PlusReportage

Geen art nouveau in Amsterdam? De stijl is all over the place

Art nouveau zou nauwelijks te vinden zijn in Amsterdam. Auteur Max Put weet wel beter. Een wandeling langs zweepslaglijnen.

Beeld Pim van Schaik

Het pand in de Jan Luijkenstraat zet je bij voortduring op het verkeerde been. In eerste instantie zou de argeloze voorbijganger het portiek zo maar langs kunnen wandelen. Het is dat Max Put zijn hand opsteekt en wijst op de fraaie details van de deur. Golvende vormen. Heldere kleuren sijpelen door de geslepen ruitjes naar buiten. Groen, geel, helderblauw.

Wanneer je vervolgens door de raampjes bij de hal naar binnen kijkt, is het alsof zich een sprookjeswereld openbaart. Binnen is een tweede deur zichtbaar in precies ­dezelfde afmetingen als de eerste. Dezelfde vormen, ­dezelfde golven, maar dan nog fraaier afgewerkt. Licht, prettig. Dit is kunst, nét niet in de openbare ruimte.

Tikje groezelig

Bovendien is het kunst die wordt gebruikt. Her en der is het houtwerk een tikje groezelig. Aan het plafond hangt een rijtje niet zo smaakvolle spotjes. En nu we het er toch over hebben: het bellenbord dat hier tegen de deurpost is ­geschroefd, heeft kraak noch smaak, is rechttoe rechtaan. Heel erg jaren negentig. De flacon Glassex in het hoekje van de hal maakt het af: dit is geen museum, hier wordt gewoon gewoond en gewerkt. Hoe gezegend moet je zijn om in zo’n huis te mogen vertoeven?

De Jan Luijkenstraat in Zuid, die toch al jaloersmakend mooie straat die evenwijdig aan de P.C. Hooftstraat loopt, is dé art-nouveaustraat van Amsterdam: je struikelt er over de krullen en de zweepslaglijnen. Maar, in tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, beperkt art nouveau zich in Amsterdam niet alleen tot deze straat, de stijl is all over the place. Je moet er vaak alleen even op ­gewezen worden.

Beeld Pim van Schaik

Max Put, auteur van het boek Art Nouveau in Amsterdam, 1895-1910, wijst erop, maar wat graag. Met veel foto’s van Pim van Schaik is zijn boek een feest van herkenning, voor architectuuradepten, maar ook voor geïnteresseerde ­Amsterdammers. Wie het boek heeft gelezen, kan er niet meer omheen: art nouveau mag misschien niet typisch Amsterdams zijn, als je er eenmaal oog voor hebt, kom je het bijna overal tegen.

American Hotel

De afspraak met Put werd, hoe kan het ook anders, ­gemaakt op het Leidseplein, op de stoep bij Café Américain. “Algemeen geldt dit gebouw, waarin ook het American ­Hotel is gevestigd, als het enige echte toonaangevende voorbeeld van art nouveau in Amsterdam. En het is ook een mooi gebouw. Die gemetselde platte bogen, de gevels die zijn opgetrokken in gele baksteen, met kleuraccenten in geglazuurde baksteen. Het gebruik van ijzer en ook de tegeltableaus maken dit tot een heel fraai gebouw.”

Maar Willem Kromhout, de architect van het gebouw ­nota bene, was ook kritisch over art nouveau, zegt Put. Hij noemde het een ‘stijl van stoffeerders’ en ‘zeewierkronkelingen’, die ernstige mannen zou hebben aangezet tot ‘dwaasheden’ als het ‘tegen de groei in verkrommen van hout’. “Volgens Kromhout had een ziekelijke fantasie ook Hollandse architecten in zijn greep en hij concludeerde dat zou blijken dat het geen kunstbeweging was, maar een uitspatting van slecht geleide scheppingsdrang.”

Los daarvan, zegt Put, die staat te trappelen om te laten zien dat art nouveau in Amsterdam méér is dan het American Hotel: je komt het overal tegen. “De nieuwe architectuur, die een korte maar hevige bloeitijd had aan het eind van de 19de eeuw, is op een eigen wijze op vele plekken in de stad terug te vinden. Wanneer je art nouveau zegt denken de meeste mensen al snel aan Parijs en Wenen, aan Brussel en Antwerpen, maar Amsterdam deed zeker mee.”

Het American ­HotelBeeld Pim van Schaik

Dat blijkt uit het boek. In de binnenstad, langs de grachten onder meer, is op veel plaatsen art nouveau te vinden, maar ook in de Concertgebouwbuurt dus. Net als aan de Da Costakade in West en de Linnaeusparkweg in de Watergraafsmeer.

Gaudí in Barcelona

Het ligt er in Amsterdam allemaal niet zo duimendik ­bovenop als in bijvoorbeeld Barcelona, waar de organische vormen van de bouwwerken van Gaudí onvermijdelijk en uitgesprokener zijn dan hier, zegt Put. “Art nouveau is in die zin niet zozeer een stijl, het is meer een beweging van vernieuwers. Architecten wilden het ­anders doen dan hun voorgangers, die steeds op het verleden teruggrepen.”

En aldus beleefde de vernieuwingsdrang een hoogtepunt. Ineens doken ze overal op: bloem- en plantmotieven, zweepslaglijnen, geometrische en exotische vormen. “De suggestie van beweging, toepassing van smeed- en gietijzer, grote glasoppervlakken, kleur, symbolische vrouwenfiguren, we kunnen rustig spreken van een bloeitijd,” zegt Put.

Art Nouveau in Amsterdam.Beeld Pim van Schaik

Lokale omstandigheden leidden ertoe dat Amsterdamse art nouveau net even verschilde van uitingen van de stroming elders, zegt Put. Hij wijst erop dat de toepassing van tegelwerk juist hier tot volle bloei kwam.

“Steen was in ­Nederland bijvoorbeeld relatief duur ­omdat het moest worden ingevoerd, en floraal gebeeldhouwde, volledig stenen gevels, zoals in België en Frankrijk, waren in ons land uitzondering. Baksteen daar­entegen was al eeuwenlang het meest toegepaste bouwmateriaal in ons land, en de introductie van nieuwe technieken in de fabricage leidde tot meer soorten, in ­allerlei kleuren en uitvoeringen, waarvan art-nouveau­architecten dankbaar ­gebruikmaakten.”

Verlangen naar vernieuwing

Dat de nieuwe kunst, de letterlijke vertaling van art nouveau, opkwam aan het eind van de 19de eeuw, had precies daarmee te maken: er kwam een nieuwe tijd aan, men had grote verwachtingen van de toekomst. “Er was een enorm verlangen naar vernieuwing. Architecten, maar ook anderen, gingen zich ongemakkelijk voelen bij de ontwerpen van het verleden. In die zin waren de architecten hippe ­types. En zij werden daarin gesteund door opdracht­gevers, in die zin was er sprake van een samenspel.”

Neem de vele moderne ondernemers die interesse toonden in een vernieuwende vorm van architectuur. Put: “Men wilde niet meer alleen een kantoor of een winkel, men wilde daarmee ook echt een statement maken. Veel verzekeringsbedrijven lieten nieuwe gebouwen ontwerpen bijvoorbeeld, want verzekeren heeft met de toekomst te maken.”

Beeld Pim van Schaik

Max Put: Art Nouveau in Amsterdam 1895-1910, Stokerkade Cultuurhistorische Uitgeverij, €24,95.

Op 23 oktober openen in Allard Pierson twee tentoonstellingen: Godinnen van de art nouveau (over de rol van vrouwen in de kunstuiting) en Letters van de art nouveau (over hoe de stroming de publieke ruimte en het commerciële drukwerk met getekende belettering domineerde).

Beeld Pim van Schaik

Te nuchter?

Art nouveau is nogal een kwestie van definities. In Amsterdam, dat van oudsher geldt als een stad waar je de uitingen ervan met een vergrootglas moet zoeken, blijk je wel degelijk vernieuwende architectuur die tot de stroming wordt gerekend te kunnen vinden. Volgens auteur Max Put werd er ten onrechte van uitgegaan dat de stad te nuchter, te Nederlands zou zijn. “Dit zou dan blijken uit de gebouwen van Berlage, wiens sobere, functionalistische stijl de Amsterdamse architectuur in het eerste decennium van de 20ste eeuw domineerde. Berlage zette zich af tegen de krullen en zweepslaglijnen van de art nouveau, die laatdunkend ‘slaoliestijl’ genoemd werd, naar een affiche van Jan Toorop uit 1894 voor de Nederlandsche Oliefabriek in Delft.”

Tegelijk wordt volgens Put Berlages Beurs in buitenlandse literatuur over de stroming wel degelijk vaak genoemd als voorbeeld van de Nederlandse variant van art nouveau. Hij wil het beeld rechtzetten dat er hier nauwelijks van dergelijke architectuur te vinden zou zijn. “Het is anders. Architectonisch is art nouveau in Amsterdam relatief strak. In het centrum vind je veel gebouwen van architecten als Gerrit van Arkel, Eduard Cuypers, en Jan Verheul. Een andere concentratie biedt de Concertgebouwbuurt, die rond 1900 werd aangelegd. Talloze panden aan de Jan Luijkenstraat en de Van Eeghenstraat hebben uitbundige art-nouveaudetails: tegelwerk, balkonhekken, glas in lood, houtsnijwerk, beeldhouwwerk en gekleurde en geglazuurde bakstenen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden