PlusReportage

Fietsen? Niet-westerse Amsterdammers stappen liever in de auto

Fietsen is onder niet-westerse Amsterdammers niet bijster populair. Ook Paroolredacteur Tahrim Ramdjan nam tot voor kort liever het ov of de auto. ‘Er speelt een hardnekkig beeld mee over wat succes uitstraalt.’ 

Beeld Jakob van Vliet

De 68-jarige André Dalloesingh fietste voor het laatst in Suriname, vijftig jaar geleden. “Daar was het aangenaam om te fietsen,” zegt hij. “Maar hier heb je ijzel, gladheid, ­regen, en daar­bovenop nog de verkeersdrukte.” Afgelopen februari – nog voor de coronacrisis – reed hij voor het eerst op het rode asfalt in het Noorderpark.

Naast hem oefent Wangeci Ruth (34) rondjes op haar fiets. Zes weken eerder kwam ze uit Kenia naar Nederland ­om zich hier met haar Nederlandse partner te settelen. Ze had nooit eerder gefietst. “Maar ik wil ook snel van A naar B kunnen,” zegt ze. “En de metro is me te duur.”

De fietslessen worden verzorgd door Rita Gemerts (53), die daar dertig jaar ervaring mee heeft. “Ik trek over het ­algemeen niet-witte mensen aan die nooit hebben leren fietsen,” zegt ze. “Bijvoorbeeld omdat in hun land van herkomst niet werd gefietst.”

Al zien veel mensen Amsterdam als fietshoofdstad van de wereld, dit betekent niet dat alle inwoners zo makkelijk op de fiets stappen. Terwijl in het overwegend witte Zuid de helft van de Amsterdammers fietst, is dat in Nieuw-West en Zuidoost – waar de meeste Amsterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond wonen – slechts een derde. Dat die stadsdelen iets afgelegener liggen, is niet de reden: mensen ­laten daar al vanaf drie kilometer reis­afstand de fiets links liggen. In de overige stadsdelen ­gebeurt dit pas vanaf tien kilometer.

Het strookt met mijn eigen ervaring. Toen ik in Zuidoost woonde, fietsten weinig mensen uit mijn omgeving en was de ov-chipkaart mijn beste vriend. Nu ik binnen de magische barrière van de Ring woon, zit ik regelmatig hard trappend op mijn barrel, door weer en wind. Fietsen en niet-­fietsen zijn blijkbaar automatismen die je kunt aanleren en die kunnen veranderen.

Fietsende koning

Saskia Kluit (46), directeur van de Fietsersbond, ziet dat onder mensen met een migratieachtergrond minder wordt gefietst. “Ook onder Duitsers en Engelsen.” Van de autochtone Nederlanders fietst zo’n 85 procent, maar van de Amsterdammers in Nieuw-West met een niet-westerse migratieachtergrond slechts de helft, bleek een paar jaar geleden. “Ook bij de derde generatie zie je dit nog, omdat ouders bijvoorbeeld zeggen: pak liever de bus.”

Volgens Gerben Moerman (44), universitair docent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, zit fietsen bij velen van ons ingebakken in ons doen en laten. Zo’n honderd jaar geleden begon de hele wereld te fietsen. “Eerst was het chic,” zegt Moerman. “Maar toen de massapro­ductie opkwam, werd de fiets gezien als een poor man’s ­vehicle.” In die geest stootte de auto dan ook de fiets van zijn troon.

Fietscursist Wangeci Ruth uit Kenia. ‘Ik wil snel van A naar B kunnen.’Beeld Jakob van Vliet

Ook in de jaren zestig had de fiets in Amsterdam het moeilijk: burgemeester Van Hall schepte er zelfs over op dat hij in zeventien jaar tijd slechts één keer de fiets had gepakt. Er moesten twee snelwegen komen, die de stad zouden doorkruisen. Amsterdammers kwamen hier fel ­tegen in ­opstand. “Amsterdam is dan ook een fietsstad ­geworden tegen de plannen in,” zegt Moerman.

In Nederland gaf de fiets nog het minst terrein prijs­ aan de auto. Elders in de wereld hoef je niet te ­verwachten dat je als fietser voorrang krijgt. Bovendien stappen in Nederland ook de premier en de koning op de fiets.

Symbool van mannelijkheid

Lotfi El Hamidi (34), historicus en ­columnist bij NRC Handelsblad, zegt daarover: “Als je in Marokko of ­Turkije een hoge ambtenaar bent, wil je laten zien dat je gearriveerd bent. Het volk moet zien dat je boven hen staat.” Nederlanders zijn meer van het motto ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, zelfs als ze best een dure auto kunnen ­be­talen. El Hamidi denkt dan ook dat fietsen en cultuur ­onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. “Er speelt een hardnekkig beeld mee over wat succes uitstraalt.”

In 2012 zag de gemeente na antropologisch onderzoek in Nieuw-West dat vooral Marokkaanse jongeren de fiets niet ‘cool’ vinden. Ze kiezen al snel voor een scooter, en later een auto. “De auto symboliseert ook mannelijkheid,” zegt El Hamidi. “Als je je vriendin ergens heen wilt brengen, ga je met de auto. Dat is comfortabel, en laat zien dat je voor haar kunt zorgen.”

André Dalloesingh (68) fietste voor het laatst in Suriname, vijftig jaar geleden.Beeld Jakob van Vliet

Bovendien kan de keuze voor de auto of de fiets ook signalen afgeven over je sociale klasse. “Veel westerlingen vinden de auto misschien pompeus of achterhaald van­wege milieuvervuiling, maar als je tot de onderklasse ­behoort is dat bijzaak.” Met een auto laat je zien dat je aan het klimmen bent op de maatschappelijke ladder, zegt El Hamidi.

Fietscursist Dalloesingh herkent dat. “Surinamers willen, als ze hard werken en wat geld hebben, inderdaad snel een auto.” Medecursist Ruth is het deels met hem eens. “In Kenia is de auto een statussymbool, maar hier maakt het niet uit of je rijk of arm bent: iedereen fietst.”

Socioloog Moerman zegt dat we daarom met onze fiets iets proberen te zeggen over wie we zijn. “In Amsterdam is het juist charmant om op een rammelende omafiets te ­rijden,” zegt hij. Hij noemt ook de imagowisseling van de bakfiets: in Watergraafsmeer, volgens Moerman ‘bakfietscity’, genoot deze eerst status. “Nu drijven zelfs de bezitters van zo’n bakfiets er de spot mee.”

De culturele ingebakkenheid van de fiets straalt ook af op de infrastructuur. Saskia Kluit: “In Zuid vind je een geldautomaat direct naast een fietspad. In Nieuw-West zie je die juist vaker aan de rand van een parkeerplaats, omdat men daar eerder de auto pakt.”

Fietscultuur aanleren

PvdA-gemeenteraadslid Henk Boldewijn (61) heeft in de raad nadrukkelijk gepleit voor betere fietspaden tussen de binnenstad en Zuidoost. “Als je naar Zuidoost wilt fietsen, is het bijna onmogelijk de juiste route te vinden,” zegt hij. In de Bijlmer geven lange dreven met weinig kruispunten de auto ruim baan. Voor wie geen auto heeft, is er een ­snelle metroverbinding. “Hartstikke goed, maar binnen Zuidoost kun je je makkelijker en sneller met de fiets verplaatsen. Bovendien is het, als je ’s nachts uit de stad komt, toch handiger om te fietsen.”

Rita Gemerts geeft al dertig jaar fietslessen.Beeld Jakob van Vliet

Door het werk van Boldewijn stelt stadsdeel Zuidoost al fietsen ter beschikking aan basisscholen. “Dan kunnen kinderen kilometers maken en een fietscultuur aanleren.”

Cursist Dalloesingh voelt zich het meest verbonden met de natuur op de fiets: hij heeft een tweedehands fiets aangeschaft om naar Monnickendam en Volendam te rijden. 

En ik? Ik sjees tegenwoordig regelmatig telefonerend en wel – hands­free, uiteraard – met twee boodschappen­tassen aan het stuur over een veel te drukke Stadhouderskade. Als je het gewend bent, ben je niet meer zo snel ­onder de indruk van het Amsterdamse verkeer.

Drukker op het fietspad door corona

Al sinds het begin van de corona-­uitbraak adviseert de gemeente om vaker de fiets te pakken. “Landelijk raadt het kabinet zelfs aan om het ov en de auto te mijden als je binnen twintig kilometer van je werk woont,” zegt Douwtje de Vries (52), hoofd communicatie van de Fietsersbond.

Harde cijfers die aantonen dat er daadwerkelijk meer mensen zijn gaan fietsen, heeft de Fietsersbond niet. Wel krijgt De Vries indicaties dat het drukker is geworden op de fietspaden. Bovendien ontstaan er allerlei initiatieven om de fiets aan de man te brengen bij mensen die normaal weinig fietsen: zo biedt de gemeente deze maand 1600 leenfietsen aan, voor leerlingen in het voortgezet onderwijs.

De drukte op het fietspad roept wel vragen op, merkt De Vries. “In de stad kregen we bijvoorbeeld veel de vraag hoe het moet als je bij het stoplicht staat te wachten. Mensen zeiden: dan staan we toch veel te dicht op elkaar?” De Fietsersbond heeft daarom een aantal actiepunten geformuleerd voor gemeenten, waaronder het tegengaan van te smalle tweerichtingsfietspaden, en het openstellen van bijvoorbeeld busbanen, zodat fietsers daar op kunnen rijden.

Begin mei werd al bekend dat de gemeente Amsterdam onderzoekt of het mogelijk is om rijbanen voor auto’s af te sluiten, zodat fietsers en voetgangers meer ruimte krijgen in de 1,5metersamenleving. “Wat wij natuurlijk graag willen, is dat veel mensen blijven fietsen,” zegt De Vries.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden