null

PlusExclusief

Fenna Ulichki, voorzitter van stadsdeel West: ‘Graag in je eigen buurt blijven is wat anders dan segregatie’

Beeld Niels Stomps

Fenna Ulichki (52) is voorzitter van West, ‘een heel divers stadsdeel, waar het mooi mengt.’ Het vroegere GroenLinks-raadslid is hoopvol gestemd, al heeft ze wel te kampen met geweld tegen homo’s en een ‘giftige’ straatcultuur. ‘Sommigen noemen mij een activist in een politieke functie.’

Marcel Wiegman

Als Fenna Ulichki door de Mercatorbuurt loopt, moet ze aan vroeger denken. Aan de 10e Montessorischool in de Chasséstraat en het Balboaplein, waar voetballegendes Frank Rijkaard en Ruud Gullit twee jaar geleden nog hun Cruyff Court openden. In de jaren zeventig trapten ze er na schooltijd een balletje. “Dan belden we bij Frankie aan en vroegen we of hij met ons buiten kwam spelen, Meestal kon hij niet, want dan moest hij voetballen.”

Ulichki (52) is een kind van West. Geboren in de Marokkaanse stad Tétouan, maar al voor haar eerste verjaardag in de Staatsliedenbuurt terechtgekomen. Opgegroeid in De Baarsjes, om de hoek van het Mercatorplein, en sinds 25 jaar woonachtig in de Kinkerbuurt.

“Ik heb de Mercatorbuurt zien veran­deren,” zegt ze. “De witte mensen trokken weg. Na een tijdje viel het op. De straten zagen er anders uit.”

Vond u dat vervelend?

“Ik had daar geen oordeel over. Ik dacht niet: alle witte mensen gaan weg, wat erg, wat gek, wat gebeurt hier? Ik was veel te jong om daar duiding aan te geven. Maar het viel me wel op. Op een gegeven moment gingen wij ook weg, naar een ­groter huis in Osdorp. Dus toen het echt achteruit ging... De buurt heeft het zwaar gehad.”

Het was er in de jaren tachtig een rotzooi.

“Het was niet goed, nee.”

Zag u de school ook verkleuren?

“Het ging heel geleidelijk. Je had het niet eens door.”

Ulichki komt uit een gastarbeidersgezin, zegt ze. In 1964 waagde haar vader de oversteek naar Spanje. Hij pakte in Madrid de trein om via Parijs terecht te komen in de mijnen van het Belgische Limburg. “Laatst vertelde hij me dat hij na twee jaar terugging naar Marokko. Hij zat de hele dag onder de grond, zijn leven speelde zich af in het donker. Daar werd hij ongelukkig van, wat ik me goed kan voorstellen.”

Later ging hij toch weer terug, om te werken in een Nederlandse fabriek. Zijn vrouw volgde in 1970. Ulichki was negen maanden oud. In Nederland kreeg ze nog twee broers.

Hoe vonden uw ouders het in Amsterdam?

“Ze zaten er nogal dubbel in. Het waren avontuurlijke mensen, vastbesloten er iets van te maken. Aan de andere kant dachten ze heel lang: we gaan terug. De herinneringen aan Marokko hingen de hele tijd om ons heen. Het was soms bijna alsof ze de vorige dag waren geëmigreerd. Zo spraken ze over Marokko. Met liefde en heimwee.”

Was dat niet verstikkend?

“Het was bijzonder. Ik kon aan de hand van hun verhalen hele straten visualiseren zonder er ooit te zijn geweest. Maar ja, het waren wel herinneringen. Herinneringen die je vasthouden op de plek waar je vandaan komt. Ik voelde de pijn. Het heeft van mij een nostalgisch mens gemaakt.”

Zijn ze teruggekeerd?

“Nee.”

Komt u uit een vrome familie?

“Wel in de zin van: bidden en vasten. De rituelen waren belangrijk. Maar ik kan me mijn moeder nog herinneren zonder hoofddoek. Het klinkt misschien gek, maar wij waren Marokkanen voor we moslims waren. Dat zie je bij die hele generatie. Op het moment dat het bewustzijn kwam dat ze hier zouden blijven, ontstond ook het idee dat ze opnieuw moesten bedenken wie ze wilden zijn en hoe ze hun leven vorm wilden geven. Toen werd opeens de moskee belangrijk. Je zag het gebeuren. Het was wortelen.”

Heeft u de religie als beklemmend ervaren?

“Ik heb het nooit als een ingewikkeld en dwingend ding gezien. In mijn jeugd niet en later ook niet. Beklemmend wordt het pas als je religie combineert met macht.”

null Beeld Niels Stomps
Beeld Niels Stomps

Drie jaar geleden werd Ulichki, eerder voor GroenLinks actief in de gemeenteraad, voorzitter van West, misschien wel het raarste stadsdeel. Op Centrum na het kleinste in oppervlakte, op Nieuw-West na het grootste in bevolkings­omvang. Het strekt zich uit van de chique Vondelpark- en Helmersbuurt tot de straten rond de Kolenkit aan ‘de andere kant’ van de A10.

Hoe zou u het stadsdeel omschrijven?

“Als een heel divers stadsdeel. Maar ook als een stadsdeel waar het mooi mengt. Er is hier geen segregatie.”

Bij de Pontsteiger heb ik toch een heel ander gevoel dan bij de Akbarstraat.

“Kom zeg, we hebben hier geen getto’s. Ik ga geen buurten tegenover elkaar zetten. Het zal best zo zijn dat iemand uit de Kolenkitbuurt zich niet heel makkelijk beweegt in de Vondelparkbuurt. En andersom. Dat kan. Maar graag in je eigen buurt blijven is nog wat anders dan segregatie. De buurten zijn het probleem ook niet, ongelijkheid en uitsluiting zijn het probleem.”

De Kolenkitbuurt werd ooit aangewezen als slechtste buurt van Nederland.

“Meer dan tien jaar geleden ja. Ga er nu maar eens kijken. Naar het nieuwe ­culturele centrum Maqam bijvoorbeeld, een initiatief van de inwoners zelf.”

Is de wens hier niet de vader van de ­gedachte?

“Ik meen wat ik zeg. Alleen gaat het niet vanzelf.”

In welke buurt voelt u zich het meeste thuis?

“De Mercatorbuurt. Dat gaat niet meer weg. Het voelt nog steeds als thuis.”

U houdt zich tegenwoordig bezig met het weren van flitsbezorgers en het instellen van een horecastop.

“Dat was vroeger niet, nee. In de jaren tachtig.”

Wat zegt dat over het stadsdeel?

“Dat we moeten nadenken over de vraag: gaat het hier niet een beetje te goed. Is er nog balans? Is het nog voor iedereen bereikbaar om hier te wonen? Maar dat geldt voor heel Amsterdam. Mensen worden weggedrukt. Als je weinig geld hebt, is het moeilijk nog een plekje te vinden. Tegelijkertijd is er de beeldvorming: het gaat zo goed met de stad dat het net lijkt alsof er geen armoede en eenzaamheid meer bestaan.”

null Beeld Niels Stomps
Beeld Niels Stomps

Stadsdeel West heeft nóg een probleem: in augustus werd er brand gesticht in de studentenflat in de Krelis Louwen­straat. Dat was gericht tegen regenboog­vlaggen in het pand.

“Het was afschuwelijk. Toen ik die ­ochtend op kantoor kwam, zaten er in de gangen hele gezinnen. Huisdieren waren meegenomen. Het was zo intens.”

Het was een aanslag op een andere ­manier van leven.

“Het onderzoek loopt nog. Dat is het formele antwoord. Maar ja: het is een conflict, het is een afschuwelijk ding. Het is iets waarvan we moeten blijven zeggen dat het onacceptabel is. Het is onrechtvaardig, het is in strijd met de mensenrechten, het raakt de vrijheid om te leven zoals jij dat wil. Je zegt tegen een ander dat hij er niet mag zijn. Echt onbestaanbaar. Het krachtige is dat die mensen nog dezelfde dag… Nou ja, in eerste instantie zijn de studenten en gezinnen opgevangen in de Badrmoskee. Dat vindt de hele wereld dan weer heel bijzonder.”

U niet?

“Ik vind dat normaal en dat vonden ze bij de moskee ook. Het was niet: woohoo, kijk ons nu eens iets bijzonders doen. Het gebeurde gewoon. Sterker nog: de jongens van de moskee gingen meteen op zoek naar een bakker die vroeg open was omdat ze iedereen een ontbijt wilden geven.”

Dat stelt dan weer een beetje gerust?

“Het is hoopvol, want vaak blijft het ­steken bij woorden: wat erg. Maar je moet het voelen, je moet het doorleven en je moet bedenken: waarom vind ik dit erg? En dan moet je handelen.”

Heeft u enig idee uit welke hoek het geweld kwam?

“Nee.”

Of wilt u er gewoon niet over speculeren?

“Ik weet het echt niet.”

Bij de gemeenteraad ligt een rapport waaruit blijkt dat antihomogeweld meestal komt van jonge jongens, vaak met een migratieachtergrond en doorgaans een islamitische identiteit.

“Toen ik in de gemeenteraad zat, heb ik ook al eens zo’n rapport gezien. Daar kwam precies hetzelfde uit naar voren. Tegelijk was de opvatting: dit kun je in zijn geheel terugvoeren op de straat. Er is niet dé moslim of dé Marokkaan. Of dé man. Of dé heteroman. Het is een cultuur van giftig machismogedrag. Dat vind je bij jongens van Marokkaanse komaf, maar ook bij ­witte jongens. Misschien meer bij jongens van Marokkaanse komaf. Ik ben niet bang om dat te benoemen. Je moet het willen weten, maar als je blijft hangen in de stelling ‘het komt door hun Marokkaans-zijn’ of ‘het komt door hun moslim-zijn’, drijf je weg van de oplossing.”

En die moeten we zoeken in de hang­cultuur?

“Ik noem het toxic straatcultuur. Jongens die een bepaald gedrag cultiveren en ontwikkelen en die elkaar daarin lopen te bevestigen. Van mij mag je die jongens Marokkaan noemen, of moslim. Als dat helpt: prima. De vraag is óf het helpt. Soms is het slachtoffer ook moslim. Het is geen tegenstelling. Ook moslims hebben een seksuele identiteit. Sorry, maar ik ben er wat scherp op. Dat komt omdat ik het heb doorleefd. Ik kom ergens vandaan. Ik trouwde heel jong, op mijn 18de. Er was geweld, er was misbruik. Ik ben mishandeld, maar wat ik altijd heb gezegd: het is niet de islam die mij heeft geslagen, het was een man. Die heeft niet eerst in de Koran gekeken wat de marsroutes waren voor die dag.”

Hij nam wel zijn eigen cultuur mee.

“Ja, duh, ik mag hopen dat mannen een cultuur meenemen. Nogmaals: ik ben er niet bang voor om zaken te benoemen. Mannen die geweld gebruiken, worden gelegitimeerd door constructies die hem vertellen: jij mag dit doen. Maar vergeet niet dat je in Nederland tot voor kort verkracht kon worden binnen het huwelijk, omdat je als vrouw moest doen wat je man van je wilde. Dat is ook cultuur. Nederlandse cultuur, neergelegd in de Nederlandse wet. Mijn vader komt uit dezelfde cultuur als mijn ex-man, maar die sloeg zijn vrouw niet. Dat kwam niet bij hem op. Die noemde dat gewoon asociaal.”

Waarom bent u zo jong getrouwd?

“Ik dacht dat ik verliefd was.”

Dat denken er wel meer op hun 18de, maar die gaan niet meteen trouwen.

“Ik dacht: ik ben met een man die van mij houdt en van wie ik hou. Het is goed zo, ik ga mijn eigen gezin starten.”

Met een man uit Casablanca.

“Mijn ouders dachten: hè? Toen zei ik hè terug.”

Het was natuurlijk de bedoeling dat u met een man uit Tétouan thuiskwam.

“Het was überhaupt niet de bedoeling dat ik met een man thuiskwam. Ze dachten: is dit wat je echt wilt? Maar goed, Casablanca, die andere grote stad. Voor ons is dat Zuid-Marokko.”

Wilde u zo graag het huis uit?

“Dat speelde wel. Ik was zoekende, ik moest op mijn eigen benen landen. Ik dacht dat dit de manier was, dus heb ik het besluit genomen. Maar ik heb ook zelf het besluit genomen ermee te stoppen en weg te gaan.”

Ging dat zomaar?

“In mijn tijd trouwde je voor de Marokkaanse wet, omdat je zonder Marokkaans trouwboekje niet met je partner kon zijn in Marokko. Maar scheiden was daar moeilijk. Je kon niet zomaar zeggen: ik wil weer vrij zijn. Je kon wel zeggen: ik wil geen geweld, maar dan moest je eerst met bewijzen komen en dat kostte tijd. Ik werd bedreigd: als je weggaat, gebeurt er iets. Ik leefde in angst, ik had een dochter.”

“Maar toch heb ik doorgezet. Ik heb me meteen gemeld bij de Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland en werd hardcore feminist. Dat was een-op-een. Knalhard. In één keer stond ik in die wereld. Ik was zo strijdbaar, zo pissed. Boos op mezelf, boos op hem, op de keuzes die ik had gemaakt. Het was echt een schandalige toestand, nog los van het feit dat ik met bewijsmateriaal moest komen. Het hele idee dat je op die manier wordt behandeld. En dan later zeggen dat het allemaal kwam door religieuze opvattingen. Het was gewoon puur politieke macht.”

Hoezo?

“Iedereen begint altijd meteen te wijzen naar de islam als boosdoener, als oorzaak van alle kwaad tegen vrouwen. Maar het is de macht die de religieuze teksten interpreteert. Het is de wetgever die de islam gebruikt tegen vrouwen. Als je op wilt komen voor vrouwenrechten moet je niet bang zijn dat te benoemen.”

Wat gebeurde er na uw scheiding?

“Een leven in bittere armoede. In je eentje een kind opvoeden met een uit­kering. Maar alles beter dan je te laten ­gijzelen door angst. Het heeft wel even geduurd, maar ik wist: zodra mijn dochter wat ouder is en naar school gaat, kan ik weer. Ik ben een opleiding gaan doen en vrijwilligerswerk. Ik had vmbo-t. Na een vooropleiding kon ik beginnen met agogisch werk op de HvA. Stapje voor stapje ging het beter.”

“Het heeft lang geduurd voordat ik erover begon te praten. Het is niet fijn om anderen over armoede te vertellen. Ik schaamde me. Ik wilde het liever geheim houden. Nu denk ik: het is belangrijk om er wél over te praten. Net als over dat geweld. Anderen horen dat of lezen dat en denken: hé, je kunt er wel wat aan doen. Kijk waar zij nu is.”

Bent u een rebel?

“Sommigen noemen mij een activist in een politieke functie.”

Maar wat vindt u zelf?

“Ik sta op voor mensenrechten en voor vrouwenrechten. Als dat betekent dat ik een rebel ben, ben ik een rebel. Zelf heb ik dat nooit zo gezien.”

In 2012 is de gemeente op uw initiatief begonnen met het aannemen van illegale vluchtelingen als stagiair.

“Ben je dan een rebel? Ik vond het stoer. Henk Kamp, de toenmalige minister van Sociale Zaken, stuurde een brief: als het voorstel van Ulichki wordt aangenomen, wordt de gemeente onder curatele gesteld. Dat was lachen. De VVD helemaal in een kramp. Ik dacht: kom maar op. Serieus. Hoezo mogen kinderen geen stage lopen?”

“In 1975 was er in de Mozes- en Aäronkerk een hongerstaking van Marokkaanse arbeiders die het land dreigden te worden uitgezet. Ik was nog piepjong, maar dacht al: wat erg, die mensen mogen hier niet zijn. Thuis stemden we op Joop den Uyl, net als alle gastarbeiders. De kale werd hij genoemd. Maar op een gegeven moment hoorde ik Femke Halsema over vrouwenrechten, in verbondenheid en vanuit een universeel mensenrechtenperspectief. Ik dacht meteen: hier wil ik bij horen.”

Een laatste kwestie: de bedreigde schrijfster en islamcriticus Lale Gül komt uit uw stadsdeel.

“Ik heb haar laten weten dat ik klaarsta als ze me nodig heeft. Ze kan me altijd bellen. En vanuit het stadsdeel houden we een oogje in het zeil, samen met de politie.”

Haar boek Ik ga leven is een noodkreet.

“Ze heeft haar verhaal verteld. Dat heeft ze krachtig gedaan: ik ben hier, ik heb een besluit genomen. Dat vind ik mooi. Het eerste wat ik dacht toen ik van haar hoorde was: wij moeten er wat mee. Ze jaagt een gesprek aan dat zich afspeelt in vele huiskamers, onder vrouwen, bij jongeren.”

Kunt u dat gesprek omschrijven?

“Hoe moet ik mijn leven vormgeven? Wat betekent religie? Wil ik trouwen of juist niet? Hou ik als meisje van een meisje en niet van een jongen? Alles wat buiten het voorgeschreven stramien valt.”

Ze heeft er een enorme megafoon voor meegenomen.

“Ieder zijn eigen strategie. Er zijn er ook die zeggen: ik doe het niet zonder mijn ouders, ik wil het pad naar vrijheid samen met hen bewandelen, hoeveel pijn en conflict dat ook gaat geven. Zij heeft gekozen voor een harde breuk. Ook dat is helemaal goed. We moeten haar verhaal omarmen en delen met elkaar.”

Ervaart u het conservatisme dat zij aan de orde stelt als een probleem?

“Het probleem is polarisatie. Mensen die zich bedreigd voelen en vervolgens de rijen sluiten en anderen afwijzen en buiten­sluiten. Die bij elkaar gaan zitten en elkaar stevig vasthouden, deuren en ramen dicht. Dan krijg je loopgraven. Dat hebben we allemaal kunnen zien na de aanslagen van 11 september in New York en na de moord op Theo van Gogh. Laten we nu zorgen voor een hygiënisch debat. Dat we een keer echt tegen elkaar zeggen wat we ­moeten zeggen en niet alleen bezig zijn met het maken van jij-bakken.”

null Beeld

Fenna Ulichki

25 september 1969, Tétouan (Marokko)

1975-1981 10e Montessori School, Amsterdam
1981-1985 Vmbo-t, Caland Lyceum, Amsterdam
1996-1999 Studie maatschappelijk werk, Hogeschool van Amsterdam
2000-2006 Bestuurder en voorzitter van de Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland (MVVN)
2001-2006 Beleidsmedewerker stedelijke vernieuwing en jeugd, gemeente Amsterdam
2006-2014 Gemeenteraadslid voor GroenLinks, Amsterdam
2014-2018 Dagelijks bestuur stadsdeel West
2018-heden Stadsdeelvoorzitter West

Fenna Ulichki woont in de Kinkerbuurt. Haar dochter Sarah is 31.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden