PlusAchtergrond

Expositie: zo ziet adem van voorbijgangers op kweek eruit, verzameld op Amsterdamse pleinen

Voor haar project The Air We Share verzamelde de Amsterdamse kunstenaar Nina van Hartskamp (31) adem van voorbijgangers en microben uit de lucht en zette ze op kweek. Haar foto’s van de kleurrijke micro-organische landschappen die ontstonden, worden 5 mei geëxposeerd op de pleinen waar de adem is verzameld.

Jan Pieter Ekker
Kunstproject The Air We Share/De lucht die we delen, van Nina van Hartskamp. Beeld Nina van Hartskamp
Kunstproject The Air We Share/De lucht die we delen, van Nina van Hartskamp.Beeld Nina van Hartskamp

Kunstenares Van Hartskamp studeerde in 2020 af aan de Gerrit Rietveld Academie, richting TXT (wat staat voor textiel én tekst) met de installatie Worlds Within: Bodies, Bedrooms and Breath. Voor dat project, gemaakt ten tijde van corona, stuurde Van Hartskamp verschillende mensen een petrischaaltje, met het verzoek om voor het slapengaan de deksel te verwijderen, om het schaaltje zo bloot te stellen aan hun slaapkamerlucht. De volgende ochtend mocht het dekseltje er weer op en werd het petrischaaltje in een gefrankeerde retourenvelop teruggestuurd.

Zeven dagen later maakte Van Hartskamp een foto van de inhoud. De foto’s toonde ze vervolgens op een rond projectiedoek in een donkere ruimte, waardoor het werk leek op een vreemde planeet. Daarbij liet ze interviewfragmenten zien met de slapers, die de vraag beantwoordden of ze iets van zichzelf herkenden in die wereld.

Miljoenen microben

Worlds Within werd gezien door mensen van het Amsterdamse 4 en 5 Comité, die Van Hartskamp vervolgens vroegen of zij iets soortgelijks voor de herdenking in Amsterdam wilde maken. Ze ging met een petrischaaltje en opnameapparatuur naar zeven pleinen waar op 5 mei festivals worden georganiseerd (Museumplein, Anton de Komplein, Haarlemmerplein, Javaplein, Plein ’40-’45, NDSM en het Homomonument). Gedurende twee uur stelde ze voorbijgangers twee vragen: wat zet jij met jouw adem in beweging, hier op dit plein? En: wat zou jij in beweging willen zetten in de wereld die we samen zijn?

Van Hartskamp: “Het werd als lastig ervaren, merkte ik. Toen heb ik de vragen omgedraaid, dus beginnend met de droom en dan pas wat je doet om die droom te verwezenlijken. Dat ging een stuk makkelijker.”

Van de gesprekken met alle blazende mensen maakte Van Hartskamp audiocollages, die ze omschrijft als ‘gezamenlijke stemportretten van de buurten’. De ‘vangst’ in de petrischaaltjes zette ze op kweek. De kleurrijke micro-organische landschappen die vervolgens ontstonden, fotografeerde ze. “Door een petrischaaltje bloot te stellen aan lucht, geef je microben de kans om zichtbaar te worden. Ze blijven namelijk in de voedingsbodem plakken, en omdat daar eten in zit kunnen de eencellige wezens zich delen en groeien. Wat je op mijn foto’s ziet, zijn verschillende culturen van micro-organismen: schimmels, bacteriën, gisten. Elke cultuur bestaat uit miljoenen microben.”

Wetenschappelijke nachtmerries

Voedingsbodems worden in het algemeen gebruikt voor het kweken van microben in laboratoria, doceert Van Hartskamp, meestal om één specifieke microbe te cultiveren en te determineren. “In dit geval heb ik wetenschappelijke nachtmerries gecreëerd, omdat er in mijn schalen veel verschillende, moeilijk te determineren culturen te zien zijn. Maar goed, ik ben dan ook geen wetenschapper, maar kunstenaar. Het gaat mij om de conceptuele en esthetische waarde.”

Ze kan dan ook niet precies vertellen welke microben er precies in de schalen te zien zijn. “Om ze te determineren zou je ze onder een microscoop moeten bestuderen. En dan nog… naar schatting is 99,99 procent van de microben op aarde vooralsnog niet gedetermineerd. Er valt nog heel veel te ontdekken.”

Waarom het Museumplein-schaaltje bijvoorbeeld voller is dan dat van het Javaplein, is ook niet eenvoudig te verklaren. “Het kan komen door het aantal mensen dat erin heeft geblazen. Het kan ook te maken hebben met de lucht; waaide het die dag bijvoorbeeld hard? Was het warm of koud? Er zijn heel veel variabelen die de vorm, kleur en hoeveelheid van een cultivatie bepalen. Zo veel, dat ik absoluut geen harde conclusies kan trekken over de rationele verschillen tussen de locaties en de mensen die in deze schaaltjes hebben geblazen.”

Onzichtbare levensvormen

Eén ding durft Van Hartskamp wél met zekerheid te zeggen: “Als een schaaltje voller is dan een andere, betekent dat absoluut niet dat de mensen op die locatie viezer zijn. Misschien zijn ze wel levendiger, maar ook die conclusie laat ik graag over aan de wetenschap.”

Wat ze met haar project wil laten zien is dat ‘we in een constante bewegelijke staat van verbinding leven, zowel met elkaar als met vele andere onzichtbare levensvormen en we hebben elkaar nodig’. “Een volwassen mens draagt gemiddeld 1,5 kilo microben met zich mee. Onbewust werken we de hele dag samen met deze onzichtbare ‘huisdieren’; ze beschermen ons en helpen ons voedsel te verteren. Schimmels en bacteriën worden veelal in verband gebracht met viezigheid en ziektes, terwijl we zonder micro-organismen niet zouden bestaan.”

The Air We Share van Nina van Hartskamp is 5 mei te zien op het Museumplein, Anton de Komplein, Haarlemmerplein, Javaplein, Plein ’40-’45, NDSM en bij het Homomonument. De audiocollages zijn ook te horen via 4en5meiamsterdam.nl.

Worlds Within: Bodies, Bedrooms and Breath is tot en met 7 augustus te zien op de tentoonstelling In Search of the Pluriverse, in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden