Plus Interview

Fotograaf Geert Broertjes: ‘Kanker is gewoon domme pech’

Fotograaf Geert Broertjes (32) verloor in een jaar zijn oma, moeder en tante en maakte er de serie One Year over. Dit jaar sloeg het noodlot weer toe: zijn vader en hij bleken beiden kanker te hebben. Met zijn chemoplas bewerkte hij de filmrolletjes. ‘Alles voor de fotografie.’

Geert Broertjes. Beeld Lotte Bronsgeest

Geert Broertjes en zijn vriendin Nadia Moussaid hebben sinds een week twee babypoezen in huis. Dino en Draak heten de pluizige witgrijze schoonheden, broers zijn het. Ze doen alles wat hoort bij een kitten: achter elkaar, hun eigen staartje en de speelgoedmuis aan rennen, stuntelige sprongetjes maken, krabben aan alles in de bovenwoning in de Watergraafsmeer behalve aan de krabpalen, en dan ineens omvallen van de slaap.

Broertjes wist zeker dat hij niet zo iemand zou worden die de hele tijd zijn poezen filmt, zegt hij terwijl hij koffie zet en gevulde koeken op een schoteltje legt. Hij grinnikt. “Maar ja, toen ze gisteren voor het eerst het balkon op gingen stond ik er hoor, met mijn camera.”

Dino en Draak zijn een onweerstaanbaar vrolijke en onschuldige afleiding in een moeilijk jaar. Zijn vader kreeg de dag voor zijn vervroegde pensioen (hij was veertig jaar basisschoolleraar op dezelfde school) te horen dat hij voor de derde keer kanker heeft, nu een vorm waarvan hij niet zal genezen: alvleesklierkanker. 

Afgelopen maart bleek Broertjes de ziekte ook te hebben. Hij had al een tijd last van buikpijn en het werd steeds erger. Omdat hij net terug was van een klus in China dacht de huisarts aan een parasiet. Hij gaf pillen mee, die iets leken uit te halen. Tot hij een paar dagen later op de wc een rectale bloeding kreeg en binnen tien seconden twee liter bloed verloor. Voor hij flauwviel, kon hij Nadia nog net roepen.

In het ziekenhuis moest hij in quarantaine, omwille van die mogelijke parasiet, terwijl een onderzoek in verschillende richtingen werd uitgezet. Na een paar dagen kwam de zaalarts met in haar kielzog een legertje coassistenten om Nadia en Geert te vertellen dat hij een kwaadaardige tumor in zijn darmen had, en dat hij niet meer te redden was omdat de kanker al was uitgezaaid naar zijn lymfeklieren, lever en longen. Daarna zei de arts dat ze gingen lunchen en later zou terugkomen met meer uitslagen. Dat was het.

Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest

Broertjes belde zijn vader en zijn zus die meteen kwamen. Godzijdank belde hij in de daaropvolgende dagen ook nog het academisch ziekenhuis waar zijn vader al jaren patiënt is en het Antoni van Leeuwenhoek. Het beeld werd drastisch bijgesteld. 

Hij kreeg uiteindelijk van drie ziekenhuizen drie verschillende behandelplannen voorgelegd. “Het was allemaal heel vreemd en verwarrend, maar het gaat om de slotsom: na een paar slopende weken kwamen alle oncologen met de boodschap dat ik toch beter kon worden.”

Genetisch

In een eerste operatie werd de helft van zijn dikke darm verwijderd, daarna kreeg hij drie chemokuren en een maand geleden is hij opnieuw geopereerd om stukken weg te snijden uit zijn lever en galblaas. Zijn kanker is genetisch. 

Hij heeft het gekregen door het Lynch-syndroom waar zijn vader drager van is; het is ook de oorzaak van twee van diens kankers. Dat het nu in zijn alvleesklier zit, heeft niets te maken met het syndroom, maar is, zoals Broertjes zegt: “Gewoon domme pech.”

Het bestraalde vlak refereert naar de afmeting van de darmtumor van Broertjes. Beeld Geert Broertjes

Dit understatement geldt ook voor de kanker van zijn moeder. Broertjes was een media- en informatiemanagementstudent van 22 toen ze ziek werd. 

Opgebrand door alle behandelingen en medicatie ging ze vijf jaar later dood, op 18 september 2013, precies een jaar nadat zij haar moeder had begraven en ruim drie maanden na het overlijden van haar zus Jeanet. Tante Netje noemde hij haar. Zij had het Syndroom van Down. Bij haar geboorte zei de dokter dat ze hooguit acht zou worden. Ze haalde de 64. 

“Tante Netje was ontzettend blij en grappig. Ze geloofde tot het einde in Sinterklaas. Door haar zijn we het altijd blijven vieren, met iemand die pakjes voor de deur zette en aanbelde. Haar aanwezigheid gaf iets vrolijks en luchtigs aan ons familieleven.”

Bestraalde polaroid gemaakt tijdens de laatste chemokuur op Broertjes 32ste verjaardag. Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest
Bestraalde polaroid gemaakt tijdens de laatste chemokuur op Broertjes 32ste verjaardag. Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest
Bestraalde polaroid gemaakt tijdens de laatste chemokuur op Broertjes 32ste verjaardag. Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest

Over het jaar dat hij drie belangrijke vrouwen in zijn leven verloor, maakte Broertjes de fotoserie en het gelijknamig boek One Year, waarmee hij komend weekeinde op fotofestival Unseen staat.

Er is ook nog een vierde vrouw van wie hij afscheid nam in 2013, zo blijkt als je de feeërieke, vrij abstracte zwart-witfoto’s bekijkt en zijn openhartige voorwoord leest: Tessel, zijn ex-geliefde, inmiddels een goede vriendin. 

Ze is veel en groots aanwezig in dat ene jaar, en in One Year. Tessel in het Vondelpark. Tessel die een handstand doet op het dak van haar studio aan de Passeerdersgracht. Het wazig gefotografeerde achterhoofd van Tessel op Zorgvlied. 

Een van de meest realistische beelden is een close-up van Tessel en Broertjes in bed, zijn gezicht zwevend vlak boven het hare, zijwaarts in de camera kijkend. Blozend, stralend, après je-weet-wel.

Tessel, zijn ex-geliefde, is veel en groots aanwezig in dat ene jaar, en in One Year. Beeld Geert Broertjes

Een paar bladzijden terug zien we zijn oma, opgebaard in haar huis in Amstelveen, een stukje verder het prethoofd van tante Netje. En een dode vogel in Colombia, een oude kromme man in de supermarkt, bomen in Senegal of het Vondelpark bij nacht, een roestvrijstalen toiletruimte ergens in het uitgaansleven: One Year toont ook, of vooral, veel omlijsting en omgeving van de dood en de liefde in Broertjes 2013.

“Tessel en ik leerden elkaar kennen in het jaar dat ik op de fotoacademie zat, na mijn eerste studie. Zelden was ik zo verliefd geweest,” zegt hij (op zijn dakterras inmiddels – de dubbele dosis schattigheid beneden maakt praten over iets anders dan poezen onmogelijk).

“Ondertussen werd mijn moeder steeds zieker. Ik leefde in twee bubbels die op een totaal afwijkende manier emotioneel meeslepend waren. Ik ging van romantische weekendjes eropuit met Tessel naar het ziekenhuis om bij mijn moeder te zijn als ze haar zoveelste chemokuur kreeg.”

Bubbel

Op de vraag of hij zich soms schuldig voelde over het geluk dat hij voelde in de bubbel met Tessel antwoordt hij dat zijn moeder tot haar dood volhield dat het goed zou komen met haar. “Een week voor ze overleed, vroeg de dokter: ‘U weet toch dat u niet meer beter wordt, mevrouw?’ Ze wuifde het weg. ‘Ik word gewoon beter,’ zei ze. Ze is gestorven in de illusie dat ze daar gelijk in had. Vanuit die gedachte stimuleerde ze ons om leuke dingen te doen, dromen en wensen na te jagen. Over haar geen zorgen. Daardoor was het moeilijk je actief schuldig te voelen. Ik was ook nog jong en naïef natuurlijk, ik wilde wel meegaan in haar oproep vooral door te leven.”

Hij vertelt over de dag dat zijn oma overleed. Tessel en hij waren op weg naar Berlijn toen zijn vader belde om het te vertellen. Broertjes wilde terug, maar hij wilde ook verder om met zijn nieuwe grote liefde onder te duiken in onbezorgd lol maken, op een onbekende plek. Ze reden door, in de oude brandweerbus van Tessel die eigenlijk stuk was. Wel vijftig keer stonden ze langs de kant van de weg omdat er vuil in de tank zat.

Na uren en uren kwamen ze eindelijk aan: “Doodmoe, verdrietig en dan toch drinken en feesten en gekkigheid. De volgende dag zijn we naar huis gegaan. Het voelde niet goed. Ik moest naar mijn moeder.”

De twintig bestraalde vlakfilms staan symbool voor de frequentie van de patiënt en de behandelmethode. Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest

Ruim een jaar later, vier maanden nadat hij zijn moeder was verloren, ging het uit met Tessel. Hij praat er voorzichtig over: “Door wat er allemaal gebeurde in mijn leven waren we elkaar een beetje kwijt geraakt. Zij was erg gesteld op haar vrijheid en ik wilde veiligheid. Dat stootte elkaar een beetje af.”

Er volgde een periode waarin hij zichzelf ‘een tikkeltje’ verloor in drank, party­drugs en kortstondige relaties, tot hij in 2015 Nadia ontmoette. Dat Tessel zo veel ruimte krijgt in het boek vindt hij vanzelfsprekend, anders klopt het verhaal niet dat One Year vertelt.

“Zij was toen mijn levenslijn. Verdriet, verliefdheid, dood, euforie, verlaten worden, iemand ontmoeten; alles loopt door elkaar, dat is het leven toch? Iemand missen – of het nu een meisje is dat je verlaat of een dierbaar familielid dat sterft – vind ik mooi, want je houdt van diegene, en dat is fantastisch.”

Beeld Geert Broertjes

De laatste tijd daalt het besef in dat hij op zijn 32ste meemaakt wat zijn ouders ook op betrekkelijk jonge leeftijd voor hun kiezen kregen. “Ik begrijp hun ziek zijn beter nu ik zelf ziek ben. Ernaast staan is zo anders dan het hebben. Dat klinkt voor de hand liggend, maar wat het verschil inhoudt, begrijp ik nu pas echt. Ik vind ernaast staan moeilijker, geloof ik.”

Het gemis

“Op dit moment ben ik tegelijk patiënt en de zoon van een ongeneeslijke zieke vader met wie ik een naar syndroom deel. Wat hem overkomt, vind ik veel erger, voor hem en voor mij. Ik zie ook verschrikkelijk op tegen straks, als hij er niet meer is. Het gemis, allebei mijn ouders kwijt zijn; ik heb er geen zin in, ik wil het niet. Gelukkig heb ik Nadia en mijn lieve zusje.”

Als je hem zo wijs en moedig hoort praten vergeet je bijna dat hij zelf net een maand geleden onder het mes lag voor een hopelijk levensreddende operatie. Na drie loodzware chemokuren waarvan hij nog herstellende is. Zijn geheugen werkt niet goed, zijn evenwichtsorgaan is wiebelig, de energiehuishouding draait op halve kracht. De kans dat de kanker terugkomt is in de eerste twee jaar 70 procent.

Met chemo behandelde kleurenfilm; de verschillende fases die je mentaal doormaakt in het ziekteproces. Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest

Daar staat hij niet te veel bij stil, zegt hij. “Ik wil niet dat het syndroom en de kanker mijn leven bepalen. Dat sta ik niet toe. Je kunt oud worden met Lynch en de controles zijn streng de komende drie tot vijf jaar, om de drie maanden kijken ze me na. Als het ergens opduikt, zullen ze er snel bij zijn. Ik heb geen zin om me zorgen te maken over ‘Ja maar, wat als’, ik ben altijd positief geweest en dat ben ik nu misschien nog wel meer.”

Hij verkruimelt een stukje gevulde koek. “Ik wil ook niet zoals mijn moeder alles weghouden met ‘Het komt goed’. Positief zijn mag niet betekenen dat er geen plek is voor angst of een woedeaanval. Na mijn eerste operatie schreef ik aan Nadia: ‘Dit avontuur gaan we aan.’ Zij antwoordde: ‘Avontuur? Dit is geen avontuur, dit is alleen maar kut, een grote kankerzooi.’ Ja, dat is natuurlijk ook waar.”

Verbrande middenformaat film: staat symbool voor de tumor en het verwijderen ervan. Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest
Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest

Het blijft even stil. “Maar ik heb ook nog mijn lichaam als vertrouwd uitgangspunt: ik ga hier nog niet dood aan, dat voel ik. En als het toch gebeurt… tja, voor de dood zelf ben ik niet zo bang, ik zou niet weten waar ik bang voor moet zijn, maar voor de achterblijvers is het zwaar. Dat weet ik wel.”

Op veel foto’s in One Year zie je dat Broertjes comfortabel is met dat lichaam als uitgangspunt. Het is ook zijn instrument en een object voor zijn nieuwsgierigheid en een zekere mate van controledrang. Ook het afgelopen halfjaar voelde hij de noodzaak kunst te maken van de gebeurtenissen die het lot (en zijn genen) hem toewerpt. Of zoals hij zegt: “Het is allemaal goed en wel, dat ziek zijn, maar laat ik er ook iets mee doen, zodat ik in elk geval bezig ben.”

Het resultaat daarvan heeft ook een plek gekregen op Unseen, in de tentoonstelling van project K. Dat begon bij een gesprek met zijn oncoloog. Hij vroeg hem of hij een zak chemo mee naar huis mocht om zijn foto’s in te ontwikkelen – hij fotografeert zijn vrije werk analoog. De dokter weigerde. Chemogif is te gevaarlijk voor do it yourself-projecten in de donkere kamer.

Gelukkig voor project K zit het gif tijdens een kuur ook in alles wat een lichaam af- en uitscheidt. Hij besloot fotorolletjes onder te plassen.

Geschoten op kleurenfilm en overheen geplast na een infuus met verschillende soorten chemo. Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest

“Ik kreeg elke keer een infuus van drie uur, dus ik liet de rolletjes ook drie uur weken in mijn urine. Daarna liet ik ze drogen in een bak rijst. Lotte Bronsgeest heeft mij gefotografeerd met die chemisch aangetaste rolletjes. Het effect was best wel gaaf eigenlijk, er zitten absurde beelden bij.”

Diemerpark

De uitvoering was ook best wel absurd. Bronsgeest en Broertjes gingen ervoor naar het Diemerpark, dat is gebouwd op een grote gifbelt, met dank aan onder andere Philips dat daar in de jaren tachtig chemisch afval dumpte. 

“Wij vonden het om die reden een goeie plek. De hele dag waren we bezig, ik geloof dat we wel twintig rolletjes volschoten. Uiteindelijk stond ik in mijn nakie in een veld, met de rolletjes in een plastic zak in mijn hand, Lotte maakte de laatste foto’s. Ineens kwam er een kauwtje op me afvliegen. Hij pakte dat zakje en vloog weg. Ik ben in mijn blootje achter hem aangerend, maar ik kwam niet ver, het Diemerpark is dichtbebost en er wonen duizenden kauwtjes. De volgende dag belden we de boswachter en zijn we weer gaan zoeken, maar we hebben het zakje niet gevonden.”

Een kauwtje in het Diemerpark, misschien wel die ene die de fotorolletjes heeft meegenomen. Beeld Geert Broertjes & Lotte Bronsgeest

Hij lacht. “Gelukkig moest ik nog een chemokuur dus we konden het overdoen. Als de keer voor het kauwtje mijn laatste was geweest, had ik misschien wel om een extra ronde gevraagd. Alles voor de fotografie, dan maar even afzien.”

Een selectie uit One Year tot en met december te zien bij Schilt Gallery. Lancering boek One Year 21 september om 16.00 uur op Unseen. Daar ook de expositie project K.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden