null

Plus

Fotograaf Floris Kok nam een kliko vol liefdesslotjes mee naar huis: ‘God, ach, het is ook weer schattig’

Beeld Floris Kok

Tienduizenden liefdesslotjes hebben toeristen aan de Amsterdamse bruggen geklonken. Fotograaf Floris Kok maakte er een serie van: Lovelocks, liefde of last. Gaandeweg oordeelde hij milder over de ‘ontsiering’ van de stad.

“Ik hou me erg bezig met de invloed die mensen op hun omgeving hebben. Daar wil ik als fotograaf iets mee. De verhalende kracht van objecten vind ik boeiend: wat vertelt een voorwerp, of een collectie voorwerpen, over iemand?

Zo heb ik een half jaar lang allemaal plastic uit de grachten lopen vissen. Ik heb hier een kelder onder mijn woonark en die lag he-le-maal vol. Kubieke meters plastic meuk. Dat ben ik gaan uitzoeken en sorteren, voor een project over plastic soep. Wat past bij elkaar, waar kan ik een beeld van maken?

Ideeën moeten altijd even sudderen, maar ik wilde al lang iets met massatoerisme doen. Ik woon nu meer dan de helft van mijn leven in Amsterdam, een dikke 25 jaar. Ik heb het zien veranderen. Of het is dat ik ook een stukje ouder word, en misschien wat territorialer en minder van laat-maar-waaien in het leven sta. Ik ben in ieder geval meer gaan letten op al die kotsende, blowende, zuipende Italianen en Fransen die ieder weekend het centrum komen bevolken.

Hier in de Plantagebuurt is het lang buiten de deur gebleven, maar de afgelopen vijf jaar merk je dat het begint over te lopen. Het sigarenboertje op de hoek gaat weg en wat komt er? Een zaak met die gekke Peruaanse mutsen en drugsparafernalia. Dat begon mij langzaam aan te grijpen. Ik heb wel de neiging om mijn stem te laten horen, maar dan via mijn beeld. Mijn taal is beeldtaal.

Maar wat ga je dan doen? Nutellashops? Rolkoffers? Ik moet altijd een object hebben, een voorwerp. En het liefst ook nog veel gelijke voorwerpen.

Misschien zag ik ze op een brug hangen of las ik erover, maar ik dacht: die slotjes, dat is het eigenlijk.

null Beeld Floris Kok
Beeld Floris Kok

Niemand weet precies hoe het fenomeen is begonnen. Er is ooit een boek geschreven door de Italiaan Federico Moccia, Ho voglia di te, waarin dat ritueel werd beschreven. Dat boek is in 2007 verfilmd en ook daar kwam het voorbij: dat een verliefd stel in Rome zo’n hangslotje aan een brug hangt en de sleutel in de Tiber gooit. Daarna heeft het wereldwijd een grote vlucht genomen.

Maar hoe ga ik aan die slotjes komen? Ga je dan met een betonschaar de stad door? Dat was mijn eerste plan, want dat verzamelen vind ik leuk.

Als kind hield ik daar al van. Kwam ik thuis met zakken vol steentjes. Als fotograaf heb ik het een tijdje buiten de deur proberen te houden, omdat ik dacht dat dit misschien geen volwassen fotografie was. Maar ja, dit is hoe ik het doe, dit is mijn manier. En ik heb er plezier in. Mijn grote fotografische inspiratie is Irving Penn, die in de jaren zeventig zoiets met sigarettenpeuken heeft gedaan. Dat was toen wel een revolutie: daar ging een zeer gevierd fotograaf, die veel voor Vogue heeft gewerkt, opeens peuken fotograferen. Dat was nog nooit vertoond.

Ik had het gerust gedaan hoor, dat zelf wegknippen van de slotjes. Ik ben de schaamte voorbij. Je doet een oranje hesje aan, een bouwhelm op, en iedereen denkt: het zal wel. Het had alleen een eeuwigheid geduurd, terwijl de gemeente allang was begonnen met het verwijderen van die dingen. Zoals steden overal ter wereld maatregelen nemen: de monumenten kunnen het gewoon niet aan. In Parijs, de stad van de liefde, is eens een stuk van een gietijzeren brug afgebroken door het gewicht van de slotjes.

Ik heb toen stadsdeel Centrum aangeschreven. Dat duurde een paar weken, maar toen ik eenmaal de juiste persoon te pakken had, was het: waarom niet. Ik kreeg het telefoonnummer van Ron, de manager van het fietsknipteam, verantwoordelijk voor het verwijderen van de slotjes, en hij zei: kom maar langs, we hebben hier vier kliko’s vol. Vier kliko’s!

Je probeert je er een voorstelling van te maken, maar je hebt geen idee. Ik ben een stevige kerel, Ron was nog veel steviger, maar met ons tweeën lukte het niet om zo’n kliko naar mijn Fiat Panda te rollen. We kregen hem gewoon niet van zijn plek, er was echt geen beweging in te krijgen. Dus heb ik de achterbak van mijn auto, handje voor handje, volgegooid met slotjes en daarna ben ik heel langzaam naar huis gereden – de Panda stond zowat met zijn bandjes in de wielkast.

Toen stond ik hier voor de deur met een achterbak vol hangsloten. Ik heb twintig emmers gehaald bij de bouwmarkt en ben met een krukje bij de achterbak gaan zitten, om slotje voor slotje te sorteren. Hartvormig, een rode, een zwarte. Slotjes die versierd waren, of gegraveerd. Echt, zo’n emmer halfvol kon ik al nauwelijks tillen. Ik denk dat ik wel 600 kilo aan hangsloten had, een stuk of vierduizend. En dat dus nog minder dan een halve kliko, dus de gemeente heeft echt al tienduizenden sloten weggehaald. Ik heb de emmers in de kelder gezet, waardoor de ark wel scheef kwam te liggen, en toen ben ik voorzichtig begonnen.

Met één zo’n foto ben ik dagen bezig. Ik ontruim de woonkamer, bouw een stellage voor de camera en dan begint het puzzelen. Dat kan niet met een uurtje hier en een uurtje daar, ik moet echt in de zone komen. En dat kon vorig jaar opeens. Commerciële opdrachten vielen weg, bij de Fotovakschool werden alle zzp’ers de laan uitgestuurd en ik vaar weleens als schipper op de sloepen van Plastic Whale, maar ook dat kwam stil te liggen.

Als ik fotografeer, ben ik een beetje de angry young man, want godverdorie, het gaat om mijn omgeving. In mijn fotografie zit daarom altijd iets van mijn opwinding, mijn boosheid. Het is mijn verontwaardiging die ik onder de aandacht wil brengen. Maar toen al die duizenden slotjes door mijn handen gingen, was er ook een soort omslag.

Er staan tekstjes op, er zijn mensen die er tekeningen op hebben gemaakt met stift of nagellak. Er staan hartjes op, of foto’s van mensen. Echt, er ging een wereld voor mij open. Dan was er een hangslotje van iemand wiens vader was overleden, en het slotje was een herinnering omdat ze jaren eerder eens samen in Amsterdam waren geweest. Achter al die slotjes schuilt dus ook individueel lief en leed.

null Beeld Floris Kok
Beeld Floris Kok

Er spreekt ook iets uit van: god, ach, het is ook weer schattig. Dit zijn geen mensen die hier per definitie komen om de binnenstad te ontsieren, om onze mooie nationale monumenten, de antieke bruggen, te komen slopen. Het zijn ook mensen met liefde voor Amsterdam, liefde voor elkaar, jeugdig optimisme. Dan zie ik voor me hoe een jong stelletje ’s avonds in hun hotelkamer met een spijker hun initialen in een slotje aan het krassen zijn. Dat is ook vertederend. Toen ik 16 was en op Interrail ging, had ik dat soort dingen ook wellicht gedaan. Het is nog steeds massatoerisme, en de gevolgen zijn onwenselijk, maar mijn zienswijze werd gaandeweg het project genuanceerder. En milder.

En tegelijkertijd zitten er ook beelden tussen waar nog zo’n exponent van het massatoerisme uit spreekt: het opportunisme. De commercie is hier vol opgesprongen, er is een hele economie omheen ontstaan. Allemaal dezelfde slotjes, van dezelfde winkel. Er was geloof ik geen winkel in de Staalstraat die op een gegeven moment geen slotjes verkocht, voor een paar keer de inkoopprijs. Online kun je ze laten graveren.

Ook opvallend: van de vierduizend hangsloten die ik had, al die emmertjes vol, was het gros gewoon een sec hangslot. Zonder iets erop. Dat mensen niet eens de moeite hebben genomen om met een stift hun naam of initiaal op te schrijven. Daar spreekt dus geen enkele betrokkenheid uit. Mensen die denken: ik koop een hangslot, hang het aan de brug, flikker de sleutel in het water en ook dat kunnen we weer van ons lijstje afvinken. Dat is toch…

Nou ja, ik wil mijn mening niet opdringen. Ik maak dit soort beelden vanuit een vooropgezet plan, maar ik laat de eindconclusie graag over aan de beschouwer van het beeld. Ik zie mijn rol binnen de fotografie als chroniqueur van het antropoceen. Het mooist vind ik het als mensen gaan nadenken over wat ze zien. Misschien komen ze tot dezelfde conclusie, misschien niet. Ik vind het ook prettig als een beeld meer vragen oproept dan het beantwoordt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden