PlusDe galerie van...

Galeriehouder Justine de Klerk-Janknegt: ‘Een heel uur alleen in de galerie met mij, dat werkte veel beter. En veel leuker’

In de rubriek ‘De galerie van…’ laten we een keur aan Amsterdamse galeriehouders aan het woord: hoe zijn ze in de kunstwereld terechtgekomen, wat is het profiel van hun galerie, wat verzamelen ze zelf, en wat is de impact van corona? In dit deel Justine de Klerk-Janknegt (56) van Janknegt Gallery.

Justine de Klerk-Janknegt. Beeld
Justine de Klerk-Janknegt.

Wat betekent kunst voor u?

“Kunst laat zien dat er meerdere waarheden zijn en er worden bredere verbanden gelegd. Het is een niet-oordelende manier van denken. Ik word heel moe van de lineaire wereld, oorzaak-gevolg. Dat is oordelend, hiërarchisch en schept afstand. Kunst geeft lucht. Daarnaast vind ik het heerlijk om me te verliezen in een kunstwerk zonder te weten waarom dat gebeurt. Door de verstilling, of juist de dynamiek, het buikgevoel.”

Heeft u kunst van huis uit meegekregen?

“Ja, maar het grappige was dat ik als kind geen enkele interesse had in de kunst van mijn ouders. Mijn uitspraak was altijd: ‘Als jullie de kunst overdragen aan ons, verkoop ik alle kunst en koop ik een paard’.”

“Thuis wordt daar nog steeds hard om gelachen, maar ik geloof wel dat daar een zaadje is geplant. Mijn moeder schilderde zelf en haar leraar kwam veel bij ons over de vloer. Door hem heb ik leren kijken naar kunst. Daarnaast verzamelde mijn ouders hedendaagse-, pre-Colombiaanse kunst en etnografische kunst.”

Hoe bent u in aanraking gekomen met de kunstwereld?

“Als eerste dus door mijn ouders. Thuis werd veel over kunst gepraat. Naarmate mijn jeugd zich ontwikkelde, kreeg ik meer affiniteit met kunst. Wat mij erin aantrok, is dat het een ander aspect van het leven vertegenwoordigt. Kunst gaat over een diepere laag, het impliceert dat er meer is. Mysterie. Je treedt het onbekende tegemoet, en er gaat iets aan in je hoofd. Na heao communicatie ben ik een kunstopleiding bij The Study Centre of Fine, Contemporary and Decorative Arts in Londen gaan doen. De mooiste tijd van mijn leven. We bezochten wekelijks galeries en kunstenaars.”

Met Karel Appel en Walasse Ting, 1993. Beeld
Met Karel Appel en Walasse Ting, 1993.

Wat was uw eerste betrekking in een galerie? Of bent u gelijk zelf een galerie gestart?

“Mijn eerste baan was in de Nieuwe Spiegelstraat, bij Elisabeth den Bieman de Haas. Daarna ben ik bij Gallery Delaive gaan werken. Ik was bijna nooit meer in Nederland: we reisden naar Sam Francis in Palo Alto, Californië, of Karel Appel in Italië, en deden veel internationale beurzen, zoals Hongkong, Keulen, Gent, Miami. Na acht jaar vroeg Frans Jacobs of ik zijn zakelijke partner wilde worden. Die stap heb ik toen genomen. Frans en ik begaven ons in de wereld van de kunsthandel. We stonden op Art Miami, de Tefaf, Fiac, Arco en vele andere beurzen.”

“In 1998 raakte ik in verwachting van mijn eerste kind. Frans ‘geloofde’ niet in vrouwen met kinderen en vertelde me dat ik niet langer zijn partner mocht zijn. Toen stapte een goede klant van me op en zei: ‘Jij moet voor jezelf gaan beginnen, jij hebt daar de kar getrokken, dus dat kun je ook voor jezelf’.”

“Met een kind op komst heb ik toch die kans gepakt. En dat is wat Janknegt Gallery is geworden. Ik wist al snel dat ik niet meer in de internationale kunsthandel door wilde, alhoewel ik dat in het begin er nog bij deed, en dat het werken met kunstenaars mij veel meer lag. Inmiddels 23 jaar verder heb ik nooit spijt gehad van deze stap.”

Hoe zou u het profiel van uw galerie willen omschrijven?

“Aanvankelijk was de galerie vooral op werk op papier gericht, met zowel monochroom als meer figuratief werk. Door de jaren heen is het profiel van de galerie wat breder en meer divers geworden, en heeft ook driedimensionaal werk een plaats gevonden. Ik denk dat je smaak door de tijd ook evolueert; wel met een duidelijke lijn, zeker volgens de meeste klanten althans.”

Sam Francis en Justine Janknegt, 1990. Beeld
Sam Francis en Justine Janknegt, 1990.

In een ideale wereld: welke kunstenaar zou u het allerliefst vertegenwoordigen?

“Kunstenaars voor wie ik veel respect heb, en die ik ook weleens zou willen ontmoeten, zoals Bernard Frize, Brice Marden, Lin May Saeed, Adelheid de Witte, Tom Claassen, Maria Roosen, Michael Borremans, Peter Rogiers, Tracey Emin en Giuseppe Penone.”

Wat is er veranderd in de kunstwereld sinds u uw eerste stappen zette?

“Zo veel. Vroeger lag de nadruk echt op het programma in de galerie, nu hoofdzakelijk op beurzen. Het is ook wel logisch, omdat mensen drukker zijn; ze hebben niet meer de tijd om naar elke opening te komen. In Amsterdam kunnen ze ten minste nog een rondje maken.”

“Desondanks wordt de galerie toch erg goed bezocht. Dat komt, denk ik, doordat Laren midden in Nederland ligt. Plus: mensen kunnen voor de deur parkeren. Daarbij is Laren/Blaricum een outskirt van Amsterdam. Bijna iedereen die er woont, werkt in Amsterdam, twintig minuten rijden.”

Atelierbezoek Bas Lobik, 2010.  Beeld
Atelierbezoek Bas Lobik, 2010.

Heeft corona uw denken over de kunstwereld beïnvloed?

“Jazeker! We nemen weer tijd voor dingen. Niet rennen, maar je eigen tempo volgen. Natuurlijk moet je als galerie actief zijn, maar de balans tussen het met aandacht goed doen en in de actie zitten, daar zit voor mij wel de crux. Kunst heeft tijd nodig. Corona heeft ondanks alle narigheid wel de tijd hiervoor gecreëerd. Ook daarom ben ik nog meer gaan inzetten op verdieping en besteed ik veel tijd aan nieuwsbrieven die achtergrond geven bij de werken. Daarnaast zijn wij begonnen met filmpjes van de kunstenaars in hun atelier. Daar wordt erg enthousiast op gereageerd.”

“Beurzen waren in dat opzicht niet ideaal. Het tempo past eigenlijk niet bij kunst. Daarom was het zo verhelderend om een jaar geen beurzen te doen. Opvallend vond ik het hoe prettig de klant het vond dat hij een tijdslot moest boeken. Een heel uur alleen in de galerie met mij, dat werkte veel beter. En veel leuker. Ik kon alles klaarzetten van tevoren. Sinds de coronasituatie merk ik dat mensen meer behoefte hebben aan persoonlijk contact. Ik denk dat ik hier ook mee doorga.”

Kunt u zich een leven zonder kunst voorstellen?

“Deze coronaperiode hebben we dat kunnen ervaren, maar gelukkig waren wel literatuur en muziek beschikbaar. Ik weet nog dat toen ik voor het eerst weer naar een voorstelling ging, de tranen in mijn ogen sprongen. De musea zijn nu gelukkig weer open, en de galeries hebben weer hun jaarlijkse programma’s. Ik heb kunst nodig, dus nee, een leven zonder kunst kan ik me niet voorstellen.”

Een langere versie lezen of zelf kunst kopen? galleryviewer.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden