PlusInterview

Filosoof Stine Jensen: ‘Kinderen denken nu meer na over wie ze zijn’

Is je naam wie je bent? Of is er meer? Filosoof, schrijver en documentairemaker Stine Jensen (49) schreef Alles over wie ik ben, een filosofisch jeugdboek over identiteit. ‘Het blijft een prangend thema.’

Stine Jensen,  filosoof, schrijver en programmamaker bij omroep HUMAN. Beeld Hollandse Hoogte / Bob Bronshoff
Stine Jensen, filosoof, schrijver en programmamaker bij omroep HUMAN.Beeld Hollandse Hoogte / Bob Bronshoff

Uw tiende kinderboek. Voelt u zich al een kinderboekenschrijver?

“Ik had ze zelf ook even geteld. Het zijn er inderdaad tien. Ik vind dat je jezelf dan best een kinderboekenschrijver mag noemen, toch?”

Waarom wilde u een boek over identiteit schrijven?

“Het is een thema waar ik al langer mee bezig ben. In 2011 schreef ik er met Rob Wijnberg een boek over. Er volgde een tweede deel, meerdere documentaires. Maar het blijft een prangend thema, helemaal de laatste jaren. Black Lives Matter, genderidentiteit, rechts versus links. Of al die cursussen waar mensen leren te ontdekken wie ze écht zijn. Ik dacht: waarom heb ik eigenlijk nog geen kinderboek over dit thema geschreven?”

Illustratie uit Alles over wie ik ben.
 Beeld Marijke Klompmaker
Illustratie uit Alles over wie ik ben.Beeld Marijke Klompmaker

Wat vindt u leuk aan kinderboeken schrijven?

“Het is leuk om een ingewikkeld onderwerp op een duidelijke en heldere manier uit te leggen, zodat kinderen het ook echt begrijpen. En ik hou van het contact met de kinderen. Ze verrassen me met de manier waarop ze over ingewikkelde thema’s kunnen nadenken en soms al reflecteren. En uiteindelijk zorgt het ervoor dat ik me beter in hun leefwereld kan verplaatsen. Ik kan natuurlijk bedenken hoe ik iets ervaarde als kind, maar dat is lang geleden en de tijden zijn veranderd. Het is beter als ik het direct van de kinderen zelf hoor.”

Die interactie komt ook terug in uw boek. U legt uit en stelt vragen, de kinderen geven antwoord.

“Ja, die vorm past me wel. Bij mijn eerste kinderboek Lieve Stine, weet jij het? gaf ik zelf de antwoorden. Nu doen de kinderen dat. En dat doen ze heel goed. Het is bijvoorbeeld echt knap hoe ze nadachten over een thema als gender. Ze kennen het begrip. Net als dat ze weten wat een transgender is. Ze zijn veel meer open-minded dan in de tijd dat ik op de basisschool zat.”

“Er was bijvoorbeeld een jongen die tegen jongens- en meisjesafdelingen in kledingwinkels zei te zijn. En hij hield van roze. Hij vond dat iedereen gewoon moet dragen wat hij of zij wil. En dat werd hem niet ingefluisterd door zijn ouders of een leerkracht. Een andere jongen zei dat hij er niet zo vaak aan denkt of hij een jongen of meisje is, zolang hij maar zichzelf kan zijn. En een meisje zei stellig: meisjes zijn net zo stoer als jongens en kunnen later alles worden wat ze willen.”

Illustratie uit Alles over wie ik ben. Beeld Marijke Klompmaker
Illustratie uit Alles over wie ik ben.Beeld Marijke Klompmaker

Gender is een van de thema’s die u bespreekt in uw boek.

“Ja, het is opgebouwd aan de hand van thema’s die je identiteit vormen, zoals je naam, afkomst, karakter, familie en hobby’s. En ik leg bijvoorbeeld uit dat sommige dingen voor je worden bepaald, zoals je geboorteplaats, nationaliteit en haarkleur, maar dat je je identiteit ook kunt ontwikkelen door te ontdekken wie je bent, wat er bij je past, bij welke groep je wilt horen en of je lang of kort haar wilt.”

Is identiteit niet een abstract begrip voor kinderen van tussen de 8 en 11 jaar oud?

“Dat los ik op door het te formuleren als: wie ben je? Dat is een vraag waar ze over kunnen nadenken. Wat goed werkt, is om kinderen te vragen naar hun voornaam. Dan beginnen ze honderduit te vertellen. Wat hun naam betekent, of ze hem mooi vinden, hoe hun ouders heten.”

“Een andere goede ingang is sport. Een meisje vertelde over ijshockey. Haar moeder houdt erg van sporten en zij ook. Ze traint drie keer per week, reist het hele land door voor wedstrijden. Haar moeder brengt haar altijd, want haar tas is heel zwaar. En ze dacht al na over of ze dit zou blijven doen, hoe ambitieus ze eigenlijk was, wat de sport voor haar betekent. Op die manier kun je het begrip identiteit concreet maken.”

Kinderen van nu groeien op in een digitale wereld. Heeft dat invloed op hoe ze naar identiteit kijken?

“Dat vond ik vooraf een van de interessantste vragen, maar ik kwam erachter dat ze daar niet zo mee bezig zijn. Wij volwassenen denken: oeh, dat zal wel heel anders zijn, ze hebben een ‘echte’ identiteit en kunnen een online identiteit creëren, maar kinderen vinden het volstrekt normaal. Ze zeiden er ook niet zo veel over. Behalve dat het soms wat veel is, al die berichten die ze krijgen, de kanalen waarop ze actief kunnen zijn.”

Illustratie uit Alles over wie ik ben. Beeld Marijke Klompmaker
Illustratie uit Alles over wie ik ben.Beeld Marijke Klompmaker

Wat zijn thema’s die kinderen beter liggen?

“Ze vertellen graag over hun naam en familie. Zoals een meisje met een Italiaanse vader die Lisa Carbonara heet. Ze liet de deur van haar kamer zien, met daarop een afbeelding van een bord spaghetti. Ze zei: ‘Soms maken kinderen grapjes over mijn achternaam, maar dat vind ik niet erg, het is ook een grappige naam.’ En over haar Italiaanse vader: ‘Italianen worden sneller heftig boos. Maar eigenlijk is mijn vader dan niet boos, maar geschrokken’.”

“En dan heb je nog Bobby en Foster, een tweeling. Ze leggen in het boek uit dat ze dan wel op elkaar lijken, maar ook anders zijn. De een kleedt zich meer als een kakker, de ander casual. Ze noemen zichzelf melkchocolade; ze hebben een witte Nederlandse vader en bruine Surinaamse moeder. Een meisje met een vader uit Burkina Faso vertelde dat ze laatst voor het eerst is uitgescholden om haar huidskleur. Twee meisjes noemden haar chocoladekoekje. Ze zei toen terug: jullie zijn ongebakken koekjes. Op die manier kun je ook bespreken: welk antwoord geef je op de vraag waar je vandaan komt? Zeg je Burkina Faso of Nederland? Of Noord-Holland? Amsterdam?”

Denkt u dat kinderen nu meer nadenken over wie ze zijn dan vroeger?

“Er is natuurlijk veel veranderd de afgelopen decennia. Er zitten nu meer kinderen met verschillende culturele achtergronden bij elkaar in de klas, vooral in de Randstad. Vroeger was er geen internet, nu krijgen kinderen op jonge leeftijd al via hun iPad de hele wereld binnen. Ik denk dat je daardoor automatisch meer nadenkt over de vraag: wie ben ik?”

“Plus: als iets meer speelt in de maatschappij, sijpelt dat ook door naar het onderwijs. In de klas van mijn dochter wordt bijvoorbeeld klassikaal besproken met wie kinderen spelen en met wie niet. En waarom. Het gaat over pesten en buitensluiten. En er wordt gevraagd wiens ouders gescheiden zijn, en bij wie de kinderen dan wonen. Dat soort dingen.”

Illustratie uit Alles over wie ik ben. Beeld Marijke Klompmaker
Illustratie uit Alles over wie ik ben.Beeld Marijke Klompmaker

Hoe was u als kind met uw identiteit bezig?

“Nou, ik ben de helft van een eeneiige tweeling, dus ik was daar veel mee bezig. Mijn zus en ik zagen er precies hetzelfde uit, droegen dezelfde kleding, hielden ongeveer van dezelfde dingen. We kregen op een gegeven moment allebei een shirt met onze eigen naam daarop. We namen toen allebei een ander kapsel en ontwikkelden een eigen kledingstijl. Ik probeerde te laten zien dat ik anders was dan mijn zus, wilde me onderscheiden. Het leuke is dat Marijke Klompmaker, die de illustraties heeft gemaakt, ook een van een tweeling is.”

En u en uw dochter hebben er een nieuw gespreks­onderwerp bij.

“Ja, we hebben het nu veel over identiteit. Ze is 11 jaar en zit nu in de fase dat ze posters van helden en heldinnen van wie ze fan is aan de muur hangt. Dus ze begint haar eigen identiteit te creëren. Dat is een kantelpunt: je begint jezelf op die leeftijd te bekijken door de ogen van een ander. Dat doe je nog niet als je heel jong bent. Ze ontdekt dat identiteit niet vastligt en deels maakbaar is.”

Stine Jensen: Alles over wie ik ben. Illustraties Marijke Klompmaker. Verschijnt op 25 januari bij uitgeverij Kluitman, €19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden