PlusInterview

Fred Koning is de uilenkenner van Amsterdam

Fred Koning (78) doet al meer dan zestig jaar onderzoek naar uilen in de Water­leiding­duinen. ‘Je moet moeite doen om ze te zien.’

Fred Koning: ‘Als een nieuwe uil opduikt, struinen we alle bosjes af om hem te vinden.’Beeld Dingena Mol

Voor zijn uilenonderzoek won Fred Koning onlangs een Special Achievement Award op een heus uilenfestival: het International Festival of Owls in de Verenigde Staten. Hij kreeg de prijs in Houston – niet de stad in Texas, maar het dorp in Minnesota. Een gehucht met negenhonderd inwoners, en de plaats waar het International Owl Center is gevestigd, dat elk jaar het festival organiseert. “Daar komen duizenden mensen op af,” vertelt Koning. “Er zijn lezingen en uilenshows en er worden elk jaar een paar prijzen uitgereikt aan mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de uil. Ik heb nu een plek gekregen in de World Owl Hall of Fame, zoals ze dat noemen.”

Koning was begin maart in Houston, nog net op tijd om de maatregelen van de Amerikaanse autoriteiten tegen de verspreiding van het coronavirus voor te zijn. “Op het vliegveld vroeg de douane nog wel of we in Afrika of Azië waren geweest, maar daarna konden we rustig verder reizen. Ook het festival ging gewoon door. We hebben geluk gehad. Een week later was alles was waarschijnlijk anders geweest. Dan waren we het land niet meer in gekomen en was er helemaal geen prijsuitreiking geweest.”

De onderscheiding, een houten plankje met een koperen plaat met inscriptie, staat op de keukentafel thuis in Burgerbrug. Koning kreeg hem voor zijn onderzoek naar bosuilen in de Amsterdamse Waterleidingduinen, een karwei waar hij in 1957 mee van start ging en nog steeds elke maand een zaterdag mee zoet is. “De laatste dertig jaar doe ik het samen met mijn zoon Henk-Jan. We delen de liefde voor de natuur, en dan met name voor de uilen. We hopen er samen een serie van honderd jaar van te maken.”

Bikkelharde strijd

Koning kwam als kleine jongen al in ‘het duin’, zoals hij het natuurgebied noemt. “Ik woonde in Heemstede. Na school ging ik met mijn vrienden de natuur in. Het was toen nog een ongerept gebied. Mensen kwamen er nauwelijks.” In 1957 ging Koning aan de slag met een inventari­satie van de vogels in het duingebied. “Eerst een klein stuk, maar vanaf 1961 ben ik het hele terrein gaan doen om een goed beeld te krijgen van de relatie tussen de verschillende soorten. Dat is 34 vierkante kilometer. Ik ken het gebied op mijn duimpje.”

Koning lepelt uit het hoofd wat cijfers op uit die vroege periode. “Ik telde het eerste jaar dertig paar torenvalken, dertig paar ransuilen en nog een aantal steenuilen. In de jaren negentig deden nieuwe soorten hun intrede in het gebied, als gevolg van het verbod op het gebruik van enkele zeer giftige pesticiden in de landbouw. De havik, de ­buizerd en de bosuil doken op in de Waterleidingduinen. Binnen afzienbare tijd was er geen steenuil meer te vinden in het gebied. Vooral de bosuil reageerde enorm agressief op de concurrentie.”

Die soms bikkelharde strijd tussen soorten aanvaardt Koning als eigen aan de natuur. Hij houdt niet van sentimenteel gedoe, zoals hij het zelf omschrijft. “Ik heb me één keer actief bemoeid met de gang van zaken. Dat was in de jaren zestig, toen er nog gejaagd werd in het gebied. De ­jagers hadden de gewoonte door eksternesten heen te schieten. Die nesten werden ook wel gebruikt door torenvalken en ransuilen. Ik heb toen wel kunstnesten op­gehangen als ­alternatief.”

Nieuwe bedreigingen

De inmiddels gepensioneerde bollenkweker heeft zijn ­hele leven een zwak gehad voor roofvogels, en een speciale voorliefde voor uilen. “De uil is een mysterieuze vogel,” legt hij uit. “Het is een nachtvogel en je moet moeite doen om hem te kunnen zien. We hebben 35 uilenkasten op­gehangen in de Waterleidingduinen, en van de meeste ­vogels weten we waar we moeten zoeken. Maar als een nieuwe uil opduikt, moeten ook wij weer alle bosjes ­afstruinen om hem te vinden. Als dat lukt, geeft dat veel voldoening.”

Alle jonge vogels op het nest worden door vader en zoon geringd. “Wij zijn de burgerlijke stand van het bos,” zegt Koning. “Het levert door de tijd heen veel waardevolle ­informatie op. We weten nu bij voorbeeld dat nog maar vijftien procent van de uilen in de Waterleidingduinen daar uit het ei gekomen is. Vroeger was dat wel zestig tot zeventig procent. De stand is voor het grootste deel afhankelijk geworden van de immigratie van uilen uit Overveen of Bloemendaal die uitvliegen en op zoek gaan naar een nieuwe plek om te leven.”

Dat de eigen kweek nauwelijks kans krijgt om volwassen te worden, heeft alles te maken met de komst van nieuwe predatoren. De vos was al een geduchte tegenstander en sinds 2003 is daar de boommarter bij gekomen, ook een geduchte rover van eieren. De duizenden damherten zijn ook een probleem voor de uilen, vertelt Koning. “Er zijn bijna geen bloeiende planten meer te vinden, en dus ook geen zaden meer voor de muizen. Als uilen weinig voedsel kunnen vinden, neemt meteen ook het aantal broedsels af. Dat zien we de laatste jaren terug.”

Wat de damherten betreft, is de uilenkenner voorstander van een harde aanpak. “Ik kom nog uit de tijd dat de ­Dierenbescherming zich alleen bezighield met honden en katten. Een dierenambulance, daar had nog nooit iemand van gehoord. Als het aan mij lag, ging het gebied een week op slot en werden alle herten afgeschoten. Dan ben je in één keer van het gezeik af. Stedelingen vinden dat zielig. Maar die stedelingen zien niet hoe de natuur elk jaar verder achteruit holt. Daar word ik nou droevig van.”

Een andere soort die in een halve eeuw een enorme ­opmars heeft gemaakt in de Waterleidingduinen, is de ­recreant. Koning denkt soms met weemoed terug aan de verlatenheid van het natuurgebied in zijn eerste jaren. “Het gebied was niet ontsloten. Er waren bijvoorbeeld geen parkeerterreinen zoals tegenwoordig. Nu komt er elk jaar een half miljoen mensen. En ze mogen overal vrij rondlopen. Het zou voor de natuur beter zijn als de recreanten alleen op de paden mogen, maar dat krijg je nu niet meer voor elkaar. Dat pikken de mensen niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden