PlusInterview

Fred Teeven: ‘Ik ben toch redelijk ver gekomen met mijn havo’

Beeld Linelle Deunk

Na zijn gedwongen vertrek in 2015 als staatssecretaris van Justitie ging Fred Teeven (61) terug naar af en werd buschauffeur. Daarnaast schreef hij een boek over zichzelf en zijn kijk op de Haagse politiek. ‘Mijn kinderen moesten jarenlang met bewaking naar school. Het offer is te groot.’

Na afloop van het gesprek overhandigt hij met gepaste trots zijn nieuwe visitekaartje: Fred Teeven, managing partner bij Meines Holla & Partners, een public affairs- en lobbykantoor aan het Lange Voorhout in Den Haag. “Ik ben aardig bezig hoor, op het ogenblik,” zegt hij. “Het gaat stapje voor stapje.”

Van bonnetjesman tot busjesman. Nadat Teeven in 2015 als staatssecretaris van Justitie met veel lawaai was gestruikeld over een omstreden deal die hij in de jaren negentig als officier van justitie had gesloten met crimineel Cees H., zagen we hem in 2017 opeens terug als chauffeur op een bus van Connexxion. Hij rijdt nog steeds een dag in de week.

“De mensen denken van alles,” ­verzucht hij.

Dat Fred Teeven een trucje heeft uitgehaald om weer populair te worden?

“Een trucje? Een gouden truc! Maar dat was het niet. Echt niet. Waarom zou ik? Ik wil niet terug in de politiek. Ik zat hier gewoon ’s ochtends aan de keukentafel en zei tegen mijn vrouw: ik ben nu wel klaar met de tuin. Ben ik naar een jongen gegaan die ik nog kende van de padvinderij, van de verkenners. Die heeft een ­rijschool in Haarlem.”

Terug naar af?

“Dat moet toch kunnen? Toen mijn vader met pensioen ging, is hij ook weer meubeltjes rond gaan brengen in Haarlem. Wat daar de lol van was, snapte ik pas toen ik zelf op de bus zat.”

Niet blijven hangen aan status?

“Nee, maar het is wel heftig. Soms zie je mensen meewarig lachen: zie hem nou ­zitten met zijn grote bek.”

Of ze vragen om een bonnetje.

“Daar moet je nu eenmaal even doorheen. Het is minder geworden. Nu maken ze selfies. Honderden selfies. Dat had ik nooit verwacht.”

Teeven heeft over zichzelf een boek geschreven: Meer dan boeven vangen. Hij wilde ook weleens vertellen hoe hij tegen de dingen aankijkt: zijn werk als officier van justitie bij de afdeling zware criminaliteit in Amsterdam en zijn tumultueuze komst in de Haagse politiek, eerst als lijsttrekker van Leefbaar Nederland en later als Kamerlid en staatssecretaris van Justitie voor de VVD.

U beklaagt zich over het verkeerde beeld dat wij van u zouden hebben.

“Ik beklaag mij niet, ik constateer alleen.”

Wat voor beeld hebben wij dan van u?

Na een lange stilte: “Dat is me een te algemene vraag.”

Dat van de crimefighter?

“Ik lees steeds terug: de zelfbenoemde crimefighter Fred Teeven. Hoezo? Dat woord heb ik zelf nooit in de mond genomen. Maar ik moet wel zeggen: het beeld van rouwdouwer gebruik ik ook om verder te komen. Ik ben het gaan cultiveren. Mensen onderschatten me soms: die jongen uit het Rozenprieel in Haarlem, die kunnen we hebben.”

In zijn boek verwijst hij uitgebreid naar de getuigenis van zijn oude baas, wijlen hoofdofficier van justitie Hans Vrakking, voor de commissie van Marten Oosting, die in 2015 onderzoek deed naar de deal die hij in 1998 als officier van justitie sloot met Cees H., een van de criminele kompanen van Johan V., alias De Hakkelaar. Vrakking zegt dat H. inlichtingen ­verschafte ‘die ook de veiligheid van ­personen betroffen’.

Beeld Linelle Deunk

Cees H. mocht in 1998 ruim 4,7 miljoen gulden van zijn criminele vermogen houden in ruil voor informatie waarvan de inhoud nooit openbaar is gemaakt. Ruim vijftien jaar later kon minister Ivo Opstelten van Justitie het bonnetje van de deal niet meer terugvinden en hield bovendien de Kamer een verkeerd, veel lager bedrag, voor. Toen het bonnetje later alsnog werd gevonden was het exit Opstelten en in zijn slipstream Teeven zelf, die inmiddels was opgeklommen tot staatssecretaris van ­Justitie.

Teeven citeert: ‘Hij (Vrakking) merkte op dat de situatie voor Teeven tussen 1995 en 1997 zeer heftig was. Criminelen hadden in de gaten dat het voorbij was met het softe gedoe en sloegen terug naar Justitie. Meerdere officieren werden bedreigd. Er waren serieuze geluiden dat criminelen van plan waren om Teeven te ontvoeren; ze zouden zelfs al een gevangenisje voor hem gebouwd hebben in een oude loods’.

En: ‘De heer Vrakking geeft aan dat de inlichtingen (van H.) bleken te kloppen en zeer gedetailleerd waren. In dat geval voelt men zich als Openbaar Ministerie verplicht om iets terug te doen.’

Mysterie opgelost: Cees H. mocht zijn criminele miljoenen houden, omdat met zijn informatie voorkomen is dat u en anderen iets is aangedaan.

“Wat Cees heeft gezegd, daar ga ik dus niks over zeggen. Over deals moet je je mond houden, omdat ze te gevoelig zijn.”

U schrijft toch niet voor niets op wat Vrakking daarover zegt.

“Ik citeer gewoon de commissie-­Oosting.”

Dus die moet ik dan ook maar citeren.

“Misschien is dat wel mijn bedoeling.”

In de Volkskrant is Vrakking in 2015 al eens over dat gevangenisje begonnen.

“In 1996 is het ook aan de orde geweest tijdens het proces tegen Johan V. Toen is er openlijk gesproken over ontvoering van mij en mijn kinderen. Maar de letterlijke citaten van de commissie-Oosting heb ik nooit ergens teruggelezen.”

Vreemd eigenlijk.

“Onbegrijpelijk.”

U schrijft dat u Cees H. strafvermindering hebt geboden.

“Ik schrijf dat ik dat kortgesloten had met de hoofdofficier van justitie en het college van PG’s. En toen zei de minister dat het niet mocht. Dan moet je terugonderhandelen en wordt het geld. Dat was het ingewikkelde.”

Maar hij heeft wel geleverd.

“Dat zegt Vrakking. Ik zeg er niks over.”

Oosting stelde dat de deal niet deugde. U beschuldigt hem van karaktermoord.

“Ik beschuldig hem nergens van, maar zo heb ik het wel gevoeld. Hij had een half verhaal. Dat kwam natuurlijk ook doordat ik weigerde iets te zeggen, maar ik vind dat je op moet passen met conclusies als je de feiten niet allemaal kent.”

Bent u op zoek naar eerherstel?

“Dat ga ik toch niet krijgen. Een beetje begrip zou al fijn zijn. Tussen mijn kennismaking met Cees H. en mijn aftreden zit 22 jaar. Dat heeft me altijd verbaasd.”

U suggereert dat u pootje bent gelicht door advocaten.

“Er zijn mensen die dat tegen me hebben gezegd. Meer dan één.”

Uit wraak voor de bezuinigingen die u doorvoerde op de sociale advocatuur.

“Dat is wat mij is verteld. Maar ik weet het niet zeker en ik kan er geen namen op plakken. Ik kan het niet hard maken.”

Na uw aftreden zei u: er was niets mis met de deal met Cees H. Ik deed het voor volk en vaderland.

“Ja, dat was superonhandig.”

Dat was een provocatie.

“Ik had de lading van die opmerking niet helemaal scherp.”

Heeft u er een talent voor om uzelf ­telkens in de nesten te werken?

“Nou, kijk, nee, ik ben handig genoeg om problemen te ontwijken. Maar ik heb dan zo de ziekte in… Ik heb er een talent voor om me te verzetten tegen dingen die zo gaan omdat ze altijd zo zijn gegaan.”

Hij woont tegenwoordig met Yvonne, zijn derde levenspartner, in een bescheiden huisje aan een provinciale weg in de Bollenstreek. Mooi verhaal: tijdens zijn eerste huwelijk had hij een korte affaire met haar. Op de dag dat zijn vader overleed, maakte hij er abrupt een einde aan en verloren ze elkaar uit het oog. 23 jaar later vroeg Opstelten of Teeven hem wilde vervangen op een congres voor gemeenteambtenaren. Na afloop stond Yvonne voor zijn neus: ken je me nog?

Teeven, droogjes: “Dat zijn ook dingen die gebeuren.”

Met voorsprong de mooiste zin uit zijn boek: ‘Ik ondertekende mijn ontslagbrief aan de koning en at een broodje.’

“Van mijn vader heb ik geleerd niet ijdel te zijn,” zegt hij. “Daar krijg je alleen maar last van. Hij had geen hoge opleiding, maar hij had wel mensenkennis. Hij was streetwise. Hij had twee wereldoorlogen meegemaakt.”

In 1940 vocht zijn vader, dertig jaar oud, op de Grebbeberg tegen de Duitsers. Artillerie, de paardentractie. Via Duinkerken kwam hij terecht in Engeland, waar hij zich bij de Prinses Irene Brigade aansloot. In 1944 deed hij mee aan de slag om ­Arnhem, die een einde aan de oorlog had moeten maken.

In zijn boek schrijft Teeven er niet over. “Ik weet er te weinig van,” verontschuldigt hij zich. “Dat is een beetje mijn handicap: ik weet niet zo veel van mijn vader.”

Heeft u hem er dan nooit naar gevraagd?

“Jawel, maar dan zei hij niks. Mijn moeder wilde niet dat erover werd verteld, want over dat soort dingen schep je niet op. Die doe je gewoon.”

Zijn moeder werkte als huishoudelijke hulp, zijn vader was meubelmaker en stapte later over naar drukkerij Joh. Enschedé, waar hij het schopte tot chef controle bankbiljetten. Een selfmade man. Na de oorlog aanhanger van de communistische CPN en in de loop van de jaren bekeerd tot de VVD van Hans Wiegel.

“Mijn moeder niet,” zegt Teeven lachend. “Die heeft haar hele leven op de Partij van de Arbeid gestemd.”

Hoe was het om op te groeien in het Rozenprieel?

“Een rauwe wijk, een echte volksbuurt. Het was ook een wijk waar de eerste gastarbeiders zich vestigden. Op straat was het knokken met vriendjes. Later ging ik op rugby. Daar leer je goed van incasseren.”

U schrijft dat u op de havo bekend stond als Stille Willie.

“Diep in mijn hart ben ik nog steeds verlegen. Ik heb het nooit zo geweldig gevonden om aandacht te krijgen. Het kostte me enorm veel energie, zelfs als ik in een zaaltje in Tubbergen aan vijftien VVD’ers die dat toch al vonden moest vertellen waarom de VVD de beste is. Lof vind ik ook ingewikkeld. Als ik kritiek krijg komt de knokker in me naar boven, daar ga ik op af, desnoods met een mes tussen mijn tanden. Dan sta ik in de eerste rij van de scrum en denk ik: kom maar op.”

Zijn vader overleed in 1989 aan een long-embolie, toen Teeven nog geen 31 jaar was. Zijn moeder was een jaar later aan de beurt. “Dat maken meer mensen mee,” zegt hij. “Dat weet ik wel, maar het hakte er toch behoorlijk in. Vader en moeder dood, geen broers of zussen en twee jonge kinderen. Ik heb ze in die tijd tekort gedaan, denk ik. Kelly en Cindy waren vier en twee en ik ging maar door. In de avonduren studeerde ik rechten. Een paar dagen nadat ik klaar was overleed mijn moeder.”

Beeld Linelle Deunk

Spontaan: “Ik heb tot op de dag van vandaag een goede verstandhouding met Mark Rutte. Buiten mijn vader zijn er twee mensen in mijn leven aan wie ik veel heb gehad: Hans Vrakking en Mark. Een fascinerende vent. Hoe hij mensen meekrijgt. Ik heb daar altijd met plezier en bewondering naar gekeken.”

“De man deugt en dat is waar het uiteindelijk toch om draait. Hij is niet ijdel en hij heeft een ontzettend groot incasseringsvermogen. Bij hem dacht ik: nu praat ik met iemand die iets kan wat ik zelf ­helemaal niet kan. Iemand tegen wie ik opkijk.”

Waarom wilde u de politiek in?

“Niet om lekker zichtbaar te zijn. Ik wilde iets doen voor nabestaanden en slachtoffers van criminaliteit. Heel simpel. Een veiliger Nederland. Als officier van justitie liep ik tegen de grenzen van de wet aan. Maar als je de wet wilt veranderen, is daar maar een plek voor: de politiek.”

Heeft u ’s nachts weleens ergens wakker van gelegen?

Een lange stilte.

Van de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov wellicht, de man die in 2013 ten onrechte in een uitzetcentrum zat en zelfmoord pleegde?

“Nee, daar lag ik niet wakker van. ­Persoonlijk had ik niets fout gedaan.”

Er was iemand doodgegaan door overheidsfalen.

“Door dubbel overheidsfalen, want hij had én niet in die cel mogen zitten én er werd niet goed op hem gelet toen bleek dat hij zwaar depressief was. Dus als je zegt: wat is nou een aftreedwaardige zaak, dan was dit er een. Ik zal ook niet ontkennen dat ik zelf ter discussie heb gebracht of ik moest gaan. Of dat niet het moment was om te zeggen: ik voer een debat met de Kamer en treed na afloop af.”

Dat heeft u Rutte destijds voorgesteld?

“Jazeker. Het was geen persoonlijke schuld, maar ik was wel politiek verantwoordelijk. Je moet aftreden om iets serieus en dit was iets serieus. Ik heb Mark gevraagd: moet ik weg? Hij zei: ik vind dat je je moet verdedigen en als je het vertrouwen van de Kamer houdt, kun je blijven.”

Maar wakker lag u er niet van?

“Nee, dat niet. Ik heb ook nog dat meisje met leukemie gehad, Renate. Zij was door mijn voorganger Gerd Leers uitgezet naar Polen. Ik heb opdracht gegeven om haar terug te halen met haar hele familie, zodat ze hier kon worden behandeld. Dan neem je ’s avonds een glas wijn en ga je de volgende dag weer verder.”

Beeld Linelle Deunk

“Wakker lag ik nadat ik op het departement had gepraat met de moeder van de vermoorde Nicky Verstappen. Dat ging over de vraag of de Wet grootschalig DNA-onderzoek er moest komen. Mogelijk wordt die moord opgelost doordat Opstelten en ik die wet met stoom en kokend water door de Kamer hebben gehaald.”

U bent lange tijd bewaakt.

“Een keer of vijf in mijn loopbaan.”

Over wakker liggen gesproken.

“Het is een van de redenen waarom ik niet terug wil in de politiek. Om mijzelf maak ik me niet veel zorgen, maar mijn kinderen moesten jarenlang met bewaking naar school. Het offer is te groot.”

Heeft u nog wel vertrouwen in de mensheid?

“Ach, ik kan goed het zonnetje zien. Ik ben geen somber mens, zelfs niet toen ik aftrad. Je moet ook de leuke kanten ­pakken.”

Uw vader heeft zijn eigen leven vormgegeven.

“Dat heb ik ook geprobeerd. Ik ben toch redelijk ver gekomen met mijn havo. Zeven jaar heb ik erover gedaan. Niet bovenmatig intelligent, dacht ik.”

Heeft u een hekel aan mensen die u ­vertellen wat u moet doen, terwijl het ze zelf allemaal aan is komen waaien?

“Hoe zal ik het eens zeggen,” vraagt Teeven aan zichzelf. “Ik heb nooit moeite gehad met het uitoefenen van hiërarchie naar beneden. Ik ben vaak teamleider geweest en dat ging me altijd wel redelijk goed af. Maar naar boven? Als het niet om argumenten gaat, maar puur om macht…”

Heeft u ooit een eerlijke kans gehad om minister van Justitie te worden?

“Dat moet je aan Mark Rutte vragen.”

Ik vraag het aan u.

“Ik kan me nog wel herinneren dat ik op een dag in de Telegraaf las dat Ard van der Steur klaar was om Ivo Opstelten op te volgen. Zo’n artikel staat niet zomaar in de krant.”

Was u wel chic genoeg om minister te worden?

“Er zijn toch ook wel minder chique ministers?”

Op Justitie? Als ze niet lid zijn geweest van Minerva, zijn ze het wel geweest van Vindicat of het VU-corps Lanx.

“Ja, nee, op Justitie is het ingewikkeld. Justitie is een beetje… Ik weet het niet.”

Misschien durfden ze het met u niet aan?

“Dat zou kunnen. Misschien was het mijn karakter.”

U stond in 2010 voor de VVD op plek drie en kreeg meer dan 63.000 stemmen.

“Op zich is dat een plek om minister mee te worden, ja. Dat had ik zelf ook wel een beetje in gedachten. Dan kun je zeggen: dan maar niks. Of je kunt zeggen: staatssecretaris is ook mooi.”

Dan hoort u het stemmetje van uw vader: niet ijdel zijn, Fred?

“Ik dacht: laat ik eerst eens bewijzen dat ik het kan, het zal moeilijk genoeg zijn. Voor mij was het toch wel heel ver: vanuit het Rozenprieel staatssecretaris worden.”

Fred Teeven

5 augustus 1958, Haarlem

1970-1977
Spaarne Scholengemeenschap, Haarlem (havo)
1977-1980
Controleursopleiding bij de Belastingdienst
1987-1990
Avondopleiding Nederlands en notarieel recht, VU Amsterdam
1999-2001
Post-academische opleiding master of public management, Universiteit Twente
1980-1990
Fiscaal rechercheur bij de Fiod
1990-1993
Teamleider bij de douanerecherche in Rotterdam en Haarlem
1993-2002
Officier van justitie, Amsterdam
2002-2003
Tweede Kamerlid voor Leefbaar Nederland (lijsttrekker)
2003-2006
Officier bij het Landelijk Parket
2006-2010
Tweede Kamerlid voor de VVD
2010-2015
Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in Rutte I en II
2015-2017
Tweede Kamerlid voor de VVD
2017-heden
Buschauffeur Connexxion
2019-heden
(Managing) partner bij Meines Holla & Partners

Fred Teeven woont met zijn vrouw Yvonne in de Bollenstreek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden