PlusReportage

Fanfare fleurt ouderen op: ‘En dan nu een nummer over een kalkoen’

De Fanfare van de Eerste Liefdesnacht speelt al 37 jaar op festivals, feesten, theaterdagen en tijdens demonstraties. Het actieorkest dat in 1984 muziek maakte tegen de komst van kruisraketten in Woensdrecht, is de laatste maanden een graag geziene gast bij zorginstellingen. ‘En dan nu een nummer over een kalkoen!’ 

Eerste en tweede van links: percussionist Maher Alshaki en saxofonist Peter van der Pouw Kraan. Beeld Dingena Mol

Luid getoeter weerklinkt in een bedaarde straat in Buitenveldert. Toonhoogtes wisselen elkaar af. De spelers van de Fanfare van de Eerste Liefdesnacht stemmen hun blaasinstrumenten. Het koper glanst in de zon. Hun carnavaleske, kleurrijke kleding steekt fel af tegen de eenvormige woonblokken in de Nieuw Herlaer.

Dan paradeert het Amsterdamse straatorkest achter elkaar richting de binnentuin van verzorgingshuis De Buitenhof. Daar zullen de muzikanten de bewoners, die vanwege het coronavirus al maanden binnen zitten, een beetje opmonteren met hun repertoire vanuit alle hoeken van de wereld.

Twee ouderen hebben zich in hun rolstoelen op de patio geposteerd. Ze trekken beiden aan een sigaartje. Rook kringelt boven hun hoofd. Al gauw heeft de opzwepende muziek ze te pakken en slaan ze het ritme mee op de leuning van hun stoel.

Anderen zijn op hun kamer gebleven. Ze luisteren vanachter de spiegelende ramen. Vanuit een verduisterd vertrek maken zich ineens drie bewoonsters los. De zorgmedewerker in het wit dirigeert ze naar het balkon. De vrouwen tikken geestdriftig mee op de reling, zwaaien met hun wijsvingers, klappen in hun handen. Hun bleke gezichten breken open in een lach.

“Bravó!” roept de man in de rolstoel, als de muzikanten het slotakkoord hebben geblazen.

Het orkest, dat bestaat uit veertien saxofonisten, drie trombonisten, vier sousafoons en tuba’s, drie percussionisten en vijf trompettisten, speelt vanwege de coronamaatregelen met een gehalveerde bezetting, maar weet de boel desondanks flink op te schudden.

“En dan nu een nummer over een kalkoen!” kondigt een van de orkestleden aan. Het repertoire bestaat uit veertig nummers en varieert van Balkanliederen tot Arabische muziek en van jazz tot wereldmuziek uit Azië en Zuid-Amerika.

Feestelijke, exotische klanken galmen door de binnentuin van verzorgingstehuis De Buitenhof. Het is een ander soort optreden dan het straatorkest gewend is. Toen het coronavirus het culturele leven nog niet lamlegde, brachten ze dansende menigtes op de been, vrolijkten ze de verregende klimaatmars op, stonden ze op de barricades te spelen, bezorgden ze vermoeide hardlopers een lach op het gezicht tijdens Run for Kika en waren ze een graag geziene gast op buurtfeesten, cocktailparty’s, theaterdagen en internationale festivals.

Repetities opgeschort

Half maart zag het straatorkest, net als veel andere collega’s in het vak, de drukke agenda leegstromen. De coronamaatregelen maakten optreden onmogelijk. Het jaarlijkse tournee in het buitenland en talrijke zomerse concerten vielen in het water. Ook de repetities, die elke zondagavond in Zaal 100 in de Staatsliedenbuurt plaatsvonden, werden voor onbepaalde tijd opgeschort.

Na een moment van bezinning ontstond het idee om, geheel in de geest van het straatorkest, iets voor anderen te betekenen en bij zorginstellingen te gaan spelen.

“We stelden het plan voor bij enkele verzorgingshuizen en daar bleek veel animo voor te zijn,” vertelt saxofonist ­Margriet Prins (38). “Voor ons snijdt het mes aan twee kanten. We bezorgen mensen een leuke middag en tegelijkertijd is het fijn om samen te kunnen blijven spelen. Zo komt het niet helemaal stil te liggen.”

De aanvragen van zorginstellingen ­stromen binnen. De afgelopen weken hebben ze elk weekend meerdere keren belangeloos opgetreden. Dat gebeurt ­volgens de richtlijnen en in goed overleg met de wijkagent en handhavers.

Veertien saxofonisten, drie trombonisten, vier sousafoons en tuba’s, drie percussionisten en vijf trompettisten.Beeld Dingena Mol

Het is volgens Prins een andere ervaring dan voorheen. “Vanwege de veiligheid zitten veel bewoners achter de ramen naar ons te kijken, dus je ziet ze niet altijd als je speelt. Maar soms zitten ze in de gemeenschappelijke tuin of op het balkon en dan merk je dat ze het enorm waarderen.”

De optredens passen bij de maatschappelijke betrokkenheid die de Fanfare van de Eerste Liefdesnacht al 37 jaar koestert. Het straatorkest begon in de jaren tachtig als een actiefanfare. Saxofonist Peter van der Pouw Kraan (73) was destijds nauw betrokken bij het ontstaan. “Er werd in die tijd veel actie gevoerd tegen bijvoorbeeld kernwapens en kruisraketten, apartheid of gebrek aan huisvesting. Fanfares fleurden deze protesten op met culturele muziek. Professionele orkesten, zoals het Willem Breuker Kollektief en De Volharding waren inspiratoren voor de inzet van dit soort muziek bij acties.”

Kladderadatsch

De Fanfare van de Eeuwigdurende Bijstand uit Tilburg en Kladderadatsch uit Nijmegen waren twee van de eerste actiefanfares. Vergelijkbare bands ontstonden overal in West-Europa en zelfs, weliswaar in de marge, in de toenmalige DDR.

De Fanfare van de Eerste Liefdesnacht kwam voort uit onder andere de jazzworkshop The Oktopedians. De deelnemers daarvan speelden in de jaren tachtig veel bij acties. Ook carnavalsbandjes waren van invloed. “Bij de eerste lichting zaten dan ook enkele Brabanders en Limburgers.

Een optreden bij woon- en dagcentrum Ons Tweede Thuis in Amstelveen. Rechts op de foto: Margriet Prins met roze pet. Beeld Dingena Mol

‘We staan met één been in de revolutie en met één been in het carnaval’ was een uitspraak die de sfeer van die tijd aardig weergeeft,” vertelt Van der Pouw Kraan.

En nee, de naam Fanfare van de Eerste Liefdesnacht vindt zijn oorsprong niet in een escapade van de muzikanten.

“We bedachten hem naar aanleiding van een anekdote van een van de oprichters, die inmiddels ook alweer tachtig jaar is. Zijn vader vertelde hem op zijn sterfbed over zijn eerste liefdesnacht. Hij was verliefd op een plattelandsmeisje uit Groningen. Omdat je in die tijd niet mocht samenwonen, huurden zij een kamer in een herberg in Groningen. Maar helaas: net toen ze elkaar in de armen wilden vallen, barstte de dorpsfanfare los en begon te repeteren. Toen viel ook de lampetkan nog op de vloer. Het meisje veegde in paniek de warme plas water droog met de jas van haar geliefde. Ze kregen ruzie en hebben het die nacht uiteindelijk helemaal niet gedaan. Het was allesbehalve romantisch. Maar wij vonden het een goed verhaal en een mooie naam voor onze fanfare,” vertelt Van der Pouw Kraan.

Hij maakte de activistische hoogtij­dagen van het straatorkest mee. Zoals die keer in 1984 toen zij met andere orkesten en koren de legerbasis in Woensdrecht omsingelden en muziek maakten omdat daar kernwapens zouden liggen. Of recenter in 2011 het tournee in Palestina. Het orkest gaf daar verschillende concerten en ondersteunde met zijn muziek een vreedzaam protest in het Palestijnse dorp Koufr Kadoum, dat omsingeld was door Israëlische nederzettingen. “De dorpelingen voerden actie tegen de inperkingen vanwege de Joodse kolonisten. Het Israëlische leger dreef ons vervolgens met traangasgranaten uiteen. Diezelfde avond traden we op bij een bruiloft, met de traangaslucht nog in onze kleren,” zegt Van der Pouw Kraan. Zijn ogen lichten op bij die roemruchte herinneringen. Zijn drang tot maatschappijkritisch protest liet hem met het klimmen der jaren nooit in de steek.

Niet alleen actie

Tegenwoordig is de Fanfare van de Eerste Liefdesnacht niet meer uitsluitend een actiefanfare. Het orkest treedt ook op bij feesten, theaterdagen, festivals en evenementen, maar toch verdween het engagement nooit. Zo ondersteunen ze regel­matig klimaatprotesten en anti-racisme­demonstraties en zet de muziekgroep zich in voor bijvoorbeeld vluchtelingen, diversiteit, vrouwenemancipatie en het behoud van zorgboerderij De Boterbloem in de Lutkemeer. Daar is Van der Pouw Kraan blij om. “De lol van het samen muziek maken is voor mij heel belangrijk, maar als het politieke aspect er niet bij zat, zou ik waarschijnlijk geen lid meer zijn.”

Vreedzaam protesteren

“De protesten die we opluisteren met muziek zijn altijd vreedzaam,” benadrukt Prins. “Je mag als orkestlid zelf bepalen hoe ver je wilt gaan en of je daaraan mee wilt doen. Hoewel we nooit de confrontatie opzoeken bij een demonstratie, zijn er leden die liever niet aan illegale activiteiten deelnemen. Zij zijn bij een dergelijk concert niet aanwezig. Dat is prima. Bij de recente anti-racismedemonstraties waren wij als band overigens niet betrokken. Daar was geen ruimte meer voor op het programma. Voorgaande jaren hebben we echter wel aan dergelijke protesten mee­gedaan.”

Aan de kleurrijke kleding, het handelsmerk van de Fanfare van de Eerste Liefdesnacht, moest Prins aanvankelijk wennen. “Ik vond het een beetje gek, maar nu zie ik er de meerwaarde en de lol van in. Het werkt goed en ziet er zo vrolijk uit.”

Elk orkestlid mag zijn eigen kledingstijl uitkiezen, maar moet wel rekening houden met de kleurstelling voor het seizoen. In de winter is dat paars, rood, roze, zwart en goud en in de zomer roze, geel en groen. Vroeger zat daar ook oranje bij, maar sinds ze jaren geleden tijdens een festival in Parijs tussen oranje geklede WK-supporters terechtkwamen, is die kleur afgeschaft. “Met dit nationalisme wilde de fanfare niet geassocieerd worden,” aldus Van der Pouw Kraan.

Veel orkestleden beschouwen de fanfare als familie, veel meer dan een groep mensen die toevallig samen muziek maakt. Prins voelde zich drie jaar geleden dan ook meteen opgenomen in het orkest. “Het is een mix van leeftijden, van midden twintig tot eind zeventig. Dat is onwijs leuk! Ook kun je je aansluiten bij commissies of groepjes om mee te denken over toekomstplannen en dingen die geregeld moeten worden. Samen met Peter en enkele andere leden wil ik bijvoorbeeld gaan nadenken over nieuwe muzikale samenwerkingen met Amsterdamse muzikanten en muziekgroepen die een andere culturele achtergrond hebben.”

Van der Pouw Kraan knikt enthousiast: “De band is nu erg wit. Het zou leuk zijn als daar verandering in komt en je ons veelzijdige repertoire ook terugziet in de samenstelling van het orkest.”

Percussionist Maher Alshaki (34) draagt in elk geval al bij aan de diversiteit. Toen hij vanwege de oorlog vanuit Syrië naar Nederland vluchtte, wist hij zeker dat hij hier iets met muziek wilde doen. “Mijn vader had een muziekstudio. Ik groeide ermee op en leerde op mijn tiende al darboeka spelen. Dat instrument vervult een belangrijke rol in de Arabische muziek. Het was het enige wat ik nog bij me had. Bovendien brengt muziek mensen bij elkaar.”

Verbinding

Via een muziekworkshop kwam Alshaki in contact met de Fanfare van de Eerste Liefdesnacht. “Dit orkest gaf mij een goed gevoel. Vanaf het begin merkte ik dat het niet alleen om de muziek draait, maar ook om de verbinding met anderen. Dat miste ik bij andere bands waarin ik speelde. Tijdens festivals in het buitenland, zoals in 2018 in Sicilië, ontmoeten wij vaak andere muziekgroepen. Zij spreken niet dezelfde taal, maar als je samenspeelt, voel je je toch met elkaar verbonden. Dat maakt muziek zo bijzonder.”

Vooral nummers uit het Midden-Oosten hebben een bijzondere betekenis voor hem. “Mijn vader zong enkele liedjes die wij nu ook met de fanfare spelen. Die muziek doet me aan hem denken.”

In de binnentuin van De Buitenhof is het inmiddels feest. Een medewerkster van het tehuis danst mee op het nummer Caravan van Duke Ellington. Uitgelaten zwaait ze naar mensen die op vierhoog op het balkon staan mee te deinen. Even later zet ze jolig een wijsvinger op haar kruin en draait rondjes. De twee bewoners in de rolstoelen glimlachen om haar gekke dansje en nemen een flinke trek van hun sigaar.

“Jammer dat het alweer voorbij is,” verzuchten ze en kijken de kleurrijke stoet weemoedig na.

Op de stoep voor het verzorgingstehuis bergt Maher Alshaki zijn darboeka op. Straks zullen ze nog een tweede set spelen bij zorginstelling Ons Tweede Thuis in Amstelveen.

Alshaki is tevreden over het optreden: “Van tevoren wist ik niet of ik een reactie zou zien. Maar ik zag in hun ogen en lichaamstaal dat ze genoten. Dat gaf een speciaal gevoel. Daar doen we dit voor: het geluk in de gezichten.” 

Actieorkesten

In Nederland zijn nog acht vergelijkbare fanfares actief:

- Toeters en Bellen in Amsterdam
- Accu Fanfare in Amsterdam
- Kladderadatsch in Nijmegen
- Eigen Hulp in Den Haag
- Toos in Noord-Holland
- Het Haarlems Straatorkest
- Tegenwind in Utrecht
- Drumbands als Rhythms of Resistance

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden