PlusGeboren en getogen

Geboren en getogen in Amsterdam: ‘Ieder kind heeft een rolmodel nodig’

Amsterdam betekent méér voor ze dan alleen een plek om te wonen. Ze zijn hier ter aarde gekomen en willen nooit meer weg. In deze serie vertellen echte Amsterdammers over hun band met onze stad. Deze week: Angelique Woudenberg.

Angelique Woudenberg. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Angelique Woudenberg.Beeld Michiel van Nieuwkerk

“Ik heb geen ideale jeugd gehad. Het was eind jaren zestig toen ik op straat belandde, ik was pas 14. Mijn grote geluk was dat ik al snel Senna tegenkwam, die toen overigens nog Eddy heette. Een prachtig jongetje, zo fragiel. Nu zou je haar transgender noemen, maar in die tijd bestond daar nog geen woord voor. We waren allebei gekleurd, lekker excentriek en daarom mochten we, veel te jong, binnen bij alle clubs in de stad. Zo leerden we mensen kennen waar we mochten overnachten. Dat was van ­levensbelang, anders sliepen we in het park. We hadden niets, alleen elkaar. Onze intense vriendschap heeft geduurd tot Senna overleed, zeven jaar geleden.”

“Dat ik het visagistenvak ben ingerold, komt door Senna, want ik hielp hem al heel jong met zijn pruiken en make-up, toen hij optrad bij Madame Artur, destijds een bekende club met travestieshows op het Leidseplein. Hij was 16, ik 15 en net oud genoeg om backstage te mogen meehelpen. Fantastisch vond ik het in de kleedkamer bij die dragqueens.”

“Mijn leven veranderde drastisch toen ik op mijn 16de zwanger raakte. De vader was niet in beeld, maar met hulp van lieve mensen om me heen belandde ik op een etage in De Pijp. Mijn zoon werd geboren en ik vond gelukkig vrij snel een baan bij een kapsalon in de Haarlemmer­straat. Van de eigenaar, de fantastische meneer Blommers, mocht ik de baby meenemen, hij lag daar lekker de hele dag in de box.”

“In die tijd kwam ik mijn eerste echtgenoot tegen, met wie ik in de Roetersstraat ging wonen. Samen kregen we een dochter. Twintig jaar zijn we bij elkaar gebleven, met horten en stoten. Intussen ging mijn werk heel goed. In de Bijlmer, waar we later zijn gaan wonen, begon ik een salon aan huis. Ik was gespecialiseerd in hairextensions en al gauw kwam iedereen daar: Patty Brard, de meiden van de Dolly Dots, de hele scene van de iT van Manfred Langer en later Katja Schuurman.”

“De laatste 25 jaar werk ik vooral als visagiste, de leukste baan ter wereld, vind ik zelf. Daarbij heb ik een leuke vriend en een heerlijk appartement in Buitenveldert. Ja, ik sta vrolijk en positief in het leven. Als je zoveel meemaakt als ik, leer je goed incasseren en vergeven. Dat laatste is het belangrijkste, anders draag je altijd een rugzak met boosheid mee. Daar wordt niemand een beter mens van.”

Angelique Woudenberg

Leeftijd: 67
Beroep: visagiste, onder anderen van Humberto Tan, Katja Schuurman en Johnny de Mol
Opleiding: psychologie, mental coaching (diploma behaald op 65-jarige leeftijd), diverse kappers- en visagie­opleidingen
Burgerlijke staat: relatie met Clyde Relyveld. Angelique heeft twee kinderen: dochter Deborah en zoon Patrick
Woongeschiedenis: Oost, De Pijp, Zuidoost, Jordaan, Buitenveldert

Biba de Jongh. Beeld Het Parool
Biba de Jongh.Beeld Het Parool

‘Als kind van gescheiden ouders groeide ik op in twee werelden: in Zuidoost bij mijn vader, tussen mensen met veelal een Surinaamse en Antilliaanse achtergrond en in West bij mijn moeder, waar de meeste buurt­genoten van origine Marokkaans of Turks waren. Het zijn allebei wijken met een rauw randje en daar hou ik van. Door de verscheidenheid aan mensen met uiteenlopende perspectieven schuurt het soms, maar dat is helemaal niet erg. Ik vind onze diverse samenleving juist een enorme rijkdom.”

“Ik was geen gemakkelijk puber, zat op drie verschillende middelbare scholen, woonde al heel jong op mezelf. En ik ging best wel om met boefjes. Echt iets crimineels heb ik zelf nooit gedaan, ik was meer het meisje dat op de hoek stond te fluiten als de politie kwam. Een fladderaar, soms een beetje onzeker. Nadat ik getuige was geweest van een flinke vechtpartij, waar ik behoorlijk van was geschrokken, ging ik kickboksen. Al snel stond ik steviger in mijn schoenen en kreeg ik een houding van: niemand doet mij wat. Het heeft me in mijn latere loopbaan, in verschillende management- en salesfuncties, ook enorm geholpen.”

“Mijn hele leven weerspiegelt zich nu in mijn bedrijf Rebel with a Cause. We geven trainingen aan bedrijfsleven en overheid, maar doen ook veel sociale projecten waarin we als kwetsbaar bestempelde jongeren coachen. Zo bouwen we bijvoorbeeld aan het netwerk van mbo-meiden, door ze kennis te laten maken met succesvolle vrouwen met wie ze zich kunnen identificeren. Ieder kind heeft een rolmodel nodig, maar deze meiden hebben die meestal niet in hun directe omgeving. Inmiddels hebben we veel van dit soort projecten gedaan, ook voor jongens. Daardoor zijn tientallen jongeren met veel potentie bij ons voorbijgekomen. Voor veel van hen zijn we nog steeds een vangnet. Dat kan ook niet anders, want je zegt nooit: ‘Het project is klaar, tot ziens!’ Ik in elk geval niet.”

“Omdat ik zelf veel op straat was en later in het bedrijfsleven werkte, kan ik schakelen tussen een jongen van de straat en een ceo. Dat is mijn kracht. Diversiteit is voor mij de verscheidenheid aan perspectieven, mede gevoed door bijvoorbeeld etniciteit, religie, leeftijd of geaardheid. Als je dagelijks werkt, zoals ik, met verschillende mensen, zie je ook pas hoe complementair je aan elkaar kunt zijn. Door te wisselen van perspectief met ‘die vreemde ander’ ontstaat een gelijkwaardige, inclusieve samenleving. Iets waar ik me altijd voor zal inzetten.”

Biba de Jongh

Beroep: founder, trainer en coach Rebel with a Cause
Opleiding: hbo, havo, de straat
Burgerlijke staat: ongehuwd
Woongeschiedenis: Kinkerbuurt/ Zuidoost/Osdorp

John Viring. Beeld Michiel van Nieuwkerk
John Viring.Beeld Michiel van Nieuwkerk

‘Sinds de lockdown heb ik geen druppel alcohol gedronken. Dat heb ik vaker gehad, dat ik tijdelijk ­helemaal geen ­behoefte heb. Een biermens ben ik nooit geweest, ook al heb ik een kroeg. Ik ben meer een wijnliefhebber. Van heel mooie wijnen. En die schenk ik ook aan mijn gasten in Het Spui-tje. Alles per glas. Dat is voor mij logisch, maar je ziet het in bijna geen andere kroeg in Amsterdam. De horeca hier staat niet voor niets als ­bijzonder slecht bekend, het ontbreekt bij veel eigenaren aan vakkennis.”

“Ik ben een horecakind, groeide op rond het Rembrandtplein, waar mijn ouders café-­restaurant-hotel Hoovir runden, op de hoek Herengracht-Utrechtsestraat. Mijn vader verkocht die zaak al in 1976. Ik was destijds veel te jong om het over te nemen, maar dat wilde ik ook niet. Wat mijn ouders deden, elke dag 16 tot 18 uur keihard werken, vond ik zwaar overdreven. Ik ging mijn eigen weg, dus deed ik mavo, havo en daarna de lerarenopleiding: Duits en geschiedenis. Duits omdat mijn oma Weense was en ik de taal goed sprak, geschiedenis kwam vooral door Gijs Korthof, mijn fantastische leraar op het Spinoza Lyceum. Hij leerde mij om te luisteren en zaken van verschillende kanten te bekijken. Mijn opleiding heb ik keurig afgerond, maar uiteindelijk heb ik maar heel even voor de klas gestaan. Ik werd er niet gelukkig van. En de kinderen aan wie ik lesgaf, werden dat waarschijnlijk ook niet van mij.”

“Ik had nooit verwacht weer in de horeca terecht te komen, maar het gebeurde toch. Op 14 april 1994 begon ik met ’t Spui-tje, dat is lang geleden, maar het is nog steeds mijn lust en mijn leven. Ik woon boven de zaak en dat vind ik fijn. Het is een vrolijke buurt, waar wonen, werken en horeca gemoedelijk samengaan. Ik doe alles om dat zo te houden, daarom hou ik me actief bezig met het gemeentebeleid rond de Spuistraat. Ik vind dat de ambtenaren een klankbord nodig hebben, ga ook continu met ze in gesprek. Normaal op het stadhuis, maar deze week voor het eerst in mijn leven in een Zoom-meeting over de herinrichting van de Nieuwezijds. Dat ging prima, er werd goed geluisterd.”

“Ik vind het belangrijk om mijn stem te laten horen, want alles wat hier hangt en staat heb ik zelf neergezet. Daar ben ik trots op. Net als op mijn grote schare vaste gasten, met wie ik een mooie band heb opgebouwd. Dat gaat van stratenmaker tot professor. Zelfs nu, in coronatijd, spreek ik de meesten nog wekelijks. In wezen zijn al mijn gasten me even lief. Als ze maar aardig zijn. Niet van die types die de hele tijd met het vingertje naar een ander wijzen zonder met een oplossing te komen. Dan denk ik: ga jij effe lekker weg.”

John Viring

Leeftijd: 56
Beroep: uitbater van café Het Spui-tje in de Spuistraat
Opleiding: lerarenopleiding, diverse horecaopleidingen
Burgerlijke staat: samenwonend met Monique. John heeft twee kinderen: zoon Boy en dochter Demi
Woongeschiedenis: Centrum, Rivierenbuurt, Centrum

Wing Poon. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Wing Poon.Beeld Michiel van Nieuwkerk

“Een geboren en getogen Amsterdammer ben ik, en dat zeg ik met trots tegen mensen. Ik groeide op in de Kinkerbuurt en praatte echt met een Amsterdamse tongval. Dat leerde ik pas af op de middelbare school.”

“Mijn ouders komen van origine uit Hongkong en als Chinese Nederlander groei je dan op tussen twee culturen. Journalist Pete Wu – die ook Chinese roots heeft – omschreef het in zijn VPRO-documentaire als de bananengeneratie: geel vanbuiten en wit vanbinnen. Dat klopt, want zo lang ik leef, schakel ik moeiteloos tussen de Chinese cultuur thuis bij mijn familie en de Nederlandse buiten de deur.”

“Tot mijn 22ste ging ik wekelijks naar de Chinese school in De Pijp. Eerst omdat het moest van mijn ouders, later omdat ik zelf meer over mijn achtergrond wilde weten. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want daardoor spreek ik vloeiend Kantonees en Mandarijn en weet ik beter wie ik ben. Bijvoorbeeld dat ik veel gewoontes uit China heb overgenomen, maar tegelijk een Amsterdamse jongen ben, die in het Nederlands denkt en droomt.”

“Na mijn studie economie kwam ik bij een woningcorporatie terecht, maar ik raakte mijn baan kwijt door de financiële crisis. Gelukkig, want daardoor kon ik mij volledig richten op mijn passie: dansen en acteren. Ik begon met een vriend een dansschool en ging naar de Film Actors Academy Amsterdam. Dat ik pas later die carrièreswitch maakte, heeft denk ik te maken met mijn Chinese achtergrond. Niet dat ik thuis werd gedwongen om economie te gaan doen, ik was daar vrij in, maar werken in de culturele sector werd niet gestimuleerd. Het ging thuis eerder om banen met status en financiële zekerheid. Dat is iets dat veel Chinese Nederlanders van mijn generatie zullen herkennen.”

“Ik ben trots op hoe mijn leven tot nu is gelopen en ben blij dat ik een bestaan heb opgebouwd als acteur. Ook al is het financieel niet altijd even zeker en heb ik ook weleens een maand geen klussen. Belangrijker is dat ik kan zijn wie ik ben in een vrije stad met veel verschillende culturen. Het enige dat ik soms mis is een leuke vriendin. Liefst een blonde vrouw, want daar val ik op. Diep in hun hart zien mijn ouders liever dat ik met een meisje met een Aziatische achtergrond thuiskom. Maar opleggen doen ze me dat niet. Als ze lief en goed is voor mij, sluiten ze haar zo in de armen.”

Wing Poon

Leeftijd: 45
Beroep: Acteur, danser, producer
Opleiding: Faaam Filmschool Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, richting economie
Burgerlijke staat: Vrijgezel
Woongeschiedenis : Oud-West, Osdorp

Anja Sits. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Anja Sits.Beeld Michiel van Nieuwkerk

‘In mijn kindertijd heb ik lang op het Leidseplein gewoond, pal naast de gevangenis die daar toen nog was. Mijn vader was er bewaarder. De ramen van onze slaapkamers hadden tralies, want die keken uit op de luchtplaats. Ik kende alle criminelen. Raar vond ik dat niet, het was een andere tijd, onbezorgd. Oma woonde om de hoek, we speelden in het Vondelpark en bioscoop City lag tegenover ons.”

“We verhuisden eind jaren zeventig met het gezin naar Osdorp, omdat de gevangenis ging sluiten. Ik vond dat niet erg, want we kregen meer speelruimte. Mijn ouders leken gelukkig aanvankelijk, maar gingen uit elkaar toen ik twaalf was. Mijn moeder werd verliefd op een ander. Een vrouw. Met haar ging ze samenwonen bij de Overtoom en mijn jongere zus en ik gingen mee. Nu denk je ‘big deal’, maar in die tijd was het nog niet zo niet hip om twee moeders te hebben. Ook niet in Amsterdam. In de buurt werden we met de nek aangekeken.”

“Mede daardoor heb ik best een schildje ­opgebouwd en zeg ik al gauw waar het op staat. Misschien is dat ook wel typisch Amsterdams hoor, het hart op de tong. Mensen schrikken daar soms van. Maar ik ben gewoon duidelijk, ook naar patiënten die worden binnengebracht op de spoedeisende hulp, waar ik werk als verpleegkundige. Daardoor weet ik snel wat er aan de hand is. Ik durf ook alles te zeggen tegen ze, met een lach. Laatst nog, zei ik tegen een man die zo stonk dat ik hem moest verschonen: ‘Wel dat onderstel wassen hè, want u hebt een hele vieze piemel’.”

“Mijn werk moet je met humor doen, anders hou je het niet vol. Klagen en de hele tijd roepen ‘ik word niet gewaardeerd’ helpt niemand. Dan denk ik: kom op, het is zo’n mooi werk, we maken zóveel mee. Lichamelijk valt het me wel zwaar trouwens, maar dat komt omdat ik als zzp’er op mijn leeftijd maar doorraas.”

“Een van mijn dochters, ook verpleegkundige, had me daarom opgegeven voor ‘Amsterdamse held’, een initiatief van de gemeente voor mensen die in deze coronatijden hard ­werken in vitale beroepen. Eerst had ik er niet zoveel mee, maar gisteren kreeg ik dat speldje toegestuurd en werd ik zó trots. Ik dacht, wat kan mij het schelen, heb dat ding op mijn jas gespeld en ben naar buiten gelopen.”

Anja Sits

Leeftijd: 53

Beroep: SEH-verpleegkundige. Schrijfster van het boekje ‘Zr. Sits Hersenspinsels’

Opleiding: Algemeen verpleegkundige met specialisaties intensive care en spoedeisende hulp

Burgerlijke staat: Getrouwd met Michael; samen hebben ze drie dochters: Anne, Marijne en Janneke

Woongeschiedenis: Amsterdam-Oost, Amsterdam-Centrum, Osdorp, Amsterdam-West, Amsterdam-Zuidoost, IJburg

Achraf Abouri. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Achraf Abouri.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

‘Als kind reed ik al vaak mee met mijn vader, die buschauffeur bij het GVB is. Zat ik daar stoer naast hem, op de prullenbak in die grote bus. Dat mocht toen nog. Prachtig vond ik het.

Uiteindelijk heb ik hetzelfde vak als hij gekozen. En mijn moeder, mijn zus en mijn schoonmoeder ook, want die zijn alle drie trambestuurder in Amsterdam. We komen elkaar soms tegen, allemaal in hetzelfde GVB-uniform. Mooi toch?!”

“Mijn opa kwam al in de jaren vijftig naar Amsterdam als Marokkaanse gastarbeider en trouwde met een Nederlandse vrouw, mijn oma, een ras-Jordanese. Mijn vader is dus half-Nederlands en half-Marokkaans. Op zijn 19de is hij naar Marokko gegaan om daar te trouwen met mijn moeder, die toen pas 16 was. Samen keerden ze terug naar Amsterdam.”

“In ons gezin is altijd hard gewerkt. Ikzelf heb van alles gedaan: krantenwijk, vakkenvullen, gemeentereiniging. Tijdens mijn opleiding werd ik monteur bij KwikFit en later ging ik aan de slag bij Hornbach. Daar ging het mis. Mijn oma overleed en ik kreeg verkeerde vrienden, met wie ik tot diep in de nacht op straat zat te zuipen en blowen. Ik werd ontslagen omdat ik elke dag te laat op mijn werk kwam.”

“Toen ik acht maanden werkloos was, namen mijn ouders me mee op vakantie naar Marokko. Daar kwam ik tot inkeer. Ik zei: ‘Als ik terug ben in Nederland, ga ik heel hard werken, ik wil dat jullie trots op me zijn.’ Dat ik ontspoorde, kwam ook omdat ik net 60 kilo was afgevallen. Je zou het nu niet meer zeggen, maar ooit woog ik 150 kilo. Toen ik dunner werd en er beter uit ging zien, werd ik ineens wél geac­cepteerd door de stoere jongens die me vroeger niet zagen staan. Dat doet iets met je.”

“Toen ik de kans kreeg om buschauffeur te worden, heb ik die met beide handen aan­gegrepen. Het is verantwoordelijk werk. Je moet alert zijn voor fietsers die door rood ­rijden, onwetende toeristen en slechte Uberchauffeurs... Sorry dat ik het zeg, dat zijn soms echt radicale pannenkoeken. Laatst reed er een half op het fietspad met een lachgasballon in zijn mond. Hij had nog klanten in zijn auto ook. Toen ik er wat van zei, kreeg ik een middelvinger. Ach ja, die dingen gebeuren. Maar zoiets ben je snel vergeten als iemand de bus uitstapt en vrolijk zegt: ‘Dank je wel chauffeur, fijne middag nog.’ Want daar doe je het voor.”

Achraf Abouri

Leeftijd: 25
Beroep: buschauffeur bij het GVB
Opleiding: BBL Bouw- en Motorvoertuigentechniek en BBL Metaalbewerking
Burgerlijke staat: Woont samen met vriendin Amal en dochters Yara en Amira
Woongeschiedenis: Amsterdam-West, Amsterdam-Oost

Dylan Bakker. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Dylan Bakker.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

‘Mijn moeder is een van oorsprong Nederlandse vrouw, geboren in de Jordaan, en mijn vader komt van Curaçao. Ik groeide op in Amsterdam-Zuidoost. Tot op de dag van vandaag speelt mijn hele leven zich daar af. Overal waar ik kom in Zuidoost – wat men nog steeds ‘de Bijlmer’ noemt – voel ik mij thuis en veilig. Hier ken ik alle hoeken en gaten en de allerbeste adresjes. Dat heb ik niet in het centrum van de stad, daar kom ik alleen als ik iets nodig heb wat ze bij ons in de buurt niet hebben. Het oude Amsterdam vind ik prachtig hoor, begrijp me niet verkeerd, maar vind het meer iets voor toeristen. Mijn Amsterdam is echt Zuidoost.”

“Ik ben heel actief in mijn wijk. Dat maakt je een goede burger denk ik, als je meewerkt om de buurt waarin je woont beter te maken. Dat doe ik als activiteitenbegeleider bij Stichting SES, die als doel heeft de multiculturele bewoners van Venserpolder en Strandvliet te inspireren en te motiveren. Het zijn focuswijken van de gemeente, omdat er nog best veel armoede is. Daardoor hebben we financiële middelen om allerlei activiteiten te organiseren.”

“We proberen te laten zien dat als je actief deelneemt aan het veranderen van je omgeving, je zelf de regie kan hebben over je wijk. Zo ben ik bijvoorbeeld met een grote groep jonge kinderen de straat opgegaan om zwerfvuil op te ruimen. Maar we doen ook vrolijke dingen. In dit afgelopen coronajaar, dat best moeilijk was, wisten we toch nog de Happy Zomer Feesten te organiseren voor iedereen die niet op vakantie kon. En onlangs hadden we nog het Kerst Bingo Diner voor de allerkleinsten.”

“Ik ben heel positief als het over de ontwikkeling van Zuidoost gaat. De afgelopen vijf jaar is er al zo veel veranderd. Ik zie dat steeds meer vaders die vroeger op straat hingen nu een baan hebben en actief meedoen aan het sociale leven. Dat komt echt door alle initiatieven die er zijn geweest om de leefbaarheid in Zuidoost te verbeteren.”

“Door sociale media zijn de inwoners steeds beter op de hoogte van wat er speelt in de wijk en van welke voorzieningen ze gebruik kunnen maken. Er gaat nog zó veel gebeuren de komende jaren. Denk aan de vele nieuwe woningen die gebouwd gaan worden, maar ook grote parken, sportvelden en uitgaansgelegenheden. Zuidoost is nu prachtig, maar over een paar jaar is het het meest diverse en bruisende deel van Amsterdam. Let op mijn woorden!”

Dylan Bakker

Leeftijd 26
Beroep vrijwilliger bij Stichting SES, die allerlei activiteiten in Amsterdam Zuidoost organiseert, bedacht Bijlmer Got Talent en is artiestenmanager en talentenscout
Opleiding/studie mbo
Burgerlijke staat vrijgezel
Woongeschiedenis geboren in het AMC en nooit meer weggegaan uit Amsterdam-Zuidoost

Frits Neijts. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Frits Neijts.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

“Over ouderen wordt te veel beslist door jonge ambtenaartjes. Dan denk ik: vraag gewoon aan ons hoe het zit, wij zijn mondiger dan jullie denken! Onder andere over dat thema heb ik vorig jaar voor de PvdA in Amsterdam-West een lezing gehouden. Socialist blijf ik zolang ik adem kan halen. Dat strijdbare heb ik van mijn moeder, die zat voor de oorlog al in het bestuur van de SDAP. Eerlijk gezegd ben ik ook lang kwaad geweest op de partij. In de tijd van Wim Kok was dat. Man, man, het ging veel te veel naar rechts. Begin dit jaar, op mijn 92ste, ben ik pas weer lid geworden.

Amsterdam is altijd een rood bolwerk ge­weest. De stad van Wibaut, De Miranda, grote namen... En Eberhard van der Laan natuurlijk. Dat was mijn grote vriend. Toen ik met vrouw en kinderen in de Trompstraat in West woonde, was hij onze buurman en kwam hij elke zondagmorgen bij ons thuis om te praten over politiek. Eberhard was een echte sociaaldemocraat die op bijeenkomsten de bobo’s voorbijliep en direct afstapte op de mensen waar het werkelijk om ging. Prachtig!

Ik woon sinds mijn geboorte in Amsterdam en vooral in mijn jeugd ben ik veel verhuisd. Mijn moeder schreef zich namelijk steeds opnieuw in voor een andere sociale huurwoning. Dat deed ze omdat je – als je een nieuwe kreeg toegewezen – een maand geen huur hoefde te betalen en alles fris werd behangen. Ze moest financieel creatief zijn, want ze was niet ge­trouwd met mijn vader, een Joodse zakenman die onder meer directeur van de Hollandsche Schouwburg was. En die liever de mooie jongen uithing met zijn zakenvriendjes dan dat hij voor zijn gezin zorgde.

Toen de oorlog uitbrak, was ik een jaar of twaalf. Mijn vader dook al snel onder, boven een drogisterij in de Cornelis Schuytstraat. Aangespoord door mijn moeder, die van partijgenoten in Berlijn had gehoord over de arrestaties van Joden in de Kristallnacht. Ze heeft daarmee zijn leven gered. Mijn vaders zussen in Amsterdam-Zuid dachten dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen en hebben het niet overleefd. Na de oorlog zijn mijn ouders alsnog met elkaar getrouwd, maar een goed huwelijk is het nooit geweest.”

Frits Neijts

Leeftijd: 92
Beroep: gepensioneerd bedrijfsleider indoor verlichting
Burgerlijke staat: weduwnaar van Ans Neijts, vader van 4 kinderen en grootvader van 8 kleinkinderen
Woongeschiedenis: Amsterdam-West, -Noord, -West

Yassmine El Ksaihi. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Yassmine El Ksaihi.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

Ik zeg altijd nadrukkelijk dat ik een geboren en getogen Amsterdamse ben. Dan kijken mensen soms raar, maar het is toch écht zo. Ik kan me intens gelukkig voelen als ik over de grachten loop, of over het water staar bij Durgerdam. Soms, als het in de gemeenteraad over vreemdelingen of import-Amsterdammers gaat, wordt er naar mij gekeken. Dan denk ik: nee, ík ben hier geboren! Iets wat weinig van mijn collega-raadsleden kunnen zeggen.”

“Ik groeide op in Tuindorp-Oostzaan. Dat is eigenlijk een dorp in Amsterdam; rustig, maar slechts een kwartier van het centrum. Een dorpsmeisje in de grote stad was ik. Mijn moeder komt oorspronkelijk van het Marokkaanse platteland en was analfabeet, mijn vader was een bereisde stadse jongen uit Casablanca. Hij stimuleerde mij te gaan studeren en vrijwilligerswerk te doen, terwijl mijn moeder vond dat ik moest leren schoonmaken en koken. Ze dacht: straks heb je een man en dan bak je er niks van.

“Van de meiden in ons gezin, we zijn met drie zussen en een broer, ben ik de enige die een hoofddoek draagt. Je zou denken dat ik de meest traditionele ben, maar ik ben juist de meest liberale, vooral als het gaat om man-vrouwverhoudingen. Tussen mij en mijn man, van oorsprong Nederlander, zijn de taken gewoon verdeeld als het gaat om het huishouden en de financiën. Terwijl mijn jongste zus, die de vrijste opvoeding heeft gehad, vaker blijft hangen in traditionele beelden en rollen.”

“Ik ben een mix van mijn vader en mijn moeder. Het moderne, stadse heb ik van hem, het meer behoudende van haar. Door hun verschillen en het feit dat ik met een migratieachtergrond in Amsterdam woon, kan ik makkelijk schakelen tussen verschillende werelden en culturen. Dat maakt je flexibel.”

“Mijn vader is zes jaar geleden overleden. Hij werkte een groot deel van zijn leven bij de Febo. Mijn moeder heeft op latere leeftijd een mbo-opleiding afgerond en heeft nu een mooie baan in de zorg. Nog altijd merk ik dat mensen met een migratieachtergrond worden gezien als uitkeringstrekkende analfabeten. Maar kijk naar mijn gezin, zo zijn er heel veel. En zie wat er gebeurt op universiteiten, die worden momenteel bestormd door mensen van Turkse en Marokkaanse origine. Vooral de meiden doen het daar goed en treden steeds meer toe tot de middeninkomens van Amsterdam. Dat is een prachtige ontwikkeling die best vaker benadrukt mag worden.”

Yassmine El Ksaihi

Leeftijd: 35
Beroep: relatiemanager gemeente Zaanstad, daarnaast raadslid voor D66 in Amsterdamse gemeenteraad
Opleiding: commerciële economie, Hogeschool van Amsterdam
Burgerlijke staat: getrouwd met Peter van Gool
Woongeschiedenis: Nieuw-West, Noord

Eliza Perez. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Eliza Perez.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

‘Die exotische naam heb ik van mijn moeder, die half-Spaans is. Mijn ouders waren nog heel jong toen mijn moeder zwanger van mij raakte. Een vette hanenkam had ze toen, want ze zat middenin de kraakscene. Samen woonden ze in een kraakpand aan de Den Texstraat. Daar ben ik geboren. Mijn oma, een sjieke dame, vond het wel grappig allemaal. Ze vertelt nog altijd graag hoe ze net voor de bevalling, gekleed in een Chanelpakje, de lekkages in het plafond in hun kamer te lijf is gegaan met plastic zakken en een nietpistool.”

“Toen ik anderhalf was, ben ik samen met mijn moeder op de Admiralengracht in De Baarsjes gaan wonen. Mijn ouders waren toen al uit elkaar. Tientallen keren ben ik daarna verhuisd, maar eigenlijk nooit meer uit deze buurt weggegaan. Sinds kort woon ik er samen met mijn vriendin Sophie, op een ruime etage in de Van Speijkstraat. Het is zo’n prachtig pand in Amsterdamse Schoolstijl, met veel rode baksteen. We zijn er zó blij mee...”

“Sophie is ook geboren en getogen in Amsterdam-West. Toevallig hè? We hebben sowieso veel raakvlakken. De grootste overeenkomst is dat we allebei een sterke band hebben met onze vaders. Ik draag dan wel niet zijn naam, maar mijn vader is mijn beste vriend, van hem heb ik mijn morele kompas. Gelukkig woont hij vlakbij. Net als de vader van Sophie. We trekken ook veel met z’n vieren op, zijn een soort samengesteld gezin. Vorig jaar zijn we zelfs met elkaar op vakantie geweest.”

“Nee, ingewikkeld is het niet om in deze multiculturele buurt met een vrouw samen te leven. Toen we hier kwamen wonen, hebben we ons keurig aan de buren voorgesteld, maar daar niet expliciet bij vermeld dat we een liefdeskoppel zijn. Maar moet dat? Twee hetero’s doen dat ook niet. Het mooie aan de Baarsjes vind ik dat mensen uit allerlei culturen heel prettig met elkaar samenleven. Misschien wel een voorbeeld voor de multiculturele samenleving. Natuurlijk loop je als vrouw niet makkelijk een Turks koffiehuis binnen, net zoals moskeegangers niet snel zullen gaan eten bij de tegenovergelegen pizzeria. Maar dat hoeft niet om toch verbinding met elkaar te voelen. Bij visboer Mop op de Jan Evertsenstraat halen we allemaal een visje en maken we wél een praatje. Dat is voor mij het ultieme Amsterdam.”

Eliza Perez

Leeftijd: 35
Beroep: kwartiermaker Kunst & Cultuur bij Cordaan en teamcoördinator bij Burennetwerk
Opleiding: museologie aan de Hogeschool voor de Kunsten, Amsterdam
Burgerlijke staat: samenwonend met Sophie
Woongeschiedenis: Weteringbuurt, De Baarsjes, Westerpark, Oud-West, De Baarsjes

Aki Watano. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Aki Watano.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

“Ik zie er Japans uit, daar ben ik ook trots op, maar alles in mij is Amsterdams. Hoe ik denk, hoe ik praat, alles. Ik ben geboren in Amsterdam- Noord en groeide op tussen de Jordanezen, die er in de jaren zeventig massaal naartoe trokken omdat ze er een mooie nieuwbouwwoning of flat konden krijgen. Het was er net een dorp, lekker volks, er belandde regelmatig een parkiet in de frituur, dat vonden de jongens in de buurt lachen. Geer en Goor in het kwadraat.

Daartussen woonden wij, de Japanse Watano’s. Mijn vader, Shigeru Watano, werkte in de stad, als veelbelovend grafisch ontwerper. Vorig jaar heeft het Stedelijk Museum postuum een eerbetoon aan hem opgedragen. Dat zou hij geweldig gevonden hebben, hij was dol op Amsterdam.

Als kind wil je gewoon zijn, er net zo uitzien als iedereen. Ik wist, als ik in de spiegel keek, dat dat niet zo was. Maar gediscrimineerd werd ik niet. Nou ja, er waren soms wel ongemakkelijke situaties. Zo herinner ik me dat ik na een middag schaatsen werd opgehaald bij de Jaap Edenbaan door de ouders van een schoolvriendinnetje. Ik kende die mensen niet zo goed en zij mij niet. Zonder te vragen waar ik woonde, werd ik afgezet bij het enige Chinese restaurant in Noord. Nog niet zo lang geleden werd ik door een moeder op het schoolplein voor de au-pair aangezien. Of iemand riep ineens uit het niets: ‘In jullie restaurants is het ook moeilijk personeel krijgen, hè.’ Dat vind ik eerder kortzichtig dan discriminerend.

Natuurlijk hebben wij het er weleens over gehad om de stad te verlaten. Vooral toen onze kinderen wat ouder werden. Maar mijn hart ligt in Amsterdam en ik hoop hier ook te blijven. Ik vind het fijn dat de kinderen op een middelbare school zitten waar ze zichzelf kunnen zijn, omringd met markante leraren en klasgenoten. Ze fietsen de hele stad door, van een vriendje in een enorm pand op de Prinsengracht naar een vriendinnetje dat in Nieuw-West boven de Dirk van den Broek woont. Soms hou ik mijn hart vast in dat drukke verkeer, maar ik koester dat ze opgroeien in deze bruisende stad vol diversiteit.”

Aki Watano

Leeftijd: 48
Beroep: journalist, columnist en schrijfster
Opleiding: studie Japans en economie
Getrouwd met: Matthijs, samen hebben ze drie kinderen: Roemer, Jolie en Luna
Woongeschiedenis: Amsterdam-Noord, Centrum, Zeeburg, IJburg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden