PlusInterview

Gebrouwen door Vrouwen: ‘We krijgen zelfs liefdesbrieven aan ons bier’

Zeven jaar geleden brouwden Do (34) en Tessel (32) de Heij hun eerste biertje in de badkamer. Onlangs schreven de zussen een boek over de ontwikkeling van hun biermerk Gebrouwen door Vrouwen.

Beeld Jakob Van Vliet

“Ik ben de sleutels van mijn eigen kroeg vergeten.” Het is Tessel de Heij vergeven. Ze zit midden in een verhuizing en had, aan de kleine oogjes te zien, gisterenavond bardienst. Gelukkig arriveert zus Dorris – meestal kortweg Do – al snel om de deur te openen. 

Het pijpenlaatje in de Jan Pieter Heijestraat ruikt volgens Tessel nog een beetje Indonesisch doordat afhaaldienst Go Go Gado Gado hier tijdens coronatijd zijn uitvalbasis had. Maar dit is onmiskenbaar het Gebrouwen door Vrouwen-clubhuis: overal het bekende logo met twee omgekeerde driehoeken, parasols met glimsteentjes op het terras en aan de wand sfeervol verlichte minidiorama’s met alle bieren op het menu. De zussen posteren zich op krukken voor en achter de bar om te reageren op twaalf stellingen. “Het lijkt wel een quiz. Vingers aan de knoppen!”

Zaken en familie moet je niet mengen.

Do: “Toch wel. Maar je moet je familie niet op het spel zetten.”

Tessel: “Daarom hebben wij ook de ‘nee weegt zwaarder dan ja’-regel. Als de ander tegen is, ga je niet een campagne opzetten om je gelijk te halen.”

Do: “Het scheelt natuurlijk dat het best goed gaat met Gebrouwen door Vrouwen. Niet dat we een boot hebben kunnen kopen, nee, we eindigen nog steeds op nul op het einde van het jaar.”

Dat we vrouwen en zussen zijn is in de brouwwereld een voordeel.

Do: “Vrouwelijke brouwers zijn op de vingers van één hand te tellen. Daarom vallen we op en hebben we meteen de gunfactor.”

Tessel: “En we brengen een vrouwelijke touch. In ­onze beginjaren hebben we het Amsterdams brouwers bowlingtoernooi georganiseerd. Daar deden eerst veertien brouwerijen aan mee, maar inmiddels zijn er zo veel dat het niet meer bij te houden is.”

Do (links) en Tessel de Heij in hun bar.Beeld Jakob Van Vliet

Het valt niet mee om als kleine, onafhankelijke brouwer een voet tussen de deur te krijgen bij de horeca.

Do: “Vooral op de tap komen, is een uitdaging. Omdat wij ons bier door anderen laten maken en dus zelf moeten inkopen, hebben we niet zo veel marge dat we leuke deals kunnen aanbieden – vijf fusten voor de prijs van vier, bijvoorbeeld. Gelukkig zien steeds meer kroegbazen de toegevoegde waarde van ons bier en in veel cafés zijn we het bestverkochte speciaalbier op de kaart. Onze klanten van het eerste uur, zoals Mossel & Gin in het Westerpark, hebben ons nog steeds op tap. Eenmaal de voet tussen de deur, blijven we.”

Tessel: “Bij festivals staan we altijd in de top-3 publieksfavorieten. Ook bij Albert Heijn staan we bij de bestverkopende bieren. Als het aan de consument ligt, kiest ie ons.”

Een buitenlandse markt aanboren, is makkelijker dan een schap in de Albert Heijn veroveren.

Tessel: “In Nederland alleen al heb je bijna zevenhonderd biermerken. Over de grens is de concurrentie nog veel groter. En in de meeste talen is Gebrouwen door Vrouwen niet uit te spreken. Vertalen is lastig. Brewed by Women is saai, dan gaat de knipoog verloren.”

Do: “We hebben weleens wat gedaan in het buitenland, maar alleen omdat fans van daar erom vroegen. In China heette ons bier Beautiful Lady Craft Beer. Dat ging een stapje verder in het girly imago.”

Gelezen op een T-shirt tijdens een bierfestival: ‘De brouwwereld is 99% klootzakvrij’.

Do: “Brouwers zijn over het algemeen heel chille mensen, relaxte dudes. Iedereen is heel open en vertelt je alles. Toen wij een zeewierbier gingen maken, trokken de Naeckte Brouwers uit Amstelveen een hele dag voor ons uit om te vertellen over hoeveelheden en kooktemperaturen. De brouwwereld is eigenlijk heel schattig, met weinig commerciële geldwolven.”

Tessel: “Het begint een beetje te veranderen met de toegenomen concurrentie. Maar je ziet elkaar regelmatig op festivals en we doen graag een biertje samen om ervaringen uit te wisselen.”

Roze is een vreselijke kleur voor een bieretiket.

Tessel: “Zelfs onze fusten zijn roze. Maar we hebben er lang tegen gevochten. Pas bij ons vierde bier, de Bloesem Blond, gingen we overstag. Dat is gemaakt met vlierbloesem, het etiket kon niet anders dan roze zijn.”

Do: “Daarvoor hadden we heel cleane etiketten: groen, met het logo en de kaart van Amsterdam. Roze valt veel meer op. Bloesem Blond is nu goed voor de helft van onze omzet. We krijgen zelfs liefdesbrieven aan dat bier, zoals gisteren nog van twee Duitse vloggers.”

Beergeeks zijn man, 50-plus, hebben een bierbuik en zijn contactgestoord.

Do: “In het begin stonden we veel op het bierfestival van Alkmaar. Daar kwamen de echte beergeeks, de fans die al twintig jaar met een glas aan een ketting rondlopen en een zaklampje om te kijken hoe troebel het bier is. Daar hebben wij doorgaans niet de grootste match mee, ze wantrouwen een vrouw die brouwt. Ze komen ook met ongevraagd advies als: weten jullie wat je zou moeten brouwen? Een dom blondje.”

Het stoere mannenimago van bier moet blijven.

Tessel: “Ik kan daar wel om lachen, die ‘mannen weten waarom’-reclame van Jupiler of weer een vent bij een ­barbecue. Ik zou graag eens zo’n commercial maken met alleen chicks.”

Vrouwen proeven anders dan mannen.

Do: “Het is niet zo dat vrouwen andere soorten bier lekker vinden dan mannen. Wij houden toevallig niet van IPA, maar heel veel vriendinnen wel. We proeven het vaak, vinden het dan heerlijk ruiken, maar uiteindelijk smaakt het toch naar vieze, oude wiet. Het wordt wel gezegd dat vrouwen in prehistorische tijden de bessen en knollen verzamelden en omdat bitter vaak betekent dat iets giftig is, ze daar gevoeliger voor zijn geworden. Geen idee of dat wetenschappelijk bewezen is, maar het is wel een goed verhaal.”

Alcoholvrij en alcoholarm bier hebben de toekomst.

Tessel: “Niet dé toekomst, wel een toekomst. Bier met alcohol is nu eenmaal lekkerder en voller dan zonder. Het brouwproces is ook anders: of je slaat het fermenteren over of je haalt de alcohol er later uit. Er komen steeds meer gisten op de markt die bijna geen alcohol produceren, maar het resultaat is het nog steeds net niet.”

Do: “We hebben wel de wens om ooit een eigen 0,0%-bier te maken. Genoeg zwangere chickies die ons erom vragen en het klopt met het merk. Maar het is nog te moeilijk en het risico op mislukking is te groot.”

De roze fusten. Tessel: ‘We hebben er lang tegen gevochten.’Beeld Jakob Van Vliet

Alleen al Amsterdam telt bijna vijftig brouwerijen. Meer dan de helft daarvan zal de coronacrisis niet overleven.

Do: “Mensen blijven bier drinken. Als het niet in de kroeg is dan wel thuis. Gelukkig verkopen wij ook via supermarkten.”

Tessel: “Als je honderd procent afhankelijk bent van ­horeca zonder retail ernaast ben je de Sjaak. Misschien dat er een paar stoppen uit demotivatie. Ik hoop dat niemand failliet gaat.”

De gemiddelde Nederlander weet bedroevend weinig van bier.

Tessel: “We lezen niemand de les, maar in onze bar vertellen we klanten graag hoe we brouwen. En ons bier is een beetje level 1: ook mensen die zeggen geen bier te lusten, blijken het vaak lekker te vinden.”

Do: “We kennen veel mensen die zeggen: door jullie ben ik bier gaan drinken.”

Tessel: “Uiteindelijk gaat het erom: vind je het lekker of niet. Niet? Ook geen probleem. Wil je dan een wijntje?”

Tessel & Do de Heij: Gebrouwen door Vrouwen – van brouw­hobby tot succesvol biermerk, Boekerij, €20,00. Gebrouwen door Vrouwen maakt ook deel uit van de tentoonstelling Bier – Amsterdam, stad van bier en brouwers, vanaf 10 juli in het Amsterdam Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden