PlusFotoboek

Florilegium

Wekelijks licht de redactie van Het Parool een bijzondere expositie of een fotoboek uit. Deze keer: Florilegium.

Florilegium van Danielle Kwaaitaal. Beeld Danielle Kwaaitaal
Florilegium van Danielle Kwaaitaal.Beeld Danielle Kwaaitaal

Florilegium

Danielle Kwaaitaal (Bussum, 1964) heeft de afgelopen jaren gewerkt aan een reeks onder water gefotografeerde werken: Florilegium. Haar inspiratiebron zijn de zogenaamde Florilegia, de 17de-eeuwse bloemverzamelboeken. Deze botanische gravures werden later ingekleurd, maar dat gebeurde niet altijd met de juiste, houdbare ­inkten, wat onverwachte, vervreemdende afbeeldingen opleverde.

De bijzondere foto’s die Kwaaitaal, experimenterend met water, inkten en kleurcurven, maakte, zijn nu gebundeld in een monumentaal boek. De schoonheid zit ’m vooral in het feit dat de tijd even lijkt stil te staan. Er zit een traagheid in de bloemstillevens, alsof ze in een heel eigen universum bestaan. Of, zoals kunsthistoricus Wieteke van Zeil het zegt in een verhelderende tekstbijdrage: ‘Aan veel blaadjes zitten kleine luchtdruppels; het gevolg van Kwaaitaals intensieve maakproces, waarbij ze de bloemen onderdompelt in water, in speciaal daarvoor ge­maakte aquaria. Ze lichten op, de nerfjes in de bladeren, de spikkels, de stampers en de ribbels in het oppervlak, in kleuren die uit die ijle koelte van het water opdoemen.’

Florilegium van Danielle Kwaaitaal (uitgeverij Hoogland & Van Klaveren, 192 blz., €39,90) wordt gepresenteerd tijdens Art The Hague, van 29 september t/m 3 oktober.

Birthday. Beeld Michael Bailey-Gates, The Ravestijn Gallery
Birthday.Beeld Michael Bailey-Gates, The Ravestijn Gallery

A Glint in the Kindling

Michael Bailey-Gates (1993) was al een succesvol model, te zien in campagnes van grote merken als CK One en DKNY, toen hij begon te fotograferen. In zijn fotografische werk is hij nu vaak zijn eigen model. Zoals ook in de foto hierboven, die Birthday heet en die hij maakte met een zelfontspanner. De emotie op het gelaat van Bailey-Gates laat zich moeilijk lezen, maar de baby die hij op schoot heeft, lijkt elk moment in huilen te kunnen uitbarsten.

Waarom de foto Birthday heet? Ja… Nog geheimzinniger is de titel van Michael Bailey-Gates’ boek waar de foto onderdeel van is: A Glint in the Kindling (op zijn Nederlands: Een glinstering in het aanmaakhout). Op de foto’s, die binnenkort ook te zien zijn in The Ravestijn Gallery, laten Bailey-Gates en vrienden met ook alweer zulke intrigerende namen als King Princess en Torraine Futurum de grenzen tussen man en vrouw vervagen. Heel actueel dus, maar in zijn stijl van fotograferen lijkt Michael Bailey-Gates soms ook te refereren aan het inmiddels klassieke werk van Robert Mapplethorpe.

The Ravestijn Gallery, Westerdok 824, van 18 september tot 16 oktober.

null Beeld Herma de Wit
Beeld Herma de Wit

Monotypes

Herma de Wit-Orobio de Castro werd als klein meisje zo diep geraakt door alles wat zij om zich heen zag groeien en bloeien, dat het haar voor altijd zou tekenen. Na een technische modeopleiding, een studie mode aan de Gerrit Rietveld Academie en een loopbaan als modeontwerper verschoof haar interesse naar de vrije beeldende kunsten. Sinds 1999 creëert zij, met de natuurlijke cyclus als leidraad, beeldend werk, variërend van fragiele bloemenschetsen tot robuuste bronzen sculpturen of keramieken.

Eerder dit jaar maakte ze het fraaie (zo goed als uitverkochte) kunstenaarsboek Force of Nature, met afbeeldingen die ze ontleende aan elementen uit de natuur die ze verzamelde tijdens bijna twintig jaar reizen over de hele wereld. Deze verzameling van geïsoleerde bladeren, bloemen en zaden, die stuk voor stuk een herinnering vormen aan een stad of een land, toont de kwetsbaarheid en kracht van de objecten door middel van zogenaamde monoprints, een techniek die haar naar eigen zeggen helpt om poëtische beelden te creëren van de mooiste voorbeelden van haar collectie.

Dit weekeinde zijn De Wits serene monotypes te koop. Met de opbrengst wil ze een bronzen cipressenbeeld realiseren. Het is de bedoeling dat je er met twee personen in kunt staan, zodat je het gevoel hebt dat je in de natuur bent en je je bewust wordt van de natuur.

Monotypes van Herma de Wit: 4 en 5/9, van 13.00 tot 18.00 uur in de StadsSalon, Herengracht 528a (gratis toegang).

null Beeld Marianne W. Duinkerken
Beeld Marianne W. Duinkerken
null Beeld Marianne W. Duinkerken
Beeld Marianne W. Duinkerken

Balloërveld

Op het Drentse platteland, in de gemeente Aa en Hunze (prachtige naam), ligt het Balloërveld. Het is de plek waar herderin Marianne Duinkerken, samen met een bordercollie, haar schapen hoedt. Het lijkt het soort bestaan waar je als drukke randstedeling graag van dagdroomt.

Lekker rustig? Toch niet. Duinkerken haalt nogal eens het nieuws vanwege aanvaringen met mensen die zich in de natuur al even hufterig gedragen als elders. Vorig jaar kreeg ze zelfs een vuistslag van een mevrouw die ze had gevraagd haar hondje kalm te houden. Maar Duinkerken heeft niet alleen last van agressieve honden en hun dito baasjes, haar rust (en die van de schapen) wordt ook verstoord door drones, mountainbikers en zelfs laag overscherende lesvliegtuigen.

Maar in het boek Balloërveld, met foto’s die Duinkerken maakte van haar kudde, is alles pais en vree. Je zou je na het bekijken ervan meteen naar Drenthe willen spoeden om mee te wandelen, maar misschien vindt de herderin dat niet zo’n goed idee.

Uitgeverij Vesper, 150 euro (genummerde oplage van 250 exemplaren)

null Beeld Maarten van der Kamp
Beeld Maarten van der Kamp
null Beeld Maarten van der Kamp
Beeld Maarten van der Kamp

Maarten Alles

Vijf jaar geleden werd fotograaf Maarten van der Kamp (1981) in deze krant geïnterviewd. Over zijn liefde voor de straatfotografie zei hij toen: “De straat is zo mooi omdat alles kan gebeuren. Niks in mijn werk is geënsceneerd. Ik loop rond en probeer alles op de foto te krijgen wat ik het fotograferen waard vind. Af en toe wordt iemand boos en krijg ik een tik, maar dat hoort erbij.”

Van Van der Kamp was toen net het fotoboek De Amsterdammers verschenen, met daarin op de straten van Amsterdam geschoten werk: rauw en realistisch, maar – volgens de uitgever – vaak ook wonderschoon. Nu worden zijn foto’s bij Sexyland World tentoongesteld onder de titel Maarten Alles. Ook weer allemaal straatfotografie. Alles is à 30 euro per foto te koop.

Honderd foto’s hangen er aan de wanden. Wordt iets verkocht, dan zijn er nog twee dozen met foto’s om de lege plek op te vullen, maar dat is het. Op is op, zeggen ze in winkels en op de markt dan altijd.

Sexyland World, Noordwal 1, tot en met zondag

null Beeld Stadsarchief Amsterdam / Jacob Olie
Beeld Stadsarchief Amsterdam / Jacob Olie
null Beeld Stadsarchief Amsterdam / David van Krefeld
Beeld Stadsarchief Amsterdam / David van Krefeld

Oostelijk Havengebied

Het Oostelijk Havengebied heeft een rijke geschiedenis. In 1876 werd gestart met het aanleggen van de eilanden, nadat de IJhaven door de aanleg van het Centraal Station onbereikbaar was geworden voor grote schepen.

Door de jaren heen kwam er steeds meer bedrijvigheid. Er werden pakhuizen gebouwd en er stond een water­toren die druk leverde voor de kranen (bovenste foto, gemaakt in juli 1897; links het stoomschip Koningin Wilhelmina). In 1914 dienden de pakhuizen als tijdelijk onderkomen voor Belgische vluchtelingen. Het grootste opvangcentrum was loods L van de Stoomvaart-Maatschappij Nederland op de Javakade (onderste foto, gemaakt in 1914).

De meeste loodsen zijn gesloopt of hebben een andere invulling gekregen. In een voormalige cacaoloods van de Koninklijke Lloyd huist nu winkelcentrum Brazilië. In de passages van het winkelcentrum is de (gratis) tentoonstelling Het Oostelijk Havengebied door de jaren heen te zien.

Het Oostelijk Havengebied door de jaren heen: t/m 29 augustus in winkelcentrum Brazilië, Oostelijke Handelskade 1065.

Colours Bring Us Together, door Victor Engbers en vijfhonderd mensen uit Saga, Japan. Beeld Victor Engbers
Colours Bring Us Together, door Victor Engbers en vijfhonderd mensen uit Saga, Japan.Beeld Victor Engbers
null Beeld Victor Engbers
Beeld Victor Engbers

Nog een week gratis te zien op de derde etage van de Openbare Bibliotheek aan de Oosterdokskade: Colours Bring Us Together van Victor Engbers. De kunstenaar maakte dit monumentale borduurwerk in 2018 als artist in residence in Saga, een stad op het zuidelijke eiland Kyushu in Japan. Het betrof een participatieproject: uiteindelijk kwamen in twee maanden zo’n vijfhonderd vrijwilligers naar de studio om te helpen met borduren.

Het gaat om een linnen lap van 1,5 bij 5 meter, dat is volgeborduurd met allerlei Japanse en Nederlandse motieven, verhalen en herinneringen. Ook leden van een jeugdteam van Ajax kwamen op bezoek. Samen met hen werden de andreaskruisen op het doek geborduurd.

Colours Bring Us Together gaat over het ontdekken van elkaars cultuur en over borduren als universele taal. Het was de eerste keer dat Engbers in Japan was, en door middel van borduren en vervolgens met de vrijwilligers te praten (en soms te zingen) leerde hij de Japanse cultuur beter kennen, en zij die van hem. Die verhalen werden vervolgens weer onderdeel van het doek, de vrijwilligers werden vrienden, en zo hielp het doek om een brug te slaan tussen twee culturen.

Engbers (1970) is een multimediaal kunstenaar en de bedenker van Kapitein Knut en de Gevaartrui. Hij maakt onder meer ook prentenboeken en lichtkunst (voor het Amsterdam Light Festival) én heeft dus een passie voor borduren.

Iver Colours Bring Us Together zegt hij: “Iets op het eerste oog misschien simpels als een wandkleed verbindt mensen met elkaar. En die verbinding is weer verwerkt in het wandkleed.”

null Beeld Ernst Jan Coppejans
Beeld Ernst Jan Coppejans

Met zijn project Oudroze staat fotograaf Ernst Coppejans stil bij de ervaringen van de eerste generatie openlijk homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, biseksuelen, transgender en intersekse personen.

De 74-jarige Martin (hierboven) werkte als balletdanser en artiest. Zijn dierbaarste mens is Tony, met wie hij 37 jaar samen is geweest. “Hij werkte als Dolly Doll bij Madame Arthur in Amsterdam, de eerste officiële travestiebar van Nederland. Tony had de mooiste benen van Amsterdam. Ik ben hem kwijtgeraakt.”

Martins portret – een van de vele die Coppejans sinds 2019 maakte in het kader van een documentairefoto-opdracht van het Stadsarchief Amsterdam – is vanaf het begin van de Pride zeker een jaar lang te zien in de openbare ruimte. Coppejans hoopt dat de verhalen van de roze ouderen ook jongere lhbtq-personen die worstelen met hun coming-out zullen inspireren zichzelf te durven zijn.

Oudroze, gemaakt in samenwerking met stichting Open Mind, te zien bij het Homomonument op de Westermarkt. Na drie ­weken gaat de expo op reis. Zie stichtingopenmind.nl/oudroze voor ­locaties en interviews met alle geportretteerden.

null Beeld Fred Stein Archive
Beeld Fred Stein Archive

Fred Stein

Nadat hij in het begin van de jaren dertig nazi-Duitsland was ontvlucht, opereerde Fred Stein (1909-1967) als straatfotograaf in Parijs en New York. Hij verkende de nieuwe creatieve mogelijkheden van de fotografie en ­legde spontane scènes vast in gloedvol zwart-wit.

Terugkerende thema’s waren ongelijkheid, armoede, vluchtelingen en minderheden, maar ook de vrijheid en energie van New York waren van grote invloed op Steins werk. Hij hield van de Amerikaanse spirit en als buitenstaander kwam hij zonder vooroordelen naar de verschillende buurten, van Chinatown en Harlem tot Brooklyn en Midtown. Hij benaderde iedereen op dezelfde manier en focuste op stijl, humor en waardigheid.

Na zijn dood raakte Stein in de vergetelheid. Zijn werk is nu voor het eerst te zien in Nederland. Voor de tentoonstelling in het Joods Historisch Museum zijn bijna tweehonderd foto’s opnieuw afgedrukt – waaronder deze, in 1943 gemaakt in ­Little Italy, in Manhattan. Er is ook een groot aantal portretten te zien. Stein fotografeerde een aantal van de grootste persoonlijkheden van de twintigste eeuw, onder wie Albert Einstein, Hannah Arendt en Marc Chagall.

Fred Stein, t/m 7 november in het Joods Historisch Museum, Nieuwe Amstelstraat 1. www.jck.nl

Mercedes Benz van de Golden Earrings in 1969. Beeld Nationaal Archief
Mercedes Benz van de Golden Earrings in 1969.Beeld Nationaal Archief
Tourbus van Bazzookas. Beeld Casper van Aggelen
Tourbus van Bazzookas.Beeld Casper van Aggelen

What Drives Us

Hoe groot ze later ook werden, alle popmuzikanten zaten ooit met hun bandgenoten op elkaar gepropt in een busje. In de documentaire What Drives Us vertellen onder anderen Ringo Starr, Slash en The Edge over hun beginjaren on the road. Donderdagavond wordt What Drives Us (regie: Dave Grohl van Foo Fighters) eenmalig op een groot scherm vertoond in de Melkweg.

Eveneens eenmalig is daar donderdagavond een expositie van foto’s van Nederlandse bands en hun tourbus. Op de bovenste foto op deze pagina zien we The Golden Earrings (toen nog in meervoud, ja) in 1969 trots poseren bij hun Mercedes 509. Voor hun eerste Amerikaanse tournee lieten ze de bus naar de VS verschepen. Toen ze daar eens werden belaagd door eens stel rednecks, brachten Hell’s Angels redding.

Barry Hay herinnert zich: “Een paar van die Angels hadden in Duitsland in militaire dienst gezeten. Sindsdien waren ze echte Mercedes Benzgroupies en dus helemaal fan van onze bus.”

De voormalige Amerikaanse schoolbus op de onderste foto is van de Bazzookas. Hij is zo groot dat de skagroep op het dak ervan kan optreden. Vanavond staat hij voor de Melkweg en kunnen bezoekers een ‘tour de tourbus’ doen.

Melkweg, donderdag 15 juli, 20.00 uur

null Beeld Mona van den Berg
Beeld Mona van den Berg

In slechts een vijfde van een seconde is het al gebeurd, leert hersenonderzoek. In dat minieme ogenblik schatten volwassenen in of iemand een man of een vrouw is. Om daar vervolgens hun gedrag en verwachtingen op te baseren.

Maar zo zwart-wit liggen de verhoudingen tussen de geslachten niet, is tegenwoordig meer dan ooit duidelijk. De persoon op de foto hierboven is Ro, die non-binair is, oftewel niet past in de traditionele categorieën ‘man’ en ‘vrouw’. Ro is een van de veertig non-binaire mensen die Mona van den Berg fotografeerde voor haar project X – Alles en Niets.

De foto’s daarvan zijn nu te zien op een tentoonstelling in de OBA Oosterdok. Op 5 augustus, tijdens Pride, wordt ook een gelijknamig boek gepresenteerd.

Mona van den Bergs werk verscheen in uiteenlopende media, van de Utrechtse daklozenkrant Straatnieuws tot The Guardian. Voor ze fotograaf werd, was Van den Berg maatschappelijk werker en asieladvocaat. Het bestrijden van onrecht noemt ze een rode draad in haar loopbaan.

OBA, Oosterdokskade 143, tot en met 27 augustus

null Beeld Erik Kessels
Beeld Erik Kessels

Muddy Dance

Er zitten twee stickertjes op het cellofaan om het zachtgroenfluwelen omslag van Muddy Dance, waarmee curator, kunstenaar, fotocollectioneur en boekenmaker Erik Kessels laat zien dat hij ook reclameman is. Op het ene staat ‘The Football book for Art Lovers’, op het andere ‘The Artbook for Football Fans’.

In het binnenwerk van zijn nieuwste fotoboek ver-zamelde Kessels 41 persfoto’s van Engelse voetbalwedstrijden uit de jaren vijftig, die hij begin dit jaar kocht op een veiling. Het zijn stoere kerels (zonder tatoeages of enge opgeschoren nekjes), in grofkorrelig zwart-wit en sepia, redelijk close vastgelegd, vermoedelijk met een lange lens.

Pas als je langer kijkt, zie je dat er iets ontbreekt in Muddy Dance. Kessels verwijderde de bal uit elke foto. Normaal gesproken zou het oog van de kijker direct op de bal en de actie focussen. Doordat de bal ontbreekt lijkt het of de voetballers in innige concentratie bezig zijn aan een uitgekiende choreografie op de modderige velden.

Erik Kessels: Muddy Dance, RVB Books, Parijs, €34,-. Bestellen via rvb-books.com.

null Beeld George Voronov
Beeld George Voronov

We Became Everything

Waar kijken we naar? Een gedekte tafel in de openlucht, zo te zien zo’n uitklapbaar picknickgeval. De tafel is wel een beetje raar gedekt. Er ligt bestek op tafel, maar tussen de vorken en messen in staan geen borden, maar plastic drinkbekers. Een eveneens plastic bak met stukken watermeloen staat ook klaar.

Het zullen jonge mensen zijn die straks aan deze tafel plaatsnemen. Voor zijn project We Became Everything fotografeerde de Ier George Voronov jongeren in religieuze gemeenschappen en op spirituele retraites. Dus ga er maar vanuit dat er voor die watermeloen wordt opgegeten (met mes en vork?) eerst zal worden gebeden dan wel gemediteerd.

Voronovs foto’s zijn in de Melkweg Expo te zien in combinatie met werk van Lukasz Wierzbowski uit Polen, die als fotograaf ook een voorkeur voor het surrealistische heeft. De Melkweg organiseert de tentoonstelling The Art of Escapism samen met het Holland Festival en Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond.

Melkweg Expo, Marnixstraat 409, t/m 18 juli, dinsdag t/m zondag, 12.00 tot 19.00 uur

null Beeld Ata Kandó – courtesy Kahmann Gallery
Beeld Ata Kandó – courtesy Kahmann Gallery
null Beeld Carla van de Puttelaar
Beeld Carla van de Puttelaar

Women by Women

De male gaze: het mag een nieuwe term lijken omdat je hem de laatste jaren ineens overal tegenkomt, maar hij werd al in 1975 bedacht door de Britse filmcriticus Laura Mulvey. De typisch mannelijke, in belangrijke mate door seks gedreven blik waarmee volgens haar films werden ­gemaakt, laat zich ook onderscheiden in andere kunst­gebieden, in de fotografie bijvoorbeeld.

De tentoonstelling Women by Women in de Kahmann Gallery is geheel vrij van de male gaze. Te zien zijn, de titel geeft het al aan, foto’s van vrouwen gemaakt door vrouwelijke fotografen, van nu en van langer geleden. Seks speelt een ondergeschikte rol in het werk van de negen getoonde fotografen, body positivity staat centraal.

De bovenste foto werd gemaakt door de Hongaars-Nederlandse Ata Kandó (1913-2017). Voor haar in 1957 verschenen boek Droom in het woud fotografeerde ze tijdens een reis door de Alpen haar drie kinderen. De foto daaronder is van Carla van de Puttelaar (1967). Vrouwelijk naakt is een vast onderwerp in haar werk, waarbij de schilderkunst van de Gouden Eeuw haar inspireert.

Kahmann Gallery, Lindengracht 35, 19/6 tot en met 29/8

null Beeld Thirza Schaap / Courtesy of Bildhalle
Beeld Thirza Schaap / Courtesy of Bildhalle

Plastic Ocean

Gewaagd, zou je denken, om tijdens de pandemie een nieuwe galerie te openen in Amsterdam. Sinds oktober zit in de Hazenstraat de in fotografie gespecialiseerde Bildhalle, een Nederlands filiaal van een gelijknamige galerie in Zürich. Daar ligt de nadruk op Zwitserse fotografen, hier wordt ook werk van Nederlanders getoond.

Fotograaf Thirza Schaap, afkomstig uit de wereld van de mode, woont al lang in Zuid-Afrika. Vroeger was ze zo’n meisje dat beladen met schelpen terugkwam van een wandeling over het strand. In Kaapstad moest ze bij haar eerste strandwandeling even slikken toen ze zag hoe ongelooflijk veel plastic en andere troep er uit zee was aangespoeld.

Maar net als vroeger kwam ze beladen van het strand terug. Op de tentoonstelling Plastic Ocean (ook de titel van een net verschenen boek van Thirza Schaap) zijn foto’s te zien van tot prachtige stillevens gerangschikte rotzooi van het strand. Soms lijken het wel bloemstukken van afvalplastic. De milieuboodschap is evengoed zonneklaar.

Plastic Ocean, Bildhalle Amsterdam, Hazenstraat 15h, tot en met zondag 13 juni

null Beeld Nanouk Prins
Beeld Nanouk Prins

Wij zijn beeld

De nieuwe lichting beeldmakers van de Fotoacademie presenteert zich vanaf 3 juni onder de noemer Wij zijn beeld. De meeste werken zijn uiterst subtiel.

Nanouk Prins maakte een sfeerrijke fotografische studie op basis van het tragische verhaal van Emma Hauck, die in 1909 op 30-jarige leeftijd werd opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis van Heidelberg, Duitsland. “Door lichtgebruik, aanwezigheid van schaduwen, afwezigheid van wind en het gebruik van lange sluitertijden wil ik de kijker meetrekken in een wereld die ergens anders is.”

Met haar serie Thought Trails wil Jackie Mulder laten zien hoe onze hersenen werken als we onze gedachten laten dwalen, willekeurig laten schakelen tussen heden en verleden of in elkaar laten overvloeien van wazig naar haarscherp. “In een contemplatief proces dat ­ontstaat door repetitief handwerk creëer ik een eigen wereld, ­kalmeer ik mijn geest en herstel ik wat beschadigd is. Mijn werk is letterlijk en figuurlijk ‘helend’.”

Het tragikomische project van Susanne Stange over de AOW-leeftijd heeft te maken met verzet tegen de norm. Het dorp waarin zij is opgegroeid wordt gebruikt als uitvergroting van de samenleving. “Het is een plek waar dingen zijn zoals ze zijn en niet zullen veranderen.”

Wij zijn beeld: t/m 7 juni in Loods 6, KNSM-laan 143.

Foto uit Lookbook Paradiso. Beeld Floor Wesseling
Foto uit Lookbook Paradiso.Beeld Floor Wesseling

Lookbook Paradiso

Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Paradiso ontwierp Studio Wesseling in 2018 voor het Amsterdam Museum een tentoonstelling over de popzaal. Floor Wesseling en Marques Malacia fotografeerden er indertijd een jaar lang bezoekers van Paradiso voor.

Uit de schat aan materiaal die dat opleverde, stelden ze nu Lookbook Paradiso samen, een meer dan 500 pagina’s dik boek met niets anders dan foto’s van Paradisogangers. Alleen hun gezichten staan op de foto, vaak hard belicht. Namen van de bezoekers of gegevens van het evenement dat ze bezochten ontbreken.

Geïnspireerd werden Wesseling en Malacia onder meer door Paradiso Stills, het klassieke fotoboek met portretten die fotograaf Max Natkiel in de jaren tachtig in Paradiso maakte van bezoekers van vooral punk- en newwaveconcerten. Maar waar de zwart-witfoto’s in Paradiso Stills vaak beklemmend of zelfs deprimerend waren, zijn de kleurenfoto’s in Lookbook Paradiso vooral vrolijk en uitbundig. Om ernstige knaldrang van te krijgen.

Studio Wesseling: Lookbook Paradiso, Lecturis, €50, waarvan €10 naar Paradiso gaat.

Beeld uit Anouk Kruithofs project Universal Tongue. Beeld Anouk Kruithof
Beeld uit Anouk Kruithofs project Universal Tongue.Beeld Anouk Kruithof

Universal Tongue

Samen met een onderzoeksteam van vijftig mensen heeft beeldend kunstenaar Anouk Kruithof jarenlang op internet, YouTube en Instagram gegrasduind op zoek naar nieuw geüploade dansfilmpjes. Van de stoelendans, limbo, finger tutting en gabber tot parades op pleinen, ceremonies op sportvelden, feestjes op stranden, voorstellingen op podia en solo’s op straatstenen.

Kruithof kneedde al die dansstijlen – duizend in totaal – tot een vier uur durende 8-channel video-installatie: Universal Tongue. De installatie, die op het Fotofestival Naarden te zien is op acht enorme schermen, laat de verschillende manieren zien waarop dans een universele taal vormt. Een taal die wordt gedefinieerd en gebruikt door verschillende subculturen, viraal wordt verspreid en over de culturele grenzen van alle landen en continenten van de wereld reist.

De vuistdikke ‘dancyclopedie’ die recent is verschenen bij Art Paper Editions, is al even vrolijk stemmend. Daarin verzamelde en rubriceerde Kruithof duizend screenshots, in alfabetische volgorde, op de eerste letter van elke dansstijl.

Anouk Kruithofs project Universal Tongue heeft een eigen site: universaltongue.com. Het gelijknamige boek is te bestellen via artpapereditions.org (40 euro). Tijdens het Fotofestival Naarden is Universal Tongue te zien op zolder van het stadhuis in de vesting, van 3 juli t/m 29 augustus. Het project wordt ook geëxposeerd tijdens het online STRP festival, van 3 t/m 6 juni.

null Beeld Steve Fitch
Beeld Steve Fitch

American Motel Signs

De hele dag in de auto op de highway gereden en dan als de schemer invalt op zoek gaan naar een motel. Tegenwoordig zijn in de Verenigde Staten motels vrijwel allemaal onderdeel van een keten, maar soms word je als vermoeide reiziger nog gelokt door de verleidelijke neonborden van zelfstandige zaken.

Zeker als het om oude motels gaat, zijn die neon signs vaak prachtig. Van die mooi ouderwetse typografie, een afbeelding van bijvoorbeeld een cowboy of indiaan erbij en vooral veel bonte kleuren; design uit een tijd dat Amerika nog een letterlijk lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld was (of zich dat waande).

Het lijkt de beeldtaal waar vooral romantische Europeanen voor vallen, maar de Amerikaanse fotograaf Steve Fitch legt al sinds de vroege jaren zeventig neonreclamezuilen van motels vast. Veel van wat hij fotografeerde is inmiddels verdwenen. De foto hierboven, nu te zien bij Galerie Wouter van Leeuwen, maakte hij in 1983 langs Highway 85 in het plaatsje Socorro in New Mexico.

Steve Fitch: American Motel Signs. Galerie Wouter van ­Leeuwen, Hazenstraat 27, tot en met 5 juni

null Beeld Hans Bol
Beeld Hans Bol

White Crow

Nogal wat mensen hebben een hekel aan kraaien. Daar maken die kraaien het zelf ook wel een beetje naar. Altijd die lieve musjes wegjagen als er brood wordt uitgedeeld. En ze mogen dan tot de zangvogels worden gerekend, ­lieflijk klinkt het geluid dat ze produceren allerminst. Ook niet heel sympathiek: ze voeden zich vooral met kadavers van andere dieren.

Maar dat mensen het niet zo op kraaien hebben, heeft natuurlijk vooral te maken met bijgeloof. Al sinds de ­middeleeuwen gelden ze als aankondigers van dood en verderf.

En toch, voor de liefhebber is de kraai een prachtvogel. Die stoere bouw, die brutale kop, die glanzende veren. Fotograaf Hans Bol is zo’n liefhebber. Als onderdeel van de tentoonstelling Ici, le temps s’étire bij galerie Caroline O’Breen zijn van hem prachtige foto’s van kraaien te zien. Het gaat daarbij om door Bol zelf gemaakt zogeheten ­platinum palladium prints (een negentiende-eeuwse techniek), die de verstilde en intieme beelden er bijna als Japanse tekeningen laten uitzien.

Ici, le temps s’étire. T/m 12 juni, Caroline O’Breen, Hazenstraat 54.

Willy Spiller: New York 1977-1985

Schoolgirls on the A Train to Far Rockaway, Queens Subway New York. Beeld Copyright by Willy Spiller
Schoolgirls on the A Train to Far Rockaway, Queens Subway New York.Beeld Copyright by Willy Spiller
Studio 54, New York. Beeld Copyright Willy Spiller
Studio 54, New York.Beeld Copyright Willy Spiller

Toen hij eind jaren zeventig in New York woonde, struinde de Zwitserse fotograaf Willy Spiller (1947) dagelijks de straten af om iets te vangen van de snelheid, energie en absurditeit van de stad. In zijn fotografie paart Spiller nieuwsgierigheid naar de medemens aan een diep begrip voor de schoonheid van het banale en mondaine. Spiller ziet de tragedie in het lachwekkende, maar ook de humor in het deprimerende en de elegantie van het smakeloze. Gereserveerd maar immer respectvol, onsentimenteel maar altijd gedreven door gevoel, leiden zijn foto’s de kijker door het heden, en zonder te veel de diepte in te gaan en zonder grote gebaren, verbeelden ze een schitterend beeld van de menselijke prestatie, passie en ambitie.

“Ik heb mezelf vaak afgevraagd wat Spillers fotografie zo oprecht, verfrissend en meeslepend maakt,” aldus Spillers vriend en compagnon Paul Nizon. “Ik denk dat het een mengsel is van onbeschaamde nieuwsgierigheid en schalkse complexiteit in combinatie met een broederlijk gevoel voor compassie.”

Willy Spiller: New York 1977-1985. T/m 12 juni bij Bildhalle, Hazenstraat 15H.

Uit de serie Holland Mythe. Beeld Orna Wertman
Uit de serie Holland Mythe.Beeld Orna Wertman

Holland Mythe

Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Bij een eerste vluchtige blik lijken de fotowerken van Orna Wertman één beeld. Kijk je aandachtiger, dan zie je dat ze zijn samengesteld uit telkens twee foto’s.

Heel veel meer aandacht is daar niet eens voor nodig, want Wertman doet geen moeite te verbergen dat het om montages gaat. Waarschijnlijk juist dat maakt ze spannend: de beelden ‘kloppen’, maar kloppen tegelijkertijd ook helemaal niet.

Vorig jaar bracht Wertman in eigen beheer I was in Japan uit, een boek met broken landscapes, zoals ze dat zelf noemt, maar ook gemonteerde stadsgezichten. Ze reisde ervoor door Japan, wat een lang gekoesterde wens was, net voor de coronapandemie uitbrak.

Maar Nederland tijdens corona inspireert Wertman ook, blijkt uit haar nieuwe serie Holland Mythe. Wederom gaat het om fotomontages, maar de samengestelde beelden zijn dit keer nog net iets surreëler en dreigender dan gebruikelijk bij de kunstenaar.

www.ornawertman.info


 
Grace (2019). Beeld Justine Tjallinks, courtesy Kahmann Gallery Amsterdam
Grace (2019).Beeld Justine Tjallinks, courtesy Kahmann Gallery Amsterdam

Past Present Future

Justine Tjallinks (1984) studeerde in 2010 cum laude af aan het Amsterdam Fashion Institute en werkte als art­director voor modemagazine L’Officiel voordat ze begon met fotograferen. Sinds 2014 richt de autodidact zich volledig op kunstzinnige portretfotografie; haar werk wordt regelmatig tentoongesteld. In 2019 werd ze onderscheiden als ‘Photographer of the Year’ bij de Fine Art Photography Awards. Tjallinks’ foto’s vallen op door uitgebalanceerde composities en gedempte kleuren en hebben tegelijkertijd iets melancholisch en eigentijds, mede door het gebruik van de kleding en accessoires van modeontwerper Ronald van der Kemp.

Dat geldt ook voor de portretten die bij Kahmann Gallery worden tentoongesteld onder de noemer Past Present Future. Door het eigene van ieder individu te vangen, toont Tjallinks de diversiteit van menselijke schoonheid – en dan met name van niet-normatieve schoonheid. Haar naar de Hollandse Meesters uit de Gouden Eeuw knipogende portretten kunnen tevens worden gezien als zelfportretten; Tjallinks’ foto’s geven ook weer wat zich in haar eigen leven afspeelt.

Past Present Future van Justine Tjallinks: van 9 april t/m eind mei bij Kahmann Gallery, Lindengracht 35. Reserveren via ­kahmanngallery.com.

Haute auctions: Mickey Rourke van Martin Schoeller Beeld Martin Schoeller
Haute auctions: Mickey Rourke van Martin SchoellerBeeld Martin Schoeller

Mickey Rourke

Ja, dat was wat in 1986, de film 9 1/2 Weeks, met de bijna bizar knappe Mickey Rourke en Kim Basinger. Porno werd het niet, maar de seks droop van het scherm. Ook fijn, een jaar later: Barfly, met diezelfde Rourke, nu gekoppeld aan Faye Dunaway; ze speelden zware alcoholisten (hij als schrijver-zuipschuit Charles Bukowski), maar zagen er ondanks alle ellende toch glamoureus uit.

Nu is Mickey Rourke 68 en moet je even kijken voor je hem herkent. Nog veel meer dan met het klimmen der jaren heeft dat te maken met zijn voorliefde voor plastische chirurgie én boksen. Fotograaf Martin Schoeller, een Duitser die al lang succesvol is in de Verenigde Staten, legde in 2005 zijn gelaat van heel dichtbij vast. Die manier van portretteren, hij spreekt zelf van big heads, is de ­specialiteit van de fotograaf die ooit assistent van Annie Leibovitz was. Maar waar Leibovitz vooral is geïnteresseerd in bekendheden, werkt Schoeller even lief met types die hij tegenkomt op straat.

Het portret van Rourke komt nu onder de hamer bij ­online veilinghuis Haute Auctions. Geschatte opbrengst voor de foto van 78 x 80 centimeter: 6000 tot 8000 euro. De veiling is op dinsdag 13 april. Kijken, met timeslot, kan in het weekend daaraan voorafgaand.

Zie https://www.hauteauctions.com/

Jour et Nuit

Galerie Wouter van Leeuwen presenteert: Sanlé Sory ‘Jour et Nuit’. Beeld Sanlé Sory / courtesy Galerie Wouter van Leeuwen
Galerie Wouter van Leeuwen presenteert: Sanlé Sory ‘Jour et Nuit’.Beeld Sanlé Sory / courtesy Galerie Wouter van Leeuwen

In 1960, het jaar dat de Franse kolonie Opper-Volta een onafhankelijke republiek werd, vestigde Ibrahim Sory Sanlé zich als fotograaf in zijn geboortestad Bobo-Dioulasso. Hij groeide er uit tot de officieuze chroniqueur van de jeugd- en muziekcultuur in Opper-Volta.

Bobo-Dioulasso, de tweede stad van Opper-Volta (sinds 1984 Burkina Faso) gold in de jaren zestig als het culturele en economische centrum van het land, dé plek waar alles gebeurde. Behalve dat Sory er met zijn camera bovenop stond, was hij er ook een van de gangmakers.

In 1965 opende hij een fotostudio. Op die plek bood hij zijn klandizie de kans te ontsnappen aan de alledaagse realiteit. Iedereen was welkom in studio Volta Photo: jong en oud, rijk en arm, man of vrouw, moslim of katholiek. Sory liet zijn bezoek wegdromen in zelf gecreëerde fantasieën, met statusverhogende props zoals een bakelieten telefoon, een platenspeler, een radio, hoeden, T-shirts en zonnebrillen. Ook waren er kostuums, overhemden en stropdassen te leen. Vanaf 1973 legde Sory een collectie beschilderde achtergronddoeken aan: een stadsgezicht, een strand, een vliegveld. Voor de gewone man of vrouw onbereikbare plekken.

Jour et Nuit van Sanlé Sory: t/m 10 april bij Galerie Wouter van Leeuwen, Hazenstraat 27.

Out of Place

Out of Place. Beeld Bas Losekoot
Out of Place.Beeld Bas Losekoot

Hoe dichter we met zijn allen op elkaar komen te zitten, hoe minder we met de ander te maken (willen) hebben. Zo ziet het eruit op de foto’s van Bas Losekoot. In zijn fotoboek Out of Place lijken de bewoners en gebruikers van grote steden geen enkel contact met elkaar te hebben en bewegen ze zich door de straten alsof er een choreograaf aan te pas is gekomen.

Losekoot maakte de foto’s, waarop hard flitslicht en snelle sluitertijden voor een extra vervreemdingseffect zorgen, in de volle straten van de miljoenensteden New York, São Paulo, Seoel, Londen, Mumbai, Hongkong, Lagos, Istanboel en Mexico-City. In elke stad werkte hij een maand – zo ging dat in prepandemische tijden.

Toch sluit Losekoots boek goed aan bij de huidige tijd met zijn 1,5 meterregel. Zoals hij het zelf zegt: “Het raakt aan thema’s die we allemaal kennen zodra we ons in het publieke domein begeven. Gevoelens van isolatie, vervreemding en eenzaamheid zijn door de pandemie nu alomtegenwoordig.”

Bas Losekoot: Out of Place (€45, Kehrer Verlag). Het boek is te bestellen via project.baslosekoot.com.

Puur

Ma ise. Beeld Rivelino Sellier
Ma ise.Beeld Rivelino Sellier

Rivelino Sellier werd in 1983 geboren in ’s-Hertogenbosch, als zoon van een Molukse vader en een Indische moeder. Sellier is de naam van zijn moeder, om te laten zien dat er Moluks bloed door zijn aderen stroomt, noemt hij zichzelf soms Rivelino Sellier Manuputty. Eind 2015 studeerde hij af aan de Fotoacademie in Amsterdam, waar hij alweer vijftien jaar woont en werkt.

Op de Fotoacademie begon hij al aan zijn project Ma ise (‘puur’), waarvoor Sellier zijn lens richt op derde generatie Molukkers in Nederland – zijn generatiegenoten. “De serie toont onze trots, kracht, kwetsbaarheid, onze dromen en idealen, onze zekerheden en onzekerheden.”

“Mijn ouders hebben er destijds voor gekozen om ons buiten de Molukse wijk te laten opgroeien. Wat ik heb meegekregen is de familiegezelligheid, saamhorigheid en het eten. Mijn vader liet weinig los over de Molukse zaak en de RMS, en hij stimuleerde ons om onze eigen weg te gaan. Mijn broertje heeft de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten gedaan in Den Haag en ik de Foto­academie in Amsterdam. Daar gaat Ma ise ook over, weten waar je vandaan komt en je eigen pad volgen.”

Ma ise (€47,50) is te bestellen via moessonshop.nl en @ik_ben_riv

The Music I Saw

Leonard Cohen in Londen (1974). Beeld © Michael Putland Archive/ElliottHalls Gallery
Leonard Cohen in Londen (1974).Beeld © Michael Putland Archive/ElliottHalls Gallery
Tom Waits op Portobello Road. Beeld © Michael Putland Archive/ElliottHalls Gallery
Tom Waits op Portobello Road.Beeld © Michael Putland Archive/ElliottHalls Gallery

Die man helemaal boven is Leonard Cohen, gefotografeerd in 1974 op een hotelkamer in Londen. De man eronder is Tom Waits, twee jaar later, ook in Londen, op Portobello Road. Popfotografie uit een tijd dat popsterren fotografen nog niet beschouwden als lastpakken, maar bijna als een soort bondgenoten; het waren de mannen (en soms ook al vrouwen) die hen hielpen een imago neer te zetten. En dus was fotograaf Michael Putland hartelijk welkom op Cohens hotelkamer en was Waits alleszins bereid een stukje met hem te gaan wandelen.

De Brit Michael Putland (1947-2019) begon al op zijn negende te fotograferen, op zijn zestiende verdiende hij er zijn brood mee. Popmuziek werd al snel zijn specialiteit. Een speciale band had hij met vooral The Rolling Stones, maar hij fotografeerde zeker in de jaren zeventig zo ongeveer iedere muzikant die ertoe deed. Over hem wordt gezegd dat hij in dat decennium niet één dag vrij had. Hoogtepunten uit zijn gigantische oeuvre zijn te zien op de tentoonstelling The Music I Saw.

ElliottHalls Gallery, Tussen de Bogen 91, t/m 30/3. I.v.m. coro­na is de expositie alleen online te zien via www.elliotthalls.com.

Fotoboek: De stad als choreografie

The City is a Choreography. Beeld Melissa Schriek
The City is a Choreography.Beeld Melissa Schriek

De Amsterdamse fotograaf Melissa Schriek (28) ziet de stad als een plek van constante beweging; een ritme waar we onderdeel van worden zodra we de straat opgaan. De stad is samengesteld uit vreemde en overbekende voorwerpen: geasfalteerde straten met licht gebogen verkeersborden, stoplichten, kapotte en verroeste fietsen, en oranje pylonnen waarmee gaten in de weg zijn afgezet.

Die elementen zijn tegelijkertijd triviaal én belangrijk, ontdekte Schriek tijdens bezoeken aan steden in heel Europa. Die bezoeken leidden tot haar in eigen beheer uitgegeven fotoboek The City is a Choreography (Ze studeerde er in 2018 ook mee af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag – toen heette het project nog Promenade).

Kunnen we de manier waarop we omgaan met het gewone transformeren? vraagt Schriek zich af. Kunnen we een gevoel van betekenis blootleggen? “Misschien zijn we niet alleen waarnemers en passieve stadsbewoners, maar deelnemers aan een straatbeeld.”

Schriek ontdekte dat sommige beelden door corona een nieuwe betekenis hebben gekregen. De foto Elbow Kiss, bijvoorbeeld, met twee meisjes die hun ellebogen tegen elkaar aanhouden, maakte ze in 2019, toen de meeste mensen elkaar nog op en heel andere manier begroetten.

The City is a Choreography (€40), melissaschriek.com

Bob Bunck: Edward Curtis

Bob Bunck, Edward Curtis expositie bij Arttra. Beeld Bob Bunck
Bob Bunck, Edward Curtis expositie bij Arttra.Beeld Bob Bunck

De Amerikaanse fotograaf Edward Curtis (1868-1952) maakte zijn levenswerk van het in beeld brengen van de oorspronkelijke bewoners van Amerika en Canada. Het leverde een oeuvre op van ongeveer 40.000 foto’s op glasnegatief. Een deel daarvan werd gepubliceerd in zo’n twintig fotoboeken. Ook maakte Curtis spraak- en muziekopnames van native Americans.

In de jaren zeventig werd zijn werk herontdekt. In die tijd maakte ook de Nederlandse fotograaf en kunstenaar Bob Bunck (1950) er op een tentoonstelling in Parijs kennis mee. Hij was diep onder de indruk.

Op de tentoonstelling Bob Bunck: Edward Curtis zijn collages te zien waarin de Amsterdammer de sepiafoto’s van de Amerikaan combineert met elementen uit het constructivisme, de abstracte kunststroming uit de eerste helft van de twintigste eeuw (dezelfde tijd als waarin Curtis werkte), die een sterkte voorkeur had voor de kleuren rood, wit en zwart en geometrische vormen.

Arttra Galerie, Tweede Bosboomdwarsstraat 4, Amsterdam, tot en met 28 februari. De galerie is vanwege corona op ­afspraak te bezoeken.

The Eye of Love

The eye of love. Beeld René Groebli
The eye of love.Beeld René Groebli

Na hun bruiloft in 1952 gingen de Zwitserse fotograaf René Groebli (Zürich, 1927) en zijn vrouw Rita twee weken op huwelijksreis naar Parijs. Tijdens het bezoek schoot Groebli enkele foto’s die hij een jaar later als een beeld-essay bijeenbracht en als kunstenaarsboek publiceerde onder de titel The Eye of Love.

Het is een serie die doordrenkt is van intimiteit en tijdloze poëzie. Het was Groebli niet om het documenteren te doen; hij wilde inspireren tot associatie. Gevoelens visualiseren, een atmosfeer overdragen, een moment vangen en geluk uitdrukken. Hij focuste op emoties, het vluchtige, intimiteit en gevoeligheid.

De serie werd destijds zeer lovend ontvangen (‘The Eye of Love is een teder foto-essay over de liefde van de fotograaf voor een vrouw,’ schreef het invloedrijke Amerikaanse jaarboek voor fotografie U.S. Camera Annual) en lanceerde Groebli internationaal. Edward Steichen, de oprichter van de fotografie-afdeling van het MoMA in New York, verwierf Sitting Nude, een foto uit de serie, voor de museumcollectie en nam werk van Groebli op in de tentoonstelling The Family of Man (1955).

René Groebli – The Eye of Love: t/m 10 april bij Bildhalle, Hazenstraat 15 H (op afspraak).

After Us the Deluge

In After Us the Deluge toont documentair fotograaf Kadir van Lohuizen de dramatische impact van de stijgende zeespiegel
op kustgebieden wereldwijd
 Beeld Kadir van Lohuizen / NOOR
In After Us the Deluge toont documentair fotograaf Kadir van Lohuizen de dramatische impact van de stijgende zeespiegelop kustgebieden wereldwijdBeeld Kadir van Lohuizen / NOOR
null Beeld Kadir van Lohuizen / NOOR
Beeld Kadir van Lohuizen / NOOR

Na ons de zondvloed, we zeggen het meestal lacherig. Het zal onze tijd wel duren, haha. Aan Kadir van Lohuizens boek After Us the Deluge, over de gevolgen van de klimaatcrisis en vooral de stijgende zeespiegel, is niets grappigs.

De bovenste foto op deze pagina maakte Van Lohuizen in het Bengaalse dorp Bainpara. Veel is er van dat dorp niet over nadat het in 2009 door een golf van tien meter hoog werd overspoeld. In het district Dakop, waarin Bainpara ligt, raakten 60.000 mensen ontheemd. Het is, als gevolg van overstromingen en de stijgende zeespiegel, het lot van in totaal wel 6,5 miljoen Bengalen.

Ver van mijn bed, denkt wellicht een enkele Nederlandse cynicus. Maar de onderste foto maakte van Lohuizen twee jaar geleden in eigen land: als gevolg van een zware noordwesterstorm stond een deel van Terschelling blank. Ja, dat is eerder gebeurd, maar tegenwoordig gebeurt het veel vaker. Na ons de zondvloed?

Kadir van Lohuizen: After Us the Deluge (uitg. Lannoo, €45). Van Lohuizens tentoonstelling Rijzend water in het Scheepvaart­museum, over hetzelfde onderwerp, is tot nader order ­gesloten.

Earth not a globe

Earth not a globe. Beeld Philippe Braquenier  / courtesy The Ravestijn Gallery
Earth not a globe.Beeld Philippe Braquenier / courtesy The Ravestijn Gallery
null Beeld Philippe Braquenier  / courtesy The Ravestijn Gallery
Beeld Philippe Braquenier / courtesy The Ravestijn Gallery

De Belgische fotograaf Philippe Braquenier (Mons, 1985) richt zich op de culturele en politieke macht van beelden in onze samenleving, met name in een ‘post-truth-society’, waarin feiten subjectief zijn geworden, de waarheid verdacht is en de werkelijkheid een constructie.

Met zijn project Earth not a globe duikt Braquenier in de wonderlijke wereld van flat-earthers. Die volgen de
ideeën van de Britse uitvinder en schrijver Samuel Rowbotham (1816-1884), die tegen het einde van de 19de eeuw pseudowetenschappelijke ideeën verspreidde over de vorm van de aarde. In navolging van hem verzetten flat-earthers zich tegen de ‘round earth-samenzwering’; zij geloven dat gefraudeerd wordt met gps-apparaten en verwijzen naar empirisch ‘bewijs’, waarbij ze dikwijls gebruikmaken van buitengewoon uitgebreide theorieën en experimenten. Zo lanceerde Mike Hughes zichzelf in 2017 met behulp van een zelfgemaakte raket, om daarmee de bevindingen van Nasa te ontkrachten.

Voordat hij zijn eerste foto maakte, deed Braquenier ruim een jaar onderzoek; hij werd lid van forums en ging Instagrampagina’s en flat earth-pagina’s volgen. “Ik wilde afstand creëren en grondig doen alsof ik aan de verkeerde kant van de wetenschap stond. Soms twijfelde ik aan mezelf. Dan hebben flat-earthers het over ingewikkelde, goed onderzochte theorieën over vloeistofmechanica of thermodynamica. Ik vroeg me af of ze onzin spuien. Maar ze laten altijd iets kleins weg, waardoor hun voorstelling van zaken in hun voordeel werkt.”

T/m 10 april in The Ravestijn Gallery, Westerdok 824 (op afspraak) en via theravestijngallery.com.

Play

Eva Veldhoen, uit het boek 'Play' Beeld Eva Veldhoen
Eva Veldhoen, uit het boek 'Play'Beeld Eva Veldhoen

Er is veel mooi aan het hebben van jonge kinderen, héél leuk is dat je er als vader of moeder zelf ook weer een beetje kind door wordt. Zit je daar als ‘groot mens’ ineens weer lekker kleurplaten te maken en te bouwen met Lego. Fotografe Eva Veldhoen raakte zo geïnspireerd door haar spelende zoon dat het een fotoboek opleverde: Play.

Dat ging zo. Eind 2019 maakte haar toen vijfjarige zoon Oscar een bouwwerkje van Lego dat haar aandacht trok vanwege de abstracte vorm. Ze vond het zo mooi dat het in de woonkamer een plek als kunstwerk kreeg. Het leidde tot een kamer vol zulke Legokunst. Voor Play fotografeerde Veldhoen hoogtepunten uit het oeuvre van de jonge kunstenaar.

Het boek kwam net als de kunstwerkjes al spelend tot stand. Perfectionist Veldhoen vertrouwde dit keer op haar nieuwsgierigheid en intuïtie, en ontdekte dat het waar is wat Oscar zei over zijn manier van bouwen: “Je moet gewoon beginnen, dan wordt het altijd iets.”

Het door Eva Veldhoen in eigen beheer uitgegeven boek Play (€39) is verkrijgbaar via www.evaveldhoen.com.

Hotel Room

Hotel Room Beeld Judith Minks
Hotel RoomBeeld Judith Minks

Judith Minks werkte achttien jaar als opticien voordat ze haar fascinatie voor het stilstaande beeld besloot te gaan onderzoeken; ze ging naar de Fotoacademie in Amsterdam en studeerde er cum laude af.

Omdat ze graag volledige controle heeft over alles wat ze doet, fotografeert ze bij voorkeur in haar studio. Daar maakt Minks filmische, geënsceneerde foto’s van zeer gedetailleerde reconstructies van het dagelijks leven en van eigenhandig gecreëerde interieurs. Uit de vervreemdende, soms ongemakkelijke beelden met hun onberispelijk geënsceneerde belichting en sombere, ­eenzame figuren wordt duidelijk dat Gregory Crewdson en Edward Hopper grote voorbeelden voor haar zijn. De beelden die Minks maakt, zijn echter gebaseerd op haar eigen herinneringen, ervaringen en fantasieën.

Hotel Room scène 3 komt uit een serie van tien foto’s die ze maakte in 2015, nog tijdens haar studie, toen ze werkte in Hotel de Wadden op Vlieland, waar ze ook regelmatig de kamers moest schoonmaken. Tijdens het werk liet ze haar fantasie dikwijls de vrije loop en probeerde ze zich voor te stellen wat er zich in die kamers had afgespeeld.

Inmiddels werkt Minks aan Scenes by the Elevator, een serie waarvoor ze een decor bouwt in de stijl van een hotellobby. Minks heeft zich laten inspireren door lift­scènes zoals die zijn beschreven in de literatuur, zoals in Vladimir Nabokovs omstreden meesterwerk Lolita. Maar meer tips zijn welkom; informatie waaraan de scènes precies moeten voldoen is te vinden op judithminks.nl.

Inge Meijer, A garden Revisioned. Beeld Inge Meijer
Inge Meijer, A garden Revisioned.Beeld Inge Meijer

A Garden Revisioned

In het kader van een uitwisselingsproject van de Rijksakademie verbleef Inge Meijer in 2019 drie maanden in de Zuid-Koreaanse stad Gwangju. Ze raakte er gefascineerd door een zes verdiepingen tellend gebouwd dat van 1988 tot 2006 dienst had gedaan als trouwzaal. Een ware trouwfabriek was het in die tijd, die tweehonderd bruiloften per dag aankon. Ceremonieruimtes, restaurants, verhuur van trouwkleding, een fotostudio, alles was er. En alles was nog intact toen Inge Meijer in Gwangju was, ook al was de trouwfabriek dertien jaar daarvoor al failliet gegaan.

Een paar weken voor het gebouw zou worden gesloopt, ontdekte de fotograaf er stapels fotonegatieven en papieren. Het was het begin van A Garden Revisioned, een multimediaal project waarin ze het verleden van het gebouw documenteert. Op een tentoonstelling in het Utrechtse Fotodok zou ze er nu eigenlijk een keuze uit laten zien, maar dat ging om welbekende redenenen niet door.

Op haar website (www.ingemeijer.nl) zijn meer foto’s van de trouwzaal te zien en in een filmpje op YouTube vertelt ze over het project.

null Beeld Claudia den Boer
Beeld Claudia den Boer

Fascinatie voor stenen

In zijn fantastische documentaire Bart en de steen die terug naar huis ging verhuist kunstenaar Bart Eysink Smeets een Drentse zwerfkei naar het Finse Åland – waar hij 200.000 jaar geleden ook lag, voordat gletsjers hem ­tijdens de voorlaatste ijstijd naar het zuiden voerden.

Fotograaf/kunstenaar Claudia den Boer heeft een soortgelijke fascinatie. In verschillende woestijnen raapte zij steentjes op om een stukje van het landschap bij zich te dragen. Naderhand fotografeerde ze deze steentjes, maar dan in de bergen waar ze ooit vandaan kwamen. Ze ging op zoek naar de ‘berg in de steen’. Ook fotografeerde ze de bergen zelf, met hun constant ‘veranderende gezichten die zo stil aanwezig zijn’. En thuis reisde ze opnieuw, in ‘het landschap’ van haar negatieven, door beelden van stenen en bergen, om te bekijken wat ze al gezien had.

Het resultaat is het fraaie fotoboek To Pick Up a Stone, waarmee Den Boer de kijker wil uitnodigen ‘zich te verbinden met dat wat al heel oud is, om te vertragen, te ­verstillen, te kijken en nog eens te kijken’.

Claudia den Boer: To Pick Up a Stone. The Eriskay Connection, 118 blz., €32.

Family Stranger Beeld Wiosna van Bon
Family StrangerBeeld Wiosna van Bon

Family Stranger

Een gevangenisstraf is vooral zwaar voor de gedetineerde zelf natuurlijk, maar dan is er vaak ook nog het thuisfront. Hoe ondergaan partners, ouders en kinderen de straf van een dierbare?

Die vraag staat centraal in het fotoboek Family Stranger van Wiosna van Bon (1992). Met haar boek wil de half Nederlandse, half Poolse fotografe bewustzijn creëren voor de strijd die de naasten van een gedetineerde moeten doorstaan. Ook zij worden vaak sociaal veroordeeld, met een risico op (verdere) afzondering van de samen­leving.

De ‘thuisblijvers’ worden door Van Bon heel discreet in beeld gebracht. Wel zien we gedetailleerde beelden van hun omgeving: vooral thuis gemaakt, maar ook in de buurt. Heel gedoseerd worden de foto’s afgewisseld met citaten van de familieleden. En die zijn vaak aangrijpend. De foto’s zelf stralen ondanks het zware en emotionele onderwerp een grote schoonheid en vooral rust uit. Ze bekijken is alsof je een gedicht leest.

Wiosna van Bon: Family Stranger. The Eriskay Connection, €32.

null Beeld Heleen Peeters
Beeld Heleen Peeters
null Beeld Heleen Peeters
Beeld Heleen Peeters

Horse

“Een paard! Een paard! Mijn koninkrijk voor een paard,” liet William Shakespeare de Britse koning Richard III uitschreeuwen. Het paard is door de eeuwen heen door dichters en schrijvers edelmoedig omschreven. Paarden hadden een cruciale bijdrage in de geschiedenis: als lastdier, voor oorlogsvoering, als vervoermiddel en op de boerderij. Met de mechanisering van de landbouw en de opmars van de auto verloor het paard zijn praktische functie. Het werd een gezelschapsdier.

Minder gedocumenteerd is het paard dat als voedsel dient. In 1948 begon de grootvader van Heleen Peeters een bedrijf in wat velen nu als een taboe zien: paardenvlees. Na de Tweede Wereldoorlog was er veel vraag naar. Het was van hoge kwaliteit en betaalbaar.

Nu, zeventig jaar later, raakt de paardenvleesindustrie in verval. Beginnend bij het Vlaamse familiebedrijf verdiepte Peeters zich in de paarden(vlees)cultuur en bezocht ze fokkers, wedstrijden en opvangcentra, slachthuizen, fabrieken en slagers in onder meer België, Frankrijk, Italië, Polen, Argentinië, Uruguay, Kirgizië, de VS en Canada.

Heleen Peeters: Horse. The Eriskay Connection, €40.

null Beeld Barrie Hullegie
Beeld Barrie Hullegie

Starring You

De Melkweg bestaat dit jaar een halve eeuw. Inderdaad, het jubileumjaar had men zich daar iets anders voorgesteld. Tot eind 2020 ligt de tent plat. Geen concerten dus, maar ook de activiteiten van Melkweg Expo, de eigen galerie, zijn uitgesteld.

In maart zou daar de tentoonstelling Starring You worden geopend, maar de lockdown verhinderde het. De foto’s van bezoekers zijn nu toch te zien: elke avond worden ze geprojecteerd op de Melkweggevel aan de kant van de hoofdingang aan de Lijnbaansgracht.

Dertien fotografen maakten voor de tentoonstelling portretten van concertbezoekers. Daar zitten oude knarren tussen, maar ook jonkies. De jongeman hierboven is de 23-jarige Mojo die bij een concert van DJ Shadow werd gefotografeerd door Barrie Hullegie.

Mojo kwam in 2017 voor het eerst in de Melkweg en houdt vooral van hiphop. “Wat moeten mensen van je weten?” vroeg de fotograaf hem. Mojo: “Ik ben een enorme Prince-fan en heel goed in Monopoly.”

Melkweg, Lijnbaansgracht, t/m 31 december

null Beeld Lara Verheijden
Beeld Lara Verheijden

Ongepolijste portretten

Fotograaf/kunstenaar Lara Verheijden en stylist Mark Stadman maakten drie jaar geleden in eendrachtige samenwerking de eerste Amsterdamse Naaktkalender. Die bevatte geen beachbabes met siliconenborsten of stoere hunks met een sixpack, maar zeer uiteenlopende modellen (m/v), die op ongepolijste wijze zijn geportretteerd op typisch Amsterdamse plekken als de pont, in het Vondelpark en op de grachten.

De Naaktkalender werd wegens succes geprolongeerd. Sterker: dit jaar verschijnt er niet alleen een Amsterdamse editie, maar maakte Verheijden ook een Berlijnse variant. De modellen vond ze op Instagram en via via.

Voor september koos ze een ‘kunstenaarskoppeltje’: Jaki (rechts op de foto) komt uit Berlijn, Javier de la Blanca is haar – ze is in transitie – vriend. Hij is een performancekunstenaar, die vanuit Madrid naar Berlijn is verhuisd om zijn geluk te beproeven. Hun bibberende hondje heet Camillo. De foto is zeven uur ’s ochtends gemaakt bij het Volkspark Hasenheide in de Berlijnse buurt Neukölln. Verheijden was nog nooit zo snel klaar; er is maar één iemand boos geworden.

De Amsterdamse Naaktkalender ’21 en Der Berliner Nackt­kalender ’21 zijn voor 45 euro te koop bij Athenaeum Nieuwscentrum (Spui 14-16) en via thenudecalendarproject.com.

null Beeld Jonathan Herman
Beeld Jonathan Herman

Distant Cities

Het had niet veel gescheeld of we hadden twee Hermannen gehad in de Nederlandse jazz. Jonathan Herman, tweelingbroer van saxofonist Benjamin, studeerde jazz­gitaar aan het conservatorium, maar koos toch voor een carrière als filmer. Hij regisseert televisiedrama en speelfilms, maar vooral commercials.

Die commercials brachten hem de afgelopen vijftien jaar over de hele wereld. Een paar jaar geleden constateerde hij dat al de steden waar hij kwam in elkaar begonnen over te lopen. Foto’s die hij in buitenlandse steden maakte, verzamelde hij in het boek Distant Cities, dat hij omschrijft als een soort plattegrond van de fictieve ­metropool in zijn hoofd.

Een herinnering aan een tijd dat reizen heel vanzelfsprekend was, is het boek ook. Als die pandemie eindelijk voorbij is, is het nog maar de vraag of reclamebureaus weer zo vanzelfsprekend een commercial­regisseur van de andere kant van de wereld laten over­vliegen. Deze foto maakte Jonathan Herman in Toronto.

Distant Cities is te bestellen via jonathanherman.nl

null Beeld Sandra Hazenberg
Beeld Sandra Hazenberg
null Beeld Sandra Hazenberg
Beeld Sandra Hazenberg

Sporen van 50 jaar Lada

In 1966 sloot de Russische regering een contract met het Italiaanse Fiat voor het bouwen van een autofabriek in Togliatti aan de Wolga. Vanaf 1971 werd daar onder meer de Lada geproduceerd, gemodelleerd naar de Fiat 124.

Zoals er veel is gegrapt over de DAF (Wat is de snelste auto ter wereld? Een DAF, want die rijdt altijd vooraan in de file), werd dat ook al snel gedaan over de hoekige volkswagen van Rusland. De waarde van een Lada verdubbelen? Volgooien met benzine!

Hoewel ‘het merk zonder bla bla bla’, zoals de reclameslogan ooit luidde, sinds 2017 onder de vleugels van Renault valt, bestaat Lada nog altijd in Rusland en enkele andere landen. Dit najaar rolde de dertig miljoenste Lada van de lopende band, maar de (internationale) verkoop loopt terug, voor een belangrijk deel omdat het Russische automerk niet kan voldoen aan steeds strengere Europese milieumaatregelen. Ook Nederland kent geen officiële importeur meer. Toch waren er op 28 september nog 884 Lada’s op Nederlands kenteken geregistreerd; de oudste dateert uit 1971, de jongste op de Nederlandse wegen is een Vesta uit 2018. Opvallend: de meeste zijn rood.

Fotograaf Sandra Hazenberg documenteerde de overblijfselen van het iconische automerk in Nederland en in Togliatti, met foto’s en verhalen van mensen die betrokken zijn (geweest) bij Lada: de laatste rijders, de importeurs, garages en dealers, werknemers die de Lada’s maken en leden van de Lada fanclub.

Te zien tot 31 december in WTC Amsterdam, in de corridor ­onder het Zuidplein, van maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 19.00 uur. Gratis toegankelijk, coronaproof.

Open your Eyes

null Beeld Ernst Coppejans
Beeld Ernst Coppejans

Naar het museum kunnen we voorlopig niet, maar we kunnen wel naar buitententoonstellingen. Op het Museumplein is Open Your Eyes to Human Trafficking te zien, met dertig portretten die fotograaf Ernst Coppejans maakte van slachtoffers van mensenhandel.

De man hierboven is Mario. Dit is zijn verhaal: “Als jonge homoseksueel ben ik door een vriendin meegenomen naar Nederland. Ik dacht dat ik hier als danser in discotheken zou kunnen gaan werken en misschien wel een lieve vriend kon vinden. Maar ik werd naar mannen gebracht die hele andere plannen met mij hadden. Zij dwongen me tot prostitutie. Veel mannen kwamen langs, maar niemand die zich afvroeg of ik dit wel wilde. En weglopen, dat doe je niet. Tot ik op een avond in een discotheek was en daar een heel lieve man leerde kennen. Hij vroeg mijn baas of hij me een avond mee mocht nemen. Hij vond mij leuk en zei me dat hij me wilde helpen. Ik kon bij hem blijven. Het was daar een tijdje veel beter, maar ook hij wilde op een gegeven moment dat ik andere mannen voor geld ging ontvangen. Gelukkig heeft de politie me uiteindelijk hieruit kunnen halen en ben ik nu veilig. Het enige wat ik wil is een lieve vriend en een normaal leven.”

Museumplein, t/m 16/11

null Beeld Nicole Segers
Beeld Nicole Segers

Fotoboek

Met Black Lamb and Grey Falcon, het meesterwerk van de Britse schrijver en journalist Rebecca West (1892-1983) onder handbereik, reisden historicus en schrijver Irene van der Linde en documentair fotograaf Nicole Segers jarenlang door voormalig Joegoslavië en Albanië, op zoek naar de betekenis van de nieuwe grenzen op de Balkan.

Ze trokken over verlate wegen en dorre hoogvlaktes, door desolate dorpen en donkere rotskloven en bezochten steden als Dubrovnik, Sarajevo, Skopje, Ohrid en Tirana. Onderweg ontmoetten ze doodgewone mensen met een buitengewone geschiedenis; ‘mensen die dromen, vechten, angstig zijn, worstelen met hun lot. Als in een veelstemmig koor vertellen zij over hun levens’.

Hun wederwaardigheden zijn nu samengebracht in het door Smel *Design vormgegeven Bloed en Honing – Ontmoetingen op de Grenzen van de Balkan. Taal en beeld zijn daarin met elkaar verweven tot een onlosmakelijk geheel – op dezelfde manier als die waarop de geschiedenis verweven is met de omgeving.

Irene van der Linde en Nicole Segers: Bloed en Honing – Ontmoetingen op de Grenzen van de Balkan, Lecturis, €44,90

null Beeld Bart Eysink Smeets
Beeld Bart Eysink Smeets

Beest

Hoe zit het ook alweer, gaan baasjes op hun hond lijken of honden juist op hun baasje? Die twee hierboven zijn Diederik Lohman en Bro. De laatste heette in het asiel nog Beau. Zijn nieuwe baasje vond dat geen naam die recht deed aan het mannelijke karakter van de hond (ook al is die gecastreerd). Bro is voor de ene helft een kooiker en voor de andere helft vermoedelijk een vlinderhondje. Hij is zeer agressief tegen andere honden, in mensen is hij niet erg geïnteresseerd.

Lohman en Bro wonen in de Bellamybuurt. Vier keer per jaar maakt Bellamy Kabinet daar een tentoonstelling in elf leegstaande ramen. Voor Beest speelde fotograaf Bart Eysink Smeets, een van de drie deelnemende kunstenaars, met dat idee van baasjes die op hun hond lijken (dan wel andersom). “Ik was afhankelijk van de mensen die zich vrijwillig aanmeldden, dus ik kon niet kiezen voor setjes die al heel erg op elkaar leken. Ik vond het wel leuk om de mensen, los van hun eigen uiterlijk, toch op hun hond te laten lijken. Dit project was dus vooral heel veel shoppen voor precies de goeie outfits.”

Beest is t/m eind 2020 te zien, bellamykabinet.nl

null Beeld Ka-Ho Pang
Beeld Ka-Ho Pang
null Beeld Ka-Ho Pang
Beeld Ka-Ho Pang

Invisible van Ka-Ho Pang

De in Frankrijk geboren fotograaf van Hongkongse afkomst Ka-Ho Pang verhuisde begin 2019 naar Amsterdam. Daar heeft hij nu zijn eerste solotentoonstelling. Hij begon zijn lopende straatfotografieproject in oktober 2018 in Hongkong, waar hij destijds woonde. Omdat zijn baan als commercieel fotograaf hem niet bepaald inspireerde, verliet hij zijn studio en stortte hij zich met zijn camera in het bruisende straatleven van de stad.

Ka-Ho richtte zijn lens aanvankelijk vanaf een veilige afstand op de vele mensen om hem heen. Het gebrek aan sociale interactie resulteerde echter in nietszeggende foto’s. Ka-Ho merkte dat hij dichter bij zijn subjecten moest komen om emoties vast te leggen en een verhaal te vertellen. Zijn camera op ooghoogte brengen is inmiddels zijn manier van respectvol groeten geworden. “Uiteindelijk gaat wat ik doe om communicatie. Ik geef mensen het gevoel dat ze worden ‘gezien’, en velen waarderen dat.”

Tegelijkertijd – en een essentieel onderdeel van de tentoonstelling Invisible in Gallery WM – begon Ka-Ho met het maken van foto’s van de marktkramen in Hongkong. Zoals zo veel van zijn leeftijdsgenoten neusde hij toen hij opgroeide door de talloze consumptieartikelen die werden verkocht, van zowel originele merken als ‘originele’ nepmerken: Rolessen, Timmy Hilgers, Adadassen, Rayboks enzovoort, ad infinitum.

Invisible van Ka-Ho Pang: 16/10 t/m 14/11 in Gallery WM, Elandsgracht 35-BG

Music Portraits van Hester Doove

Kennen we haar nog, Lady Miss Kier, de zangeres van Deee-Lite? In 1990 had het Amerikaanse dancetrio met Oekraïense en Koreaans-Japanse roots een wereldhit met het nummer Groove Is in the Heart. Het jaar daarop fotografeerde Hester Doove de zangeres in Amsterdam, zoals gebruikelijk met een Hasselbladcamera, maar tegen haar gewoonte in met kunstlicht.

In de jaren negentig fotografeerde Doove (Maastricht, 1966) popmuzikanten voor het tijdschrift Oor. Ze was bij het popblad de eerste vrouw die dat deed. In het boek Music Portraits, dat met een crowdfundingsactie tot stand is gekomen, verzamelde zij haar mooiste foto’s uit die tijd. Het is er niet aan af te zien dat de meeste ervan in heel beperkte tijd werden gemaakt in hotel- en kleed­kamers.

“Ik heb meegemaakt dat er iemand van de platenmaatschappij met een stopwatch in de hand bij stond. Het was echt topsport.”

Het boek bevat foto’s van onder anderen Barry White, Sonic Youth, David Byrne, Elvis Costello en Radiohead.

Hester Doove: Music Portraits, uitgeverij Lecturis, €35

null Beeld Patrick Cooper
Beeld Patrick Cooper

Tuya Street

Toen hij in 2011 met zijn gezin door Azië reisde, belandde de Nederlandse fotograaf Patrick Cooper in de Chinese miljoenenstad Chongqing. Een kennis raadde hem aan Tuya Street te bezoeken, een 1,25 kilometer lange straat waar werkelijk elk pand met graffiti is versierd (tuya betekent graffiti in het Chinees). Het waren vooral kunstacademiestudenten die de winkels, ziekenhuizen, scholen en woningen in opdracht van de gemeente beschilderden. Vaak gingen ze daarbij uit van een ontwerp, maar het gebeurde ook dat kunstwerken ter plekke ontstonden.

Cooper begon direct te fotograferen. Later ontstond het idee voor een fotoboek, waarvoor hij nog vijfmaal naar Chongqing reisde. In die tijd werd de stad een steeds grotere trekpleister voor Chinese toeristen. Toeristen die vaak zelf graffiti achterlaten. En daarbij de in de graffitiscene geldende regel negeren dat een werk alleen mag worden overgespoten als dat een verbetering oplevert.

Nog verontrustender vindt Cooper het dat een aantal gebouwen is afgebroken. In Chinese steden wordt oudbouw in rap tempo vervangen voor uniforme nieuwbouw. De toekomst van Tuya Street, waarvan de meeste gebouwen uit de jaren vijftig stammen, is daardoor ongewis.

Tuya Street van Patrick Cooper is te bestellen via ­patrickcooper.nl, €35,00 (exclusief verzendkosten).

null Beeld Remsen Wolff Collection, Courtesy of Jochem Brouwer 2020
Beeld Remsen Wolff Collection, Courtesy of Jochem Brouwer 2020

Amsterdamse meiden

Heerlijke tijd, de jaren negentig, zeker in het Amsterdamse nachtleven. In clubs als vooral de RoXY en de iT kon en mocht alles, zolang je anderen maar met respect behandelde. Iemands seksuele geaardheid was totaal geen issue en tussen de traditionele categorieën man en vrouw bleek nog een zee van andere mogelijkheden te bestaan. Trans personen (een term die toen overigens nog geenszins gangbaar was) als Zubrowka, Hellun Zelluf, Jet Brandsteder en Vera Springveer groeiden er uit tot sterren.

Voor zijn project Special Girls – a celebration verbleef de Amerikaanse fotograaf Remsen Wolff (1940-1998) in de vroege jaren negentig een maand per jaar in Amsterdam, waar hij lokale trans personen fotografeerde; sterren uit het nachtleven, maar net zo lief ook onbekende mensen, die soms worstelden met hun (seksuele) identiteit.

Op de tentoonstelling Amsterdamse meiden in Foam zijn behalve vijftig vintage portretten, van heel uitbundig en glamourous tot heel ingetogen en intiem, ook contact­vellen te zien.

Foam, Keizersgracht 609, t/m 6/12

null Beeld Thomas Manneke
Beeld Thomas Manneke

In 1991 kwam de Zeeuwse fotograaf Thomas Manneke (1970) naar Amsterdam om stage te lopen bij Erwin Olaf. Na zijn afstuderen aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag vestigde hij zich definitief in Amsterdam; hij ging er naar de Rietveld Academie en resideerde aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten.

In de jaren die volgden, maakte Manneke vier fraaie fotoboeken met een stad als onderwerp: Vilnius (2004), Odessa (2007), Liège (2011) en Amsterdam (2016).

Met zijn nieuwste fotoboek, dat treffend Mutatio (‘Verandering’) heet, gooit Manneke het over een andere boeg. Het boek bevat 47 zwart-witfoto’s die hij de afgelopen drie jaar maakte tijdens zijn dagelijkse wandelingen, de meeste door Amsterdam. Zijn dochter figureert op meerdere. Bovenstaande raadselachtige is gemaakt bij de Nieuwmarkt; de metro is gerenoveerd en ze ligt op het glas. Manneke maakte de foto van onderaf in de metro.

“Het gaat voor mijn gevoel over veranderingen,” aldus Manneke. “De manier waarop alles altijd aan verandering onderhevig is. Soms heel traag, zoals een taal die langzaam verandert en soms heel snel, als een boom die door de bliksem wordt getroffen. De manier waarop je als persoon verandert en de werkelijkheid anders gaat zien.

Het gevoel wat je kunt hebben als je na jaren een plek uit je jeugd opzoekt en erachter komt dat de plek hetzelfde is, maar dat je hem vanuit een ander perspectief ziet.”

Mutatio van Thomas Manneke is uitgegeven in samenwerking met Van Zoetendaal Publishers in een oplage van 500 exem­plaren. Japans gebonden, 22x28cm, €35. Meer informatie en ­bestellen via thomasmanneke.com.

null Beeld Elsa Leydier
Beeld Elsa Leydier

Transatlántica

Inmiddels is fotograaf Elsa Leydier (1988) weer thuis in Frankrijk – tot haar leedwezen, maar vanwege het coronabeleid van president Jair Bolsonaro vond ze het niet verantwoord om in Brazilië te blijven wonen en werken. Haar fascinatie met het Zuid-Amerikaanse continent leidde al tot meerdere fotoseries, die nu te zien zijn in de nieuwe vestiging van Galerie Caroline O’Breen (vlak bij de oude locatie in de Hazenstraat, waar binnenkort Bildhalle neerstrijkt, de gerenommeerde galerie uit Zürich).

Ze was in de Amazone voor het project Braços Verdes e Olhos Cheios de Asas, waarmee ze wil laten zien hoezeer het beeld van het gebied wordt bepaald door populaire cultuur. Leydier wil de toeschouwer niet onderdompelen in weelderige groen, maar wijst op de misleidende geromantiseerde aard van veel afbeeldingen. Tegelijkertijd is haar beeldtaal juist ontleend aan die van luxe esthetiek.

De serie Plátanos con Platino, waaruit bovenstaande foto afkomstig is, gaat ook over het verdraaien van afbeeldingen. Hij is gemaakt in Chocó in het noordwesten van Colombia. Chocó staat te boek als de armste en meest gewelddadige regio van het land, maar het is óók een van ’s werelds rijkste regio’s op het gebied van bio­diversiteit.

Transatlántica van Elsa Leydier: t/m 3/10 in Galerie Caroline O’Breen, Hazenstraat 54

null Beeld Tanya Habjouqa / NOOR
Beeld Tanya Habjouqa / NOOR

I exist

Het eerste wat de aandacht trekt, is natuurlijk die ananas. Het ziet er tamelijk absurd uit, die jonge vrouw met hidjab die lekker onderuitgezakt op de bank de tropische vrucht omhoog houdt. En dat is ook de bedoeling. Nisreen Miloud, de 21-jarige vrouw op de foto van Tanya Habjouqa, vindt het absurd hoe geobsedeerd mensen in Frankrijk, waar ze woont in een gehucht bij Grenoble, zijn met de manier waarop zij zich wenst te kleden. Sinds haar vijftiende draagt ze een hidjab en als ze gaat zwemmen, trekt ze een boerkini aan.

De foto is onderdeel van I exist: European stories of islamophobia, de eerste fysieke tentoonstelling in de Melkweg Expo sinds het begin van de coronacrisis.

Te zien is werk van bij fotobureau Noor aangesloten fotografen, die het verhaal vertellen van in Europa wonende moslims die te maken hebben met stigmatisering en discriminatie.

Op de andere foto (van Bénédicte Kurzen) staan Abdelakader en Patricia Aziz, wier woning in Marseille werd bestormd door islamhaters. Patricia, die uit Italië komt, wilde non worden, maar ze wilde ook kinderen. In de islam vond ze de mogelijkheid een spiritueel leven te combineren met het moederschap. Perfect, vindt ze.

Melkweg Expo, Marnixstraat 409, t/m 10/10

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden