Yara Woortmeijer met haar ouders Helfred en Desirée: ‘De procedures hier zijn echt goed en zorgvuldig.’

PlusInterview

Geadopteerde kinderen en ouders delen verhaal: ‘Zou het zo weer doen’

Yara Woortmeijer met haar ouders Helfred en Desirée: ‘De procedures hier zijn echt goed en zorgvuldig.’Beeld Ivo van der Bent

Na een kritisch rapport over misstanden werd onlangs adoptie vanuit het buitenland tijdelijk stopgezet. Twee via erkende organisaties geadopteerde kinderen en hun ouders delen hun verhaal. ‘Ik zou het zo weer doen.’

Desirée Woortmeijer (57), divisiemanager recruitment, en Helfred Woortmeijer (58), eigenaar Family Office, Huizen. Adoptiedochter: Yara (19), student Hotel Management School Maastricht, Huizen/Maastricht. Biologische dochter: Mila (17), scholier, Huizen

In 2002 ging de lang gekoesterde kinderwens van de Woortmeijers in vervulling. Ze mochten hun dochtertje Yara ophalen in Xi’an in China. Desirée: “Onze kinderwens was zo groot dat we echt alles hebben geprobeerd. Van ki tot ivf: het wilde niet lukken. We besloten om een adoptieproces in gang te zetten. Dat vonden we sowieso al een mooie optie.”

Helfred: “Zo kwamen we terecht bij de gecertificeerde stichting Meiling, die bemiddelde in adoptieprocedures in Taiwan en China. Omdat we zelf veel hadden gereisd, sprak Azië ons het meest aan. En we wilden graag een zo jong mogelijk kindje. Dat leek ons het fijnst voor allebei. Daarna volgde een zorgvuldige selectieprocedure door de stichting, een opleidingstraject en een controle door de Kinderbescherming. Uiteindelijk krijg je dan een goedkeuring van de overheid en kan de stichting aan de slag. En dan begint het eindeloze wachten.”

Desirée: “Op 3 juni 2002, mijn verjaardag, ging de telefoon. ‘We hebben een fantastisch bericht: u krijgt een dochtertje.’ Het ultieme verjaardagscadeau, dat begrijp je. Kort daarna kregen we een fotootje tijdens een bijeenkomst. Dat was echt een heel emotioneel moment.”

Helfred: “Met tien ouderstellen reisden we af naar China. Toevallig kregen alle ouders een kind uit hetzelfde weeshuis. In China, dat de eenkindpolitiek streng handhaafde, werden in die tijd veel meisjes te vondeling gelegd. Ook Yara. Ze lag midden op een druk kruispunt en had nieuwe kleertjes aan, zodat niemand kon zien van wie ze was.”

Desirée: “Een dag later waren we vroeg op omdat Yara rond het ontbijt zou worden gebracht. Er werd op de hotelkamerdeur geklopt. De tolk Chris stond voor de deur en naast hem een kleine Chinese vrouw met Yara in haar ­armen. Liefde op het eerste gezicht. Ons kind. Zo blij ­waren we. We bleven nog twee weken in China om alles in orde te maken. Toen we op een middag in een park in Xi’an even op een bankje zaten, sprak een oude Chinese man ons aan. Hij wees naar Yara. ‘Your child,’ zei hij. We knikten. ‘She’s so lucky.’ Dat zal ik nooit vergeten.”

Helfred: “Het bezoek aan het weeshuis de week erna was heel ­bizar. Zodra we aankwamen met de bus, verdwenen alle kinderen en mensen in die betonnen kolos. Wij werden naar een soort ‘showroom’ gebracht waar verzorgsters in kleurrijke schortjes ons verwelkomden en waar de baby’s er ogenschijnlijk florissant bij lagen. Opvallend was ook dat alle elf meisjes een geboortedatum hadden tussen 1 en 20 oktober 2001. En allemaal ­waren ze vernoemd naar de Qin-dynastie.”

Helfred: “De grootste zorg toen we terugkwamen, was de hechting. Dat was ons ook zo op het hart gedrukt; dat hechting het allerbelangrijkste was. Yara was de eerste tijd enorm op ons gericht. Als we ook maar even uit haar ­gezichtsveld waren, sloeg de paniek toe.”

Desirée: “En dat ze gepest zou worden, daar was ik ook bang voor. We zijn allebei meteen minder gaan werken. Als je zo je best hebt gedaan om een kind te krijgen, wil je er ook zoveel mogelijk zijn.”

Desirée: “Al snel besloten we om een broertje of zusje voor Yara te adopteren. De procedure was net gestart toen bleek dat ik zwanger was. Ineens lukte het toch. En dan stopt de adoptieprocedure. Toen kwam Mila, Yara’s zusje”.

Yara: “Ik herinner me vanaf mijn vierde dat ik geadopteerd ben. Anderen vonden het soms moeilijk om ernaar te vragen, maar voor mij heeft het nooit echt uitgemaakt. Ik ben hier thuis en ook al zie ik er natuurlijk niet Nederlands uit, ik ben het wel. Toen we kleiner waren, vroegen kinderen weleens spontaan waarom Mila en ik niet op elkaar lijken terwijl ze wel mijn zusje is. Ik kon dat toen al heel goed uitleggen. Mila en ik lijken qua karakter trouwens enorm op elkaar. Ik trouwens ook op mijn ouders.”

“Eigenlijk voel ik me niet zo verbonden met China. Ik wil er wel een keer heen, maar dat heeft geen haast. Ik sta ­ervoor open, maar meer om er met vakantie te gaan dan om mijn roots te onderzoeken; die liggen hier in Nederland. Dat zijn mijn ouders en mijn zusje. Mijn biologische ouders ga ik nu niet zoeken. Tenminste, niet op eigen initiatief. En al mijn vriendinnen weten dat ze me alles kunnen vragen over mijn adoptie en hoe ik hier ben gekomen.”

Desirée: “Ik zou het wel fantastisch vinden om Yara’s moeder te laten zien hoe goed het met Yara gaat, want als moeder realiseer ik me dat er geen dag voorbij zal gaan waarop ze niet aan haar dochter heeft gedacht.”

“De tijdelijke stopzetting van adopties uit het buitenland raakt ons wel. Nu moeten ouders die wachten op een kind én kinderen die wachten op een veilig onderkomen de prijs betalen voor wat er toen is gebeurd. We ­hopen dat die maatregel wordt teruggedraaid. De adoptie heeft ons zo veel moois gebracht. En we zijn ervan overtuigd dat de procedures hier echt goed en zorgvuldig zijn.”

Helfred: “Wij weten hoe het is om zo lang te wachten om je kinderwens te kunnen vervullen. Als dan ook nog alle adopties tijdelijk worden stilgezet, is dat echt intens verdrietig. Bovendien zijn er nog steeds veel kinderen die geen veilige toekomst hebben.”

Kim Wind met haar moeder Gerda: ‘Ik heb nooit getwijfeld aan de procedure rondom Kim.’ Beeld Ivo van der Bent
Kim Wind met haar moeder Gerda: ‘Ik heb nooit getwijfeld aan de procedure rondom Kim.’Beeld Ivo van der Bent

Gerda Wind (72), Borger. Haar man Meint is in 2020 overleden. Adoptiekind: Kim (47), hoofd inkoop, sourcing en productie martvisser.nl, Amsterdam. Biologische kinderen: Dianne (48) en Arjan (46)

Gerda en Meint Wind hadden het er al ver voor hun trouwen over dat ze graag kinderen uit het buitenland wilden adopteren. Het was immers niet vanzelfsprekend dat ze kinderen konden krijgen. “Dus eigenlijk zat Kim als eerste in ons hoofd,” zegt Gerda.

Gerda: “Eerst werd onze dochter geboren en tweeënhalf jaar later onze zoon. We moesten dus nog een jaar wachten voordat we het adoptieproces in konden, zo schreven de regels van Stichting Wereldkinderen voor.”

“In de zomer van 1976 was het zover. Met de post kregen we een fotootje van Kim uit Zuid-Korea. Ik was zo trots dat ik daarmee langs al mijn vriendinnen ben gefietst. Op

22 september kwam Kim aan op Schiphol. De kinderarts die haar op de arm had zei: ‘Dit is het snoepje van de groep.’ En dat was ook zo.”

Kim: “Op mijn 22ste heb ik mijn bio­logische moeder ­opgezocht. Ik had niet echt de behoefte om terug te gaan naar mijn roots; ik had het hier zo fijn. Maar ik was toch ­benieuwd, dus ben gegaan toen mijn biologische moeder was gevonden.”

“Belangrijk om te weten is dat mijn moeder mij niet kon houden omdat mijn vader een getrouwde man was. En in Korea heb je dan eigenlijk geen bestaansrecht. Mijn moeder mocht mij niet erkennen. Dus ik moest sowieso weg.”

“Toen ik daar was, was mijn biologische moeder alleen geïnteresseerd in mij wanneer ik Koreaans leerde spreken en wanneer ik daar kwam wonen. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. In totaal ben ik er vijf weken geweest. Het was heel speciaal om de Koreaanse cultuur op deze intense manier te leren kennen. Ik heb geen contact meer ­gehouden. Het is goed zo.”

“Natuurlijk is het moeilijk dat je uit je omgeving bent ­gehaald, maar ik ben vooral dankbaar geweest voor alle kansen die ik heb gekregen. En ik weet dat als het even ­tegenzit je dan niet de adoptie de schuld moet geven. Ik heb me in mijn gezin nooit anders gevoeld. Ook al zeiden kinderen weleens dat ik niet op mijn ouders leek, of ze zeiden: ‘Hoe kan het dat dat jouw broertje is?’ Dat was natuurlijk niet leuk, maar daar wen je aan.”

“Later kwam ik in contact met een groep geadopteerde Koreanen waar ik ook mijn man heb leren kennen. De eerste bijeenkomst in een café was echt een heel bijzondere ervaring. Voor het eerst kwam ik ergens binnen en werd ik meteen opgenomen in de groep als een soort familie. Twintig andere Koreanen, met dezelfde achtergrond, dat schept een band.”

“Of ik op mijn ouders lijk? Ja, mijn vader was heel creatief dus dat heb ik van hem. En mijn moeder is heel direct en zegt altijd waar het op staat. Dat doe ik ook.”

Gerda: ”Ik vind het jammer dat de adoptie uit het buitenland tijdelijk is stopgezet, maar ik vind dat zo’n traject heel zorgvuldig moet verlopen, zodat je als ouders je kind altijd recht in de ogen kunt aankijken. Ik heb nooit getwijfeld aan de procedure rondom Kim. En ik zou het morgen zo weer doen.”

Kim: “Al ben ik als ‘geadopteerde uit het buitenland’ heel goed terechtgekomen, toch denk ik dat het makkelijker is als kinderen in hun eigen land worden geadopteerd. Het is nogal wat om weggehaald te worden bij je biologische ouders én uit je cultuur. Verder ben ik het met mijn moeder eens.”

Petitie

Het kabinet heeft begin februari adopties vanuit het buitenland tijdelijk stopgezet op basis van een vernietigend rapport over ondoorzichtige en zeer onzorgvuldige procedures in de jaren zeventig-negentig. Niet ­iedereen is het hiermee eens. Op 16 februari is door een groep adoptiekinderen en -ouders een petitie opgesteld die de Tweede Kamer oproept dit besluit terug te draaien. Die is al 11.930 keer ondertekend. Demissionair minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) laat het besluit over aan een nieuw kabinet.

Adoptie uit het buitenland begon eind jaren zestig en had een piek in de jaren negentig. De laatste jaren is er een geleidelijke daling: in 2010 waren dat nog 705 kinderen, in 2019 145. De procedures zijn sinds de jaren ­negentig steeds zorgvuldiger en de adoptieorganisaties worden steeds beter gecontroleerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden