PlusAchtergrond

Fotoproject: ‘Iedereen kent wel een Fatima’

Raja Felgata (achteraan) en Fatimzahra Baba. ‘Marokkanen bouwden mee aan deze stad.’ Beeld Lin Woldendorp

Ter ere van vijftig jaar Marokkaanse migratie lanceren Raja Felgata (44) en Fatimzahra Baba (42) fotoproject Fatima. ‘We willen een positief geluid laten horen’

­­­­Mediaondernemer Raja Felgata en sociaal ondernemer Fatimzahra Baba kennen elkaar van verschillende vrouwennetwerken die zich inzetten voor een betere positie van de vrouw in Amsterdam, met name de vrouw van kleur. Felgata: “We willen een bijdrage leveren aan vijftig jaar Marokkaanse migratie in Nederland door niet alleen de verhalen te vertellen van de mannen die naar Nederland kwamen, maar ook de Marokkaanse vrouwen een gezicht te geven.” Samen maakten ze het fotoboek Fatima, mede gefinancierd door de gemeente Amsterdam. Hierin staan vijftig portretten van uiteenlopende Marokkaans-Amsterdamse jonge vrouwen (van wie zeven Fatima heten): vrouwen die een hoofddoek dragen of meestal niet, huismoeders en carrièrevrouwen.

Traumatiserend

Baba: “Iedereen kent wel een Fatima. Het is een naam die vaak voorkomt binnen de Marokkaanse gemeenschap. ­Fatima is een ode aan de Marokkaanse vrouw in Amsterdam.” Felgata vult haar aan: “Het is tijd om de negatieve beeldvorming over Marokkanen te doorbreken. We steken onze kop niet in het zand voor de problemen die er zijn, maar we vinden het belangrijk om ook een ander, positief en realistisch geluid te laten horen. Alle negatieve berichten gaan uiteindelijk in je dna zitten. Dat werkt traumatiserend voor een gemeenschap, het heeft impact. Daarom is het zo belangrijk dat jonge mensen, geboren en getogen in Nederland, Amsterdammers, ook een krachtig verhaal meekrijgen waar ze trots op kunnen zijn.”

Zoals de verhalen van Felgata en Baba zelf, allebei succesvol als ondernemer. Felgata droomde er als jong meisje van om presentator van AT5 te worden. In 2000 werd ze de eerste vrouwelijke Marokkaanse presentator van de Amsterdamse zender. Later richtte ze de lijst De Kleurrijke Top 100 op, om het kleurrijke talent in Nederland te laten zien. “Mijn vader werkte tot zijn pensioen voor Melkunie, mijn moeder studeerde af aan het hbo. Wij staan op de schouders van onze ouders, zij hebben ons gemotiveerd om hard te werken, door te zetten en een bijdrage te leveren aan de Nederlandse samenleving. Als tiener las ik de feminis­tische boeken van onder anderen Fatima Mernissi uit de kast van mijn moeder. Via haar leerde ik al jong op te komen voor de rechten van de vrouw.”

De vader van Baba was de werkende motor van het het gezin met vijf jongens en één meisje, haar moeder de stille kracht. “Mijn broers leerden mij om door te zetten en mijn ouders om mijn kansen te benutten en in mezelf te blijven geloven. Marokkanen zijn al vijftig jaar onderdeel van Amsterdam, ze hebben meegebouwd aan deze stad en zijn van toegevoegde waarde.”

‘Mijn identiteit is niet het een of het ander, maar van alles en nog wat. Ze is fluïde en constant in ontwikkeling,’ zegt Kauthar Bouchallikht, een van de geportretteerde ­vrouwen. Felgata: “Haar uitspraak is de essentie van waar Fatima over gaat, het is ons motto geworden.”

Lancering fotoboek Fatima: Pakhuis de Zwijger, vrijdag ­6 december, 18.00-23.00 uur. Het boek wordt verspreid bij ­verschillende culturele instellingen in Amsterdam.

Yousra Moussir (9), basisscholier

“Ooit hoop ik de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland te worden, rond mijn 28ste. Ik heb er al over gepraat met burgemeester Femke Halsema. Ik mocht bij haar op bezoek nadat ik een speech had gehou­den over meisjes die niet naar school kunnen en over hoeveel geluk we hebben in een vrij land te ­leven.”

“Laatst was ik ook op bezoek bij Mark Rutte. Hij zei dat het me, als ik doorzet, zeker moet lukken om minister-president te worden. Ik kan vanaf mijn veertiende de ­politiek in gaan, vertelde hij. Hij gaf me de tip om elke week de krant te lezen. Ik heb hem nog gezegd dat hij een kwart van het belastinggeld aan de stakers kan ­geven. Ik zag aan zijn gezicht dat hij het wel een goed idee vond.”

“Ik vind gelijkheid tussen man en vrouw belangrijk. ­Fatima komt op voor vrouwen in Amsterdam, dat vind ik heel goed. Ik vind het leuk om ook een ‘Fatima’ te zijn. Als ik groot ben, wil ik het werk dat zij doen, voortzetten.”

Yousra Moussir: ‘Ik vind het leuk om ook een Fatima te zijn, ik wil hun werk voortzetten.’Beeld Lin Woldendorp

Karima Ahmadouch (41), designer en eigenaar van fashionlabel Jedida en preventie­medewerker ggz

“In een multiculturele, open stad als Amsterdam miste ik kleding met een Arabische touch in het straatbeeld. ­Marokkaanse vrouwen zijn heel modebewust, maar hun identiteit zag ik niet terug in hun stijl. Mijn kleding is niet religieus, wél Marokkaans. De stiksels, knoopjes, het ­borduurwerk – alles wordt met zorg en liefde in Marokko gemaakt. Mode is een manier om bij elkaar te komen, ik ontwerp voor alle vrouwen, van Turks en Surinaams tot Hollands.”

“Mijn vader heeft 23 jaar met veel liefde voor de NS ­gewerkt. Ik heb zijn arbeidsethos geërfd. Mijn moeder werkte als interieurverzorgster en leerde Nederlands spreken van de buurvrouw. Nu gaat ze zelf als vertaalster mee met vriendinnen die de taal nooit hebben geleerd.”

“Mijn Marokkaanse vriendinnen doen allemaal iets om hun steentje bij te dragen aan de samenleving. Dat maakt me trots, want het is ons niet in de schoot geworpen. Fatima gaat over vrouwen die verbinden en nieuwsgierig zijn naar elkaar. Het laat zien dat je niet hoeft te kiezen, maar ook in beide culturen goed je weg kunt vinden.”

Karima Ahmadouch: ‘Mijn vader werkte 23 jaar met liefde voor de NS, ik erfde zijn arbeidsethos.’Beeld Lin Woldendorp

Mariëm Zian (30), neonatologieverpleegkundige OLVG Oost, spoken word-artiest en IRO Official (scheidsrechter bij vechtsporten)

“Ik rijd motor, draag een hoofddoek, werk als verpleegkundige, treed op met spoken word en rap onder de naam Lady General, en ben scheidsrechter bij thaibokswedstrijden; kiezen vind ik lastig. Mijn vader is mijn voorbeeld. Hij kwam als 17-jarige uit Marokko naar Amsterdam en hij heeft altijd hard gewerkt bij de gemeentereiniging. Met zijn talenknobbel is hij overal de verbindende factor, hij praat met iedereen.”

“Mijn moeder is een sterke vrouw met een groot doorzettingsvermogen. Na de scheiding van mijn vader heeft ze alles geleerd wat ze altijd al wilde, van de Nederlandse taal tot fietsen en autorijden. Mijn ouders hebben ­ervoor ­gezorgd dat hun kinderen alles kunnen bereiken wat ze willen. Daar ben ik ze heel dankbaar voor.”

“Ik ben heel trots op de Marokkaanse cultuur. Ik denk dat we als gemeenschap veel sterker zouden kunnen worden door positiever te zijn, ook over elkaar. Vooral jongeren ­halen elkaar vaak onderuit: ‘Kijk haar nou!’ Leef en laat ­leven, is mijn motto. Fatima is voor mij het begin van een nieuwe, positieve beweging.”

Mariëm Zian: ‘Mijn ouders zorgden dat hun kinderen kunnen bereiken wat ze willen.’Beeld Lin Woldendorp

Mouna Laroussi Tahiri (37), choreograaf, theatermaker en oprichter van Mouna Dance Productions en Stichting Mouna Mix

“In mijn voorstelling Schijtziek zoek ik de verbinding op tussen de Marokkaanse en de Nederlandse cultuur. Met een humoristische, luchtige blik probeer ik de kloof te dichten. Ik speel onder meer een typetje, Fatima, een gezellige tante met het hart op de tong. Fatima vlogt. Haar vlog over Sinterklaas en de Pietendiscussie werd al 20.000 keer bekeken. In het nieuwe jaar sta ik met vier theatertalkshows Bij Fatima in Podium Mozaïek.”

“Ik ben opgegroeid met twee culturen: mijn Marokkaanse vader kwam naar Nederland voor zijn studie toerisme. Tijdens zijn stage in Hotel Huis ter Duin leerde hij mijn Nederlandse moeder kennen. Ze werden verliefd en ­leerden elkaar hun taal. Bij ons thuis vieren we alles: ­sinterklaas en het Offerfeest, Suikerfeest en Kerstmis. We eten couscous en kaas en ik spreek vloeiend Marokkaans en Nederlands. Ik ben óók een Fatima, ook al kom ik uit twee culturen en heb ik kort, wit haar en geen lange, donkere krullen. Door mee te doen aan Fatima wil ik laten zien dat dé Marokkaanse vrouw niet bestaat en hoop ik bij te dragen aan het doorbreken van het hokjesdenken.”

Schijtziek is 6 december te zien in Podium Mozaïek.

Mouna Laroussi Tahiri: ‘Bij ons thuis vieren we alles: sinterklaas en het Offerfeest.’Beeld Lin Woldendorp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden