterbij produceren is nu de trend, en daardoor zijn veel ogen op ons gericht. We hebben al eens een fiets voor een ander fietsmerk geproduceerd, maar willen ons nu alleen nog op onze eigen fietsen richten. Dat andere bedrijven ons voorbeeld volgen, vinden we niet erg. Het is alleen maar mooi dat de fietsindustrie niet is verdwenen en op deze manier in Nederland terugkeert. Met dat idee is het uiteindelijk ­allemaal begonnen.”

1,2 miljoen fietsen

Er is een tiental fietsfabrikanten ­actief in Nederland, waaronder drie grote. Deze fabrikanten houden zich voornamelijk bezig met het assembleren van fietsen. Een paar kleinere fabrikanten richten zich op nichemarkten met maatfietsen, ligfietsen, transportfietsen en bakfietsen. De totale productie in Nederland wordt door RAI Vereniging en het CBS geschat op ruim 1,2 miljoen fietsen. 97 procent van de fietsproducenten in Europa importeert frames en onderdelen uit Zuidoost-Azië. Het ontwerpproces en de vaststelling van de onderdelenspecificaties voor de fiets gebeuren veelal wél in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden