PlusDe galerie van...

Galeriehouder Diana Stigter: ‘Het is een kick om kunstenaars de wereld in te helpen’

In de nieuwe rubriek ‘De galerie van…’ laten we een keur aan Amsterdamse galeriehouders aan het woord: hoe zijn ze in de kunstwereld terechtgekomen, wat is het profiel van hun galerie, wat verzamelen ze zelf, en wat is de impact van corona? In dit eerste deel Diana Stigter (58) van Stigter Van Doesburg.

Diana Stigter in 2020. 
 Beeld
Diana Stigter in 2020.

Hoe bent u in aanraking gekomen met de kunstwereld?

“Toen ik eerstejaars kunstgeschiedenis was, ontmoette ik Rob Scholte, en van het een kwam het ander. Ik leerde Martin Bril, Dirk van Weelden en de hele kunstenaars­scene rond galerie Living Room kennen. Dat was een van de plekken waar het begin jaren tachtig gebeurde.

­Galeriehouder Bart van de Ven was een bevlogen man, die samen met zijn beste vriend Peer Veneman een energiek programma van voornamelijk jonge Nederlandse kunst neerzette. Als ik er nu op terugkijk was het best ­ouderwets: er heerste nog echt een strijd tussen figuratie en abstractie. Die nieuwe figuratie – en het bijbehorende postmodernistische gedachtegoed – ging er bij een heleboel kunstenaars niet in. Die vonden dat echt een degradatie. Vergeleken met nu werd er enorm veel gediscussieerd over goed en fout, wat kunst betekende et cetera. Critici hadden nog veel macht. Een recensie van Paul Groot of Anna Tilroe was van grote invloed. Daar werd veel meer waarde aan gehecht dan tegenwoordig het geval is.”

In Galerie Bloom, die Stigter in 1992 begon met Annet Gelink (links), 1993. Beeld Barbara Visser
In Galerie Bloom, die Stigter in 1992 begon met Annet Gelink (links), 1993.Beeld Barbara Visser

Hoe zou u het profiel van uw galerie willen omschrijven?

“Het profiel van de galerie is gebaseerd op het ontdekken van jong talent, het begeleiden van mid career-kunstenaars en het herontdekken van een oudere generatie. Het is een kick om kunstenaars in wie je gelooft de wereld in te helpen en een internationaal platform te bieden.

Wij leggen ons niet vast op een bepaald medium. Alles is vertegenwoordigd: van fotografie tot schilderkunst, van performance tot installatie. Wat dat betreft ben ik echt een kind van het postmodernisme. Verder leg ik er eer in om met vrouwen te werken. Die zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in musea, en ik ben blij dat kunstenaars als Saskia Olde Wolbers, Amalia Pica, Helen Verhoeven, Maaike Schoorel en Elspeth Diederix wél in diverse museumcollecties zijn vertegenwoordigd en niet meer weg te denken zijn uit de hedendaagse kunstwereld.

Zeer trots ben ik op de vertegenwoordiging van Ferdi. Zij is helaas al lang geleden overleden, maar haar werk is nog steeds springlevend en zij was ooit de eerste vrouwelijke kunstenaar met een solo-expositie in het Stedelijk Museum. Kunst moet voor mij iets tegendraads en onvoorspelbaars hebben. Ik heb er een enorme hekel aan wanneer het mainstream wordt, bijvoorbeeld ingeteerde, uitgeblazen, conceptuele kunst. Stanley Brouwn is een genie, maar ­anno nu word je vaak moe van het zoveelste bedenkseltje.”

Tijdens Art Brussels, met werk van Peggy Franck, 2016. Beeld
Tijdens Art Brussels, met werk van Peggy Franck, 2016.

Wat is er veranderd in de kunstwereld sinds u uw eerste stappen zette?

“De kunstwereld is ongelofelijk veranderd sinds de jaren tachtig, zowel in positieve als negatieve zin. Allereerst is hedendaagse kunst veel populairder geworden en is ook het aantal klanten enorm gegroeid. Er is een heel ander segment ontstaan. Vroeger had je een paar grote verzamelaars die echt in de diepte verzamelden, en nu heb je er ook veel die mooi werk willen hebben dat kwalitatief in verhouding staat tot een Eames of Maarten Baas. Kunst is niet meer het sluitstuk van de verbouwing – althans dat zou het niet moeten zijn – en er zijn mensen die een gedurfd werk in huis halen zonder meteen het hele oeuvre van zo’n kunstenaar te willen leren kennen.

Tegelijkertijd zijn veel galeries een soort multinationals geworden, met vestigingen in Londen, New York, Tokio et cetera. Daar valt natuurlijk niet tegenop te concurreren en de vraag is ook of je dat zou moeten willen. De nadruk op beurzen is extreem, maar dat gaat na corona wellicht veranderen. Er zijn er zo veel, en het is jammer dat veel mensen kunst alleen nog maar in een commodity context bekijken. Elk werk krijgt dan toch een aura van geld, of het nu duur of goedkoop is.

Voorheen was de kunstwereld een compleet witte wereld en het is de grootste verdienste van deze tijd dat daar verandering in komt. Misschien iets te geforceerd – laat het vooral geen modegril zijn – maar juist dat kan voor een snelle inhaalslag zorgen.”

 In ca. 1987, voor werk van Rob Scholte. Beeld
In ca. 1987, voor werk van Rob Scholte.

In een ideale wereld: welke kunstenaar zou u het liefst vertegenwoordigen?

“Ik had het een uitdaging gevonden om met Louise Bourgeois te werken. Vast een heel moeilijke vrouw – ze liet zelfs haar kranten strijken – maar het moet fantastisch zijn om zo’n carrière te kunnen begeleiden. Ze is iemand die pas op latere leeftijd echt succesvol werd en een voorbeeld is voor zo veel jonge kunstenaars.

Ook David Hammons had ik graag vertegenwoordigd en Tino Sehgal staat hoog op mijn lijstje. Hij is voor mij de meest inspirerende performancekunstenaar na Ulay en Marina Abramović, ook omdat hij het erg moeilijk maakt om zijn werk te verkopen – het mag bijvoorbeeld niet ­gedocumenteerd worden – maar dat dan wel gebeurt. En van Nederlandse bodem natuurlijk Marlene Dumas en Stanley Brouwn.”

In galerie Living Room, 1983. Beeld
In galerie Living Room, 1983.

Wat/wie verzamelt u zelf?

“Ik verzamel een beetje hapsnap, met als gevolg een tamelijk eclectische collectie. Als je constant met kunst bezig bent, koop je toch op een andere manier. Je gunt bijvoorbeeld je verzamelaars de beste werken van je eigen kunstenaars. Ik heb mooie dingen aan de muur, variërend van Diane Arbus tot Navid Nuur.

Vorig jaar heb ik van mijn ­vader een werk van Stanley Brouwn gekregen. Het is een Use This Street van de Kerkstraat, waar ik geboren ben, en dat is voor mij nu toch wel het pronkstuk in huis. Het hangt in de buurt van een collage van Jimmy Robert, een kunstenaar met wie wij al heel lang werken en die het werk van Brouwn veelvuldig in zijn oeuvre verwerkt heeft. Zijn kunst lijkt heel efemeer en subtiel, maar heeft tegelijkertijd een politiek maatschappelijke lading. Alsof iemand de heftigste uitspraken naar je fluistert.”

Diana Stigter met man en zakenpartner David van Doesburg, 2016. Beeld
Diana Stigter met man en zakenpartner David van Doesburg, 2016.

Heeft corona uw denken over de kunstwereld beïnvloed?

“We zitten nu alweer zo lang in een lockdown dat ik wat ­lethargisch begin te worden. Zelfs een brief posten kost al moeite. Alles gaat een beetje in slow motion, terwijl ik ­tegelijkertijd barst van de energie. Bij de vorige lockdown dook iedereen het internet op en kwamen er speciale edities. Nu merk ik dat verzamelaars door al die viewing rooms een beetje virtueel moe aan het worden zijn. Kunst is toch iets dat je fysiek moet beleven.

Ik hoop dat postcorona het galeriebezoek een boost gaat krijgen, dat mensen weer een hele tentoonstelling tot zich kunnen nemen. Bovendien: in levenden lijve proosten op een goeie verkoop is net wat anders dan vanachter de relatieve kilte van een computerscherm.”

Een langere versie lezen of zelf kunst kopen? galleryviewer.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden