PlusDe galerie van...

Galeriehouder Martita Slewe: ‘Het mooie is dat je dicht bij het ontstaan van kunst aanwezig bent’

In de rubriek ‘De galerie van…’ laten we een keur aan Amsterdamse galeriehouders aan het woord: hoe zijn ze in de kunstwereld terechtgekomen, wat is het profiel van hun galerie, wat verzamelen ze zelf, en wat is de impact van de coronacrisis? In dit deel Martita Slewe (60) van Slewe Gallery.

Martita Slewe voor een tekening van Frank Van den Broeck in haar galerie in 2006. Beeld Maarten Brinkgreve
Martita Slewe voor een tekening van Frank Van den Broeck in haar galerie in 2006.Beeld Maarten Brinkgreve

Wat betekent kunst voor u?

“Kunst geeft inhoud aan mijn leven. Het maakt het leven groter en plaatst ons in een groter verband. Ik houd van kunst waarin de beeldende middelen – het materiaal, de kleur, de vorm – het verhaal vertellen, en niet het plaatje. In deze tijd kom je dan vaak uit bij wat men abstracte kunst noemt. Voor mij zit in elk goed kunstwerk een reflectieve houding ten aanzien van de kunst zelf.”

Heeft u kunst van huis uit meegekregen?

“Ik ben opgegroeid met kunst. In ons ouderlijk huis hing moderne kunst aan de muur, waaronder werken van Cobra-kunstenaars, Ossip Zadkine en Ad Dekkers. Ook de inrichting en meubels waren modern, zoals meubels van Rietveld die mijn ouders weer hadden geërfd van mijn grootouders. Mijn vader kocht regelmatig hedendaagse kunst bij Amsterdamse galeries, waaronder Galerie Balans, Espace en Rob Jurka, en we gingen ook geregeld naar musea in binnen- en buitenland. Ik was van jongs af aan geïnteresseerd.”

Hoe bent u in aanraking gekomen met de kunstwereld?

“Na de middelbare school ben ik geschiedenis gaan studeren, maar door mijn vriend – en nog steeds mijn partner, Steven Aalders – die aan de kunstacademie in London studeerde en later de Ateliers deed, en door de omgang met andere kunstenaars ben ik daarnaast ook kunstgeschiedenis gaan doen. In mijn studietijd bezochten we veel tentoonstellingen in binnen- en buitenland, zoals de Documenta in 1982 en de Biënnale van Venetië in 1984. Als bijbaantje zat ik af en toe middagen in Galerie Van Krimpen op de Prinsengracht.”

Martita Slewe (l) met Joris Geurts en Amélie Guépin in Roter Kater, Kassel, tijdens reis naar Documenta 9 (1992). Beeld
Martita Slewe (l) met Joris Geurts en Amélie Guépin in Roter Kater, Kassel, tijdens reis naar Documenta 9 (1992).

“Wim van Krimpen vroeg mij in 1987 hem te assisteren bij de hedendaagse kunstbeurs, de KunstRAI, die hij had opgezet. Ik heb een paar jaar de catalogus verzorgd en andere hand-en-spandiensten verricht. In 1989 werd ik zijn rechterhand bij het opzetten van de Kunsthal Rotterdam. Toen heb ik in korte tijd veel geleerd: in eerste instantie van de bouw van de nieuwe hal onder architectuur van Rem Koolhaas, maar ook van de programmering en het management dat opgezet moest worden. Als projectmanager was ik overal bij aanwezig en kreeg ik veel verantwoordelijkheid.”

Wat was uw eerste betrekking in een galerie? Of bent u gelijk zelf een galerie gestart?

“Na de opening van de Kunsthal in 1992 en daar nog twee intensieve jaren van uiteenlopende tentoonstellingen te hebben georganiseerd – van Indonesische hofkunst tot hedendaagse kunst uit China – besloot ik voor mezelf te beginnen en opende ik mijn eigen galerie in 1994 in de leeggekomen ruimte van Galerie Brinkman, onder ons woonhuis in de Kerkstraat in Amsterdam.”

“In die tijd, begin jaren negentig, sloten of verhuisden enkele vooraanstaande galeries in Amsterdam. Brinkman, maar ook Art & Project, Van Krimpen en The Living Room. Verschillende kunstenaars die ik kende, zochten een galerie. Er was dus ruimte voor een nieuwe. Architect Herman Postma ontwierp een functioneel en tijdloos interieur, waaraan tot op heden niets is veranderd.”

Hoe zou u het profiel van uw galerie willen omschrijven?

“Mijn eerste tentoonstelling maakte ik met werk van Alice Schorbach, een kunstenaar met wie ik nog altijd samenwerk. Grote witte minimalistische, objectachtige schilderijen, die een relatie aangingen met de strakke galerieruimte. Achteraf gezien bleek dat exemplarisch voor het verdere beleid van de galerie. Want terugkijkend lijkt een reflectieve houding ten aanzien van de kunst en aandacht voor het zinnelijk aspect van het materiaal een verbindende factor tussen de verschillende kunstenaars van de galerie.”

“De meeste kunstenaars met wie ik toen begon samen te werken, zijn nog steeds aan de galerie verbonden en exposeren hier regelmatig, zoals Michael Jacklin, Joris Geurts, Martina Klein en Krijn de Koning. De nadruk op traditionele media, met name schilderkunst, geldt nog altijd. Er zijn gemiddeld zo’n zeven solotentoonstellingen per jaar van kunstenaars uit binnen- en buitenland. Ze worden nu en dan begeleid door een catalogus, een videofilm of podcast.”

Michael Jacklin, Wall, 2018, zwart poeder gecoat vierkant stafijzer (8 mm), 200 x 220 x 50 cm.  Beeld Peter Cox
Michael Jacklin, Wall, 2018, zwart poeder gecoat vierkant stafijzer (8 mm), 200 x 220 x 50 cm.Beeld Peter Cox

“Af en toe maak ik een groepstentoonstelling met een thema of nodig ik een gastcurator uit, zoals oud-museumdirecteur Rudi Fuchs, oud-directeur van de Nederlandse opera Pierre Audi, grafische vormgever Irma Boom, en John Snijders, pianist, kenner en vertolker van hedendaagse muziek. Dat levert interessante tentoonstellingen op door de werken van gastkunstenaars en de interdisciplinaire invalshoeken.”

Wat vindt u het mooiste aspect van het vak galeriehouder?

“Het mooie van een galeriehouder die werkt met levende kunstenaars is het contact met die kunstenaars. Dat je dicht bij het ontstaan van hun kunst aanwezig bent en ook de ontwikkeling daarvan op de voet kunt volgen. De bezoeken aan hun ateliers zijn inspirerend. Daarnaast is het inrichten van een tentoonstelling samen met de kunstenaar altijd opwindend. En, natuurlijk, de bevrediging als het werk verkocht wordt en op een goede plek terecht komt.”

Met welke galeries voelt u zich nationaal/internationaal verwant?

“Ik voel me verwant met verschillende galeries in het buitenland waarmee ik samenwerk, zoals Galerie Tschudi in Zwitserland, Paula Cooper in New York, Galerie Stein in Milaan, Konrad Fischer Galerie en Walter Storms Galerie in Duitsland. Ik werk met hen samen doordat we enkele kunstenaars delen, en er is ook een verwantschap in het soort kunst en houding.”

Tijdens de inrichting op Artissima, met werk van Jerry Zeniuk, Turijn, 2013. Beeld
Tijdens de inrichting op Artissima, met werk van Jerry Zeniuk, Turijn, 2013.

Wat/wie verzamelt u zelf?

“Door de jaren heen heb ik regelmatig werk van de kunstenaars gekocht na afloop van een tentoonstelling. In onze woonruimte bevinden zich veel kunstwerken van de kunstenaars van de galerie. Ik leef ermee en ik kijk er elke dag met plezier naar. Ik zou niet zonder kunnen.”

Heeft corona uw denken over de kunstwereld beïnvloed?

“Corona heeft het leven vertraagd, zoals voor iedereen. Maar ik heb mijn programma toch kunnen voortzetten. De tentoonstellingen van buitenlandse kunstenaars zijn door de omstandigheden opgeschoven. Er zijn nu meer tentoonstellingen van lokale kunstenaars. Er wordt nu niet meer internationaal gereisd voor een tentoonstelling, kunstenaar of beurs. Dat lokale bevalt ook wel, en wordt misschien meer de norm.”

Kunt u zich een leven zonder kunst voorstellen?

“Een leven zonder kunst zou wel heel basaal en kaal zijn, zonder sublimatie van vreugde en verdriet. Het maakt de wereld wel erg klein en prozaïsch. Om een voorbeeld te noemen: een kale wand zonder kunst aan de muur, maakt de kamer kleiner. Kunst geeft ruimte, letterlijk en figuurlijk.”

Een langere versie lezen of zelf kunst kopen? galleryviewer.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden