Plus Reportage

Finn (9) wil orgelman worden: ‘Bij een markt hoort muziek’

Finn van der Veen loopt mee met beroeps-orgeldraaier Hans van der Velde op de warenmarkt in Purmerend. Beeld Dingena Mol

‘Opa, wil je een draaiorgel voor me maken?’ vroeg Finn van der Veen (9). Nu staat hij elke week urenlang met zijn speelgoedorgel op de markt in Purmerend. ‘Gek, niemand in onze familie heeft er iets mee.’

Precies op de maat schudt Finn van der Veen (9) met een koperen mansbakje. Zoals andere jongens Messi of Ronaldo als voorbeeld hebben en uren oefenen op een schijn­beweging, zo droomt Finn ervan een échte orgeldraaier zijn. Net zo een als Hans van der Velde (61), de man die elke dinsdag met zijn draaiorgel Hollands Welvaren op de ­warenmarkt van Purmerend te vinden is.

“Hoe is het mogelijk hè?” grinnikt Van der Velde. Met zijn witte haardos en handen als kolenschoppen lijkt hij niet op het prototype jeugdidool. Toch bestudeert Finn elke beweging die hij maakt, elke handeling die hij verricht. Hij legt alles vast op zijn iPad en bekijkt de beelden later terug.

Op vrije dinsdagen loopt Finn, samen met zijn opa Henk Visser (71), de hele route met het draaiorgel mee. Apetrots dat hij mag mee helpen duwen.

“De voorkant met de vijf poppen is het mooist, maar de achterkant het belangrijkst,” legt Finn uit. Hij is dan ook vaak áchter het draaiorgel te vinden. Daar observeert hij geconcentreerd hoe de liedboeken worden gewisseld, hoe de trom de juiste maat slaat en het mechaniek in werking wordt gezet.

Muziek uit de iPhone

Op donderdag, tijdens de weekmarkt in de wijk Weidevenne in Purmerend, doet hij het echte werk na met zijn ­eigen draaiorgeltje. Zijn opa Henk bouwde dat voor hem.

Bij een markt hoort muziek, vindt Finn. Toen op de markt in Weidevenne geen draaiorgel te bekennen was, greep hij zijn kans.

“Eerst reed hij rond met een bench op een aanhang­wagentje. Maar dat herkenden mensen niet meteen als orgel. Opa, wil je een draaiorgel voor me maken?, vroeg hij op een dag. Dat heb ik gedaan, helemaal naar Finns ontwerp,” vertelt opa Visser.

De houten voorzijde is beplakt met een foto van draai­orgel Hollands Welvaren. Aan de achterkant heeft Visser twee kastjes getimmerd. “Daar leg ik de muziekboeken in,” zegt Finn. Hij maakt stapeltjes van papieren waarop hij met hanenpoten de titels heeft ­geschreven Amour de printemps, 12 Streets, Le petit train, Foxtrot melody, Bij ons in de Jordaan. “Ik heb ook échte muziekboeken van de orgeldraaier gekregen, maar die liggen thuis,” zegt Finn. Voorop zijn orgel zet hij net als de echte orgeldraaier een cd met alle muziek. Die is te koop voor twee euro.

Een Cars-broodtrommel dient als generator en aan het stuur kan hij het gevaarte voorttrekken. Uit een speaker op het orgel schalt via de iPhone van opa Henk draaiorgelmuziek. Finn heeft die eerder opgenomen. “Na afloop is de batterij altijd helemaal leeg,” lacht Visser.

Finn schudt ritmisch met het bakje, fluit zuiver mee en zoekt oogcontact met voorbijgangers, net zoals Hans dat doet. Oudere mannen geven hem een schouderklopje. Moeders laten hun kinderen geld geven. Zelfs norse hangjongeren, hun gezicht diep verborgen in een capuchon, werpen muntstukken in het bakje en geven hem een aai over zijn bol.

“Ik heb weleens 17 euro opgehaald,” vertelt Finn.

Visser: “Dat legt hij apart om te sparen voor een écht ­orgel. Maar eigenlijk is het hem niet om het geld te doen. Bij zijn ouders thuis in de steeg staat hij ook met zijn draaiorgeltje. Er komt daar geen hond voorbij, maar hij vindt het evengoed prachtig,” vertelt Visser.

Hij laat een filmpje zien waarop de vierjarige Finn ­enthousiast met een bakje staat te schudden. “Al vanaf zijn tweede jaar is hij niet weg te slaan bij het draaiorgel. Gek, want niemand in onze familie heeft er iets mee. Zijn broertje, die een jaar jonger is, legt zijn handen op zijn oren als hij die muziek hoort.”

Samen met zijn opa bezocht Finn het G. Perlee Draai­orgelmuseum in de Westerstraat, het Draaiorgelmuseum in Haarlem en Museum Speelklok in Utrecht. Elk jaar gaan ze naar de Draaiorgeldag in Haarlem. “En laatst zijn we nog bij het Draaiorgelmuseum geweest omdat daar het orgel Het Gestolen Kappie werd gepresenteerd. Finn weet dat soort ­dingen,” vertelt Visser lachend.

Elke donderdagmiddag en vaak ook op dinsdag gaat de gepensioneerd politieman met zijn kleinzoon op pad. Opa Henk verzuimt nooit. Met eindeloos geduld sjokt hij uren achter Finn aan, ook als het koud is of regent. Hij kan de draaiorgelmuziek wel dromen, kent inmiddels alle marktkooplieden. Vaak stelt hij zich onopvallend op. Met zijn rug tegen een muur of een etalageruit. Steeds zoekt Finn zijn blik. Hij proost naar zijn opa als hij een blikje Ice Tea opentrekt, kondigt zijn plannen aan: “Opa, ik doe een nieuw liedje! Ik loop nu weer verder, opa!”

“Goed, man!” roept Visser terug, steekt zijn duim op en volgt hem. “Ik sta heus weleens te kleumen, maar ik doe het graag,” zegt hij.

Uitstervend beroep

Het miezert en er waait een gure wind. Finn haalt een ­laken, knijpers en spanbanden tevoorschijn. “Dat hoort zo. Als het slecht weer is, moet je het orgel inpakken en vastzetten met touwen.” Nauwkeurig pakt hij de bovenkant in. “Als ik achttien ben, wil ik een groot draaiorgel, een échte. Dat is mijn droom,” zegt Finn vastbesloten.

“Heel herkenbaar,” zegt Hans van der Velde lachend. “Als jongen van negen droomde ik daar ook van. Ik liep mee met de orgeldraaier. Hij haalde me op van school om mee te gaan. Sinds 1983 ben ik beroepsorgeldraaier. ­Helaas is het een uitstervend beroep, maar ik kan er nog steeds aardig mijn brood mee verdienen. We zijn bezig met een aanvraag voor immaterieel cultureel erfgoed. De straatdraaiorgelcultuur is typisch Nederlands, die mag niet verloren gaan.”

Een diepe zucht als het gaat om de nieuwe generatie. “Het moet wel in je zitten. Het is niet van ‘ik trek even een orgel uit de kast en ga draaien’. Zeker twee dagen per week ben je bezig met bijzaken. Klussen aan het draaiorgel, ­de administratie, enzovoorts. Er zijn jonge jongens die ermee beginnen, maar de meesten doen het alleen op zaterdag, als hobby.”

Het zijn zaken die voor Finn nog ver weg zijn. Hij trekt zijn draaiorgeltje voort op de markt in Weidevenne en zet het met de achterkant naar het publiek. Ook dat heeft hij Van der Velde in de Nieuwstraat in Purmerend zien doen. “Dat is logistiek beter. Zo verliest de man bij de marktkraam zijn handel niet,” zegt Van der Velde daarover op ­zakelijke toon.

Logistiek zal Finn een zorg zijn. Hij weet alleen dat het orgel net zo moet staan als in het echt. Nu en dan bukt hij om de papieren, het fictieve muziekboek, te verleggen en een nieuw lied aan te zetten. Dan verschijnt hij weer om te ‘mansen’ – het schudden van het bakje. Totdat hij plotseling zijn arm laat zakken en even uit zijn rol valt. Hij rent naar zijn opa en vlijt zijn hoofd tegen diens jas die klam is van de regen. Visser strijkt over zijn haar. “Opa,” verzucht Finn. Hij holt terug naar zijn draaiorgel en maakt een rondedansje. “Opa!” roept hij nog eens. “Het doet me zo veel plezier dat ik dit doe!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden