PlusExclusief

Fotograaf Ahmet Polat: ‘In dat azc dacht ik al: wat is mijn rol hier als beeldmaker?’

Ahmet Polat: ‘Ik ben iemand die meerdere perspectieven in zichzelf verenigt.’ Beeld Maarten Kools
Ahmet Polat: ‘Ik ben iemand die meerdere perspectieven in zichzelf verenigt.’Beeld Maarten Kools

Over drie jaar viert Amsterdam zijn 750ste verjaardag. Als creatief directeur van Stichting Amsterdam 750 mag fotograaf Ahmet Polat (44) proberen de gewone Amsterdammer warm te krijgen voor het feest. ‘Ik ben een kunstenaar die zijn ogen niet in zijn broekzak heeft zitten.’

Marcel Wiegman

Als Ahmet Polat één ding niet ontzegd kan worden, is het een onverwoestbaar optimisme. Terwijl de stad nog maar net bekomen is van de coronapandemie en met de stijgende prijs van het gas en de dalende waarde van de euro alweer zucht onder de volgende crisis, mag hij meehelpen met de organisatie van een feestje: de 750ste verjaardag van Amsterdam. Over drie jaar is het zover.

Deze zomer werd Polat, in 2015 de Fotograaf des Vaderlands, creatief directeur van Stichting Amsterdam 750. Zijn taak: naast de grote instellingen van de stad, de gewone Amsterdammer binnenhengelen met bescheiden subsidies van 10.000, 20.000 of 50.000 euro.

Ik dacht dat je fotograaf was.

“In het buitenland hebben ze daar niet zo’n last van. In steden als New York of Istanboel noemen ze me een creative. Ik heb dit jaar een documentaire geregisseerd over Rashif el Kaoui, een Vlaams-Marokkaanse jongen die niets met het verleden van zijn familie in Marokko te maken wilde hebben. Ik sta op het podium. Ik organiseer een tentoonstelling in Foam met Turkse fotografen. Ik zoek naar verhalen die ons binden. Dat doe ik ook als directeur van de stichting Amsterdam 750.”

De eerste van acht subsidierondes heeft hij inmiddels achter de rug. Zo kan collectief SLPLZN in Amsterdam-West aan de slag met pop-uptribunes om ‘van het gewone leven kunst te maken’ en komt er op het Mercatorplein een kas waar buurtbewoners samen kunnen rouwen en vieren.

“Ik vind het vrijmiboksen een interessante,” zegt Polat. “Een evenement waarop alcoholvrij wordt geborreld en gebokst. Het is de bedoeling dat jongeren er in aanraking komen met lokale ondernemers. Na afloop van de training kunnen ze zakendoen.”

Wat heeft dat met Amsterdam 750 jaar te maken?

“Wat heeft het er niet mee te maken?”

Polat, fervent liefhebber van de tegenvraag, gaat er eens goed voor zitten achter zijn kop thee in café De Ysbreeker. Woeste krullen boven een volle baard.

Het klinkt alsof alles in aanmerking komt.

“Wij zijn op zoek naar individuen en kleine netwerken in de stadsdelen, die iets kunnen betekenen voor de stad. Het kan gaan om kunst en cultuur, maar ook om sport of maatschappelijke vraagstukken. Die kruisbestuiving vind ik interessant aan de viering.”

En dan gaat er een sticker op: Amsterdam 750?

“Ik hoop dat het iets meer is dan een stickertje, maar een financiële toezegging betekent wel dat er uiteindelijk zichtbaarheid moet zijn als onderdeel van Amsterdam 750.”

Ik voel het in mijn omgeving nog niet helemaal bruisen.

“Wat moet ik daar nou op zeggen? Welke omgeving zit jij?”

In Amsterdam-Oost.

“Er melden zich veel mensen bij ons. Spontaan. Mensen die vaak al actief zijn in hun wijk. Die vragen ons: kunnen wij iets doen met Amsterdam 750? En waar moeten we dan zijn? Dat is een belangrijke vraag. We zitten nu in de tweede ronde, in Oost en in Weesp. Zo’n buurt, daar gaan we op af.”

Wat vonden ze ervan in Weesp?

“We hebben er een goed gesprek gehad. Heel fascinerend. Ik werd meteen gecorrigeerd omdat ik Weespenaren zei in plaats van Weespers. Weesp is natuurlijk ook gewoon Weesp, met een eigen geschiedenis en identiteit. Ze zeiden het mooi: als je op een verjaardag komt, wat neem je dan mee voor de jarige Job? Een taart? Een cadeautje? Zo moet je Amsterdam 750 misschien wel zien: wat doen we de stad cadeau?”

Voelt het wel goed: in deze tijd een feestje organiseren?

“Ik noem het liever een viering.”

Wat is het verschil?

“Een feest is een uiting van een viering. Maar een viering kun je ook op andere manieren vormgeven. De komende tijd moeten we aan die viering inhoud geven, zodat we in 2025 een feest hebben.”

Bij de meeste mensen staat het hoofd helemaal niet naar een viering of een feest of hoe je het ook wilt noemen.

“Dat klopt, dat is een werkelijkheid waar we niet aan voorbij moeten gaan. Covid was een enorme aanslag op de saamhorigheid. Wat ik heftig vond, was het gebrek aan perspectief: niet weten wanneer het stopt. Dat herken ik uit de verhalen die mijn grootmoeder vertelde over de oorlog. Uiteindelijk duurde die vijf jaar, maar als je er middenin zit, weet je dat niet. Waar ik met Stichting Amsterdam 750 heen wil, is een verhaal dat wel weer perspectief biedt: een nieuwe gezamenlijkheid. Dat kan leiden tot een versterkte zingeving: waar doen we het allemaal voor.”

De ervaring leert dat bij dit soort subsidiepotten de goedgebekte, hoogopgeleide, witte Amsterdammer er vaak met de buit vandoor gaat.

“Is dat zo in Oost?”

‘Ik kijk naar mijn zoon en denk: waarom doe ik wat ik doe?’ Beeld Maarten Kools
‘Ik kijk naar mijn zoon en denk: waarom doe ik wat ik doe?’Beeld Maarten Kools

Dat is in heel Amsterdam zo.

“Wij zaten laatst in Post Oost. Zo stuitten we op de Gouden Mannen, een organisatie die eenzaamheid onder oudere mannen bestrijdt. Een prachtig thema. Daar stappen wij op af. We organiseren spreekuren voor mensen die nooit een subsidieaanvraag hebben gedaan, want ik snap donders goed dat als jij op een minimuminkomen leeft en je ziet een aanvraagmogelijkheid van 20.000 euro, dat je denkt: wat moet ik daarmee? Wij zijn niet alleen aan het zenden, wij zijn vooral aan het luisteren.”

“Het is natuurlijk ook niet voor niets dat ik deze rol heb gekregen. Ik heb mijn eigen netwerk vanuit de kunst en de mode, maar ik ben meertalig, ik kan mensen in het Turks aanspreken. Dat is herkenning. Het is fijn om gezien te worden voor wie je bent.”

Polat werd geboren in het Brabantse Fijnaart uit een katholieke Nederlandse moeder en een islamitische Turkse vader, die hem voorhield: wij zijn anders dan de gastarbeiders. “Hij was,” zegt Polat, “een avonturier met vrienden in de Turkse filmwereld. Vanaf mijn elfde nam hij mij mee naar Istanboel. Onderweg luisterden we naar klassieke muziek. Mijn vader sprak zeven talen, alleen zijn Nederlands was net niet goed genoeg.”

Op school hield hij zich vooral bezig met tekenen en basketbal. Waarom ga je niet naar de kunstacademie, hadden ze tegen hem gezegd. Het werd St. Joost in Breda, waar hij zich bekwaamde in de fotografie. In 2004 verhuisde hij naar Istanboel, twee jaar later won hij zijn eerste grote prijs: een ICP Award. Hij publiceerde in The New York Times, Rolling Stone, Harper’s Bazaar en Paris Match, werd creatief directeur van de Turkse Vogue en gaf les op de Koç Universiteit. In 2014 keerde Polat terug in Nederland, met zijn Britse vrouw en hun zoon.

Je bent onlangs in Ter Apel geweest.

“Met de camera. Ik vond dat heel heftig. Het was een week voordat het in Ter Apel volledig uit de hand liep. Op mijn achttiende kwam ik als jonge fotograaf voor het eerst in een azc, in Gilze en Rijen. Toen dacht ik al: wat is eigenlijk mijn rol hier als beeldmaker, ethisch gezien. Nu had Lucas de Man mij gevraagd om voor zijn nieuwe theatershow Morgen met Lucas na te denken over de opening van de voorstelling. Ik wilde naar het Nederland van nu kijken om na te denken over het Nederland van morgen. Dan kon ik niet voorbij Ter Apel.”

Dat is het Nederland van nu?

“Ja.”

Onverdraagzaam?

“Dat vind ik te kort door de bocht. Om niet te zeggen: het is niet oké om het zo te benoemen. Ik zal eerst eens vertellen wat daar gebeurde. Ik stond te praten met een Soedanese man die veertien jaar in Nederland woont en al drie keer is uitgeprocedeerd. In mijn ooghoeken zag ik twee mannen die in heel deftig Turks met elkaar stonden te praten. Bleek een ervan op zijn zoon te wachten die hij al vier jaar niet heeft gezien. Op dat moment kwam hij eraan en heb ik, met hun toestemming, gefilmd hoe ze elkaar twee minuten lang stonden te omhelzen. Ik in tranen, maar ondertussen stond die Soedanese man achter me in de voedselrij, waar een gevecht uitbrak omdat iemand wat gestolen bleek te hebben. Wat moest ik doen? Ik besloot bij het verhaal van die ontmoeting te blijven. Was dat de hele waarheid? Nee, maar het was wel een aspect waarvan ik dacht: ik kan dit een podium bieden. Dit is waarom ik hier ben: een meervoudig perspectief bieden. Want soms snappen we niet wat we zien.”

Mag ik even makkelijke kritiek geven?

“Kom maar op.”

Je verandert rottigheid in een lief plaatje.

“Ik zeg toch: het was niet het hele beeld.”

Je bent de werkelijkheid aan het verfraaien.

“De journalistiek doet het omgekeerde. Als het erom gaat welk beeld wordt gecommuniceerd mag het van mij een stuk breder. We zijn te vaak bezig met de korte termijn en de drang om te scoren. Dat gaat ten koste van het diepere verhaal. En van het menselijke verhaal. Er zit in de journalistiek te weinig reflectie op het eigen medium. Wat ik in Ter Apel probeer te doen, is een ander perspectief toevoegen. Niet verfraaien, maar toevoegen. Dat is een rol die voor iemand zoals ik is weggelegd.”

Iemand zoals ik? Hoe zie jij jezelf dan?

“Hoe zie jij mij?”

Als een Nederlandse fotograaf.

“Haha, dat hoor ik vaker. Ik heb goed geleerd om mezelf staande te houden in verschillende werelden. Ik neem altijd verschillende kanten van mezelf mee. Ik ben iemand die meerdere perspectieven in zichzelf verenigt. Als je met mij door Istanboel zou lopen, denk je: is dat ook Ahmet?”

De Turkse Ahmet?

“De Istanboeler Ahmet.”

‘Agenderen op nuances is niet leuk, maar zonder sluiten we steeds meer mensen uit.’ Beeld Maarten Kools
‘Agenderen op nuances is niet leuk, maar zonder sluiten we steeds meer mensen uit.’Beeld Maarten Kools

Hoe was het om als Turkse jongen op te groeien in Fijnaart?

“Ik fietste over de dijk naar de middelbare school in Roosendaal. Dertien kilometer heen en dertien kilometer terug door de bietenvelden, vijf dagen per week. Ik herinner me de geur. Prachtig, vooral als ’s avonds de maan over het landschap scheen. Dan droomde ik van de wereld, van de reizen die ik ooit zou gaan maken.”

Daar hoef je geen Turkse jongen voor te zijn.

“Wat wil je weten? Hoe mensen op mij reageerden? Dat is toch evident. Voelde je je niet erkend? Werd je raciaal bejegend? Was het moeilijk? Ja, ja en ja. Moeten we het daarover hebben? Dat zijn vragen uit een oude sok. Dat is toch gewoon…”

Dodelijk vermoeiend?

“Heeft Brabant mij gevormd? Honderd procent, zowel op een goede als slechte manier. Ik heb mijn Nederlandse kant altijd met mij meegenomen. Ik heb mij jaren bezig gehouden met Nederland in de de Tweede Wereldoorlog, ik heb werk gemaakt over de calvinistische start van De Republiek voor het Dordts Museum. Maar als je mij vraagt hoe ik word gezien, denk ik: als die Turkse jongen. Ook al zit ik hier in jouw perspectief als de Hollander.”

Waarom ben je in 2004 naar Istanboel verhuisd?

“Als je in die tijd ambities had in de kunst, ging je naar Berlijn of Istanboel. Die steden waren hot. Ik kende Istanboel al van eerdere bezoeken. Ik had daar vrienden die ook net aan het afstuderen waren. Er openden nieuwe galeries, er werd in kunst geïnvesteerd, ook door de wat rijkere families in de stad. Mijn vrouw zat in de modewereld, ik in de kunst. Het is tien jaar lang goed gegaan. Toen begon de economie te kwakkelen. En de politiek. Onze zoon was net 2,5 jaar. Het was beter om terug te gaan, maar Istanboel blijft een stad waar ik mee verbonden ben.”

Kom je er nog steeds?

“Net nog. Ik weet wat er kan en wat er niet kan. Ik ben een kunstenaar die zijn ogen niet in zijn broekzak heeft zitten, maar ik ben niet iemand die op Twitter overal ongezouten zijn mening over gaat zitten geven.”

Vind je het niet frustrerend dat het hippe Istanboel inmiddels weer vast lijkt te zijn gelopen in conservatisme?

“Dat is beeldvorming, en beeldvorming…”

Is subjectief, maar daarom niet minder krachtig. Dat moet jij als fotograaf als geen ander weten.

“Heb je op die zin geoefend? Als je maar één medialijn volgt, betekent dat nog niet dat je daarmee de werkelijkheid te pakken hebt. Stempeltjes, stempeltjes, stempeltjes en klaar. Dat is toch armoede? Dáár word ik gefrustreerd over. Het is niet alleen jammer, het is ook kortzichtig. Ik agendeer op nuances. Dat is niet makkelijk en niet leuk, maar als we het niet doen sluiten we steeds meer mensen uit.”

“We hadden het over Ter Apel. Daar kun je een heleboel opvattingen op loslaten, maar het effect daarvan is dat je iedereen over één kam scheert. Ik ben na Ter Apel ook in Albergen geweest bij de demonstraties tegen het kamp. Ik snap heel goed wat daar gebeurt, maar in de media zie ik alleen dat iedereen tegen vluchtelingen is. Dat is gewoon niet waar. Ga eens met die mensen in gesprek!”

Wil je dat alles wat je maakt maatschappelijke impact heeft?

“Daar werk ik wel altijd naar toe. Ik wil graag dat mensen iets hebben om over na te denken als ze naar een film van mij zijn geweest, of foto’s hebben gezien. Dat je niet naar buiten loopt en denkt: gezellige avond, laten we een borrel doen. Ik ben niet van de entertainment. En kunst om de kunst? Ik probeer nu niet iets plat te slaan, want alles heeft zijn recht van bestaan, maar mijn doel is het nooit geweest.”

Hoe zie je de toekomst van je zoon?

“Hij is tien. Ik kijk naar hem en denk: waarom doe ik wat ik doe? Waar ben ik mee bezig? Wat kan ik doen zodat hij nog een toekomst heeft? Als ik heel eerlijk ben, denk ik alleen maar: waar moet die generatie van hem straks mee verder? Waarom moeten zij met de oplossingen komen voor de problemen van nu? Wij schuiven te veel verantwoordelijkheid op hen af, zoals onze ouders ook met ons hebben gedaan.”

Ahmet Polat

6 januari 1978, Fijnaart

1990-1996

Norbertuscollege, Roosendaal

1996-2000

Akademie voor Kunst en Vormgeving St. Joost, Breda

2006

Winnaar ICP infinity award

2009-2012

Fotograaf en art director bij Vogue Turkey, Istanboel

2013-2015

Docent Koç Universiteit, Istanboel

2015

Fotograaf des Vaderlands

2015-heden

Docent kunstacademie ArtEZ

2018-heden

Eigenaar Studio Polat, Amsterdam

2019-heden

Wekelijkse fotorubriek bij Buitenhof

2022

Documentaire Ik ben een bastaard

2022

Creatief directeur Stichting Amsterdam 750, een samenwerkingspartner van de gemeente Amsterdam bij de viering van Amsterdam 750

Ahmet Polat exposeerde in het Stedelijk Museum Amsterdam, fotografiemuseum Foam, het Rijksmuseum, Istanbul Modern, Bozar Brussel en Museum Hilversum.

Een jeugdfoto van Ahmet Polat. Beeld WireImage
Een jeugdfoto van Ahmet Polat.Beeld WireImage

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden