PlusDe galerie van

Galeriehouder Kees van Gelder: ‘Doe-mee-en-denk-mee zie ik als een vanzelfsprekende taak’

In de rubriek ‘De galerie van…’ laten we een keur aan Amsterdamse galeriehouders aan het woord: hoe zijn ze in de kunstwereld terechtgekomen, wat is het profiel van hun galerie, wat verzamelen ze zelf, en wat is de impact van Corona? In dit deel Kees van Gelder (74) van Galerie Van Gelder.

Kees van Gelder met stoelen van Lily van der Stokker en haar stropdas ‘ik’ om, Migros Museum, Zürich, 2019.  Beeld Lily van der Stokker
Kees van Gelder met stoelen van Lily van der Stokker en haar stropdas ‘ik’ om, Migros Museum, Zürich, 2019.Beeld Lily van der Stokker

1. Wat betekent kunst voor u?

“Het domein van de kunst is een uitzonderlijk werkterrein, waar van alles naar binnengehaald wordt of zelfs ingeduwd kan worden. Het maakt niet uit of het over documentaires gaat, over antropologie, journalistiek, statische verzamelingen, sociaal-politiek engagement. In allerlei werkomgevingen van de maatschappij worden de grenzen streng bewaakt. In de kunst ligt dat wonderlijk wel mooi anders.”

2. Wat was uw eerste betrekking in een galerie? Of bent u gelijk zelf een galerie gestart?

“In de zomer van 1984 had ik tijdens een vakantie in Frankrijk bedacht hoe ik een kunstenaarsinitiatief zou oprichten, want een galerie beginnen en totaal geen verstand van commerciële zaken hebben, dat leek mij geen goed idee. Ik schreef John Armleder een brief om uit te leggen waarom ik vond dat hij mee moest doen en na onze eerste ontmoeting, in een restauratie op het treinstation in Bazel, stemde hij zowaar in. In de herfst van 1985 nam ik de ruimte van Art & Project in de Planciusstraat over.”

3. Hoe zou u het profiel van uw galerie willen omschrijven?

“Als galeriehouder ben je, zoals iedereen, afhankelijk van de tijd waarin je zit; ik maak niet zelf de kunst. Je bent ook afhankelijk van de mensen die je ontmoet, en vooral van hen die je naar je toetrekt en bovenal vasthoudt. Mijn ontmoeting met de eerste generatie IJslandse kunstenaars in Amsterdam – Sigurdur Gudmundsson, Kristjàn Gudmundsson, Hreinn Fridfinnsson – en vooral het werk en de persoon John Armleder hebben het karakter van de galerie in het begin sterk bepaald.”

John M. Armleder signeert dertig poezenmanden, gekocht bij de Makro in Amsterdam, 1988. Beeld
John M. Armleder signeert dertig poezenmanden, gekocht bij de Makro in Amsterdam, 1988.

“In de galerie was een tijd werk te zien van mid-career kunstenaars als Sylvie Fleury, Ansuya Blom, Steven Parrino, Marijke van Warmerdam en Lily van der Stokker, plus wat oudere kunstenaars: JCJ Vanderheyden, Henk Peeters en Olivier Mosset, met later af en toe een jonger iemand ertussendoor, zoals Nicolas Chardon en Elvire Bonduelle.”

“De afgelopen drie jaar heb ik in Groningen vijf kunstenaars in één klap bij elkaar gevonden: Kimball Gunnar Holth, Salim Bayri, Nokukhanya Langa, Lee McDonald en Henry Byrne. Een mirakel, waar ik ingroeide vanaf het moment dat Kimball Gunnar Holth met mij wilde samenwerken. Het werk van Kimball sprak mij meteen aan, zonder dat ik het ooit had gezien. Daarmee werd het tentoonstellingsprogramma van Galerie Van Gelder op een natuurlijke manier verjongd. Het is een combinatie die doorklinkt in wat ik toon in de galerie in Amsterdam en op de beurs van Art Rotterdam.”

4. Wat vindt u het mooiste aspect van het vak galeriehouder?

“Doe-mee-en-denk-mee in de breedste zin zie ik als een vanzelfsprekende taak tijdens het ondersteunen en verder brengen van de kunst in mijn galerie. Het is een cocktail. Het maakt niet uit of het dan gaat over het maken van een volgend werk, het verwerken van liefdesverdriet, een tentoonstelling in het buitenland meehelpen in te richten, het uitdiepen van betekenissen in het werk, ballen opgooien, statements maken of het voorbereiden van een interview. Alles heeft met alles te maken. Of zoals Klaas Kloosterboer ooit op geniale wijze heeft gezegd: ‘Het werk doet er niet toe’.”

Kees van Gelder (met vlinderdas van John Armleder) en Ellen de Bruijne, opening Centraal Museum Utrecht, 1988. Beeld George Korsmit
Kees van Gelder (met vlinderdas van John Armleder) en Ellen de Bruijne, opening Centraal Museum Utrecht, 1988.Beeld George Korsmit

5. Met welke galeries voelt u zich nationaal/internationaal verwant?

“Binnen Nederland zijn Ellen de Bruijne en Lumen Travo de topgaleries. Dat is niet alleen op basis van de smaak die zij hebben, maar vooral vanwege het feit dat zij meegaan met de tijd, maar ook dwars tegen die tijd ingaan, ook al zijn zij afhankelijk van de tijd waarin zij zitten. Dat maakt deze galeriehouders tot karakters, en dus ook hun galerieprogrammering tot iets afwijkends en bijzonders.”

6. In een ideale wereld: welke kunstenaar zou u het liefst vertegenwoordigen?

“Op welke kunstenaar zou u het liefst verliefd willen worden, zo klinkt deze vraag een beetje. De wens om een kunstenaar te willen vertegenwoordigen is een constructie in het denken. Het leven zit in de praktijk en niet in de wens van wat er al is, ook in het kunstleven is dat zo. De generositeit van de praktijk brengt de mensen die je ontmoet, zoals je ze ontmoet. De rest is bedacht, in een ideale wereld die niet bestaat.”

7. Wat/wie verzamelt u zelf?

“Verzamelen in de zin van dat ik mij realiseer dat ik verzamel, nee, dan verzamel ik niet. Het is wel zo dat ik een enkele keer een werk naar mij toetrek. Met een kunstenaar doe ik dat ook, af en toe. Of een kunstenaar trekt aan mij, zoals Ansuya Blom en Aditya Mandayam dat deden toen ze vastberaden op mij afstapten.”

Handtekening van Gerhard Richter op pagina uit een boek. Beeld
Handtekening van Gerhard Richter op pagina uit een boek.

“Sinds mijn negentiende heb ik een interesse in handschriften, in forensische en psychologische zin. De handtekeningen die Gerhard Richter pontificaal op afbeeldingen zette, vielen mij ruim twintig jaar geleden al op. Dat vuurt dan een voor mij nieuwe visie op zijn werk aan, want tot op de dag van vandaag heeft nog niemand gezien dat hier sprake is van een onontdekt deel van zijn oeuvre.”

“Die ontdekking liet ik tijdens Art Amsterdam Weekend in 2017 in de galerie zien. Dat was een wereldprimeur. Heel fijn dat Kees Keijer van Het Parool dit oppikte en er aandacht aan besteedde, en een helder artikel schreef.”

8. Heeft corona uw denken over de kunstwereld beïnvloed?

“Nee, behalve dat het laat zien dat een onzichtbaar klein kreng de wereld probeert te veroveren, zoals cutting edge galeries dat ook proberen te doen.”

9. Kunt u zich een leven zonder kunst voorstellen?

“Zo belangrijk kan kunst toch niet zijn? Vernietig in een klap alle kunst op de wereld en ik zal meteen naar een van mijn kleindochters of kleinzoon gaan. Samen maken wij dan iets, of zelfs dat niet eens. Laatst zette een van hen zich uitgebreid in haar stoel, haar kontje heen en weer naar achter schuivend, en vroeg of zij iets mocht vertellen. ‘Weet jij hoe je een koe uit een sloot haalt?’ Nee. ‘Met een zeekoe!’ Of dat dan kunst is? Geen idee, maar er is wel iets gemaakt.”

Dieter Roth: Rabbit-Shit-Rabbit, 1972. Beeld
Dieter Roth: Rabbit-Shit-Rabbit, 1972.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden