Plus

Familie ­Caron blaast nieuw leven in De Gouden Reael

De familie Caron nam onlangs De Gouden Reael op de Westelijke Eilanden over, de zaak waar chef Alain ­Caron 35 jaar geleden zijn carrière ­begon. Culinair recensent Gilles van der Loo dook in de geschiedenis. 

Tom, Alain en David Caron in restaurant De Gouden Reael.Beeld Rosalien Derkinderen

Sommige restaurantnamen kunnen me zelfs na jaren doen opveren uit mijn stoel, plekken waar ooit iets bijzonders gebeurde, waarover vaak gesproken is in mijn omgeving, misschien zelfs zonder dat ik het bewust waarnam. Het verleden kan gewicht geven aan zo’n zaak. Een goed voorbeeld hiervan is De Gouden Reael.

Misschien kent u de romancyclus van Jan Mens uit 1940 over herberg De Gouden Reael op Zandhoek 14, gedreven door de fictieve uitbaatster Griet Manshande. In werkelijkheid werd de Reael al voor de oorlog gedraaid door ­Amsterdammer Heintje ‘Larie’ de Boer en diens vrouw Sien. Opgroeiend in zijn vaders drukke café had Hein een ­hekel aan de drank gekregen, dus maakte hij er een koffiehuis van. Hij verkortte de openingstijden tot alleen de ochtend overbleef. De wijk raakte steeds verder in verval. De Leeuwarder Courant schreef er in 1950 over: ‘Verlaten ­huizen, onbewoonbaar verklaard. Afgebroken huizen, soms alleen een muur, ­ingewaterd en vergoord […]. In de spleten van vemen en schuren verdwijnen katten. Schurftige ratten glissen weg aan de wallenkanten.’

Pionier

Pas in 1965 deed Hein zijn koffiehuis over op zoon Tjeerd, waarna het stil werd op de Zandhoek. Met dichtgespijkerde ramen zou nummer 14 meer dan een decennium wachten op reclameman Ernst Gottlieb, die een Frans ­restaurant voor ogen had.

Gottlieb was een pionier op de Westelijke Eilanden en had moeite gasten te trekken naar wat destijds een uithoek van de stad was. Met hulp van grote namen als ­Matthijs Franken, Paul Fagel, Gert-Jan Oosterbaan en ­Jean Beddington zette hij een warme zaak op, waar voor een redelijke prijs op hoog niveau gegeten kon worden, maar ook de bar een sterke eigen functie had. Mijn schoonouders ­wonen sinds de vroege jaren tachtig om de hoek, en uit die tijd stammen dan ook de meeste verhalen die ik over de Reael te ­horen kreeg. Eind jaren negentig liep mijn vrouw daar haar eerste meters met een dienblad. Zonder De Gouden Reael had zij nooit in de horeca ­gewerkt, en had ik haar nooit ontmoet.

Kleine Fransman

In 1984 stapte een kleine Fransman binnen op Zandhoek 14. Hijgend zette hij de jonge tweeling die hij in schoudertassen meedroeg neer en vroeg in verschrikkelijk Nederlands of de vacature voor kok nog openstond. Gottlieb, die hem over de Zandhoek had zien aankomen, nam hem op staande voet aan. Tot dat moment had Alain Caron in Utrecht gewerkt, maar de hoofdstad trok hem al langer: als het ergens voor hem ging gebeuren, was het hier.

Drie jaar later zette Gottlieb het restaurant te koop. ­Caron was toen chef. Omdat hij zich niet klaar voelde voor een ­eigen zaak vertrok hij. Buurtgenoot Her Jobse nam de zaak over.

De zaak zou nooit meer worden zoals hij onder Gottlieb en Jobse was. Hun keukens waren solide, gul en betaalbaar en de namen die in die jaren aan de Reael verbonden ­waren, bleef ik in mijn horecatijd overal tegenkomen. Als gast én als collega. Bijbelser wordt het niet, maar in de ­afgelopen drie decennia zou De Gouden Reael drie keer aan Caron en zijn zoons worden aangeboden, omdat ­bekend was dat vader Alain een band met de zaak had, en telkens sloegen ze het af. Uiteindelijk zou het aan de jongere ­generatie zijn om Alain over de streep te trekken.

Laagdrempeligheid 

Caron heeft vier zoons: de tweeling Tom en Andras, met wie hij ooit bij de Reael solliciteerde, en uit een latere relatie David en Lowel. Tom was jarenlang actief in de festivalwereld en zijn halfbroer David werkte nog als manager bij Spaghetteria toen ze hun vader benaderden met het plan om in de Frans Halsstraat een restaurant te openen. Het was 2016 en nog steeds voelde Alain – die naam had gemaakt als chef van bekende restaurants Tante Koosje en De Kersentuin, kookboekenschrijver en tv-persoonlijkheid – zich er niet klaar voor, maar zijn zoons zeiden dat hij pech had: zijn naam kwam op de ­gevel, dus nu moest hij wel.

Het personeel van De Gouden Reael in de jaren tachtig. Chef Alain Caron is de tweede van rechts.Beeld Caron

Waarschijnlijk woog die naam mee in de begintijd van Café Caron, maar een succes blijf je alleen door iets wezenlijks goed te doen. Dat wezenlijke bleken laagdrempeligheid en het betaalbare, onpretentieuze en oer-Franse eten. Al snel openden de Carons een tweede zaak, op het Gerard Douplein: Petit Caron, een kleine bistro. Ik at er ­onder meer prei in vinaigrette die ik nooit zal vergeten.

Nóg klassieker Frans

Vanochtend zitten we aan een eenzame tafel op de entresol van De Gouden Reael, nu volop in verbouwing. Ik heb afgesproken met Alain, Tom en David, en Julian Louw, die geen familie is, maar zich de laatste jaren zo verdienstelijk heeft gemaakt als manager van Café Caron dat hij als ­mede-eigenaar instapt in dit nieuwe project. Terwijl ­onder ons geboord, gezaagd, gehamerd en gevoegd wordt, praten de heren over de stappen die tot dit punt hebben geleid, en over de geschiedenis die ook voor hen voelbaar is. Wat ze hun gasten hier gaan bieden, moet kloppen met die historie en met deze plek. De nieuwe Reael wordt een zaak voor families, met nóg klassieker Frans eten dan in de andere Carons. Hele kippen op tafel, boerse zaken als paté en croûte en pithivier (Franse taart).

Julian en David doken de afgelopen jaren steeds dieper in de wijn, en willen in de Reael een grote diversiteit aan Franse flessen bieden. Ze denken te beginnen met veertig rood en veertig wit. “Natuurlijk moeten we kijken hoe het loopt,” zegt David. “Als iets niet werkt op deze plek, gooien we het roer om.” Tom zal zich vooral op de boekhouding en financiële planning storten. Alain denkt mee over de ­menu’s en houdt samen met David de kwaliteit van het eten in de gaten. Julian en David gaan over het personeel en de bediening. Na een korte, stroeve periode aan het ­begin van hun eerste zaak hebben de mannen tot deze taakverdeling besloten, en die werkt. “Vertrouwen,” zegt David. “Je moet kunnen vertrouwen op de expertise van de ander.” “We waren niet van plan om nog een zaak te openen. Maar toen kwam de Reael voorbij,” zegt Tom.

Personeel was snel gevonden, en dat is deels te danken aan het feit dat iedere Caron zijn eigen sociale omgeving heeft in de stad. “En we leiden zelf onze ­mensen op. De chef voor onze nieuwe zaak, Thomas ­Demuth, heeft Franse roots en komt bij Café Caron vandaan.”

We gaan naar beneden en bewonderen het oude fornuis, dat uiteindelijk met een slijptol ontdaan is van de laatste restjes vuil. Met zijn vader steekt Tom het rôtissoire aan, en samen kijken we een tijdje naar de vlammen. “Deze zaak is altijd in mijn gedachten geweest,” zegt Alain. “Ik heb nooit een eigen plek gehad, en nu hebben mijn zoons me die gegeven.”

De Gouden Reael ‘Caron’ gaat begin januari open op Zandhoek 14.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden